— zaterdag 29 oktober 2022 09:30 | 0 reacties , praat mee

Ton van der Ham: ‘Ik denk dat we voorlichters te veel macht toekennen’

Ton van der Ham: ‘Ik denk dat we voorlichters te veel macht toekennen’
© Maaike Putman

Onderzoeksjournalist Ton van der Ham (Zembla) ziet dat de nieuwsconsument de dupe is van de vaak slechte relatie tussen journalist en voorlichter. Hij onderzocht aan het Reuters Institute hoe die relatie verbeterd kan worden en interviewde daarvoor acht communicatie-professionals van ministeries, bedrijven en PR-bureaus. Laatste wijziging: 31 oktober 2022, 12:32

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Frans Oremus. Ook lid worden?

‘Blijf van me af man, blijf van me af!’, roept Ton van der Ham als hij door twee beveiligers van het Universitair Medisch Centrum door de hal van het ziekenhuis richting uitgang wordt gesleept. Zijn cameraman blijft draaien tot hij wordt gesommeerd om de camera uit te zetten.

Samen hebben ze twee uur zitten wachten om iemand te interviewen die er een lezing gaf, zoals eerder was afgesproken met woordvoerder Eric Trinthamer van het ziekenhuis. Maar deze blijkt van gedachte veranderd en heeft ineens de beveiliging ingeschakeld om de twee het pand uit te zetten. ‘Ik vertrouw jou niet’, bijt hij de journalist toe. Uiteindelijk wordt Van der Ham door de politie gearresteerd voor huisvredebreuk en enkele uren in een cel gezet.

Het voorval dateert uit het voorjaar van 2018. De Zembla-journalist heeft dan al een lange en moeizame geschiedenis met de woordvoerders van het UMC achter de rug. Hij onthulde kort daarvoor dat er een angstcultuur heerst in het ziekenhuis en er dodelijke calamiteiten zijn verzwegen.

Het is niet de eerste – wel de heftigste - keer dat Van der Ham problemen heeft met woordvoerders. Dat heeft te maken, zo legt hij uit, met het soort zaken dat hij belicht. ‘Vaak gaat er weken onderzoek vooraf aan het moment dat wij een woordvoerder benaderen. Die weet ook dat als wij aankloppen er waarschijnlijk echt iets aan de hand is; we zijn niet van Ontdek je plekje (een nostalgisch tv-programma uit de vorige eeuw over mooi Nederland, red.). Die woordvoerder voelt zich overvallen, dus het is logisch dat diegene zich schrap zet. Maar het zet de relatie wel meteen op scherp.’

Uit de overtuiging dat de relatie tussen journalist en woordvoerder constructiever moet - omwille van een betere nieuwsvoorziening - meldde hij zich vorig jaar aan als journalist fellow bij het Reuters Institute (University of Oxford) om te onderzoeken hoe dat varkentje kan worden gewassen. Hij sprak er met vier internationaal vermaarde wetenschappers op het gebied van communicatie en journalistiek. Directeur van het Reuters Institute - prof. Rasmus Kleis Nielsen - adviseerde hem zijn onderzoek vooral op Nederland te richten, omdat hij daar meer verschil kan maken. Van der Ham besloot hierop acht vooraanstaande communicatieprofessionals te interviewen, ook diegenen waarmee hij eerder aanvaringen had, zoals de bovengenoemde UMC-woordvoerder Trinthamer.

Waarom vind je dit zo belangrijk?
‘Ik irriteer me echt wanneer er een patstelling ontstaat als gevolg van wantrouwen tussen mij en de voorlichter. En ik vind het heel vervelend als mijn intentie in twijfel wordt getrokken. Tegelijk wil ik dat de relatie goed is, omdat ik ervan overtuigd ben dat onze verhalen beter worden als er geen conflict ontstaat.

Ik zou graag willen dat voorlichters zich zakelijk en professioneler opstellen. Ik hoor soms zulke rare argumenten om maar geen inhoudelijke reactie te hoeven geven. Laatst begon een woordvoerder van de provincie Limburg over mijn “agressieve toon”, zonder op mijn vragen over stankoverlast in te gaan. Als ik daarna terugbel wordt er niet meer opgenomen. Dan denk ik: rot op met die toon. Hoe durf je deze gelegenheidsargumenten in te zetten om mij buiten de deur te houden? De kijker heeft recht op wederhoor. Die krijgt hierdoor niet het hele verhaal, omdat ik geen ingang meer krijg tot een belangrijke informatiebron. Er ontstaat zo een onevenwichtigheid in de research, waar ik niks aan kan doen. En dat is problematisch.

Het is schokkend hoe woordvoerders van grote bedrijven soms populistische en trumpiaanse kulargumenten gebruiken als: “we hebben niks met jullie” of “de MSM zijn toch vooringenomen” of “het gaat jullie om de kijkcijfers”, wanneer je ze om commentaar vraagt over nieuws dat hen betreft. Oók woordvoerders van organisaties met een nutsfunctie, zoals afval- of energiebedrijven of overheden maken zich soms schuldig aan dit soort retoriek. Dan denk ik: doe niet zo kinderachtig. Je werkt voor de provincie of een elektriciteitsbedrijf, je hebt een prima betaalde baan met als taak duidelijkheid te verschaffen. Doe dat dan ook.’

Wat heeft het onderzoek je opgeleverd?
‘Het inzicht dat voor betere samenwerking vertrouwen heel belangrijk is, en daar hebben journalisten ook een stevige rol in. Het is vaak veel beter als je een voorlichter ruim op tijd benadert wanneer je een heikele kwestie hebt onderzocht waarin zijn organisatie een rol speelt. Als je daarbij uitlegt dat je geen fouten wil maken en ook zijn kant van het verhaal wil meenemen - met oog voor nuance en context – is er al veel gewonnen. Hij moet op zijn beurt beloven dat hij niet de vlucht vooruit kiest en bijvoorbeeld een persbericht de wereld instuurt voordat ik het nieuws naar buiten breng.

Maar door het wantrouwen over en weer loopt het vaak anders. Onze relatie wordt gekleurd door onnodig veel stress en wantrouwen. In het interview dat ik met Trinthamer had voor mijn onderzoek vroeg die zich hardop af: “Hoe onbevangen is de journalist? Tijdens zijn onderzoek kan er best al informatie zijn ingeslopen die niet helemaal correct is. De journalist heeft een verhaal opgepikt, en komt vervolgens nog met een paar vragen naar ons. Wij hebben dan een enorme informatieachterstand.” Daar heeft hij een punt en moeten we als journalisten over nadenken.’

Vanwege mijn ervaringen met voorlichters – en de grote belangen die er in bedrijven en organisaties spelen - blijf ik op mijn hoede

Kwamen de communicatieprofessionals met nog meer interessante inzichten?
‘Ik vond het rijke gesprekken. Ik verwachtte dat het vooral zou gaan over wat zij vervelend vinden aan mij, of in zijn algemeenheid aan journalisten. Maar ik merkte dat er ook onder woordvoerders ongemak bestaat over het feit dat voorlichting tegenwoordig vooral reputatiemanagement is. Toenmalig directeur voorlichting Maryse Ducheine van het ministerie van Sociale Zaken keek kritisch naar haar eigen subcultuur en naar de vlucht die reputatiemanagement heeft genomen. Ze zei: “De betrouwbaarheid van de overheid en de betrouwbaarheid van de informatie van die overheid staat onder meer onder druk door de dominantie van partijpolitieke pro­filering.” Zij vindt dat er teveel PR is en dat het nodig is dat er een actieve en diepgaande discussie over de ethiek van overheidscommunicatie wordt gevoerd.

Die behoefte aan meer ethiek proefde ik ook bij haar collega’s. Ze zijn zich aan het beraden hoe ze zakelijker kunnen werken - en niet alleen maar hun minister “lopen te schminken” - en dus echt dienstbaar kunnen zijn aan de samenleving.

Directeur voorlichting Friso Fennema van het ministerie van Infrastructuur vertelde dat de Haagse voorlichtingsdirecteuren – die samen overleggen in de Voorlichtingsraad - vier thema’s voor overheidscommunicatie kozen toen dit kabinet aantrad: “openheid, duidelijkheid, eenheid en nabijheid”. Als je dat hoort besef je meteen in wat voor moeilijke situatie die voorlichters zitten. Want hoezo moet je de ministersploeg deze thema’s op het hart drukken? Het geeft aan dat de voorlichters kennelijk met handen en voeten gebonden zijn. Want als jij je niet vrij voelt om aan een journalist te vertellen hoe het zit – maar in de eerste plaats aan reputatie moet denken - is dat een verrekt lastig positie. Dat moeten we als journalist ook beseffen. Ik denk dat we voorlichters soms te veel macht toekennen.’

Benader je voorlichters anders na je onderzoek?
‘Ik heb er in ieder geval van geleerd dat het goed is je in de ander te verplaatsen. In verschillende interviews met communicatieprofessionals kwam de wens naar boven dat ze graag eerder worden betrokken als een journalist bezig is met een verhaal. Ze wantrouwen je eigenlijk. Maar dat is wederzijds. Toen ik al bezig was met filmen naar aanleiding van onderzoek naar weer nieuwe misstanden in het UMC - en het ziekenhuis om een reactie vroeg - belde de voorlichter kort daarna dat ze juist een persbericht naar buiten hadden gebracht dat er problemen waren geweest op de spoedeisende hulp, maar dat die inmiddels waren aangepakt. De angel was hiermee uit mijn verhaal. Een cynische manier van reputatie­denken.

Het is belangrijk dat beide partijen in vertrouwen kunnen werken. En dat kan ook, als iedereen zich maar netjes aan zijn afspraken houdt en journalisten en voorlichters met meer begrip naar elkaars metier kijken. Wat ook weer niet wil zeggen dat ik naïef ben geworden. Vanwege mijn ervaringen met voorlichters – en de grote belangen die er in bedrijven en organisaties spelen - blijf ik op mijn hoede.’

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee