— vrijdag 21 maart 2025 07:00 | 0 reacties , praat mee

Saskia Belleman, Villamedia’s Journalist van het Jaar 2024: ‘Het onbegrip over de rechtspraak is enorm’

Saskia Belleman, Villamedia’s Journalist van het Jaar 2024: ‘Het onbegrip over de rechtspraak is enorm’
Saskia Belleman, Villamedia's Journalist van het jaar 2024 - © Duco de Vries

Rechtbankverslaggever Saskia Belleman van De Telegraaf is verkozen tot Villamedia’s Journalist van het Jaar 2024. Gisterenavond werd ze gehuldigd in Den Haag. De jury is onder de indruk van haar podcast ‘Zij is van mij’, over vrouwenmoord in Nederland, die ze maakte met Marieke Mager, Kelly Valk en co-host Wilson Boldewijn. ‘Dit zijn geen incidenten, dit is een patroon, en wij zien het niet. Hoe kan dat?’ Laatste wijziging: 24 maart 2025, 08:02

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?

Ze kwam ze steeds vaker tegen als ze de rechtbankrollen afspeurde naar spraakmakende zaken; in zeker drie tot vier zittingen per week stond een man terecht die ervan verdacht werd zijn (ex-)partner zwaar te hebben mishandeld, vaak met dodelijke afloop.

‘Wat is dit joh?’, vroeg Saskia Belleman (65) zich af. Ze wilde zeker weten of haar gevoel klopte. ‘De cijfers over partnermoord variëren enigszins. Van één keer in de acht à tien dagen tot één keer in de twee weken. Dat laatste cijfer houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek aan, maar die tellen bepaalde omstandigheden niet mee. Je had bijvoorbeeld die zaak met de studente Mieke Oort in Leeuwarden. Zij werd vermoord door een jongen die verliefd op haar was en een relatie wilde. Zij wilde dat niet, dus officieel waren dat geen partners. Dan telt het niet als partnerdoding. Het werd ook niet gezien als femicide, maar dat was het natuurlijk wel.’

Waarom gebruiken jullie niet de term femicide in de podcast?
‘Met femicide wordt het doden van vrouwen uit vrouwenhaat bedoeld. In de podcast hanteren wij de wat krappere definitie van partnerdoding. Aan de andere kant denk ik, als het gebruik van dat woord helpt om het op de kaart te zetten, dan gebruiken we dat woord. Ik denk dat het cijfer van één moord op de acht à tien dagen dichter bij de realiteit ligt dan eens in de twee weken. Ik vrees zelfs dat het er nog meer zijn. Tijdens mijn vooronderzoek kwam ik er namelijk achter dat er veel verdachte zelfmoordgevallen zijn. Vrouwen die bungelen aan een gordijnrail of aan een plafond. Of die op een raadselachtige manier van de trap rollen of van een balkon met een redelijk hoog hek vallen. Vrouwen van wie je zou denken: die had geen enkele reden zichzelf iets aan te doen. Ook als je naar hun omgeving luistert. Als de politie direct zelfdoding constateert volgt er geen forensisch onderzoek. De partner of verdachte wordt niet getapt. Als nabestaanden eerst naar het hof moeten om het OM te dwingen zo’n zaak op te pakken, is eventueel bewijs vaak niet meer voorhanden.’

Hoe resulteerde dat vooronderzoek in de podcast Zij is van mij?
‘Anne-Marije, de zus van Clarinda van den Bersselaar, een vrouw die door haar ex is doodgeschoten onder het raam van haar ouders, bleek tijdens de rechtszaak in staat het grotere patroon achter vrouwenmoorden te schetsen. Dat ging over scheve man-vrouw verhoudingen, vooroordelen waarmee vrouwen te maken krijgen en meldingen die door de politie niet serieus worden genomen. Toen ik haar hoorde praten bij de rechtszaak was ik daar zeer van onder de indruk. Wat ik bij iedere partnerdodingszaak waar ik bij was merkte is dat het beschouwd werd als een incident. Terwijl ik dacht: dit zijn geen incidenten, dit is een patroon, en wij zien het niet. Hoe kan dat? Dat is een vraag die je met een podcast centraal kunt stellen. Het antwoord op de vraag zochten we door met verschillende betrokkenen te praten: advocaten, slachtoffers, nabestaanden, een forensisch psycholoog en ook een dader.

