banner cop

— dinsdag 31 mei 2011, 17:33 | 1 reactie, praat mee

Vergeet het vergeetrecht

Twee jaar geleden kreeg internetjournalist Peter Olsthoorn een dringend verzoek van de familie van een overleden bron. Een verhaal over de man moest van zijn website Netkwesties.nl af omdat hij zelfmoord had gepleegd. Olsthoorn: ‘Je schrikt van zelfmoord en bovendien was het beroep zo klemmend dat ik geneigd was de publicatie te verwijderen.’

Toch is dat niet gebeurd. Het artikel staat er nog en blijft er staan. Reden: de man zelf heeft nimmer verzocht om het weg te halen en de inhoud niet betwist. Weghalen zou, zo liet ik de nabestaanden weten, wellicht tegen zijn eigen wens indruisen om ook herinnerd te blijven vanwege die kwestie. Daar was niet veel tegenin te brengen, hoe pijnlijk voor henzelf wellicht. Zou ik het stuk wel verwijderd hebben indien hij daartoe in een ‘testament’ verzocht zou hebben? Voer voor discussie, net als de rest van dit verhaal mag ik hopen.

Uit bovenstaande blijkt wel dat ik zeer hecht aan het behoud van archieven, kennelijk meer dan aan het verzachten van de pijn van de nabestaanden. Van een historicus mag je niet anders verwachten. Bovendien is er juridische steun. In rechtszaken waarin eisen voor verwijdering centraal stonden hebben de media gewonnen. De Volkskrant en Argos (VPRO) hoefden oude artikelen en reportages over zakenman Eric Luzac niet te verwijderen uit het online archief. Luzac klaagde dat de kritische verslaggeving zijn reputatie schaadde, hoewel de inhoud niet te betwisten viel.

Verwijdering van de artikelen zou volgens de rechter de integriteit van de media-archieven aantasten. Om dezelfde reden won het Eindhovens Dagblad een geding, aangespannen door een ontslagen vrouw bij de TU Eindhoven. Vrij vertaald valt te concluderen dat archieven volgens de jurisprudentie heilig zijn.

De Europese Commissie wil nu ‘the right to be forgotten online’ wettelijk verankeren. Het betreft in de eerste plaats het recht van eigenaren van profielen bij webdiensten deze voorgoed te laten verwijderen van het web en uit archieven. De richtlijn is vooral bedoeld voor facebook, Hyves en andere ‘sociale media’. Het gaat in die gevallen bijvoorbeeld om de verwijdering van feestfoto’s met personen in dronken staat. Echter, sociale media zijn gewoon websites net als media-archieven, al kun je kiezen voor beslotenheid.

In Spanje heeft de privacytoezichthouder Google opgedragen informatie over 90 eerder aangeklaagde, soms vervolgde, maar niet veroordeelde personen niet meer in de zoekresultaten te tonen. Dus niet de bron is aansprakelijk, zoals gebruikelijk in dit soort zaken. Ga er maar aanstaan. De Europese privacybaas van Google meent dat ‘privacy’ wordt misbruikt voor censuur.

De Verenigde Staten kennen een heel ander privacybesef, veel meer gericht tegen overheidsbemoeienis dan tegen bedrijven. Niettemin hebben in Washington de senatoren John Kerry (Democraat) en John McCain (Republikein) broederlijk een initiatief genomen voor ‘data minimization’ van online publicaties. De rechter bepaalt meestal later wat dit kan behelzen.

Hoe dan ook, er is voortdurende spanning in een wankel evenwicht tussen privacy en publicatierecht. Extremisme kennen we van beide kanten: weblogs die een topambtenaar met naam en toenaam fileren vanwege vermeende pedofilie tot de Mediacode van de RVD die publicatie van foto’s van Beatrix met Richard Branson verbieden.

Ook is het mogelijk om met hulp van reputatiemanagers het online blazoen op te poetsen dat door journalistiek werk is besmeurd. Soms met succes, maar voor de meesten is dit niet weggelegd. Zij moeten de rest van hun leven lijden onder hun misstappen of zelfs de schijnwerpers van GeenStijl of – erger – Klokkenluideronline.nl.

Ik kan erover meepraten, met hoon aan mijn adres aldaar, maar vind het niet erg. Je moet ervan uitgaan dat je reputatie krassen oploopt in de loop der decennia.

In een enkel verzoek om verwijdering ging ik ook overstag. Bijvoorbeeld in het geval van een artikel op Leugens.nl over een man die vals beschuldigd was van seksuele contacten met een minderjarig meisje. Het meisje was de dochter van een zakenpartner met wie de beschuldigde een conflict uitvocht. De rechtbank veroordeelde die zakenpartner, de dochter moest alles van het web halen. Maar op Leugens.nl bleven sporen staan die ‘hoog’ op Google kwamen. De beschuldigde liet eerst een advocaat zwaar geschut inzetten en vervolgens een gerenommeerd PR-bureau. Beiden tevergeefs. Maar in een persoonlijk gesprek bleek de man zo ernstig getroffen dat het onbillijk zou zijn hem daarmee te blijven achtervolgen. De naam, bedrijfsnaam en woonplaats zijn verwijderd; een uitzondering op de regel voor een flagrant geval.

In een ander geval begon een ex-directeur van Palm Invest (een dubieus beleggingsfonds) me te stalken met emotionele verzoeken, afgewisseld met harde bedreigingen, plus beweringen dat Quote en RTL ook artikelen met zijn naam verwijderden. Dat laatste bleek niet helemaal waar. Wel heb ik bij artikelen achteraf nog duidelijk vermeld dat hij vervolgd noch veroordeeld is.

De leefregel ‘wat u niet wilt dat u geschiedt, etc.’ doet soms opgeld maar daarmee kun je geen journalistiek bedrijven. Helaas vervullen we de rol van ‘assholes’ die schurken over het voetlicht brengt, wat op gespannen voet staat met de hoffelijkheid die ons wellicht populairder zou maken.

Ik ben dus niet voor het recht om vergeten te worden. Het druist in tegen mijn journalistieke en geschiedkundige principes. Zoals een NRC-collega me recent zei: ‘Je leert als eerste wie-wat-waar-hoe en waarom en dan moet je de eerste vraag al onbeantwoord laten’. Daar zit veel in, al kun je daarmee niet alle privacykwesties naar de prullenbak verwijzen. Die blijven spelen, hoe dwaas soms ook. Jan van Vlijmen stond pontificaal met grote foto’s en naam in Elsevier terwijl de Volkskrant nog Van V. schreef en zijn advocaat online foto’s liet verwijderen.

Soms zou je wensen dat alle media zo omgingen met hun archieven als De Telegraaf. Een beetje sputteren en een faxje zijn daar genoeg om bezoekers voor niets op een weblink te laten klikken: artikelen zijn in een zucht voorgoed foetsie. Ook staat het krantenarchief niet online. De Telegraaf biedt vergeetrecht en helpt vooral zichzelf bij uitglijers.

Hoewel het vergeetrecht me in professioneel opzicht niet aanstaat, vind ik dit persoonlijk moeilijker. Moet de maatschappij in plaats van het recht op vergeten niet meer op vergeven worden gebaseerd? Iedereen heeft een kerfstok, so be it. In elk geval is het waard om een discussie hierover aan te gaan.

Anderzijds wil ik ook wel de advocaat van de duivel spelen: vroeger werd in een beschadigd imago de volgende dag de vis weer verpakt en bestond er geen Uitzending Gemist en RTL Gemist. Waarom niet terug naar die situatie? Bespaart een hoop lelijke gezichten en slapeloze nachten van onze ‘slachtoffers’.

Europese uitgeversclubs ENPA en FAEP pleitten in Brussel voor vrijwaring van de pers van het vergeetrecht. Echter, wat is nog pers? Kun je online een scheiding treffen tussen krantensites en goed ingelichte privé-blogs? En wat te doen met informatie die we van een profiel halen dat later wordt gewist? Worden we straks om de haverklap gemaand; en zijn we het haasje voor wat betreft archieven?

Zo bezien is het vergeetrecht beter nieuws voor advocaten dan voor journalisten.

Peter Olsthoorn is onder meer maker van Leugens.nl en Netkwesties.nl

Bekijk meer van

multimediaal

Praat mee

1 reactie

Miro Lucassen, 1 juni 2011, 09:37

Facebook is je persoonlijke uitlaatklep, foto-album enzovoorts. Net zoals je je dagboeken mag verbranden, zie ik geen bezwaar tegen een ‘recht’ om die profielen te wissen. Dat is van belang omdat de gebruiksvoorwaarden van sommige sociale media het bedrijf in kwestie eigenaar maken van jouw data.
Maar de kopietjes die overal rondzwerven, dat is een ander verhaal. Als ik de facebook-informatie van zangeres Anouk op mijn harde schijf bewaar en zij besluit dat ze zich terugtrekt uit het digitale leven, komt er dan een vergeetinspectie langs om mijn harddisk te kuisen? Het recht om vergeten te worden zal in de praktijk vaak een dode letter zijn, een zoveelste regel aan de boom van wettelijke vergissingen.
Vergeten hangt ook samen met vergeven. Wanneer wij journalisten oude koeien uit de sloot vissen, doen we dat (als het goed is) omdat het verleden relevant is voor het heden, of omdat het leergeld uit de historie onvoldoende is betaald. Sleuren we de verkeerde koe uit de sloot, dan zal die weinig publiek trekken.
Kennis van het verleden is van groot maatschappelijk belang. Informatie over personen eveneens. Als onze beroepsorganisaties zich met deze bemoeien, zouden ze op zijn minst moeten pleiten voor een belangenafweging in plaats van een ongeclausuleerd eenzijdig vergeetrecht te formuleren.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.