— vrijdag 15 januari 2010, 21:50 | 0 reacties, praat mee

Rust aan het front

© Truus van Gog

De publieke omroep moet zijn organisatie aanpassen. Om de bestuurbaarheid te vergroten en in te spelen op veranderend kijk- en luistergedrag. Het zo succesvolle programmeermodel zal na 2016 wellicht op de helling gaan, verwacht Mediaminister Plasterk. Maar: ‘Je moet niet veranderen om te veranderen.’

U staat achter de uitspraken van bestuursvoorzitter Henk Hagoort (NPO) om het aantal omroepen drastisch terug te brengen.
‘Ja, die ondersteun ik. Het is een verstandige en logische gedachtegang. We hebben een publiek bestel dat in staat is zich aan te passen aan de wensen van het publiek. In het verleden resulteerde dat voornamelijk in een verschil tussen A- en B-omroepen, maar verder veranderde er niet veel. De Tros kwam er in 1968 als laatste grote omroep bij. De laatste jaren is dat aan het veranderen: kijk naar BNN, MAX. Als het in dat tempo doorgaat ontstaat versnippering en wordt het bestel onbestuurbaar. Nu al is de coördinatie van al die omroepen een bestuurlijk probleem. Een intern probleem, maar wel belangrijk. Het kost geld en dat besteden we liever aan mooie programma’s.  Ik moet niet op de stoel van de publieke omroep gaan zitten. Maar van een aantal omroepen ligt het voor de hand dat ze gaan fuseren.  En dan denk ik niet alleen aan Teleac, de RVU en de levensbeschouwelijk omroepen, maar ook aan een aantal grotere ledenomroepen.’ 

Jan Slagter (MAX) opperde zelfs de mogelijkheid van een fusie tussen MAX en BNN

‘Dat is een opvallende, maar het kan. Het CDA is ooit voortgekomen uit een fusie tussen AR,  KVP en CHU. Toch heel verschillende partijen.  Maar die hebben dat nooit betreurd. Aan een fusie van grote omroepen zouden wij overigens als wetgevende partij wel moeten meewerken.  Nu geven we geld naar rato van het aantal leden, met een maximum bij 400.000 leden. Dus als twee omroepen met beide 400.000 leden zouden fuseren, zouden ze zichzelf van de helft van hun inkomsten beroven.  Daar moeten we dan wat aan doen. Ik zou het ongewenst vinden als de wetgeving dat door financiële prikkels onmogelijk maakt.’ 

De roep om de taken van de publieke omroep af te bakenen – en reclamevrij te maken –  houdt aan. Hoe staat u daar tegenover? 
‘Sommigen willen de wortels aan de bijl van de omroep zetten. Daar ben ik tegen. Ik geloof in een krachtige publieke omroep met brede programmering voor grote aantallen mensen. Je kunt met getallen illustreren dat de publieke omroep iets heel anders brengt dan de commerciëlen. De hoeveelheid nieuws en actualiteiten bedraagt het dubbele, terwijl de hoeveelheid ingekochte soaps minder dan de helft is dan wat commerciële zenders bieden.  Het is echt een ander product. Dat vind ik waardevol. Want door de variëteit pakken veel mensen ook programma’s mee waar ze anders niet naar zouden kijken. En als publieke huiskamer van ons land biedt de publieke omroep ook een bindend element.’ 

De politiek is nogal verdeeld over het lot van de publieke omroep.
‘Er zijn politieke partijen die vinden dat de publieke omroep zich moet terugtrekken op minder netten en geen taken verricht die de commerciëlen ook kunnen. Een eigenaardige coalitie van mensen – voor een deel een politieke stroming van rechts vindt dat alles wat de markt verstoort er niet zou moeten zijn.  Tegen hen heb ik altijd gezegd: het kan. Ik heb in Amerika gewoond en daar heb je ook televisie met keurige programma’s terwijl de public broadcasting nog geen procent van de kijkers bereikt; bijna niks dus. Je krijgt dan een ander soort televisie. De programma’s worden er naar gemaakt. De spelregels van de sportwedstrijden worden op de reclamepauzes afgestemd.  Dat is een keuze, maar niet de mijne.  Ik vind het gek dat partijen aan de progressieve kant, zoals GroenLinks (laatst wilde een van hun Kamerleden de L er al vanaf halen, maar laten we er even vanuit gaan dat het zichzelf als progressieve partij beschouwt) ook wil dat de publieke omroep zich terugtrekt. Ik hoop dat ze zich de consequenties voldoende realiseren.  Want je kunt natuurlijk wel zeggen “ik wil die reclame eraf”, maar dat is wel een derde van de inkomsten. De PVV wil alle subsidie op het gebied van kunst en cultuur afschaffen en de VVD een heleboel. Daar kan ik ook niks aan doen. Het is een opvatting die een partij mag hebben. Ik kan me daar niet door laten leiden.  Ik hoop dat de kiezers dat straks wel doen.’ 

Hoe ziet u de toekomst van het publieke bestel?
‘Medy van der Laan (voormalig staatssecretaris Cultuur, red.) heeft geprobeerd een heel ander bestel in te richten. Zij wilde alles op de schop nemen. Dat is haar niet gelukt. Ik weet niet of je daar rouwig om moet zijn. In die periode liep de publieke omroep leeg. Je was een loser als je er werkte. Iedereen die een beetje wat kon pakte zijn boeltje en liep Jack Spijkerman achterna richting de commerciëlen. Die beweging heeft Hilversum heel knap gekeerd met het programmeermodel. Dat mag ook wel eens gezegd.  De uitloop van zowel kijkers als makers is gestopt. De publieke omroep is marktleider in kijkcijfers. Dus ik heb nu geen reden om daar verandering te brengen. Voor de komende vijf jaar geef ik een concessie af waarin men mooie programma’s kan maken. Rust aan het front.  Maar ik zeg erbij: gebruik die vijf jaar goed om te kijken hoe je in de periode na 2016, met de veranderende technologie, als publieke omroep optimaal kunt bestaan.’  ‘Het probleem is alleen dat je nooit exact weet wanneer dat gebeurt. Mensen kijken nu nog steeds voornamelijk lineair televisie. Maar we zitten in de fase dat dit echt snel gaat veranderen.  Het avondje AVRO is echt voorbij. In Amerika wordt als tendens gesproken over mediaconsumptie via een first, second en third screen: het eerste staat in de huiskamer, het tweede staat op je bureau – waar je op je werk naar kijkt – en het derde is het scherm dat je in je broekzak hebt. Als dat inderdaad de ontwikkeling is, is het onderscheid tussen televisiekanaal of internetkanaal irrelevant geworden.  Dan gaat men steeds meer on demand kijken en luisteren. Hierdoor komt het programmeermodel onder druk komt te staan. Dan moet je het niet zozeer zoeken in de opbouw van een avond, maar in de kwaliteit van het product.  De wetgeving voor de concessie die we na 2016 gaan verlenen moet over drie jaar al in orde zijn. Politieke partijen moeten dus al in 2011, bij de verkiezingen, hun standpunt bepalen.  Ik moet er eerlijk bij zeggen dat de logica van de politiek me hierin dwingt eerder in actie te komen dan ik zou willen. Juist omdat dit gedreven wordt door de techniek. Liever zou ik gewoon rustig kijken hoe de techniek zich ontwikkelt.’ 

Niet alleen de politiek, maar ook de kranten klagen over oneerlijke concurrentie. 
‘Er is vanuit de kranten gemopperd over überhaupt reclame bij de publieke omroep. Het wordt nu onderzocht, maar ik ben ervan overtuigd dat als je vandaag alle reclame op de publieke omroep stopt dit niet ten goede van de kranten komt maar van de commerciële omroepen.  Ik vind het jammer dat de “NV Krant” in dit volgens mij niet goed getaxeerde commerciële belang zo te hoop loopt tegen de publieke omroep.  Onverstandig. Ik zou zeggen: zie onder ogen dat er een symbiose is tussen de serieuze schrijvende en de serieuze zendende pers. Die zit ook wel bij de commerciëlen – denk aan het RTL Nieuws – maar toch voornamelijk bij de publieke omroep. De kranten moet zich afvragen of ze in de publieke omroep nou wel de juiste tegenstander gevonden hebben.  Waar ik wel gevoelig voor ben is de kritiek dat door reclames op websites aan te bieden de publieke omroep wel heel erg in het vaarwater van de kranten gaat zitten. Daar verwacht ik wel een substitutie-effect. Want het zal een adverteerder weinig uitmaken of zijn advertentie op de site van een omroep staat of een krant. Bij de websites van publieke omroepen wil ik daarom kritisch kijken of ze daar niet meer adverteren dan echt nodig is en ga ik kijken of dat niet beperkt kan worden.’ 

Bent u voorstander van een publieke pers? 
‘Ik ken het, maar in de pers wil niemand het.  NRC, de Volkskrant en ook De Telegraaf hebben in 2008 flinke winst gemaakt. Het is een sector waarin tot voor kort niemand zich zorgen hoefde te maken over de zakelijke kant. NRC Handelsblad ontkent overigens nog steeds dat er een vuiltje aan de lucht is. Het maakt groot bezwaar tegen het epitheton “noodlijdend”.  De overheid is daarnaast ook niet in de stemming om hele nieuwe verplichtingen op zich te nemen. Sterker, we zijn aan het heroverwegen en aan het afslanken. En je kunt ook principieel nog wel de vraag opwerpen of je een publieke pers zou moeten willen. Maar we hebben een fonds dat vernieuwingsprojecten subsidieert.’ 

Ghislaine Plag was verbaasd over uw omhelzing met Rutger Castricum van GeenStijl toen bekend werd dat PowNed toegang krijgt tot het bestel.

‘Tja, zoiets gebeurt ter plekke. Ik heb de foto’s later nog wel eens bekeken. Volgens mij was wel te zien dat ik wat overdonderd was. Maar ik heb het niet als onvriendelijk ervaren. Het was het enthousiasme van het moment; er knalde ook een fles champagne.’ 

Wat vindt u eigenlijk van GeenStijl? Vindt u het journalistiek, of is het cabaret?
‘GeenStijl (GS) zit in mijn bookmarks. Ik volg het. Het probeert zich aan klassieke hokjes te onttrekken.  Ik vind hun antiautoritaire houding leuk zoals veertig jaar geleden de VPRO leuk was met programma’s als Hoepla. Ik ervaar GS – in tegenstelling tot Wakker Nederland, dat daar geen doekjes om windt – niet per se als rechts. Laatst lieten ze een foto zien van een bureau, en vroegen van welke Nederlandse schrijver dit kon zijn. Dan zie je eerst een paar reaguurders die allerlei dingen over schrijvers roepen, maar na 23 minuten weet iemand van wie het is. Het laat de kracht van de knowlegde of the crowd zien – ik zeg bewust geen wisdom.  Als je een journalist diezelfde vraag zou stellen,  zou ie misschien weken bezig zijn. Want hoe ga je dat fysiek doen? Het is moeilijk om zoiets projectmatig aan te pakken. GeenStijl integreert interactief contact bij zijn nieuwsgaring.  Dat is interessant. Op de dag van de aanslag in Apeldoorn – ik zat aan de buis toen het gebeurde – was de omroep er laat bij en had GeenStijl eerder een foto van de dader dan de omroep. Ze betrekken als geen ander hun publiek als medemaker bij het creëren van journalistiek. De vraag is of dat op termijn kan leiden tot goede televisie of radio.’ 

Hoe kan het dat een minister die in een vorig leven uitblonk in creativiteit een vrij gematigd beleid voert. U lijkt op de winkel te passen?
‘Nee, maar de parallel met mijn vorige leven is er wel. Ik ontleen er veel inspiratie aan. Als professional heb ik mij altijd zeer geërgerd aan mensen die mij wel eens even zouden vertellen hoe ik mijn werk moest doen. Als hoogleraar en onderzoeker dacht ik: wie weet er nou beter hoe je biologie moet doceren of onderzoek moet doen dan ik. Dat hoef ik toch niet van een of ander departement te horen. Het betekent nu dat ik van beleidsmakers verwacht dat ze zich bescheiden opstellen waar het kan, en leiding nemen waar het moet. Natuurlijk moet je soms ingrijpen en doorpakken. Bij het hoger onderwijs heb ik dat recent gedaan.’

Bekijk meer van

Ronald Plasterk

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.