— zaterdag 7 mei 2022 09:15 | 0 reacties , praat mee

Sjirk Kuijper: ‘Mijn vrouw kan horen of ik mijn pilletje heb gehad’

Sjirk Kuijper: ‘Mijn vrouw kan horen of ik mijn pilletje heb gehad’
© TRIK

Sjirk Kuijper (56) zegde zijn baan op als hoofdredacteur en directielid van het Nederlands Dagblad, zonder te weten wat hij erna zou gaan doen. ‘Te veel managers blijven te lang op hun stoel zitten. Ik durf schoenen weg te gooien voordat ik nieuwe heb.’ Een gesprek over christelijke journalistiek. En over leven met ADHD en hoogbegaafdheid. Laatste wijziging: 9 mei 2022, 11:55

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Frans Oremus. Ook lid worden?

Toen Sjirk Kuijper zich na zijn VWO aanmeldde bij de Koninklijke Luchtmacht om F16-piloot te worden kreeg hij bij de keuring te horen dat hij een ongewoon hoge intelligentie bezat. Vanwege ‘motorische onbeholpenheid’ werd hij desondanks geen piloot, maar kwam hij na een studie theologie en de school voor journalistiek terecht bij het Nederlands Dagblad (ND).

Zijn loopbaan noemt hij ‘springerig’ - twee keer in zijn carrière vertrok hij met ‘slaande deuren’: één keer als redacteur bij het ND - waar hij achttien jaar later als hoofdredacteur zou terugkeren - en één keer als woordvoerder van waterschap Rijn en IJssel. Maar hij heeft er ontzettend veel van geleerd en hoopt in de toekomst nog veel meer te leren. Een jaar geleden werd bij hem - naast hoogbegaafdheid - ook ADHD geconstateerd waardoor ‘een aantal dingen op hun plaats’ vielen.

Wat was de reden voor je vertrek bij de krant in 1996?
‘Omdat ik theologie had gestudeerd kwam ik in 1994 bijna automatisch terecht op de redactie religie en kerk. Dat was in die tijd eigenlijk nog een onderwerp waar de normale journalistieke principes niet op los werden gelaten. En ik deed dat wel. Ik schreef kritische stukjes over dominees en theologische professoren. Maar dat werd niet gewaardeerd.

Op andere gebieden berichtte de krant overigens wel onafhankelijk, maar op het terrein van kerk en religie - in feite de corebusiness - speelden zoveel belangen en gevoeligheden dat je daar op eieren moest lopen. En ik ging tekeer als een olifant in de porseleinkast. Niet over geloof, want dat is voor mij iets wezenlijks en iets heiligs, maar wel over het kerkelijke, want dat is daar een vormgeving van. En daar zit heel veel politiek in: er zijn machtsverhoudingen, misstanden, van alles dat niet deugt. Daar schreef ik goede, soms wat pedante, verhalen over.

Lezers reageerden vaak dat ik te badinerend schreef over kerkelijke kwesties. De hoofd­redactie trok zich dat aan. Het was pijnlijk omdat mij werd gezegd: je bent een goede journalist - ik was het jaar ervoor genomineerd voor het Gouden Pennetje - maar we gaan toch niet met je door. Dat was een halfjaar voordat mijn tweejarig contract zou aflopen.

Het lulligste was dat ik van de ene op andere dag niet meer onder naam mocht schrijven, want die was een steen des aanstoots geworden in de krant. Ik mocht alleen nog bureauredactie doen. De individuele expressiviteit die in mijn werk zat werd onderdrukt. Man, wat was ik kwaad. Toen ik op mijn 30ste bij het ND wegging was ik een angry young man. Uit frustratie, en boosheid over de lulligheid en domheid waardoor ik ontslagen werd.’

Hoe kon het dat je in 2013 toch als hoofdredacteur terugkeerde?
‘Precies tien jaar nadat ik vertrok heb ik toenmalig hoofdredacteur Peter Bergwerff - die mij ontslagen had en tevens mijn voorganger was - een brief gestuurd waarin ik zei dat ik ooit met slaande deuren was weggegaan, maar dat mijn leven er alleen maar beter op was geworden. Dat meende ik. Zelf had ik inmiddels veel ervaring opgedaan in andere functies, en het ND had een professionaliseringsproces ondergaan. Je moet bedenken dat de kerken voor deze krant net zo belangrijk zijn als de sportverenigingen voor het AD. Maar onder invloed van het proces dat in het algemeen in christelijke organisaties gaande was - ook in het onderwijs - stelde het ND zich steeds onafhankelijker op. De dominees hadden geen gezag meer over het werk van journalisten.

Toen ik in 2013 hier als hoofdredacteur en directielid begon, samen met uitgever Rinder Sekeris, was dat proces nog gaande. We hebben toen heel erg de nadruk gelegd op de eigen professionaliteit van het vak journalist.’

Was iedereen blij dat je terugkeerde?
‘Er waren wel reserves toen ik werd aangenomen. In een gesprek met de redactieraad heb ik me blijkbaar wat dominant opgesteld, want de terugkoppeling was: “Deze man is een stoomwals. Kan hij ook luisteren?” Nadat ik wat referenties had opgehaald van mensen bij het Friesch Dagblad en de Tweede Kamerfractie van ChristenUnie - waar ik woordvoerder was - waren ze gerustgesteld dat het in de praktijk blijkbaar wel meeviel met mij.

Maar we moesten wel mensen ontslaan, want in 2013 ging het slecht met de krant. De vorige hoofdredacteur was veel te lang doorgegaan en dat was beslist niet goed. Toen ik hier kwam bedroeg het gemiddelde dienstverband zeventien jaar; er zat een heel contingent redacteuren van 40-50 jaar dat nog nooit ergens anders had gewerkt. We betalen netjes volgens de cao dus het was in zekere zin een gouden kooi. Bij sommigen journalisten dacht ik: “Joh, jij bent 47, moet ik jou nog twintig jaar betalen? Dat kan gewoon niet.”

In een van de eerste bijeenkomsten met de directie en de redactie zei ik: “Wij zijn niet verantwoordelijk voor jullie hypotheek”. Om duidelijk te maken dat als wij niet fors ingrepen er straks helemaal geen krant meer zou zijn. Ik heb ervan geleerd dat de dingen die je zegt voor een collectief verschillend uit kunnen pakken. Het zijn de verkeerde mensen die het zich het meeste aantrekken. Een oudere redactrice, die twee jaar geleden met pensioen is gegaan, zei destijds: “Sjirk, ik ben gewoon bang voor je. Want ik denk bij alles wat je zegt dat het over mij gaat”. Maar het ging niet over haar, ik hoopte juist dat andere collega’s zich dit meer zouden aantrekken. Ik had toen overigens niet durven hopen dat we al vrij snel, vanaf 2015, weer jonge mensen konden aannemen.’

Gaat het nu beter?
‘Ik heb gedaan wat ik kon. Ik heb van een heel aantal mensen afscheid genomen, met de een wat meer harmonieus dan de ander. Maar nooit met conflicten. Ons doel was: een onafhankelijker krant die staat voor een christelijke, gelovige levensopvatting, maar met respect voor je eigen journalistieke principes. Want ook voor het christendom in Nederland is het goed dat er een kritische pers is.’

(Pakt glunderend het jaarverslag van 2021 erbij) ‘Kijk, we hebben 8,5 ton winst gemaakt. De afgelopen jaren hebben we de advertentieafdeling gereorganiseerd, in de kosten gesneden en digitale abonnementen duurder gemaakt om de winstmarge geleidelijk aan gelijk te trekken met die van de krant. Want de meeste kosten zitten in de redactie, dus daar moeten digitale abonnees ook aan meebetalen. De toekomst ziet er wel wat somberder uit, want de kosten voor distributie, papier en drukprijs lopen ineens de spuigaten uit door de hoge prijs van grondstoffen, energie en arbeid. Dat kan betekenen dat we op termijn het papieren abonnement weer duurder moeten maken. Mogelijk dat de huidige energie- en arbeidscrisis leidt tot een versneld overgaan naar volledig digitale kranten.

Tijdens de coronacrisis bleek het adaptatievermogen ineens groot en deed je dingen die je vroeger nooit wilde. Neem het kerkbezoek, dat kon ineens niet meer. Nu zie ik mensen van 90-95 met de laptop op schoot naar de dienst kijken. Ze zijn eraan gewend geraakt en blij dat ze niet meer fysiek naar de kerk hoeven. Bij het ND zien we ook steeds meer zeventigers op hun iPad de krant lezen. Er was lange tijd een stellige weerstand, van “oh, zo’n echte krant is toch zo gezellig”, maar dat gaat nu snel voorbij.’

Je gaat nu stoppen zonder dat je een nieuwe baan hebt. Hoe zie je de toekomst?
‘Toen ik deze baan opzegde wist ik nog niet wat ik ging doen. Ik had allerlei plannen, onder andere om bus­chauffeur te worden, een oude droom. En misschien ga ik dat ook doen, bijvoorbeeld één of twee dagen per week. Maar ik heb onlangs met de nieuwe hoofdredacteur Nico de Fijter, die op 1 juni begint, afgesproken dat ik drie tot vier dagen per week commentaren en analyses blijf schrijven en daar ben ik heel blij mee.

Ik vertrek als hoofdredacteur omdat ik overal waar ik heb gewerkt mensen zag - met name mannen - die veel te lang bleven zitten, niet aan hun opvolging werkten, en op zo’n manier leiding gaven dat het moeilijk werd om hen op te volgen. Die zichzelf onmisbaar probeerden te maken, ook omdat ze hun leven hadden gebaseerd op een bepaald salaris en daardoor eigenlijk niet meer terug konden. Dat levert slecht leiderschap op. Ik heb altijd gespaard om onafhankelijk te kunnen zijn in mijn werk.

Daarom kon ik in 2010 zonder vooruitzicht vertrekken, zeven weken nadat ik was aangenomen als woordvoerder van waterschap Rijn en IJssel. Ik dacht aanvankelijk; ik ga een stil en rustig leven leiden in de Achterhoek, waar ik kan bijkomen van de hectische periode als woordvoerder van de ChristenUnie in Den Haag, die destijds voor het eerst in de regeringscoalitie zat.

Maar toen kreeg ik ineens de opdracht dat ik moest communiceren dat we gingen fuseren met twee andere waterschappen in Drenthe en Overijssel. Ik woonde nog in Friesland - ik werkte daarvoor bij het Friesch Dagblad - en zocht een huis in de Achterhoek, en ineens werd me verteld dat we over een jaar misschien in Coevorden (Drenthe) zouden zitten.

Maar veel belangijker nog: een woordvoerder hoort van alles als eerste op de hoogte te zijn. Want communicatie zit in het begin van het beleidsproces. Daar had ik vooraf duidelijke afspraken over gemaakt. Ik ben niet een vérkoper van beleid; ik had het als eerste moeten weten, al tijdens de sollicitatieprocedure! Ik was heel erg kwaad dat ik zo was belazerd en ben er dezelfde dag nog mee gekapt. Het was 2011, niet een heel gunstig jaar om werkloos te zijn. Ik kon gelukkig snel aan de slag als woordvoerder bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu.’

Zegt het ook iets over jezelf als je twee keer met slaande deuren bent vertrokken?
‘Met zelfkennis is een mens zijn leven lang bezig. Het is altijd een beetje riskant om dat te benoemen, maar ik ben het prototype van de hoogbegaafde onderpresteerder. En ik heb ADHD.’ (Legt handen op zijn hoofd) ‘Wat mijn hoofd continu doormaakt. Mijn gedachten staan zeg maar… nooit stil. Het zijn twee aandoeningen die me op de middelbare school al dwars zaten. Ik begon met een hele hoge lijst op het gymnasium. Maar toen ik merkte dat ik moest leren bleek dat moeilijk. Volstrekt onverwacht haalde ik toch VWO.

Ik kon lang niks met het label hoogbegaafd. Ik geef er niet graag woorden aan, want het klinkt erg arrogant en het stoot mensen ontzettend af. Met name de gewone academicus. Maar sinds ook mijn dochter als hoogbegaafd is geïndiceerd ben ik er meer over gaan lezen en dingen van mezelf beter gaan begrijpen. Na een interview dat ik gaf aan NRC over mijn geloof kreeg ik een berichtje van een bekende vakgenoot: “U zegt dat u ADHD heeft, maar kan er ook sprake zijn van hoogbegaafdheid?” Als lid van de Mensa (internationale belangenvereniging van mensen met een IQ van boven de 130) wees hij me erop dat deze club ambassadeurs zoekt. Mensen die uitleggen wat het is. Dat het niet alleen zo is dat je goed kunt leren, want soms kun je juist helemaal niet goed leren.

Er zijn hoogbegaafden die op een truck rijden. Ik ken iemand die boomverzorger is, ondanks een IQ van 140. Misschien ga ik erover schrijven nu ik dit toch heb verteld. Mijn dochter heeft een hele goede schoolloopbaan gehad. Zij haalde tienen voor wiskunde op haar eindlijst. Ze is afgestudeerd en promoveert nu in Stockholm in de wiskunde.’

Slik jij medicatie voor ADHD?
‘Nee. Nou, haha, ik heb zonet een pilletje genomen. In het begin dacht ik: Tentin helpt echt. Maar het lukt mij niet om iedere ochtend om half acht en ’s middags om half drie zo’n pilletje te nemen. Ik vergeet het gewoon. Het is geen ritueel geworden en ik ben er niet afhankelijk van. Ik zit nog weleens bij het Mediaforum van Spraakmakers (Radio 1), en mijn vrouw zegt dat ze kan merken of ik mijn pilletje heb gehad of niet. Dan praat ik rustiger.’

Jouw vader werd eind van zijn leven depressief - zo vertelde je in datzelfde NRC interview - en had vanuit zijn geloof moeite met het feit dat medicatie zijn geestestoestand kon veranderen. Hoe denk jij daarover?
‘In principe heb ik daar geen moeite mee. Er zijn verschillende niveaus van menszijn en de psyche is nog weer een ander niveau dan de ziel. De psyche is wel degelijk afhankelijk van biochemische factoren, daar ben ik van overtuigd. En daarnaast is er een ziel als een soort heilige ruimte waar je diepste mens-zijn huist. Dat staat los van dat hele eenvoudige psycho-medische niveau van de zorg dat je goede voeding hebt, dat je voldoende beweegt en - in sommige gevallen - medicijnen slikt.’

Heb je ook voordelen ondervonden van je hoogbegaafdheid?
‘Ik denk dat ik er in de functie als hoofdredacteur/directeur van het ND veel voordeel van heb gehad. Maar dan wel in combinatie met de levenservaring die ik in mijn loopbaan heb opgedaan. Met alle butsen en krassen en keren dat ik mijn hoofd heb gestoten.’

Sjirk Kuijper (1966) studeerde MO Theologie en School voor Journalistiek en begon in 1994 als redacteur bij het Nederlands Dagblad, waar hij na twee jaar vertrok. Na een periode, onder meer journalist bij het Friesch Dagblad en politiek verslaggever bij TweeVandaag (EO), verruilde hij in 2007 de journalistiek voor de voorlichting en werd woordvoeder voor de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. In 2010 werd hij woordvoerder van het waterschap Rijn en IJssel, en kort daarop (2012) milieuwoordvoerder voor toenmalig staatssecretaris Joop Atsma. In 2013 werd hij hoofdredacteur/directeur bij het Nederlands Dagblad. Sinds 2016 is hij lid van de Raad voor de Journalistiek.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee