— woensdag 2 augustus 2023 09:19 | 0 reacties , praat mee

Stéphanie Hoogenberk, de ‘Alice in Wonderland’ van de journalistiek

Stéphanie Hoogenberk, de ‘Alice in Wonderland’ van de journalistiek
© Nina Schollaardt

Columnist en journalist Stéphanie Hoogenberk beheerst de nobele kunst van het rondhangen en het dodelijk noteren van ongemak. Ze maakt reportages voor Hard Gras en Quote. Niet al haar observaties zijn geliefd. Hoogenberk werd bij LINDA. ontslagen, omdat ze collega Hélène Hendriks beledigde in haar podcast De Shitshow. Mark Koster in gesprek met Hoogenberk die liever zelf de vragen stelt dan dat ze bevraagd wordt. Laatste wijziging: 9 oktober 2023, 11:54

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Lars Pasveer. Ook lid worden?

Een verhaal schrijven in de stijl van Stéphanie Hoogenberk (37) zou beginnen met een ongemakkelijke ‘ik’ observatie. Dat ze te laat is, zich verontschuldigt, nog later komt (‘tijden zijn mijn zwakte’), niets wil lunchen, de dochter is van een cinefiele apotheker uit Sittard en niet wil praten over De Grote Affaire: haar misbegrepen ruzie met presentator Hélène Hendriks.

De flammkuchen in het Amsterdamse hotel V laat ze onaangeraakt als ze aanschuift, waardoor de verslaggever monsterlijk zit te schransen en voelt dat ze hem observeert, en zich misschien wèl ergert aan de druipende kaasslierten uit zijn mond. (Kíjk niet zo, Hoogenberk!)

Hoogenberk staat te boek als journalist, maar dat is ze natuurlijk niet. Ze kijkt en registreert en als je niet oplet pent ze alles ongefilterd op; inclusief wellicht een sneer in De Shitshow, de populaire podcast (100.000 luisteraars per maand, red.) die ze maakt samen met collega-journalist Janneke van der Horst.

Ze stelt liever vragen dan dat ze bevraagd wordt, valt op. Eerst maar even De Grote Affaire. ‘Daar wil ik niks over zeggen’, zegt ze meteen.

In haar podcast vloerde ze sportpresentator Hendriks omdat zij iets te nadrukkelijk aanschurkte tegen de hengstenballerige heren van Vandaag Inside, die de #metoo affaire bij NOS Sport bagatelliseerden. Hoogenberk noemde Hendriks ‘die blonde del’ die ‘als enige’ in Nederland ‘nog grote zilveren oorringen’ draagt. 
Wie de podcast had geluisterd wist dat het harde satire was, een klas­sieke Hoogenberk grap, maar dat viel niet iedereen op. De redactie van LINDA. zegde de samenwerking met Hoogenberk op. Haar vaste column werd geschrapt omdat ze ‘eerder en vaker’ over ‘andere vrouwen’ een toon aansloeg’ die ‘niet bij LINDA.’ paste.

Wat vond je ervan dat uitgerekend LINDA. dat argument gebruikte? Het blad dat in 2020 al op de hoogte was van misdragingen bij The Voice, maar er niets mee deed. ‘Ja grappig’, zegt ze.

En de chef redactie die je ontsloeg, Rianne Meijer, bleek zelf een hijgerig type dat borsten­foto’s naar haar man doorstuurde. Dat was niet heel respectvol voor vrouwen. ‘Ja. Er is nu echt alles over gezegd.’

Nee, niet jouw kant. ‘Ik ga er ooit nog wel eens wat over zeggen, maar op míjn manier.’

Was je boos? ‘Ik geloof niet dat ik echt boos ben geweest. Het is jammer dat vrouwenbladen in Nederland geen journalistiek karakter hebben. We blijven in de marge.’

Toch bijzonder dat het zo ontplofte. Het was een theatraal overstatement. ‘Klopt. En ik denk dat het vervelend is wanneer mensen dat niet helemaal doorhebben en alles heel serieus nemen. Ja, dat is wel gevaarlijk.’

Je bent je nu ineens bewust van alles. In De Shitshow laat je alles lopen. ‘Janneke en ik hebben veel woede samen. Een soort hyper­bewustzijn dat ons voortdrijft. We ergeren ons bovengemiddeld snel. In Janneke heb ik gelukkig iemand gevonden die dat ook heeft. Het is fijn dat we dat kwijt kunnen en dat andere mensen er plezier aan beleven. Want in die podcast kun je het gewoon allemaal gebruiken. De Shitshow is een soort ventiel voor ons.’

Jullie zaten bij Dag en Nacht Media, maar nu weer voor jezelf. Waarom? ‘We hadden een contract, maar dat hadden we niet goed gelezen. Ze deden het voorkomen alsof het heel gunstig was en wij waren te goed van vertrouwen. En daarna zaten we in de penarie met die podcast.’

Ging het over geld? ‘We kregen er niks voor. Maar ik wil in het midden laten wat er speelde. We hebben nu een jongen die op freelance basis advertenties werft, we zijn nu te beluisteren op Spotify en Apple.’

Oh je pakt het zakelijker aan. ‘Janneke zegt dat ik totaal niet zakelijk ben.’

Wat is je woordprijs dan? ‘45 eurocent. Maar dat mag nog wel iets hoger.’

Dat valt toch best mee dan. Haha. Je komt te laat op afspraken en doet nauwelijks onderzoek. ‘Maar ik ga wel op stap met mensen.’

