Onderzoek PersVeilig: meer dan de helft van alle journalisten heeft ooit een vorm van juridische druk ervaren
Meer dan de helft van alle journalisten in Nederland (56 procent) heeft ooit een vorm van juridische druk ervaren naar aanleiding van het werk. Bij hoofdredacties is dat cijfer zelfs 94 procent. Dat blijkt uit onderzoek van PersVeilig onder journalisten en hoofdredacties. De onderzoeksresultaten zijn vrijdag gepresenteerd tijdens het Nederlands Journalistiek Festival in Deventer.
31 procent van de journalisten geeft aan dat het ervaren van juridische druk in de afgelopen twaalf maanden plaatsvond, terwijl 24 procent zegt dat deze ervaring langer dan twaalf maanden geleden plaatsvond. 44 procent van de journalisten meldt geen juridische druk te ervaren.
Ook krijgen onderzoeksjournalisten vaker te maken met juridische druk. 44 procent van de onderzoeksjournalisten geeft aan het afgelopen jaar daarmee te maken hebben gehad. Bij journalisten die werkzaam zijn in de politiek, sport, economie en cultuur ligt dat aandeel op 21 procent.
Meerdere keren
De afgelopen vijf jaar heeft 51 procent van de journalisten juridische druk ervaren en ook nog eens meerdere malen, namelijk één tot drie keer. 40 procent geeft aan hier vier tot en met negen keer mee te maken te hebben gehad. En acht procent heeft tien keer of vaker juridische druk ervaren.
Het is een behoorlijke toename ten opzichte van 2023, toen PersVeilig ook een onderzoek uitvoerde naar juridische druk. Toen waren er één tot drie meldingen van juridische druk.
79 procent geeft aan het afgelopen jaar één tot drie keer juridische druk te hebben ervaren. De rest meldt zelfs vier tot en met negen keer.
Welke vormen
De meest genoemde vormen van juridische druk betreffen dreigingen met rechtszaken, juridische stappen of schadeclaims. Daarnaast worden genoemd: sommaties, het inschakelen van een advocaat, verzoeken tot verwijdering, aanpassing of tegenhouden van publicaties en klachten bij de Raad voor de Journalistiek.
Het eisen van het intrekken van publicatie(s) staat met 62 procent op plek één, gevolgd door het plaatsen van een rectificatie (43 procent). Bij 19 procent wordt een schadevergoeding geëist en bij acht procent excuses. Daarnaast noemt 21 procent andere eisen, zoals het anders formuleren van berichtgeving, het voorkomen van publicatie en controle op de inhoud vooraf. Bij slechts acht procent werd niets geëist.
Er zit ook nog een verschil tussen journalisten in loondienst en journalisten die een dubbelrol vervullen (in loondienst/freelancer) of een andersoortige betrekking hebben (bijvoorbeeld eigenaar van een bedrijf of vrijwilliger). Bij die eerste groep wordt vaker een rectificatie geëist.
Van wie komt juridische druk
PersVeilig vroeg ook van wie de juridische druk vandaan komt. Het blijkt dat 50 procent afkomstig is van particulieren, 25 procent uit het bedrijfsleven en acht procent vanuit de overheid. Ook noemt zeventien procent andere bronnen van juridische druk, zoals een combinatie van particulieren en bedrijven, semioverheidsorganisaties en advocaten.
Reacties op eisen
De journalisten die met deze zaken te maken kregen reageerden ook op de gestelde eisen. 49 procent reageert zelf, in 44 procent van de gevallen deed de werkgever, redactie of organisatie dit namens de journalist.
In bijna een kwart van de gevallen (24 procent) werd een juridische professional ingeschakeld voor een reactie. Bij veertien procent van de journalisten werd niet op de eisen gereageerd.
Vervolgens werd in 49 procent geen aanpassingen aan de publicatie gedaan. Dit komt vaker voor bij journalisten in loondienst dan bij freelancers. 31 procent kwam geheel of gedeeltelijk aan de gestelde eisen tegemoet. Drie procent schakelde juridische hulp in en daarnaast noemt zestien procent andere reacties zoals het inschakelen van juridische ondersteuning en beperkte aanpassingen aan de publicatie.
