— donderdag 21 december 2023 08:00 | 0 reacties , praat mee

Theo Hakkert, de ‘CaMu van Tubantia’ stopt: ‘In twintig jaar bouw je ervaring op, het moet geen routine worden’

Theo Hakkert, de ‘CaMu van Tubantia’ stopt: ‘In twintig jaar bouw je ervaring op, het moet geen routine worden’
Theo Hakkert, columnist bij Tubantia: 'Het hoekje in de krant - 1.370 tekens zeg ik uit mijn hoofd - is mijn venster op de wereld.' - © Emiel Muijderman

Vijf- á zesduizend columns schreef Theo Hakkert (66) voor Tubantia. Binnenkort stopt de zelfbenoemde ‘CaMu’. ‘Buiten Twente kennen weinig mensen mij. Dat vind ik niet erg, sterker nog: dat is juist belangrijk.’ Laatste wijziging: 21 december 2023, 15:31

Aan de verslaggever wil Hakkert, halverwege van het gesprek, een primeur weggeven. In maart 2024 stopt hij met z’n columns, in de zomer gaat Hakkert met pensioen. Zo komt een einde aan twintig jaar columns schrijven.

Nee, z’n lezers weten dat nog niet. ‘Ik stop er niet zo, bam, in één keer mee. We gaan het ze nog vertellen.’ En er komt een boek met gebundeld werk. ‘Vijf- á zesduizend stuks schreef ik in totaal. Een zestal collega’s zoeken de mooiste columns uit.’ Zijn beste tweehonderd columns halen het boek. ‘Da’s pas hard werken.’

Er gelden twee vuistregels voor zijn cursiefje. ‘Op maandag niet over sport - er wordt in het weekend genoeg gevoetbald - en niet teveel politiek. Dat laatste lukt niet altijd.’ Ieder verhaal moet een link - breed of dun - hebben met Twente.

‘Vanuit Enschede bezien is alles ver weg.’ Bij de ontmoeting met de verslaggever is zijn eerste vraag of het ‘zo’n end reizen’ was. ‘Je moet dicht bij de lezer blijven. Aan de keukentafel. In het hart.’

Je vergelijkt jezelf met CaMu, de columns van Remco Campert en Jan Mulder in de Volkskrant. Zij stonden bekend om hun schrijfstijl. Wat is jouw metier?
De spraakzame Twent valt stil. Peinzend tuurt hij door het lege bedrijfsrestaurant. ‘Ik denk dat ik wel een herkenbare schrijfstijl heb. Achteraf vroeg ik mezelf wel af: “Had ik niet meer stilistische vrijheid moeten nemen?”. Ik noem maar iets doms… een gedicht of zo?’ Grijnzend: ‘Terwijl ik een slechte dichter ben. Basale dingen: korte zinnen, lange zinnen, de afwisseling. Dat heb ik te weinig gedaan. Maar ik lig er niet wakker van.’

Özcan Akyol is je AD-collega en woont in Deventer, niet zo’n eind weg. In Tubantia sta je op zijn plek, op pagina twee. Hoe ben jij ‘anders’ dan hij?
‘Ik wil de lezer niet ’s ochtends opzadelen met zware kost. “Leuk” is een fout woord tegenwoordig, toch? Ik wil ze iets luchtigs meegeven. Als de wereld in brand staat om de verkiezingswinst van Wilders, dan ben ik graag een dwarsdenker; de lezer wijzen op iets leuks dat ik buiten zag.’

Terwijl je een column waarin je je opwindt over de verkiezingsuitslag er misschien makkelijker, zo in één keer uitperst…
‘Soms is-‘ie in twintig minuten klaar, de andere keer is dat anderhalf uur. Je kunt niet iédere dag boos zijn. Je moet ’t zoeken in de variatie: de ene dag poeslief, de andere dag boos en de volgende dag verbazing.’

Dorp, buurtschap, gehucht
Lang werkte Hakkert op de kunstredactie van Tubantia, totdat die sluipenderwijs opgeheven werd. ‘Boeken zie je zelden nog in de krant.’ Bij een reorganisatie wist men niet zo goed wat ze met de columnist aan moesten. Een aantal jaar schreef hij langere, politieke interviews voor de zaterdagkrant.


Foto: Emiel Muijderman.

Omdat de krant niet meer in Twente, maar elders in het land gedrukt wordt, raakte de redactie op vrijdagen in de knel. Met veel regionale edities moet de krant vroeg naar de drukker. Dus werd er gesneden in het aantal edities. ‘Daarmee ontstond het probleem dat kleine dorpen ondersneeuwen tussen de steden [Almelo, Hengelo, Enschede]. Daar hebben we juist veel abonnees.’

Al lange tijd is hij al fan van de ‘verslaggeverscolumn’ in de Volkskrant. Na enige weifeling werd die vorm overgenomen om ‘de periferie’ aan het woord te laten. ‘Samen met Herman Haverkate ga ik iedere week naar een dorp, buurtschap, gehucht. Zonder voor opgezet plan. De eerste vraag, in dialect, is: “Bent u trots om hier te wonen?”. Dan komen de verhalen algauw. We hebben het idee dat we op ontdekkingsreis door Twente zijn.’

Onlangs noteerde Hakkert in deze rubriek: “Waar Stepelo begint en eindigt is niet helemaal duidelijk, maar vanuit de richting Hengelo kan niemand de aanprijzing zijn ontgaan van café De Nachtegaal.”

Je zou aannemen dat een regiojournalist z’n regio inclusief alle gehuchten kent, toch?
‘We zitten met twintig man op de nieuwsdienst en dachten, een beetje arrogant, dat we goed weten wat er speelt. Da’s niet waar. Veel verhalen vind je op microniveau, die zie je van buitenaf niet.’

In mijn oren klinkt het als flierefluiten. Best of both worlds. Een column schrijven, zonder vooropgezet plan de paden op, de lanen in…
‘Ik houd van mijn vak… Formeel val ik onder de nieuwsdienst, omdat ik als halve columnist érgens onder moet vallen. Ik ben de enige collega die niet elke dag óp het nieuws zit. Ik vind het geen flierefluiten, ik kan wel de dingen doen die ik leuk vind.’

Er zijn niet veel columnisten die het twintig jaar volhouden. Het is best een prestatie. Toch is je invloed beperkt tot Twente. Als je voor een landelijke krant had geschreven had je jubelende talkshowtafels gehad…
‘Ik doe het voor de lezers van Tubantia. Dat vind ik al meer dan genoeg.’

Heb je die ambitie nooit gehad? Is Tubantia Hotel California?
‘Wel over nagedacht, nooit werk van gemaakt.’ Grijnzend: ‘Ga hierboven maar kijken, allemaal mensen die hier al járen werken. Iedereen blijft. Als zij vertrekken heb je een brain drain. Je kunt ’t lijstje afvinken: te weinig diversiteit, oude witte mannen.’

Een jonge, diverse redactie zorgt ook voor andere verhalen en geluiden, toch?
‘Natuurlijk. En daar werkt de redactie ook aan. Als kunstredacteur interviewde ik in de jaren ’90 veel popmuzikanten. Ik weet weinig van klassieke muziek. Dan moet je júist soms eens zo’n classicus interviewen, om je te blijven verbazen en verwonderen.’

Columnisten CaMu bleven ver na pensioengerechtigde leeftijd schrijven. Jij niet?
’In twintig jaar bouw je ervaring op, maar het moet geen routine worden. In maart 2024 is ’t afgelopen. Na die tijd is ’t een mooi moment om te stoppen. Ik wil gedoseerd afbouwen. Je hoort zoveel dat mensen in een zwart, gapend gat vallen als ze in één keer met alles stoppen..’

Is het lopendebandwerk geworden? Ik hoorde dat een bekende columnist z’n stuk soms in één ruk schrijft. Tien minuten even boos maken en door.
‘In Twente word ik regelmatig gevraagd om te spreken over mijn werk. De meest gestelde vraag van lezers: “Heb je columns of ideeën op de plank liggen als reserve?” Het antwoord luidt: nee. Als ik vanmiddag tegen een boom rijd, is er morgen geen column. [Op de ochtend van het interview schreef Hakkert zijn column alvorens het vraaggesprek.] Het hoekje in de krant - 1.370 tekens zeg ik uit mijn hoofd - is mijn venster op de wereld. Door dat frame kijk ik naar de wereld en de wereld kijkt terug.’

Dat hoekje moet elke keer weer vol. Zijn alle thema’s inmiddels behandeld?
Gepassioneerd vertelt Hakkert over een voorval, enkele weken geleden. ‘Na de verkiezingsuitslag dacht ik: “Wat is het land overkomen?”. Net zoals tijdens de coronalockdowns moest ik er even uut. Ik maakte autotochtjes zonder eindbestemming. Kans op coronabesmetting: nul. In een dorpje over de Duitse grens stopte ik bij een Bäckerei. Een zwerver liep de zaak in, bestelde een kop koffie en betaalde met een zwik aan muntgeld.’

In de column: “Schoenen zoals Van Gogh ze heeft geschilderd en ook ongeveer zo oud. Een verlopen zwarte broek die op één heup bungelt. Jas van onbestemd groen. Vieze haren”.

‘Een andere collega, van buitenlandse komaf - “met een doekje op d’r hoofd” - slaat het tafereel gaande, en vraagt: “Heeft u al gegeten?”. Ze wacht het antwoord niet af en vult een zak met broodjes. “Heeft hij al betaald?”, vraagt ze aan haar collega. Die knikt en zij rekent de lunch én de koffie voor de man af. “De koffie is van het huis”, zei ze.’

“Ik ben een tijd stil blijven zitten”, luidt de slotzin van die column. Je zit daar met een “halleluja, de column schrijft zichzelf vanzelf”-gevoel?
‘“Wáárom zit ik nou juist hier?”, dacht ik. Tien minuten vroeger of later en ik had ’t tafereel gemist. Het leven is een aaneenrijging van toevalligheden. Een paar jaar geleden zat ik met een collega en Ronald Ockhuysen [voormalig hoofdredacteur van Het Parool] op de Nieuwmarkt in Amsterdam. Aan de overkant van de straat lag een half dode duif op de stoep. Er kwam een andere duif aanvliegen, die seks had met de half dooie duif. Vervolgens vliegt-‘ie weg. Niet veel later is de duif dood en ontfermt iemand zich over het beest. Ik schreef er een column over. De volgende dag bleek dat die collega níks gezien had.’


Foto: Emiel Muijderman.

Kijken en observeren is de kern van je werk?
‘Sowieso als journalist, als columnist word je er scherper in. Je moet op zoek naar zulke situaties. Goed kijken is de essentie van ons werk.’

Ga je de column missen?
Paar seconden stilte: ’Ik denk het niet. Maar ik ben iemand die zich graag uit. In al die kerkdorpen, gehuchten: je raakt in gesprek met die mensen. Je hoort zulke mooie verhalen van zulke mooie streekgenoten. Maar misschien heb je gelijk.’

En dan, straks? Achter de geraniums?
Resoluut: ‘Géén ge-ra-ni-ums! Ik ben nog steeds verbonden aan de boekenwereld… Heb interviews gedaan op Crossing Border, in boekhandels. Ik ga me geen moment vervelen.’

Lezers worden binnenkort geïnformeerd over het einde van de column. Komt Twente in opstand?
‘Nee, joh. Mensen zullen mij missen. Na de zomer zijn ze mij vergeten.’

Je bent zo goed als je laatste column, dus?
‘Zo ongeveer. Het zal ietsje langer doorsudderen. De hoofdredactie weet nog niet zo goed of ze mij direct moeten vervangen, of een tijdje niks moeten doen. Na trainer Alex Ferguson is iedereen afgegaan als een gieter bij Manchester United…’

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee