website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Vinden journalisten hun werk wel eens psychisch belastend?

Jolan Douwes — Geplaatst in Werk op zaterdag 31 maart 2018, 09:00

Vlnr: Thomas Muntz, Jeroen Trommelen, Sylvana van den Braak, Max Berghege en staand Simone Peek

Vlnr: Thomas Muntz, Jeroen Trommelen, Sylvana van den Braak, Max Berghege en staand Simone Peek - © Beeld: Truus van Gog

De Coach Vinden journalisten hun werk wel eens psychisch belastend? Het duurt langer dan anders om vakgenoten te vinden die willen reageren. Dat zal geen toeval zijn. ‘Als journalist moet je sterk zijn – of in elk geval lijken’, zegt een televisieverslaggever die al jaren reportages maakt. ‘Als je niet uitstraalt dat je dit werk aankunt, is het slecht voor je reputatie.'

De verslaggever wil meewerken, omdat hij het onderwerp belangrijk vindt. ‘Maar als ik niet anoniem kan blijven, kan ik dit interview niet geven.’ Hij maakt zich zorgen om collega’s die overspannen thuiszitten of met wallen onder hun ogen door buffelen. Dat zijn ook vaak jonge mensen met tijdelijke contracten. ‘Ze zullen nooit toegeven dat het zwaar voor ze is, want dat kunnen ze zich niet permitteren.’

Twee Volkskrant-verslaggevers vroegen onlangs aandacht voor de mentale belasting van journalistiek werk. In Villamedia (februari 2018) vertelden Willem Feenstra en Maud Effting, genomineerd voor Villamedia’s Journalist van het Jaar, dat ze wakker hadden gelegen van hun interviews met slachtoffers van seksueel misbruik in de sport. ‘Vaak heeft iemand urenlang in tranen zijn levensverhaal verteld. Dat raakt ons. Elke keer weer. Je ligt er een paar nachten van wakker’, zegt Feenstra. ‘Maanden waren we bezig met allerlei gesprekken en eindeloos checken. Dat zware gevoel moet dan wel weggaan als je hebt gepubliceerd. Als het daarna nog in je hoofd zit, is dat een signaal dat je aan de bel moet trekken.’

Geen seconde over
Eindeloos checken of alles wel klopt – de anonieme tv-verslaggever kan erover meepraten. ‘Elk klein aspectje van je reportage moet kloppen. Maar de tijdsdruk is groot, je hebt geen seconde over. Tussen de montage door moet je ook nog een tekst voor internet schrijven of een pakkende quote zoeken. Ondertussen drukt de vraag op je of je wel genoeg hoor- en wederhoor toepast. Je maakt je zorgen of je hoofdpersonen wel genoeg uit de verf komen en of je verhaal wel goed in elkaar zit.’ Onder hoogspanning werkt de verslaggever tot de uitzending nadert.

Vaak komen de reacties al als het item nog loopt. ‘Je kunt dan nog niet goed relativeren, want je bent op. Al krijg je veel lof, kritiek komt des te harder aan. Je moet een dikke huid hebben, maar ik vraag me af wie die heeft.’ De kritiek kan van collega’s komen die recht-voor-zijn-raap reageren.
Maar ook van opinieleiders of spindocters die met één reactie op Twitter de toon zetten. ‘Ik hoor collega’s weleens zeggen dat zij de sociale media niet volgen. Dat lijkt me stug. Ik wil weten hoe mijn reportage valt.’

Elke kritische tweet dwingt de verslaggever zich af te vragen: heeft deze persoon gelijk? Hij moet er goed over nadenken of hij dan de discussie aangaat of zijn mond houdt. ‘Omdat ik ook reageer namens mijn omroep, maakt dat extra kwetsbaar.’ Op de redactie krijgt de verslaggever veel ‘zakelijke’ steun. Als iemand dreigt met een advocaat, is er meteen hulp. ‘We steunen elkaar naar buiten toe enorm. Maar we vertellen elkaar niet dat we wakker liggen van kritiek. Onzekerheden delen we niet. Daarvoor zijn we te veel elkaars concurrent.’

Panama Papers
Economieverslaggever Jan Kleinnijenhuis (37) van dagblad Trouw zal het woord ‘psychische belasting’ niet gauw gebruiken. Hij vindt dat zijn collega’s uit Ecuador daar in 2016 meer last van hadden toen hij met hen samenwerkte aan de Panama Papers. ‘Zij vroegen of wij bepaalde onthullingen over crimineel geld en belastingontwijking als eersten wilden publiceren, omdat zij niet genoeg persvrijheid hebben.

Zij hadden slapeloze nachten van de Panama Papers, ik niet.’ Maar ook hij is voorzichtig. Als hij schrijft over financiële misstanden, heeft hij vaak te maken met woordvoerders en persvoorlichters. Voor wie zij werken, houdt hij liever in het midden om zijn relaties niet te schaden. ‘Als woordvoerders gaan dreigen, blaffen, intimideren, bedriegen of achter je rug om andere media benaderen, is dat heel frustrerend. Vaak grenst hun optreden aan het onbetamelijke, maar het geeft mij brandstof om verder te gaan. Blijkbaar ben ik dan iets op het spoor.’

Toch laat het de Trouw-verslaggever niet koud als persvoorlichters zeggen dat hij onzin opschrijft. Hij weet dat dit een psychologische tactiek kan zijn om hem de wind uit de zeilen te halen. Daardoor bijt hij zich vaak nog meer vast in een dossier. Tot zijn vriendin zegt dat hij er niet leuker op wordt.

Kleinnijenhuis voelt zich beschermd bij een krant die onderdeel is van een groot concern. ‘Als er een dreigbrief van een advocaat komt, schakelt de Persgroep een van de beste juristen van Nederland in. Mijn hoofdredacteur en mijn collega’s steunen me. Dat maakt het veel makkelijker. Voor freelancers is het een heel ander verhaal.’

Briesend
Simone Peek (29) is zo’n freelancer met een voorkeur voor complexe dossiers. Bij onderzoeksplatform Investico gaf ze zich in september 2017 op voor een masterclass. Daar kwamen twee lange, onthullende artikelen uit voort die onlangs in De Groene Amsterdammer zijn gepubliceerd. Met collega Sylvana van den Braak schreef ze over Poolse flexwerkers in de distributiecentra van Albert Heijn en over de uitbuiting van een buitenlandse au pair, kok en seizoenarbeider in Nederland.

Op briesende woordvoerders was Peek nog niet voorbereid. ‘We kregen het verwijt dat ons verhaal over de hoge werkdruk, de lage betaling en de slechte huisvesting van Poolse flexwerkers niet representatief kon zijn omdat we er zestig hadden gesproken. Dat zou maar 1 procent zijn van het totale aantal werknemers. Wij vonden het veelzeggend dat wij het over mensen hebben en de woordvoerder praat in procenten.’

Toch bleef Peek onzeker tot de artikelen waren gepubliceerd. ‘Als persvoorlichters steeds zeggen dat wij er niets van begrijpen, ga ik twijfelen. Ik droomde zelfs dat iemand maar bleef herhalen: je hebt geen verhaal. Gelukkig kregen we steun van onze hoofdredacteur en collega’s bij Investico. En het artikel ‘Callgirl bij Albert Heijn’ is anderhalve dag na verschijning al 70.000 keer gelezen.’

In het interview met Villamedia zegt Volkskrant-verslaggever Feenstra dat er te weinig oog is voor journalisten die onder zware druk werken. ‘Voor mensen die dit soort verhalen maken, zou binnen een redactie standaard aandacht moeten zijn; variërend van een periodiek mailtje met de vraag hoe het gaat tot het faciliteren van professionele hulp.’

Wat kan nog meer helpen? Peek adviseert steun te zoeken bij collega’s, de NVJ of freelancers organisatie de Coöperatie. Kleinnijenhuis ziet het meest in collega’s die meedenken en tijdig zeggen: stoppen met werken.

De tv-verslaggever adviseert hoofdredacties een anoniem onderzoek te organiseren over de werkdruk en de sfeer op de redacties. Zijn collega’s raadt hij aan vrienden buiten hun journalistenkring te zoeken, ‘anders blijf je steeds over je vak praten. En zet je mobiel eens uit’.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.