website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Saïda Maggé stelt liever vragen dan dat ze haar mening geeft

Frans Oremus — Geplaatst op Monday 30 July 2018, 14:03

© Mark Vos

Interview Saïda Maggé (30) is de nieuwe vaste invalpresentator bij Nieuws­uur. Daarnaast blijft ze het programma ‘De Bus’ van Nieuws en Co presenteren op Radio 1. Ze doorliep een stormachtige carrière nadat ze in 2009 als columnist bij Villamedia magazine begon. In haar column beschreef ze als starter haar eerste schreden op de in crisis verkerende journalistieke arbeidsmarkt.

Als 4e jaars student ­journalistiek schreef Maggé in haar eerste ­column onzeker te zijn of ze dat wel kon, een column schrijven. ‘Net als mijn vrouwelijke medestudenten, net als al die andere vrouwen in de media, laat ik me leiden door mijn angst en sta ik op het punt de boel af te blazen. Ik realiseer me dat als ik meer vrouwen in de media wil zien, misschien eens kan beginnen met mezelf. Dus bij dezen: mijn eerste stap’, zo schreef ze.

Inmiddels is ze – samen met Eelco Bosch van Rosenthal – vervanger van het vaste presentator duo ­Jeroen Wollaars (Wollaars volgt Twan Huys vanaf september op, red.) en Mariëlle Tweebeeke bij Nieuwsuur. Bosch van Rosenthal combineert dit met zijn werk als verslaggever; Maggé met ‘De Bus’. Hoofdredacteur Joost Oranje zei bij haar aanstelling ‘een jong en groot presentatietalent’ te hebben binnen­gehaald.

Hoe staat het nu met de onzeker­heid? Maggé: ‘Die is een stuk minder geworden. Ik was destijds superjong en vond het een hele eer om in Villa­media te staan. Het was spannend mijn mening te delen met vakgenoten. Vaak dacht ik: “zo, snotneus vind jij dat?”, als ik mijn column teruglas. Toch heb ik er van genoten en vond het superleuk als er reacties kwamen. Ik heb er wel van geleerd dat het stellen van vragen beter bij me past dan zelf mijn mening geven.’

Inmiddels gaat het de goede kant op met vrouwen in de media, constateert ze. ‘Bij de redacties van De Bus en Nieuwsuur merk ik dat er moeite wordt gedaan om vrouwen aan tafel te krijgen. Er is überhaupt aandacht voor diversiteit, ook in leeftijd en in (migratie)achtergrond. Maar dat is nog niet overal zo. Van collega’s op andere redacties hoor ik vaak dat er nog vanuit wordt gegaan dat vrouwen “niet te vinden” zijn. Daar kan ik me echt aan ergeren.’

Voor De Bus blijken vrouwen makkelijker over de streep te trekken dan voor Nieuwsuur, merkt ze, omdat dit ‘net iets spannender’ is. ‘Toch heb ik al twee keer een vrouwelijke specialist (een orthopedagoog en een woordvoerder namens het Migrainefonds) aan tafel gehad die haar live-debuut op tv maakte. Bij de migrainespecialist was het ook mijn debuut bij Nieuwsuur, dus dat was best eng.’

Als er meer dames op redacties zitten is het ook weer makkelijker om vrouwelijke gasten te ontvangen, constateert ze. ‘Ik denk dat vrouwen hun spanning eerder delen met een vrouw dan met een man.’

Zo verliep het helaas niet in een recente uitzending van ‘De Bus’, waarbij de redactie prostituees wilde interviewen over de met sluiting bedreigde tippelzone in Arnhem, maar geen van hen achter de microfoon wilde plaatsnemen. ‘Dan baal ik echt, want het is juist het idee achter De Bus dat je dichtbij mensen komt en zoveel mogelijk kanten van een zaak laat zien. Soms pakt het goed uit. Rond de Turkse verkiezingen hadden we twee Turks-Nederlandse vrouwen die uit principe niet stemden. De redactie heeft daar bijna een week voor nodig gehad om dat rond te krijgen.’

Geërgerd heeft ze zich aan NRC-­columnist Tom-Jan Meeus (24 mei) die in een initiatief van hoofdredacteuren om redacties diverser te maken een vorm van ‘identiteitsjournalistiek’ zag, waarbij mensen met een niet-westerse migratieachtergrond over hun eigen problematiek schrijven. Meeus schreef: ‘Zo bekeken was ik mijn hele verslaggeversleven verkeerd ingezet. Ze hadden me (als Brabantse boerenzoon, red.) het zuiden moeten laten verslaan: het dorpsleven, de armoede, de laag­opgeleiden, de grote gezinnen.’

Maggé reageert: ‘Ik dacht toen ik dat las: “Kom op gast, wat loop jij achter!”. Diversiteit betekent niet dat je als moslim over het Suikerfeest moet schrijven. Juist niet, zou ik zeggen. Diversiteit betekent dat iemand iets meeneemt en daardoor net iets anders kijkt naar het zelfde onderwerp. Dat moet je willen, maar op heel veel redacties gebeurt dat nog niet. Als je het benoemt is het verweer daarop vaak: we kunnen “ze” niet vinden. Maar dat is hypocriet. Zeg dan eerlijk dat diversiteit niet hoog op je prioriteitenlijstje staat. Dat is ook een standpunt.’

Zelf is ze beslist geen activist op dit gebied. Ik ben jóurnalist, geen ­activist. Hoewel ook ik een migratie-­achtergrond heb, voel ik me Hollander. Ik vind het daarom vervelend als mensen vragen naar mijn afkomst, wanneer ze bijvoorbeeld mijn naam zien. En tegelijk snap ik het en zou ik hetzelfde doen. Bij AT5 (waar ze lang presenteerde, red.) was het nooit een ding – redactie en publiek van deze zender zijn al heel lang behoorlijk divers. Van de redactie van Nieuws & Co verneem ik dat gasten soms vooraf naar mijn afkomst informeren als ze horen dat ik de uitzending presenteer.’

Voor zomervakantie heeft Maggé geen tijd. ‘Mariëlle en Eelco zijn gebonden aan de schoolvakantie, dus ze rekenen op mij. En als ze terug­komen begint De Bus weer. Het is een turbulent maar fantastisch jaar.’

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

COP Bladenmaken