Hoogerberk beheerst ‘de nobele kunst van het rondhangen’ en is verzamelaar van akward momenten, vooral bij mannen van een zekere leeftijd die zichzelf te serieus nemen. Voor Quote en Hard Gras portretteert ze zakenmannen en voetballers en dat levert hilarische fragmenten op. Ze interviewt niet, ze laat het maar een beetje gebeuren, in de hoop op wat onbeholpen tragiek. Ze gaat naar het restaurant van voetballer Wesley Sneijder maar heeft geen idee wat ‘de derde helft’ is. ‘Ik weet niks van voetbal. Maar Henk Spaan, hoofdredacteur van Hard Gras, geeft me alle vrijheid.’ 

Haar werkwijze is afgeleid van de Amerikaanse reportage schrijver Gay Talese (1932) die zijn journalistieke methode ooit omschreef als ‘the fine art of hanging out’. Talese was de hogepriester van de New Journalism-stijl en Hoogenberk past in die traditie: ze staat erbij en hoopt de ware aard van haar protagonisten te achterhalen door ze urenlang te observeren. Ze beschrijft haar ontmoetingen als een soort journalistieke Alice in Wonderland en toont de mannen in al hun ontwapenende naaktheid. Dan ontspoort het soms, maar dat vindt ze fijn. Lompheid of onhebbelijke gedragingen noteert ze met vileine en sardonische precisie.

Uitgever Mai Spijkers vertelde eens een tikje snoeverig dat hij in Frankrijk had geluncht. ‘Ken je Frankrijk een beetje? Of ken je alléén Parijs’, vroeg hij haar.  Van dat soort dia­logen wordt ze blij. ‘Dan is de toon al wel gezet. En daarna zei hij, terwijl we door zijn kantoor liep. ‘Kijk, dat is een schilderij van Rineke Dijkstra. Maar je hebt waarschijnlijk niks met kunst’. Toen ik zei dat ik naar haar tentoonstelling in het Stedelijk was geweest, wees hij een volgend schilderij aan. Hij had helemaal niet geluisterd. Dat was een beetje spel van hem. Mij even testen. Dat droog noteren geeft een mooi beeld.’

Ongemak is haar voeding. Ze interviewde Edu van de Walle, directeur van het Luzac college, dril-instituut voor rijkeluiskinderen. Met Van de Walle had ze geen klik, misschien ook omdat ze te laat kwam bij een schooldirecteur die gruwelt van laatkomers. Toch bleef ze hem vijf uur achter elkaar vragen stellen. Ogenschijnlijk zonder enige structuur. Van de Walle keek soms vertwijfeld naar de PR-secondant naast hem.

‘Opnemen? Ik tape niets. Ik doe het meestal uit mijn hoofd. Ik maak af en toe een notitie op mijn iPhone.

‘Ik wilde een reportage maken, maar werd in zo’n hok gezet en kwam tegenover hem te zitten, samen met de fotograaf en had helemaal niet door dat het vijf uur duurde. Ik zat gewoon heel rustig en dacht: wat kan ik nog eens vragen? Hij zat te kletsen en daar destilleerde ik dan wat dingen uit enzo. Pas bij het opbreken zag ik wat ik die man had aangedaan. Stond ik in de lift. En toen zag ik hem, terwijl wij dus al naar beneden aan het zakken waren, door zo’n rond raampje, wegkijken met rollende ogen. Dat was goud. En ik dacht: zie ik dit nou goed? Volgens mij heb ik het gewoon goed gezien. Hij trok een blik van: niet normaal, weet je wel. Wat een wijf.’

Daar geniet je van? ‘Een tragikomische scène. Ik dacht: nou, we hebben een mooi einde’.

Je had niet zijn doopceel gelicht voor je binnenstapte? ‘Ik word overal journalist genoemd en dan ben ik altijd bang dat mensen denken dat ik ook journalist ben. Maar… nee, ik ben meer schrijver. Het leven maakt al zoveel indruk op me. Ik heb daar niet heel veel meer bij nodig. Iemand vroeg laatst of ik fictie wilde schrijven; helemaal weg van het autobiografische. Maar ik haal zoveel uit de werkelijkheid, ik zou bijna niet weten wat ik moet doen. Ik vind de werkelijkheid zo raar vaak, er gebeuren zóveel gekke situaties.’

Hoe verwerk je al dat opgenomen materiaal? ‘Opnemen? Ik tape niets. Ik doe het meestal uit mijn hoofd. Ik maak af en toe een notitie op mijn iPhone. Daar schrijf ik steekwoorden op. Of ik doe een enkele keer een hele zin als dat iemand typeert. Ik heb een goed auditief geheugen. Vaak weet ik hóe ze het zeggen. Over mijn werkwijze heb ik nog nooit klachten gehad.’

Als de eindredactie een woord verandert, word je razend, hoorde ik. ‘Ja, dan zit ik op de fiets en valt het me ineens binnen. Ja, die zin had beter gekund. Ik had dát woord moeten gebruiken. Dan ga ik wel meteen appen, want dan denk ik: dadelijk is het weg.’

De eindredactie van Quote werd gek van je. ‘In het eerste stuk dat ik voor ze schreef hadden ze het ik-perspectief eruit gesloopt zonder dat mij te zeggen. De eindredactie had alles herschreven. Dan krijg je gewoon hele andere zinnen. Bij een tweede stuk was ook het ik-perspectief eruit, en dat stuk was al naar de drukker. Dus toen ben ik wel boos geworden. Bij de Volkskrant veranderde een redacteur het zinnetje “en toen werden we heel fysiek” in toen werden we “heel lichamelijk”. Nou, ik vind fysiek veel grappiger. Lichamelijk klinkt alsof je naar de dokter gaat. Dat je dat niet snapt is erg.’

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee