website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Studenten en docenten School voor Journalistiek over het kraakverse curriculum

Frans Oremus — Geplaatst in opleiding op dinsdag 5 december 2017, 13:00

Nieuwe tijden De Utrechtse School voor Journalistiek introduceerde vorig jaar voor het eerst in haar bestaan van ruim een halve eeuw, een volledig vernieuwd curriculum. Dat leverde kritiek op bij een aantal studenten en docenten. Villamedia werd uitgenodigd om mee te kijken hoe dat curriculum in de praktijk nu werkt en sprak met een aantal betrokkenen.

Woensdagochtend, 8.30 uur. Het gebouw aan de Utrechtse Bolognalaan 101 – aan de buitenkant een grijze kolos, binnen een labyrint - stroomt vol met HBO’ers van verschillend pluimage, de School voor Journalistiek (SvJ zit er tijdelijk). De beamer in lokaal 2.138, waar een groep eerstejaars studenten zit, toont een foto van een vrouw die is geboren met het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS), dat ontstaat bij gebruik van alcohol tijdens zwangerschap. Docent publieksinteractie Joost Bos maakte er in 2013, samen met fotograaf Allard de Witte, een multimediaal project van dat ‘de journalistiek voorbij’ ging. Aanvankelijk wilde het duo zich beperken tot een boek en een website met een aantal portretten van deze kinderen. Maar al gauw kwamen daar een Facebook-filmpje (‘dáár gebeurt het’) en een foto- en filmexpositie in de Amsterdamse Melkweg bij.

‘Super klassiek, zo’n expositie, maar het levert veel interactie op’, doceert de aanstekelijk vertellende Bos. ‘We hebben een actie opgezet waarbij het publiek post kon sturen naar FAS-kinderen. Dat vonden die kinderen hartstikke leuk. Je komt dan als journalist niet alleen je verhaal halen, maar je geeft ook iets.’ De studenten zijn duidelijk gegrepen. De ogen staan boven hun open geklapte laptops geconcentreerd gericht op de docent.

Hoe succesvol het ‘FAS-project’ werd, blijkt als de beamer Bos en zijn boek toont in de talkshows van Eva Jinek en Humberto Tan. Bos wil maar zeggen dat journalistiek meer is dan je verhaal over de schutting gooien. ‘Ik noem dit impact storytelling; je houdt zelf de regie en mobiliseert mensen waardoor er wat gebeurt met je verhaal’.

Deze groep studenten krijgt onderwijs volgens een nieuw curriculum, dat vorig jaar werd ingevoerd en veel meer dan voorheen inzet op de beroepspraktijk. Dat leverde kritiek op, bij een aantal studenten en docenten. Er waren Facebook-pagina’s waarin de eerstejaars uitputtend hun beklag deden – de in september verschenen Keuzegids HBO waardeerde de opleiding met slechts een 2,8 – en enkele docenten vertrokken uit onvrede met de nieuwe richting die werd ingeslagen. Sommigen deden hun verhaal in de media, waarin het verdwijnen van inhoudelijke verdieping in de opleiding als belangrijkste kritiekpunt gold.

De vraag van Villamedia om met betrokkenen te spreken en zo een kijkje in het curriculum te krijgen, wordt genereus gehonoreerd met een goedgevuld dagprogramma. Twee leden van het managementteam leiden rond door de dwaalgangen van het immense gebouw.

De kritiek op het curriculum blijk er flink te hebben ingehakt; niemand is blij dat er docenten zijn vertrokken. Maar of ze terecht was of niet, een ingrijpende verandering in het leerplan - waarvoor 51 jaar geleden de basis was gelegd - was onontkoombaar. 

De veranderingen in het medialandschap zijn zo groot dat er sprake is van ‘disruptie’, waarbij als gevolg van innovatie niet alleen werkwijze en techniek veranderen, maar ook de marktsector en de samenleving zelf. Dat constateerde directeur Hans de Clercq kort na zijn aantreden in 2014 in de visionaire, interne notitie ‘Constant change is the new normal’. Geen gemakkelijke opgave dus; opleiden voor een sector die zelf nauwelijks weet waar ze naartoe gaat en zichzelf via ‘trial and error’ opnieuw uitvindt.

De opleiding besluit daarom in het nieuwe curriculum zo dicht mogelijk bij de praktijk te blijven. Met docenten die zelf ook doeners zijn, en studenten afleveren die in de pas lopen met de praktijk, en liever nog een voorsprong nemen.

Het was aan de ‘ontwikkelgroep’ het nieuwe curriculum vorm te geven en een compleet nieuwe methode te vinden die startklare studenten aflevert. Gekozen werd om nieuwe instromers meteen op een ‘redactie’ te zetten - een van de hyperlokale, en werkelijk raadpleegbare, nieuwswebsites in de omgeving van Utrecht. Met een vaste docent als ‘hoofdredacteur’.

In lokaal 2.138 vertellen twee leden van deze groep, projectleider Yael de Haan en docent Maaike Severijnen, hoe dat werkt. ‘Studenten gaan direct op pad; de wethouder interviewen, wijkbewoners of de voorzitter van de winkeliersvereniging. Alle problemen die ze daarbij tegenkomen worden vervolgens op school didactisch behandeld in vakken als mediaethiek.

Het aanbieden van inhoudelijke kennis is vervlochten met de praktijk’, vertelt De Haan. ‘Waar studenten vroeger een glazige blik in de ogen kregen bij de behandeling van het begrip ‘scheefwonen’, moeten ze zich er nu in verdiepen door er een artikel of een audiovisueel item te maken voor de website van Woerden over. Hoe speelt dat in deze gemeente?’

De focus van de opleiding rust op vier pijlers, vertelt Severijnen: design en storytelling, creatief ondernemerschap, doelgroepdenken en interactie en mediatechnologie en data. ‘Het was geen aanpassing van het curriculum’, zegt ze, ‘maar een complete omslag. In plaats van kennis in aparte blokjes aan te bieden kozen we voor een integrale leerlijn, waarbij studenten vanaf het begin als beginnend journalist worden aangesproken. Ze leren via de praktijk hun kennis en vaardigheden te generaliseren, met feedback van de ‘hoofdredacteur’ en studiebegeleider. Het doel is zo een reflectieve houding te ontwikkelen, naast persoonlijke professionele groei.’

In lokaal 1.062 heeft docent Hans Noortman net video les gegeven. In duo’s zijn de studenten nu zelf bezig ‘een actie’, zoals een blikje halen uit de automaat, te filmen. Ze moeten oefenen met verschillende perspectieven – een ‘establishing shot’, een ‘over shoulder’ en een getrokken shot. ‘Er waren nogal wat kinderziektes in het jaar dat het curriculum werd ingevoerd, erkent docent Hans Noortman. ‘We stelden te hoge eisen aan de studenten; ze kregen te weinig structuur en begeleiding. Ook als docenten moesten we erg wennen; er was teveel lesstof in de eerste negen weken gepropt. Maar dat is inmiddels aangepast.’

‘Ik zie mezelf nog lopen op een bloedhete dag in Leidsche Rijn. Ik was wanhopig op zoek naar iemand die wilde praten’, vertelt Mila-Marie Bleeksma even later over haar ervaring in haar eerste week, waarin ze direct op pad werd gestuurd voor een artikel. Ze is nu tweedejaars en lid van de opleidingscommissie – de schakel tussen studenten en managementteam. Ze heeft het gevoel dat de klachten van de studenten serieus zijn genomen door de schoolleiding. Ze heeft, zoals een van de docenten het formuleert, ‘leren fietsen door het te doen, dus zonder te beseffen dat je leert’. Bleeksma: ‘Als ik er nu op terugkijk, denk ik: “Het was niet leuk, maar wel heel leerzaam”.’

‘Het waren geen kinderziektes, het kind miste één béén’, oordeelt Klara Verschuur over haar eerste maanden, als ik nog enkele studenten vraag naar hun ervaringen. Eerstejaars Gabriël Hoogendoorn, ervaart de opleiding als ‘inspirerend’ en vindt het prettig dat hij meteen ‘de praktijk wordt ingegooid’. Toch voelt hij zich soms op de ‘redactie’ te weinig uitgedaagd. ‘Je moet veel van die man-bijt-hond-berichtjes tikken.’

Hanna van der Spek, ook eerstejaars, heeft problemen met ‘meteen in het diepe’ springen. ‘Het is een slechte eigenschap, maar als ik denk dat ik iets niet kan, dan doe ik het niet. Ik wil meteen dat het goed is.’ Ze ervaart dat er soms weinig begeleiding is, en zou iets meer theoretische onderbouwing van de praktijk willen.

De stormloop aan klachten die de opleidingscommissie het vorige schooljaar te verwerken kreeg is inmiddels geluwd. Commissielid en tweedejaars student Jelle Reijman: ‘We hebben alle punten overgebracht aan het managementteam - dat goed heeft geluisterd. Er is meer tijd uitgetrokken om te wennen aan het werken op een redactie. De theoretische vakken zijn beter over het jaar verspreid, zodat de druk in het eerste semester is verlaagd.’

De commissie verwacht, net als de andere betrokkenen dat de beoordeling in een volgende Keuzegids HBO een stuk beter is. En recent was er een opsteker: de SvJ werd in oktober door een extern auditpanel met een voldoende beoordeeld en kreeg een accreditatie voor zes jaar.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

expertisedag 2019

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.