— vrijdag 19 januari 2018, 13:00 | 0 reacties, praat mee

Van redactievloer naar boardroom en terug

Louis Frequin achter zijn schrijfbureau

Dé hoofdredacteur bestaat niet, stelde Kees Buijs hier enkele weken geleden vast. Hij deed naar aanleiding van de verschijning van de biografie ‘Krantenpaus’ over leven en werken van Louis Frequin een vergeefse poging om deze markante hoofdredacteur van De Gelderlander (1945-1977) in één van de hokjes in te delen die Leon de Wolff onderscheidde. Het is ook interessant om te zien hoe het profiel van de hoofdredacteur na hem zich heeft ontwikkeld, speciaal bij de regionale dagbladen en in het bijzonder bij de groep kranten die nu bij de Persgroep hoort.

Toen Frans Hulskorte in 1977 de opvolger werd van Louis Frequin als hoofdredacteur van De Gelderlander markeerde dat een belangrijke verandering in de taakopvatting. Frequin reisde er lustig op los, netwerkte enthousiast, schreef commentaren, columns en reportages. Hulskorte was de eerste van een reeks vergaderdieren, wier stukken meestal geen groter bereik hadden dan de redactie breed was. En als zij niet op de redactie vergaderden, dan waren het samenwerkingsverbanden en concernkwesties die hun aandacht vroegen.

Frequin had in zijn tijd ook al te maken met samenwerking. Hij zocht zelf partners om een buitenlandnetwerk op te zetten en in de jaren zestig ging zijn krant deel uitmaken van AUDET, een groep gelijkgestemde (katholieke) regionale dagbladen. Gelukkig werd hij daar niet van, getuige deze verzuchting: ‘Het bezwaar van al die combinaties is – ondanks bepaalde voordelen – dat tien, twaalf man zitten mee te praten over beleidsbeslissingen, over detailzaken, of ze er verstand van hebben of niet.’ Hij wilde zelf de lijnen uitzetten. Omdat hij groot gezag genoot, ook bij directies, kon hij daarmee doorgaan. Hij was adviseur van de directievoorzitter en de president-commissaris en kon zo de belangen van zijn krant in de gaten houden.

Na hem, en na Hulskorte, begon het vergadercircuit steeds verder uit te dijen, naarmate de concernvorming in de krantenwereld meer om zich heen greep. In 1988 kwamen de AUDET-dagbladen in handen van VNU. Het fenomeen van het College van hoofdredacteuren deed zijn intreden. Maar voorlopig was de agenda, ook doordat het de kranten nog voor de wind ging, redelijk ontspannen. Samenwerking beperkte zich tot het buitenlandse correspondentennet, de sport en economie.

Toen in 1999 Wegener het grootste deel van de VNU-dagbladen overnam, liep de vergaderagenda van de hoofdredacteur nog wat verder vol. Deze overname was ook de aftrap van een veel intensievere samenwerking in GPD-verband, de gezamenlijke persdienst waarin vanaf dat moment bijna alle regionale kranten van Nederland deelnamen. Met – ook daar weer – een ‘College van Hoofdredacteuren’. De zeven Wegenerkranten zelf kenden, naast hun eigen college, dan nog het ‘Hoofdredactioneel Beraad’. Dat was een periodiek overleg met een vertegenwoordiger van de Raad van Bestuur die de titel droeg van ‘directeur redactionele ontwikkeling en beheer’.

Dat waren dus al drie gremia die de aandacht wegtrokken bij de krant. En los daarvan schoven individuele hoofdredacteuren aan in allerlei multidisciplinaire werkgroepen, over nieuwe technologie, nieuwe uitgeefproducten. Periodiek waren er meerdaagse conferenties om over strategische zaken te beraadslagen. Er waren redacties waar een adjunct-hoofdredacteur daarom inmiddels de dagelijkse inhoudelijke leiding had overgenomen en waar de ‘echte’ hoofdredacteur slechts nu en dan stilletjes aanschoof. Of, zoals een hoofdredacteur uit die tijd het nu uitdrukt: ‘De bemoeienis met de krant werd naar de randen van de dag geduwd.’

Van volslagen vergadertijgers….
De vergaderkoorts kon toch nog aanzienlijk stijgen toen Joop Munsterman in 2008 aantrad als directievoorzitter van Wegener. Namens zijn Britse chef David Montgomery wilde Munsterman meer greep op de redacties, vooral om druk te zetten op de overschakeling naar digitaal uitgeven, onder het motto digital first. Geregeld toerden hoofdredacteuren in alle vroegte uit Middelburg, Den Bosch en Nijmegen naar Enschede om ’s ochtends om negen uur met Munsterman de vorderingen op digitaal gebied door te kunnen nemen. Eigenlijk was Apeldoorn de hoofdzetel van Wegener, maar voor de baas, woonachtig in Hengelo, was Enschede net iets handiger. Zo niet voor de meeste andere deelnemers, die nog eens een uurtje verder moesten rijden. Uren die ze graag op hun redactie hadden doorgebracht.

Toen Munsterman in 2010 werd opgevolgd door de Noor Truls Velgaard verschoof het centrum van het Wegenerrijk weliswaar weer Apeldoorn, maar Velgaard claimde niet minder tijd van de hoofdredacteuren. Uiteindelijk gingen zij zelfs deel uitmaken van een uitgebreide bestuursraad die op z’n Noors ‘extended publishing board’ werd genoemd. Bij Wegener (en Mecom) ging het in die tijd vooral om macht, tot het punt dat het voortbestaan van de onderneming op het spel kwam te staan.

Het ging al lang slecht met de kranten, niet alleen binnen Wegener. Maar bij Wegener leek men de controle kwijt te zijn. Dat dreef de hoofdredacteuren naar de vergadertafel om mee te praten over overlevingsstrategieën. Zij voelden zich nog steeds de hoeders van het erfgoed dat hun titel vertegenwoordigt. Dat was hen te kostbaar om over te laten aan gekortwiekte uitgevers en geldgedreven bestuurders. Zij wilden, al was het maar om hun kranten door alle turbulentie te kunnen loodsen, een deel van de macht.

Hoofdredacteuren waren zo volslagen vergadertijgers geworden, en alleen indirect ging het nog wel eens over de inhoud van hun krant. Voor dat laatste zorgden gelukkig teams van professionele redacteuren die zichzelf prima konden redden. Had Louis Frequin in zijn tijd de krant nog in zijn vingers, nu las de hoofdredacteur soms pas in de ochtend wat zijn redactie had bedacht.

…terug naar de redactievloer
In 2015 werd Wegener uit zijn lijden verlost door de Vlaamse Persgroep. De rol van de hoofdredacteur werd op dat moment rigoureus gewijzigd: van de boardroom keerde hij (of zij) terug naar de redactievloer. Persgroepvoorman Van Thillo vond dat de eerste man (of vrouw) van de redactie zich op de journalistieke inhoud moest richten. Voor de strategie had hij andere mensen, zoals een journalistiek directeur. Er werden ‘coaches’ het veld in gestuurd om de journalistieke Persgroepmores in te prenten. De redacties werden nauwgezet begeleid in hun keuzes. Kort door de bocht geformuleerd betekende dat: nadruk op aansprekende, populaire onderwerpen, meer ‘vox pop’, meer crime en lichtheid. Een journalistieke lijn die wel aansluit bij de boodschap van Mecom-topman David Montgomery een aantal jaren eerder: engaging and entertaining stond centraal in zijn formule. Zijn verleden bij de Britse tabloids was daar niet vreemd aan.

Na al zijn omzwervingen naar vergaderoorden, conferentiezalen en congreshotels is de hoofdredacteur van de gemiddelde regionale krant nu weer terug waar hij hoort, namelijk aan het hoofd van zijn redactie. Het moet in het algemeen een zegen zijn voor die redactie én voor de hoofdredacteur zelf dat de eerst verantwoordelijke weer direct aangehaakt is.

Onderweg is die hoofdredacteur samen met veel ballast echter ook belangrijke bagage kwijtgeraakt. Weg uit het centrum van de macht staat hij buiten besluitvorming die bepalend is voor de toekomst van zijn krant (waartoe we natuurlijk ook alle digitale uitingen rekenen). De statutaire verantwoordelijkheid voor de redactionele inhoud is formeel nog intact, maar in de praktijk is die wat betreft het niet-regionale deel van de krant nogal beperkt. Tegenover de operationele winst die de terugkeer van de hoofdredacteur naar de redactie betekent, staat dus een principieel verlies.

En Frequin?
Het is verleidelijk iemand als Louis Frequin veertig jaar na zijn afscheid bij De Gelderlander in de omstandigheden van vandaag te verplaatsen. Hij was onder veel meer ten slotte ook een pragmaticus. Zou hij zich zelfs gevoegd kunnen hebben in de realiteit van 2018? Die optie durf ik, na de afgelopen drie jaar bij het schrijven van zijn biografie intensief met hem ‘in gesprek’ te zijn geweest, hier wel te verwerpen. Frequin identificeerde zich honderd procent met de titel van zijn krant en met de volledige inhoud daarvan. De reputatie van De Gelderlander was zijn reputatie en andersom.

En de regio strekte zich voor hem nog uit tot andere kusten. Toegegeven: de uitgever leverde hem nog de middelen om zich die ambitie te kunnen veroorloven.

Dit is een bekorte en bewerkte versie van een artikel dat Louis van de Geijn publiceerde op www.krantenpaus.nl, een website n.a.v. de verschijning van het boek ‘Krantenpaus, De oorlogen van Louis Frequin (1914-1998)’. Hij schreef ook in De Schepping over de totstandkoming van het boek.

cop 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.