— dinsdag 12 december 2006, 11:41 | 0 reacties, praat mee

Journalist van het Jaar 2006: Joris Luyendijk

© Frank Fahrner

Joris Luyendijk vindt dat zijn boek ‘Het zijn net mensen’ te weinig discussie op gang heeft gebracht. Hij pleit ervoor dat de journalistiek opener wordt over haar beperkingen. ‘Maar juist de media pikt die boodschap te weinig op.’ Een trein-interview met De Journalist van het Jaar 2006.

Een afspraak maken met Joris Luyendijk is geen sinecure. Sinds zijn boek over berichtgeving in en over het Midden-Oosten ruim vijf maanden geleden uitkwam, is hij in het lezingencircuit beland. Met zijn confronterende verhalen trekt hij uitverkochte zalen. ‘Daardoor hebben de organisatoren steeds ruzie met de brandweer’, meldt hij niet zonder trots. ‘Er komen zelfs allochtónen.’ De eersteklascoupé is de enige plek waar we een uur kunnen praten. In de stromende regen reizen we van Den Bosch naar Amsterdam. Luyendijk komt uit Maastricht waar hij de vorige avond een verhaal heeft gehouden voor
studenten. Die ochtend had zijn publiek in Noordwijk nog uit Arabische en Europese journalisten bestaan. De thema’s die hij ook in zijn boek aansneed – partijdigheid en misleidend taalgebruik – spraken buitenlandse collega’s zo aan dat ze een kopie van zijn toespraak in het Frans, Farsi en Arabisch kwamen vragen.

De 34-jarige voormalig correspondent van de Volkskrant, NRC Handelsblad en het NOS Journaal heeft geen reden tot klagen. Van zijn derde boek zijn tot nu toe 60.000 exemplaren verkocht. Sinds hij bij de VPRO ‘Zomergasten’ heeft gepresenteerd – met als topper een spannende tv-avond met Léon de Winter – heeft hij voor het grote publiek ook een gezicht.Vier jaar geleden won hij het Gouden Pennetje voor veelbelovend talent en nu is hij al een bekende Nederlander. En toch knaagt er iets.

De motivatie van de Arabische journalisten om de discussie op te pakken mist hij bij zijn Nederlandse collega’s. ‘Als ik hoofdredacteur was, zou ik een weerwoord schrijven op mijn boek. Vind je het onzin wat ik beweer, leg dan uit waarom. Vind je het geen onzin, leg dan uit wat je eraan gaat doen. Maar alleen Frits van Exter van Trouw heeft in zijn column geschreven dat het vraagteken terug moet in de kwaliteitsjournalistiek.’

Je klinkt verongelijkt. Weet je niet hoe vaak jouw boek tot heftige discussies heeft geleid onder collega’s?
‘Oh jee, verongelijktheid vind ik echt een vervelende eigenschap. Waar het mij om gaat is dat er openheid komt over de beperkingen waarbinnen journalisten moeten werken. Laat zien hoe het er aan toegaat in het perscentrum van het Israëlische leger, in Nieuwspoort en Brussel. Journalisten zeggen nu: we hebben het erover, maar we gaan ons publiek er niet mee vermoeien. Dat houden we liever onwetend.’

Is dat niet wat kort door de bocht? Je bent in september nog met drie hoofdredacteuren in debat gegaan na je Sander Thoeneslezing. En je boek is gerecenseerd door serieuze collega’s als Raymond van den Boogaard van NRC Handelsblad.
‘Ja, maar zijn recensie heeft me meer schade dan goed gedaan. Hij schoof mij de conclusie in de schoenen dat ik journalistiek in dictaturen of bijna-oorlogsgebieden “zinloos” zou vinden. Dat schrijf ik nergens, want dat vind ik helemaal niet. De enige plek waar in mijn boek het woord “zinloos” valt, is bij mijn constatering dat als CNN en de persbureaus partijdig taalgebruik hanteren, je daar als individuele correspondent machteloos bij staat.’’

Op één punt heeft Van den Boogaard wel gelijk, vindt Luyendijk: voor een journalist in crisisgebieden is het moeilijk voor te stellen dat de wereld gewoon doordraait. Hij hoopt dat zijn berichtgeving bij de publieke opinie leidt tot nieuwe inzichten. Zo stelt het Luyendijk teleur dat de pers toch weer repte over ‘massale moslimwoede’ bij de cartooncrisis en uitspraken die de paus eerder dit jaar deed. Hij hoopte in zijn boek nog zo te hebben uitgelegd dat je geen generaliserende uitspraken kunt doen over de publieke opinie in dictaturen.

Bij de Sander Thoeneslezing vergeleek je NOS-hoofdredacteur Hans Laroes met een gladde Israëlische woordvoerder.
‘Ik bedoelde dat hij veel praatte en toch niets zei. Gisteren heb ik hem daar mijn excuses voor aangeboden. Het was een gemene opmerking van me.’

Sta je nog steeds achter alles wat je hebt geschreven?
‘Ik vind dat ik de Volkskrant en NRC Handelsblad tekort heb gedaan. Zij hebben mij wel degelijk vrijheid gegeven toen ik in het Midden-Oosten werkte. Al kwamen mijn verhalen dan wel weer vaak terecht in nauwelijks gelezen achtergrondrubrieken. De tv komt er in mijn boek het slechtst vanaf. Ik kan me voorstellen dat collega’s daar defensief op reageren. Maar tv is als lucifers; je kan ermee koken, maar ook een huis in brand steken. Met één beeld kun je een heel verhaal vertellen. Maar wat als dat ene beeld vervormd is, of gemanipuleerd, of eenzijdig?’

Er zijn verslaggevers die zeggen: waar was Joris in Nablus in 2002?
‘Daar heb ik een supersimpel antwoord op: een week eerder was ik bijna omgekomen bij een bomaanslag in Jeruzalem. Mijn onkwetsbaarheidswaan was even weg. Daarna heb ik weer veel domme, riskante dingen gedaan. Daarbij komt: ik was daar voor de reflectie, niet voor de actie. Maar men heeft blijkbaar iets gevonden om mij op te pakken.’

Nog één maand stort hij zich in het lezingencircuit, vertelt hij in de stationsrestauratie. Daarna gaat hij met de VPRO onderzoeken of hij ook een documentaire van zijn boek kan maken. ‘Te beginnen met het omvergetrokken beeld van Saddam, waarvan we nu weten dat het een nepactie was. Voor Havo- en Vwo-leerlingen kan van de tv-versie een DVD worden gemaakt.’

Wil je niet terug naar het Midden-Oosten om te laten zien hoe het beter kan?
‘Pertinent niet. Het Midden-Oosten is klaar voor mij. Ik wil mezelf daar niet opnieuw uitvinden. Bovendien moet je daar als correspondent heel veel reizen, dan weer naar Beiroet, dan weer naar Amman. Dat drukt een enorme stempel op je persoonlijke leven.’

In de trein had hij al gehoord dat hij bij De Journalist op nummer 1 is beland vanwege zijn bijdrage aan de discussie over ons vak. Hij reageert verrast. ‘Dat is geweldig! Misschien krijg ik dan alsnog de kans om op tv uit te leggen waar mijn boek om gaat. Al vind ik eigenlijk dat Arnold Karskens op mijn plaats had moeten staan voor zijn onthullende reportage over Uruzgan. Hij heeft zijn leven gewaagd door als enige niet embedded naar dat gebied te gaan. Als hij de Nipkov-schijf niet wint, zou ik dat bizar vinden.’

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.