— dinsdag 29 september 2015, 09:49 | 0 reacties, praat mee

‘Sport op tv is veranderd in amusement’

Theo Reitsma in 1974 - © KIPPA/ANP

Sportverslaggevers doen hun verslag steeds vaker vanuit een studio in Hilversum of Amsterdam. Dat is geen commentaar geven, vindt sportverslaggever Theo Reitsma. En als journalist moet je ook geen onderdeel van het amusement willen zijn. Een voorpublicatie.

Meer symbolisch kan haast niet. Theo Reitsma (72), door velen gezien als de beste sportverslaggever die ons land heeft gekend, bewoont een flat met uitzicht op sportvelden. Reitsma: ‘Sterker, op de plek waar nu dit gebouw staat, lagen vroeger de velden waar de lagere teams van mijn favoriete voetbalclub VSV speelden. Als kind was ik aanhanger van VSV, dat later met Stormvogels zou fuseren tot Telstar. Mijn tien jaar oudere broer was aanhanger van Storm­vogels, waarvoor in die tijd de vader en twee ooms van collega Frank Snoeks in het eerste elftal speelden.’ Aan het eind van het gesprek pakt Reitsma er een elftalfoto (zie binnencover op pagina 7) bij van het VSV van zijn jeugd en lepelt moeiteloos de namen op van de spelers van toen. Niet om met die parate kennis op te scheppen tegenover zijn gehoor, maar als onderstreping van een levenslange passie.

Na eerst voor de schrijvende pers te hebben gewerkt (Dagblad Kennemerland en Haarlems Dagblad) trad Reitsma in december 1969 in vaste dienst bij de NTS. Hij ontkent bij Sport in beeld (voorloper van Studio Sport) het vak pas echt van mensen als zijn toenmalige chef Bob Spaak te hebben geleerd. ‘Spaak was een grootheid, hoorde bij de meneren van die tijd. Toen ik naar de NTS overstapte, kreeg ik een briefkaartje van hem waarop stond: “Het is nog niet helemaal zoals het moet”. Daarna heb ik jarenlang niets gehoord over mijn werk. Dus kennelijk was het naar tevredenheid. In alle bescheidenheid dacht ik ook te weten hoe een kijker wilde dat een verslaggever van een wedstrijd zou praten. Eerst bij samenvattingen en later bij live wedstrijden, want langzamerhand evolueerde de tv. Zoals het vak eveneens evolueerde. Spaak was een radioman die de leiding kreeg over de televisieafdeling waar mensen van mijn leeftijd werkten, zoals regisseur Henny Budie, regisseur Martijn Lindenberg en de begenadigde presentator Henk Terlingen. Die mensen gedijden onder leiding van Spaak en vonden met elkaar min of meer het televisievak uit. Toch zeg ik altijd: in mijn tijd op de krant in Haarlem heb ik geleerd om werkelijk te onderscheiden wat in dit beroep belangrijk is.’

Voetbal is entertainment
Wat ziet Reitsma als de belangrijkste verandering die sindsdien heeft plaatsgevonden in zijn vak? ‘Sport op televisie is veranderd in amusement op televisie. Zelfs in de sta­dions wordt het voetbal tegenwoordig anders beleefd dan ik vroeger deed op de jongensstaantribune voor een kwartje. Ik keek naar die wedstrijd, hoopte dat mijn club won, maar stond niet in mijn blote bast te brullen. Ook ramde ik niet aan de hekken en evenmin voelde ik behoefte tegenstanders te beledigen.’
Wat betekent die andere maatschappelijke beleving voor de sportjournalist?
‘Dat deze geneigd is zelf eveneens deel uit te maken van de amusementsindustrie. Ik zelf heb daar het karakter niet voor. Bovendien ben ik van mening dat het amusement plaatsvindt op het veld en dat de journalist langs het veld een toegevoegde waarde heeft, die je overigens niet moet overschatten. Natuurlijk is sport ook emotie, maar bewust onderdeel willen zijn van het amusement tussen de lijnen, vind ik geen journalistiek.’

Een minder kritische houding?
Is die opvatting gestoeld op het feit dat zo’n hang naar meer amusement gelijk opgaat met een minder kritische houding? ‘Dat zou kunnen. De Olympische Spelen worden door het IOC in beeld gebracht. De keuze van het beeld is dus al selectief. Je ziet geen rellen. Als er een streaker het veld op rent, ziet de kijker dat niet. Dat wordt bewust buiten beeld gehouden. Die ontwikkeling is gaande bij rechtenhouders en sportorganisaties. Gelukkig kan ik het als verslaggever nog wel zeggen tegen de kijkers wanneer er een blote man tussen de spelers opduikt. Daarom ben ik juist ter plekke. Om datgene te vertellen wat een toevoeging is aan het beeld en de kijker niet ziet.’

‘Als sportjournalist heb ik er altijd veel energie ingestoken om zoveel mogelijk te weten van sporters, van het spel en van alle factoren die een rol spelen. Die opeenstapeling van kennis maakt dat het zin heeft dat er iemand bij een wedstrijd zit. Vanwege de kosten wordt er in toenemende mate vanuit een commentaarcelletje in Amsterdam of Hilversum gepraat bij een wedstrijd die elders plaatsvindt. Dan volg je de bal, je noemt wat namen en zegt wat je las in buitenlandse kranten of op internet. Dat is geen commentaar geven. Ter plekke zie je wie er vrij staat, wat er op andere plekken in het veld gebeurt. Dát is commentaar geven.’

Toch ontkomt ook Reitsma niet helemaal aan de entertainment-factor die een steeds grotere greep op de sport krijgt: ‘Ik roep nu net iets enthousiaster “Goal!!” dan vroeger toen ik droogjes “Doelpunt” zei. Bovendien is het steeds moeilijker om dicht op de sport en de sporters te zitten. Met de voetballers van nu heb ik niet langer dezelfde intieme band als in het verleden met die nozems van Ajax. Dat waren knapen met lange haren, terwijl ik zelf ook met lange haren liep. Aan de andere kant: door Twitter en andere media is eigenlijk alles al bekend van die gasten van nu. Er is, bij wijze van spreken, geen nieuws meer. Als iets bekend raakt, wordt het via allerlei kanalen direct verspreid. Voorheen was nieuws iets wat in de krant van morgen zou staan, maar dat is volledig achterhaald. Rechtstreekse televisie is natuurlijk weer wel nieuws, je ziet het gebeuren. Voor mij is dat het mooiste, of het nu over sport gaat of niet.’

Holle Bolle Gijs
Wie Reitsma zegt, zegt niet alleen voetbal maar ook atletiek. Heeft hij wel eens de indruk dat het voetbal als Holle Bolle Gijs nagenoeg alle media-aandacht bij andere sporten wegkaapt? ‘Een aantal kranten en bladen heeft, om commerciële motieven, nadrukkelijk gekozen voor een paar takken van sport, waaronder natuurlijk in de eerste plaats voetbal. En daarnaast wielrennen en schaatsen. Zelf vind ik het jammer dat atletiek is weggedrongen in de publiciteit, al krijgt Dafne Schippers de laatste tijd de nodige aandacht. Desalniettemin is atletiek niet langer een a-sport voor de media, zoals in de tijd van Ben de Graaf, Hans van Wissen en mij. Ook andere takken van sport blijven achter en verliezen terrein. “Mijn eigen honk- en softbal” vind je nauwelijks nog terug in de media. Handbal? Idem dito. Ook de NOS pikt als publieke omroep vooral de Olympische sporten op. Ik snap dat redactionele beleid wel, maar betreur het evenzeer.’

‘Iemand als Johan Derksen heeft als hoofdredacteur altijd gezegd: het is heel simpel, mijn blad Voetbal International moet verkocht worden. Voor dat standpunt heb ik alle begrip. Ook De Telegraaf maakt keuzes met oog voor de kassa, en dat is in deze tijd al moeilijk genoeg. In dit land hechten wij journalisten nog steeds veel waarde aan wat gedrukt staat – mooi hoor, ik hou daar van; ik heb mezelf altijd beschouwd als dagbladjournalist die naar de televisie is gegaan –  maar ik zie dat de scheidslijn tussen journalistiek en amusement meer en meer verschuift naar laatstgenoemd aspect. Het moet allemaal sensationeler, sneller en korter. Niet alleen in de sportjournalistiek, ook in de journalistiek als geheel.’

Of dat een uitholling van het vak is, hangt volgens Reitsma af van wat je bereikt bij de kijker, luisteraar of lezer. ‘Ik ben een paar keer per jaar in Amerika. Als ik daar kijk naar een uitzending over basketbal of honkbal, hoor ik niet één kritisch geluid. Wanneer er rellen op de tribune uitbreken, zie je die niet. Ik zit nu bij Fox Sports en als ik een wedstrijd versla die qua niveau het aanzien niet waard is, leg ik dat er in mijn commentaar niet dik op. Waarom? Ik werk bij Fox en Fox is een betaalzender die wedstrijden verkoopt en geen rotzooi. Als iemand vindt dat het rotzooi is, moet hij niet bij Fox gaan werken.’

Als sportjournalist hou je op dit ogenblik rekening met de belangen van je werkgever. ‘Er zijn media die akkoord gaan met de voorwaarde van Ajax en Oranje om naar believen dingen te schrappen in interviews met hun spelers. Of dat zorgwekkend is? Zeker, en daarom is het nodig dat er altijd andere media zijn die wel de ruimte hebben en nemen om hun kritische rol te spelen. Met name de publieke omroep heeft de taak niet in het gareel te lopen. Daarom is en blijft de publieke omroep zo belangrijk. In die zin hoop ik ook op de “terugkeer” van de kranten, want daar zitten de mensen die kunnen selecteren wat zij met nieuws doen. Dit is voor een journalist een boeiende tijd om interessante verhalen te maken, maar daar moet je hard voor werken. Als 18-jarige kon ik eigenwijs over een voetbalwedstrijd schrijven: “Dit was niks”. Nu kan je daar niet langer mee volstaan.’

Boek en mini-­symposium over ­toekomst sport­journalistiek

Dit artikel is een voorpublicatie uit het boek ‘En … wat ging er door je heen?’, over de toekomst van de sportjournalistiek. Daarin komen ook onder anderen Willem van Hanegem, Ada Kok, Ireen Wüst, Kees Jansma, Mart Smeets, Johan Derksen, Jaap de Groot, Barbara Barend en Maurits Hendriks aan het woord. ‘En … wat ging er door je heen?’ is een uitgave in de reeks Sport en Kennis van Dam uitgeverij, ISBN 978 90 71902 161, ruim 200 pagina’s, prijs € 24,50.

Het thema staat ook centraal bij het mini-symposium dat de ­Nederlandse Sport Pers op maandagmiddag 19 oktober (16.00 tot 19.00 uur) organiseert in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Met als sprekers onder meer NSP-voorzitter Gio Lippens. AIPS-bestuurder David Naert, verslaggever Jaap Stalenburg en Jan Driessen (ex- Aegon). Het boek zal daar worden gepresenteerd. Deelname is gratis, aanmelding vooraf is noodzakelijk.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.