Gevolgen voor journalisten
Juridische druk heeft impact en dat uit zich vooral in het werkplezier van journalisten. 48 procent ervaart impact op het werkplezier. Daarnaast komen ook reputatieschade (21 procent), gezondheidsproblemen (zeventien procent) en financiële schade (vijftien procent) voor.
Van de onderzoeksjournalisten geeft bijna een kwart aan dat de angst voor juridische druk regelmatig (dertien procent) of altijd (tien procent) invloed heeft op hun werk.
PersVeilig meldt ook dat er een duidelijk verschil is tussen journalisten die wel en geen juridische druk hebben ervaren. Journalisten die juridische druk hebben ervaren, geven vaker aan dat de vrees voor juridische druk soms (50 procent) of regelmatig (zeven procent) invloed heeft op hun werk dan journalisten die geen juridische druk hebben ervaren (respectievelijk 23 procent en één procent).
Kennis van SLAPP
Er werd ook onderzocht of journalisten de term SLAPP (Strategic Lawsuit Against Public Participation) kennen. Dat zijn zaken waarbij bewust juridische intimidatie plaatsvindt om publicatie te voorkomen of om het zwijgen op te leggen. Opvallend is dat ruim 52 procent van de journalisten daar nog nooit van heeft gehoord. Twaalf procent weet wat de term betekent, terwijl 36 procent de term wel van naam kent, maar niet weet waar deze voor staat.
Daarnaast zijn onderzoeksjournalisten (61 procent) vaker bekend met deze term en weten zij ook vaker wat deze betekent dan nieuwsjournalisten (27 procent).
Journalisten die eerder juridische druk hebben ervaren, hebben ook vaker van de term SLAPP gehoord (42 procent) en weten vaker wat deze term betekent dan journalisten die geen juridische druk hebben ervaren (28 procent). Zeven procent geeft aan ooit een SLAPP te hebben meegemaakt, 93 procent niet. En ook hier hebben onderzoeksjournalisten (vijftien procent) vaker een SLAPP meegemaakt dan nieuwsjournalisten (zes procent).
Een SLAPP verhaal: wat zijn Strategic Lawsuits Against Public Participation? | Villamedia
Ervaringen hoofdredacties met juridische druk
Bijna alle hoofdredacties hebben ervaringen met betrekking tot juridische druk. Slechts zes procent heeft dit nog nooit ervaren. Organisaties worden vaker met juridische druk geconfronteerd dan individuele werknemers blijkt uit de onderzoeksresultaten.
Achttien procent krijgt hier tien keer of vaker per jaar mee te maken, tegenover twaalf procent van de werknemers. Daarnaast ervaart 45 procent van de organisaties vier tot en met tien keer per jaar juridische druk, terwijl dit voor 33 procent van de werknemers geldt. Sporadische juridische druk (één tot en met drie keer per jaar) komt bij organisaties en werknemers even vaak voor (namelijk 33 procent).
Slechts drie procent van de organisaties wordt nooit met juridische druk geconfronteerd, tegenover 21 procent van de werknemers.
De druk is dan afkomstig van particulieren (42 procent), bedrijfsleven (19 procent) en overheid (3 procent). 35 procent noemt combinaties van particulieren, bedrijven en overheidsorganisaties als bron van de juridische druk.
Eisen en aanpassingen
De eisen richten zich dan vooral op het intrekken van publicaties (81 procent), het plaatsen van een rectificatie (74 procent) en in 55 procent werd een schadevergoeding geëist. Zestien procent noemt combinaties van de hierboven genoemde eisen.
Hoofdredacties benadrukken dat ze zich niet onder druk laten zetten, maar wanneer fouten worden geconstateerd, worden producties aangepast. Zo wordt in 61 procent van de gevallen wel eens iets aangepast of niet gepubliceerd. Het gaat dan vooral om kleine wijzigingen: het anonimiseren van personen, of aanpassingen om juridische procedures te voorkomen.
De term SLAPP is bij hoofdredacties meer bekend dan bij journalisten. 70 Procent heeft van de term SLAPP gehoord en weet ook wat het betekent. Bij journalisten wist 52 procent niet wat een SLAPP was. Drie procent van de hoofdredacteuren kent de term wel, maar weet niet waar deze voor staat en 27 procent heeft er nog nooit van gehoord. 70 Procent van de hoofdredacties heeft nog nooit een SLAPP meegemaakt.
Extra zorgvuldigheid en afstemming
Op de vraag ‘Wat voor invloed heeft de vrees voor juridische druk op je werk?’ noemt 59 procent van de journalisten die gevolgen ervaren van de vrees voor juridische druk het uitgebreider controleren van feiten. Dat wordt gevolgd door zorgvuldiger formuleren bij media en interviews (53 procent) en vooraf overleg voeren met een chef of jurist (42 procent).
Ook worden door veertien procent andere vormen van aanpassing genoemd. Het gaat dan om voorzichtiger omgaan met foto- en videomateriaal, beter letten op bronvermelding, het vermijden van bepaalde onderwerpen en extra aandacht voor taal- en woordgebruik.
66 procent van de journalisten die geen directe invloed van juridische druk op hun werk ervaren, verwacht dat juridische druk in de toekomst mogelijk wel invloed zal hebben. 48 procent geeft aan hier soms bang voor te zijn. 34 procent maakt zich hierover geen zorgen.
In 39 procent van de gevallen zijn hoofdredacties altijd bewust bezig met de juridische risico’s die verbonden zijn aan het werk van journalisten. 33 Procent regelmatig en 24 procent soms. Drie procent is er nooit mee bezig.
Vrijwel alle bevraagde hoofdredacties geven aan dat hun mediabedrijf kan terugvallen op interne en/of externe juridische ondersteuning bij het omgaan met juridische druk. Drie procent geeft aan niet over juristen en/of advocaten te beschikken. 82 procent van de hoofdredacties geeft aan dat hun mediabedrijf over voldoende financiële middelen beschikt om juridische druk aan te vechten. Bij twaalf procent zijn de middelen onvoldoende en zes procent weet het niet.
Vertrouwen in rechtssysteem
41 Procent van de journalisten heeft voldoende vertrouwen in het Nederlands rechtssysteem om zich te beschermen tegen onrechtmatige of ongegronde rechtszaken of strafrechtelijke onderzoeken. 36 Procent heeft hier ruim voldoende vertrouwen in en 23 procent heeft hier onvoldoende vertrouwen in.
Wanneer aan alle journalisten wordt gevraagd of de overheid wetgeving moet aanpassen of invoeren om journalisten te beschermen, geeft 74 procent aan het hier (helemaal) mee eens te zijn. Vier procent is het hier (helemaal) mee oneens en tien procent weet het niet.
Eventuele maatregelen die de overheid kan nemen om journalisten te beschermen tegen juridische druk zijn: Anti-SLAPP-wetgeving en het tegengaan van misbruik van procedures, financiële ondersteuning en juridische bijstand en versterking van persvrijheid en de positie van journalisten. Bekijk het rapport op PersVeilig
De onderzoekspopulatie bestond uit twee groepen: journalisten en hoofdredacties. De vragenlijst is op meerdere manieren verspreid onder 5.271 journalisten en 113 hoofdredacteuren. In totaal hebben 471 journalisten en 33 hoofdredacties de vragenlijst over juridische druk ingevuld. Daarnaast zijn er zes verdiepende interviews uitgevoerd met journalisten en hoofdredacties die te maken hebben gehad met juridische druk.
Reactie Isabella Prins, veiligheidsadviseur van PersVeilig: “Vroeger was de uitspraak: ‘De vis van vandaag zit in de krant van gisteren’. Tegenwoordig blijft alles online staan, dat verklaart waarschijnlijk de stijging van juridische druk aan het adres van journalisten. Die brieven zijn tegenwoordig ook makkelijk met AI te maken.”
“Hoewel iedereen het recht heeft om zijn recht te halen, zouden wij als PersVeilig liever zien dat partijen er samen uitkomen, zonder juridische druk. Het kost beide partijen geld en tijd. De Tweede Kamer heeft gelukkig een wetsvoorstel aangenomen dat journalisten beter beschermd tegen SLAPPs.”
“Verder willen wij dat de Balie Persvrijheid en het PersVrijheidsfonds beter bekend worden. Freelancers en kleine redacties kunnen daar terecht voor juridische hulp en financiële steun. Uit het onderzoek blijkt dat maar 17% de Balie kent, zonde want er zit veel kennis en kunde.”
“Ook zouden journalisten en media hun krachten en ervaringen op dit gebied kunnen bundelen om samen sterker te staan.”


Praat mee