De timing was goed omdat de hoofdredactie van De Telegraaf meer verdiepende podcasts wilde. Alleen moesten we het tussen de normale werkzaamheden door doen en dat was een hele kluif. Vooral om de juiste mensen te vinden en interviews af te nemen. Kelly Valk heeft de research gedaan en voorgesprekken gevoerd. En Marieke Mager ging mee om de interviews op te nemen. Een dijk van een producent. We wilden niet alleen casussen beschrijven, maar ook de mechanismen achter partnermoord laten zien.’

Hoe beweeg je mensen ertoe weer over die trauma’s te praten?
‘Het scheelde dat ik bij sommige rechtszaken aanwezig was en erover had geschreven. Dat helpt om het ijs te breken. Eigenlijk waren ze allemaal bereid hun verhaal te doen omdat ze bij officiële instanties tegen muren aanlopen en omdat ze het gevoel hebben: dit moet stoppen. Mensen moeten ervan doordrongen raken dat we een probleem hebben in dit land.’

Je zegt mensen, maar het gaat toch vooral om mannen?
‘Ook vrouwen kunnen hard oordelen over andere vrouwen. Bij de zaak rondom Ali B. was een jong meisje betrokken. Die werd uitgenodigd om naar een feestje te komen in Heiloo. Daar ging ze naartoe, midden in de nacht. Heel veel feesten spelen zich ‘s nachts af, dus dat is niet zo raar. Ze had daar seks met een rapper. Toen kwam Ali B. binnen en die dacht wel even mee te kunnen doen. Daar had zij niet om gevraagd en dat stelde ze ook niet op prijs. Dan hoor je reacties van vrouwen in de trant van: “Als je ‘s nachts naar een feest gaat, dan weet je dat toch?” Ik dacht: pardon? Dan vraag je er toch niet om verkracht te worden, wat is dit voor een onzin?

Vooroordelen leven ook bij vrouwen. En ik vind het ook te makkelijk als vrouwen zeggen: “Als je geslagen wordt, waarom ga je niet gewoon weg?” Alsof dat zo makkelijk is als hij je geïsoleerd heeft van je vrienden en familie. Als je kinderen hebt en misschien geen eigen inkomen meer. Waar moet je naar toe? Je hebt geen huis, er is woningnood. En het is echt niet zo dat iedereen in de rij staat om je te helpen. Ik merkte in de gesprekken dat vrouwen eindeloos proberen om het zelf op te lossen, om zijn gedrag te vergoelijken. Uit schaamte, of uit angst. Op een gegeven moment hakken ze de knoop door en zeggen ze tegen hun partner: ik trek het niet meer, ik ga bij je weg. Dat is vaak het gevaarlijkste moment, want dan escaleert het. En daar zijn vrouwen zich ook heel erg van bewust.’

Je wilde graag een man bij de podcast betrekken. Waarom vond je dat belangrijk?
‘Ik maakte met Telegraaf-collega Wilson Boldewijn al de podcast “De zaak ontleed” waarin we spraakmakende rechtszaken behandelen. Wilson is feilloos in staat de vragen te stellen die veel luisteraars ook hebben. Toen ik met hem sprak over het idee voor deze podcast, maakte hij een paar opmerkingen waardoor ik dacht: ok, zo kunnen mannen er dus tegenaan kijken. Hij zei bijvoorbeeld dat veel mannen opgevoed worden om stoer te zijn en om een vrouw te onderhouden. Dat zat ook een beetje in hem, zei hij. Maar hij zou nooit een vrouw slaan. Hij snapt ook niet waarom mannen dat doen. Maar dat stoer zijn en weinig tot geen emotie tonen, dat zit er wel bij veel mannen in. De trekken het vaak ook niet als een vrouw succesvoller is dan zij. Die invalshoek wilde ik er wel in hebben. Maar let wel; ik wil geen mannen bashen. Ik wil dat ze begrijpen hoe dit soort misdrijven ontstaan.’

