foj 2019

— vrijdag 21 juni 2013, 09:55 | 0 reacties, praat mee

Roel Coutinho (RIVM)

© Duco de Vries

Roel Coutinho heeft goede ervaringen met de pers, maar vindt wel dat journalisten een steeds grotere drang hebben om te scoren. ‘Iedereen is expert en alle meningen doen ertoe’, zegt de voorman van het Centrum Infectieziektebestrijding, die per 1 september afzwaait.

We spreken Roel Coutinho een dag nadat de VPRO bekend heeft gemaakt een groot deel van de wetenschapsredacteuren te zullen ontslaan. ‘Echt? Nee, dat wist ik niet. Heel jammer. Ik heb veel ervaring met crises en dan kom je vaak journalisten tegen die slecht op de hoogte zijn, vooral de journalisten die aan de nieuwskant werken. Ze zien een bericht, pakken de telefoon en bellen me op. Dan denk ik: jongens, verdiep je eerst even 20 minuten in het onderwerp voordat je mij de meest domme vragen stelt. Zo gemakzuchtig. Gespecialiseerde journalisten hebben meer kennis van zaken, kunnen onderwerpen beter in hun context plaatsen.’

Mede om die reden betreurt Coutinho het dat de NOS geen wetenschapsredacteuren in dienst heeft. ‘Ik herinner me nog de Buck-affaire in 1990, het was de tijd dat ik me bezighield met hiv en aids. Buck claimde een middel te hebben gevonden dat hiv remde in de celkweek. Het NOS Journaal bracht het groot, later bleek dat het onderzoek niet goed was uitgevoerd, bovendien kun je bij labonderzoek nooit beloven dat er een geneesmiddel op handen is. Een goede wetenschapsredacteur trapt niet in die val. Kijk, de wetenschap staat vandaag de dag behoorlijk onder druk. Mensen denken: alles staat online, ik zoek het wel op. Maar ze kunnen niet interpreteren en juist daar spelen wetenschapsjournalisten een rol, ze vervullen de brugfunctie tussen wetenschap en publiek.’

Vermaak

Coutinho moet de NOS nageven dat ze hun zaakjes tijdens de uitbraak van de Mexicaanse griep goed op orde hadden. ‘Ik had toen veel contact met gezondheidsredacteur Rinke van den Brink, een goede journalist. Over het algemeen heb ik uitstekende ervaringen met journalisten. In Nederland staat de journalistiek op een hoog peil en gaat men integer te werk. De Mexicaanse griep is bijvoorbeeld behoorlijk evenwichtig in de media terechtgekomen. Natuurlijk werd er veel aandacht aan besteed, maar er was ook iedere dag iets nieuws over te melden. Het is niet zo dat de media paniek hebben aangewakkerd.’

Toch bespeurt Coutinho de laatste jaren dat de drang om te scoren groter wordt. ‘Journalisten zijn op zoek naar tegenstellingen en willen die uitvergroten. Als ze mij uitnodigen voor een programma, is de neiging groot er iemand tegenover te zetten die een andere mening heeft dan ik. Maar wie er dan tegenover je komt te zitten, lijkt steeds minder uit te maken. Iedereen is expert en alle meningen doen ertoe. Het zou mooi zijn als journalisten zich beter verdiepen in de experts die ze uitnodigen. En ze moeten hun publiek duidelijk maken wat de positie van zo iemand is. Het is overigens niet zo dat ik de media de schuld geef van die meningencultuur; het is een maatschappelijk fenomeen en de media voelen feilloos aan wat mensen willen horen.’

Spuiten en Slikken

Coutinho doet aan veel nieuws- en actualiteitenprogramma’s mee om uitleg te geven over de Mexicaanse griep en andere infectieziekten, maar hij trekt een duidelijk grens. ‘Ik ga naar de NOS, naar RTL, naar SBS. Maar als het programma om vermaak draait, ga ik niet. Voor mij ligt de grens bij De Wereld Draait Door, daar ga ik niet heen, want voor je het weet zit je daarna bij een quiz. ‘Ja, we hebben zulke hoge kijkcijfers’, zeggen ze dan. Maar toch pas ik ervoor, al maak ik voor BNN graag een uitzondering. Ik vind het zo leuk en verfrissend wat die omroep doet. Ik ben een keer gevraagd bij Spuiten en Slikken iets te vertellen over chlamydia. Iedereen raadde me af om mee te doen. ‘Straks vragen ze je of je zelf wel eens chlamydia hebt gehad.’ Maar ik vond het ontzettend leuk om te doen. Als ik ’s avonds op de bank naar dat programma kijk, zit ik te gieren van het lachen.’

Toen Coutinho in de jaren ’80 en ’90 onderzoek deed naar hiv en aids, was de verstandhouding met journalisten heel wat minder los. ‘Het was bijna doceren wat ik toen deed. Ik was de deskundige die moest uitleggen waar de aidsepidemie vandaan kwam. Als ik daar nu aan terugdenk, was dat ook wel lullig hoor. Gelukkig is dat nu veranderd, ook dankzij wetenschappers zelf, al hebben ze nog regelmatig de neiging zichzelf op een hoger plan te stellen. Terwijl ik juist vind dat ze de boer op moeten gaan, naar buiten, uitleggen wat je doet.’

Ook bij het RIVM is er veel veranderd, zegt Coutinho. ‘Men was helemaal niet gewend om naar buiten te gaan. Toen ik hier kwam was er iemand van voorlichting die een beetje zuur zei: “Wij vertellen de feiten maar interpreteren doen we niet.” Dat moet dan veranderen, heb ik toen gezegd. Nu, met alle sociale media, moeten we wel snel reageren. Als iemand een onwaarheid uit via sociale media en je reageert niet direct, dan wordt het een soort wolk waar je geen grip meer op kunt krijgen. Met HPV, het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken, hebben we wat dat betreft ons lesje wel geleerd.’ Via sociale media kwamen veel indianenverhalen de wereld in over schadelijke effecten van het vaccin.’

Brabant

Waar Coutinho zich over verbaasd heeft, is de geringe media-aandacht voor de Q-koorts. ