onderzoek covid en journalistiek

— donderdag 28 januari 2010, 11:25 | 2 reacties, praat mee

‘The happy Hamra’

Maandag werden bij drie zelfmoordaanslagen op hotels in Bagdad zeker 36 Irakezen gedood en er vielen ruim 70 gewonden. Een van de getroffen hotels is het Al Hamra hotel, sinds het begin van de oorlog een basis voor buitenlandse journalisten.  Minka Nijhuis, freelance oorlogsverslaggeefster verbleef er geregeld. ‘Hamra werd een thuis. Vanwege de receptionist, de ober, en alle Iraakse collega’s die ondanks alle risico’s met ons bleven werken.’

Terwijl op de televisie beelden van een rokende puinhoop en bebloede gezichten draaiden, belde ik naar het Hamra hotel. Tegen beter weten in dacht ik eigenlijk. Maar opeens was daar de stem van Salam, de receptionist. ‘We are ok,’ klonk het na een korte stilte even beleefd alsof ik belde om een kamer te boeken. Toen ik doorvroeg over gewonden en de ravage die het hotel moest zijn, kwam er slechts een verhaal over deuren die kapot geknald waren. Ik drong niet verder aan - Salam was duidelijk in shock.

Tussen de dodelijke chaos buiten liep Luay, als veiligheidsadviseur en chauffeur de steun en toeverlaat van talloze journalisten. ‘Wat kunnen we doen? Waar moeten we heen?’ riep hij wanhopig door zijn mobiele telefoon. Een collega was dood, net als wellicht vijftien buurtbewoners. Na een paar nutteloze woorden hing ik op en toen ik verder zocht op internet zag ik op een foto de ober uit het restaurant die met een medewerker uit de lobby met een lijk sjouwde.

The happy Hamra doopten de media het sfeerloze hotel van tien verdiepingen met enige spot. Ik was boos toen ik er in 2005 belandde. Dat ik het huis en het kleine hotel waar ik verbleef moest verruilen voor een minibastion voelde als een journalistieke nederlaag. Maar Hamra werd een thuis. Vanwege de receptionist, de ober, en alle Iraakse collega’s die ondanks alle risico’s met ons bleven werken.

Een paar maanden geleden vroeg ik de eigenaar van een winkeltje waar ik regelmatig potten Nescafé insloeg of de buurt het niet moeilijk vond, zo’n doelwit met buitenlanders in hun wijk. Hij lachte en wees naar een paar kleine meisjes die in de schemering tussen de betonnen muren voorbij kwetterden. ‘Dat kan in andere wijken niet.’

De restanten van het winkeltje zag ik ook op een foto. Het was een wonder dat de eigenaar het overleefd had.

Schuldbewust realiseerde ik me hoeveel meer aandacht deze bomaanslag kreeg dan alle andere waarbij Irakezen omkomen omdat het geweld journalisten deze keer persoonlijk raakte. En ik bedacht me dat de daders dat waarschijnlijk ook maar al te goed beseft hadden.
 

 

Bekijk meer van

Irak

Praat mee

2 reacties

geert van Kesteren Photojournalism V.O.F., 28 januari 2010, 21:19

Uit mijn dagboek:

Baghdad 20 Augustus 2003.

Nadat een zelfmoordenaar een cementwagen bij het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in Baghdad opblaast en daarbij 24 VN-medewerkers vermoordt wordt het ons duidelijk dat ook journalisten in Irak doelwit kunnen zijn van een aanslag.

Het Al Hamra hotel waar ik met vele andere internationale journalisten al enkele maanden verblijf is tot dan toe niet bewaakt, auto’s worden voor de deur geparkeerd. Enkele dagen na de bomaanslag dwingen journalisten en enkele veiligheidsadviseurs de hoteldirektie tot een veiligheidsvergadering. De journalisten dreigen het Al Hamra en masse te verlaten als niet alle wegen rondom het hotel met barricades worden afzet. De hoteldirectie geeft geen krimp.  ‘Nee onzin, veel te duur, we willen geen beton om ons hotel, wat een onzin, ons hotel is het veiligste van de stad’ -er gaan geruchten dat de eigenaar van een machtige clan is, een clan waar je niet graag ruzie mee krijgt en precies dat zou de veiligheid van hotelgasten garanderen. Juist als een Amerikaanse collega een tirade afsteekt, ‘it’s our lives you are gambling with!’ horen we onder ons raam een luid kabaal.

Voor de ingang van het hotel staan 200 mannen met zwarte baarden. Op twee minibusjes liggen enkele lijkkisten. De mannen schreeuwen fanatiek, dragen vlaggen en afbeeldingen van een geestelijk leider en proberen zich het hotel in te duwen. Schreeuwende Arabieren met lange baarden: dat moeten volgens mijn Amerikaanse collega’s terroristen zijn. Uit het niets -ik heb ze werkelijk nog nooit eerder in het hotel gezien- zijn drie Amerikaanse soldaten opgedoken. Met getrokken pistool staan ze voor de woedende menigte. Camera teams en fotografen dringen zich al gauw tussen de soldaten en de demonstranten.

Het blijkt dat een menigte Koerden met vijf bussen vanuit Mosul naar Bagdad is afgereisd. Ze willen de wereldpers vertellen hoe die dag vijf burgers door Amerikaanse soldaten zijn vermoord. ‘Waar was je nou?’, bijt een woedende man me toe terwijl ik fotografeer. ‘Jij bent een slechte fotograaf, je had foto’s moeten maken toen de Amerikanen mijn broer doodschoten’. De man wordt gekalmeerd en verdwijnt huilend in de menigte. Na een half uur zijn de mannen tot rust gekomen. De stoet verdwijnt rouwend de nacht in, op weg naar het Palestina hotel om ook daar hun verhaal aan journalisten te vertellen.

De hoteleigenaar van het Al Hamra keert als een blad aan een boom. Hij is plots overtuigd van zijn ongelijk (Waren het de schreeuwende Koerden, of de met pistolen zwaaiende soldaten?) en de volgende dag is het hotel onbereikbaar, de straten zijn afgezet met betonnen blokken en er zijn enkele bewakers -bewapend met een kalashnikov- voor de deur gepost. Enkele weken later bestelt een Amerikaanse televisie zender voor 8000 dollar betonnen wanden die om het hotel worden geplaatst.  Het Al Hamra zal wel nooit meer dezelfde zijn.

Minka Nijhuis, 29 januari 2010, 11:03

In de eerste maanden na het begin van de oorlog in 2003 opteerden veel journalisten voor een verblijf in kleinere onopvallende hotels of huizen. Want zolang mensen bereid zijn zichzelf op te blazen om anderen te vermoorden is de veiligheid voor een belangrijk deel maar schijn - hoeveel betonnen muren en bewakers er ook worden geplaatst. Zolang de politieke problemen in Irak niet waren opgelost zou het Hamra vroeg of laat weer aan de beurt zijn als doelwit, net als in 2005. We wilden alleen graag geloven dat het niet zo was. Net als de wijkbewoners, want wat moesten ze anders? Wij konden weg, zij niet.

banner tegelwinnaars

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.