Hoe zou je de algemene blik van de man op dit probleem willen omschrijven?
‘Wat ik van mannen het meeste hoor is: “er worden nog steeds meer mannen dan vrouwen vermoord, hoor”. Dat is ook waar, alleen niet door een partner of ex-partner. En niet in hun eigen huis. Dat is een groot verschil. Mannen komen om bij kroegruzies, in de criminaliteit, tijdens vechtpartijen. Maar niet in hun eigen veilige omgeving, door hun eigen partner. Wij hebben ons in de podcast geconcentreerd op zaken die fataal aflopen, maar je wil niet weten hoeveel zaken van huiselijk geweld er iedere week op de rechtbankrollen staan. Ik krijg via X reacties van met name mannen als: “er zijn ook vrouwen die je het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen”. Dat zal best en als je dat zat bent dan vraag je een scheiding aan. Maar je hoeft haar toch niet dood te maken? Ik vraag me af hoe dat in iemands hoofd zit, dat je dit goed kunt praten?’

In je podcast wordt gezegd dat we in Nederland met een onderstroom van seksisme te maken hebben. Bovendien komt partnermoord hier vaker voor dan in veel andere Europese landen. Hoe komt dat?
‘Nederland staat altijd vooraan met een wijzend vingertje, vooral als het gaat om vrouwenrechten in andere landen. Maar in ons eigen land hebben we best nog wat werk te verzetten en dat doen we onvoldoende omdat we denken dat we er al zijn. Ik hoor ook vaak dat partnerdoding een probleem is van andere culturen: “We moeten gewoon minder van die kansenparels toelaten in ons land.” Lekker makkelijk. Als je het toeschrijft aan een andere cultuur en denkt dat het alleen maar om eerwraak gaat hoef je er zelf geen aandacht aan te besteden. Dan is het ons probleem niet. Maar wij zien met regelmaat geboren en getogen Nederlanders in de verdachtenbanken die ook reageren vanuit gekwetste trots of op basis van een krenking van hun eergevoel. Het is bezitsdrang en niet kunnen accepteren dat een vrouw op een gegeven moment zegt: “tot hier en niet verder. Ik ben het zat.”’

Waar begint die onderstroom van seksisme in Nederland?
“Al bij de opvoeding. We hebben nog steeds de neiging om meisjes op te voeden om later verzorgend, lief en aardig te zijn. Jongens moeten dapper zijn en mogen niet huilen. Veel ouders vinden het er kennelijk bij horen als een jongetje regelmatig van zich afmept in vechtpartijen. Toen mijn dochter op de basisschool zat had ze twee jongetjes in de klas die een enorm negatieve sfeer veroorzaakten. Kleine macho’s in de dop die door hun ouders op geen enkele manier werden gecorrigeerd. Dat zijn de jongens die later, als ze gaan studeren misschien, over vrouwen spreken als “sperma-emmers, waarvan je de nek moet breken om je lul erin te kunnen steken”, zoals dat geroepen werd tijdens een bijeenkomst van het Amsterdamse Studentencorps in 2022.”

Tekst loopt verder onder de foto (beeld Duco de Vries)

Je wordt door het OM uitgenodigd om je bevindingen over femicide te delen. Wat zijn dat voor gesprekken?
‘In eerste instantie dacht ik: dat is de wereld op zijn kop, jullie horen het mij te vertellen. Niet andersom. Na dat kaarsincident van Johan Derksen heeft het OM een persbericht uitgebracht waarin stond: we gaan het onderzoeken. Terwijl ze van tevoren wisten dat het verjaard was. Zo’n persbericht breng je dus voor de bühne uit. Als je dan als OM voortdurend klaagt dat je het zo druk hebt kun je zoiets beter achterwege laten.

Maar over die studenten die over vrouwen spraken als “sperma-emmers”, zei ik tegen het OM: “jullie waren er als de kippen bij om te zeggen dat jullie er strafrechtelijk niks mee konden en wezen op de vrijheid van meningsuiting. Maar wat let jullie nou om die jongens uit te nodigen voor een goed gesprek? Als zij met dit gedrag later rechter, officier of advocaat kunnen worden, wat hebben vrouwen die mishandeld zijn dan van hun te verwachten? Wat hebben nabestaanden met een vermoorde dochter of zus van hun te verwachten? Je kunt tachtig keer zeggen: het is niet strafbaar, maar is het moreel acceptabel? Heb je daar als OM niet ook een rol in?” De helft van het gezelschap begon te klappen, de andere helft stond beschaamd naar de grond te kijken.’

De ouders moeten daar toch allereerst mee aan de slag?
‘Natuurlijk. Als je vrouwen sperma-emmers noemt, heb je het ook over je moeder. En over je zus. God verhoede dat ze een vriendin hebben; maar je hebt het ook over je vriendin. Wat haal je je in je hoofd om dat soort dingen te zeggen? Is dat stoerdoenerij? Zoiets kan leiden tot het normaliseren van ernstiger geweld en misschien zelfs tot de dood. Daar moeten we ons bewust van worden. Dat mechanisme komt voort uit een onderstroom van seksisme; we zijn niet zo geëmancipeerd zijn als we zelf denken.’

Welke ontwikkeling neem jij waar over de manier waarop jij als vrouwelijke journalist wordt behandeld?
‘Ik werd jarenlang tijdens interviews door vooral oudere mannen beschouwd als ‘dat meisje, dat we verbaal wel in een hoek kunnen drijven’. Tijdens functioneringsgesprekken kreeg ik te horen: “salarisverhoging zit er voor jou niet in, je vriend heeft ook een baan.” Dat wordt nooit tegen een man gezegd. Ik heb jarenlang bij de Zwolse Courant (nu de Stentor) gewerkt en had daar een hoofdredacteur die vertelde dat hij zijn 24-jarige dochter duidelijk had gemaakt dat ze zou moeten overwegen te stoppen met werken om een gezin te stichten. Die boodschap was duidelijk ook aan mij gericht. Ik wist toen dat ik op die plek niks meer te verwachten had. Ik ging het dan maar weer verderop zoeken.

Ik ben ook benaderd door mannelijke collega’s via het intranet. Die probeerden dan eindeloos een date met je te krijgen of maakten schunnige opmerkingen. Dat was voor de omgeving niet zichtbaar, maar dat gebeurde vrijwel overal waar ik gewerkt heb. Je kreeg ook vaak te horen dat je one of the guys was. De impliciete boodschap is dat je je niet te kwetsbaar moet opstellen.

Het drong pas in de loop der jaren tot me door dat vrouwen dit niet hoeven te accepteren. Ik ben me daar toen veel meer tegen teweer gaan stellen en praat ook met jongere, vrouwelijke collega’s. Ik wil weten wat hun ervaringen zijn. Zo’n rapport van de commissie Van Rijn over de publieke omroep komt ook niet uit de lucht vallen. Mannen moeten zich realiseren dat ze misschien zelf ook een vrouw, een zus, een vriendin of een moeder hebben waarvan ze ook niet willen dat die op hun werk zo benaderd worden. Op de een of andere manier weten mannen dat heel goed van elkaar te scheiden. Die zien hun eigen gedrag los van het gedrag van andere mannen tegen vrouwen die hen nastaan.’

Wat is het grootste verschil tussen jouw journalistieke functie in de rechtszaal en die in de podcast?
‘Als ik verslag doe van een rechtszaak via X, probeer ik dat zo feitelijk en objectief mogelijk te houden. Ik wil dat mensen zelf een oordeel vellen op basis van feiten. Sommigen hebben hun oordeel na één tweet al klaar, maar veel volgers lezen geduldig mee en komen na afloop met vragen of opmerkingen. Ik wil mensen meenemen in de rechtszaak en ze laten zien hoe dat werkt. Het onbegrip over de rechtspraak is enorm. Rechtspraak is openbaar, maar veel mensen begrijpen niet dat ze zelf bij een zaak aanwezig kunnen zijn. Dat wordt door de rechtspraak ook niet makkelijk gemaakt. In het verslag voor de krant en de website filter ik de rode lijn van een zaak eruit. Daarin ben ik beperkt in lengte. Als ik vind dat ik een mening moet uiten doe ik dat wel met een analyse of een commentaar, of in de podcast dus. Maar dat hoort niet thuis in mijn verslag op X. Daar ligt een duidelijke scheiding.’

Ik zou het logisch vinden als jouw hoofdredactie tegen je zegt: we willen dat je wat vaker gaat reflecteren of dat je op X af en toe zegt wat je vindt.
‘Dat is mij nooit gevraagd. Mensen waarderen dat het puur feitelijk is wat ze op X voorgeschoteld krijgen. In de krant is dat al anders, want ik moet bepaalde keuzes maken voor een rode lijn. Die is altijd subjectief. En als jij beperkt bent in je lengte moet je keuzes maken. Soms heb ik ook al een bepaald beeld in mijn hoofd als ik naar een zaak ga. Maar dat beeld kan volledig kantelen door wat ik hoor in een rechtszaal. Door wat een verdachte vertelt, wat een officier zegt of wat een advocaat daar tegenin brengt. Veel mensen hebben al een oordeel klaar als ze de verdenking horen. Dan wil ik graag dat ze met me meelezen en er misschien achterkomen dat het wat genuanceerder zit. Soms is de dader geen monster en soms is er sprake van een gebrek aan bewijs. Dat moet je proberen duidelijk te maken.’

De Telegraaf plaatste kort geleden een brandbrief van de hoofdofficier van justitie, de president van de rechtbank en de deken van de orde van advocaten van Amsterdam. Ze waarschuwden voor de ineenstorting van de maatschappij als we de rechtsstaat niet voldoende beschermen en wijzen op de niet aflatende kritiek vanuit de maatschappij. Later verscheen daar, vanuit de krant, een reactie op. Daarin geef jij ook tegengas. Is dat nodig?
‘Ik vind het heel goed dat de togadriehoek hier aandacht voor vraagt, maar wij rechtbankverslaggevers merken dat de rechtspraak, als gevolg van al die tegenwind in de maatschappij, de neiging heeft de deuren vaker te sluiten en de openbaarheid in te perken. De rechtspraak moet transparant blijven en laten zien waar ze mee bezig is en op welke feiten een oordeel is gebaseerd. Dat doe je niet door deuren vaker te sluiten. De rechtspraak wordt banger. In Den Haag werden twee zedenzaken achter gesloten deuren gehouden omdat de slachtoffers minderjarig waren. Als minderjarigen slachtoffer worden van een zedenzaak moet je daar verslag kunnen doen, want het komt steeds vaker voor. Ik snap dat je hun privacy wil beschermen maar er is geen rechtbankverslaggever die de namen van de slachtoffers zal noemen. Ik vind het een verkeerd signaal dat je als officieren van justitie en als rechter uitstraalt dat je bang bent voor de reacties van de samenleving.’

Je vindt het belangrijk om uit te leggen hoe de rechtsgang in Nederland werkt. Nu zijn er genoeg columnisten en opiniemakers, ook onder jouw collega’s, die het hebben over ‘slappe rechters’, ‘D66 rechters’, ‘activistische rechters’. Hoe komt dat bij jou binnen?
‘”D66 rechters” hoor ik al jaren. Dat is gebaseerd op een onderzoek van vijftien jaar geleden onder rechtenstudenten, dus niet onder mensen die al werkzaam waren als rechter of officier. Maar zelfs als het zo is, wat is er mis mee? D66 is een middenpartij en het is niet zo dat rechters oordelen op basis van een politieke overtuiging. Ze oordelen op basis van bewijs, feiten, informatie uit dossiers. En slappe rechters? Nou, kijk maar eens even naar de straffen die de afgelopen jaren worden opgelegd. Die zijn naar boven geschoten. Ook onder druk van de samenleving. In vergelijking met landen om ons heen straffen we zelfs behoorlijk zwaar. Maar dat wil er bij een bepaalde groep maar niet in. Meestal komen ze dan met voorbeelden van milde straffen voor verkeersongevallen. Dat kun je niet vergelijken met moord of doodslag. Niemand stapt ‘s ochtends in zijn auto met het voornemen iemand dood te gaan rijden.’

Als een collega ergens iets beweert dat volledig indruist tegen jouw opvattingen, doen jullie dan een poging om elkaars standpunten te begrijpen?
‘Ik vind niet dat ik mijn collega’s moet overhalen mijn standpunten in te nemen. Maar ik zet er in zo’n geval wel iets tegenover. Met sommige dingen die in de krant verschijnen ben ik niet blij. Als er in een column bijvoorbeeld over softe rechters wordt geschreven, denk ik: ‘ik kan weer opnieuw beginnen.’ Maar iedereen mag zijn opvattingen hebben. Ik laat soms een tegengeluid horen, gebaseerd op feiten en niet op onderbuikgevoel.’

In NRC vertelde je dat je geen redactiechef meer wilde zijn, onder meer uit onvrede over de activistische koers van de krant.
‘Leidinggeven was hartstikke leerzaam maar was niet mijn de reden om voor de journalistiek te kiezen. Wat ik ook wel weer het mooie vind aan De Telegraaf is dat er ruimte is voor al die verschillende manieren van werken. Er is mij nooit een strobreed in de weg gelegd. Ik heb nooit te horen gekregen dat ik er een schepje bovenop moest doen of dingen iets steviger aan moest te zetten. En ik kan me niet voorstellen dat dit bij andere collega’s wel is gebeurd. Zeker als je goede argumenten hebt waarom je dat niet wil doen. Andere verslaggevers doen het op hun manier. Daar ben ik het niet altijd mee eens, maar dat hoeft ook niet. Bij De Telegraaf word je niet allemaal in hetzelfde malletje geperst.’

Je gaat bijna met pensioen, wie gaat jou opvolgen?
‘Er is interesse, maar ik ga niet over mijn graf heen regeren. Ik zou een voorkeur kunnen uitspreken tegenover de hoofdredactie, maar ik ga er niet over. Mijn opvolger moet open staan voor wat er in zo’n rechtszaal allemaal gebeurt. Je moet niet alleen het verhaal van de officier van justitie willen aanhoren maar ook blijven zitten als de verdediging aan het woord komt. Het wordt ons niet makkelijk gemaakt, want met name grote zaken worden over meerdere dagen uitgespreid. De verdediging komt dan helemaal achteraan. Dan moet je de eindredactie ervan overtuigen dat het belangrijk is ook dit in het verhaal in de krant en op de website te hebben. Soms lukt het me niet om het tot en met het pleidooi bij te wonen. Je zit ook met een deadline.’

Hoe blijf je aandacht vragen voor de slachtoffers van partnermoord?
‘We willen een tweede reeks van de podcast maken met daarin de centrale vraag: wat gebeurt er na de moord of de poging tot moord? Nabestaanden worden gedwongen om contact te onderhouden met daders, omdat die in staat moeten worden gesteld een band met hun kind op te bouwen. Dan vraag je je weleens af of die man zijn kans niet heeft verspeeld. Ik hoop dat na de volgende partnermoord niet weer iedereen ach en wee roept en er weer een rapport met aanbevelingen verschijnt dat daarna in een la verdwijnt. Daar kan ik zo godsgruwelijk kwaad om worden. Zolang dat soort dingen nog gebeuren zal ik aandacht blijven genereren om op een andere manier naar dit soort verhalen te kijken. Ik vind het onbestaanbaar dat er vrouwen zijn die in twee maanden tijd zeventien keer aangifte doen en vervolgens met tien verschillende agenten te maken krijgen en waarvan elke melding een ander etiket krijgt. Kun je je voorstellen hoe dat voelt? “Ik ga dood en niemand doet iets voor me.”’

Beluister hier de podcast

 

 

 

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee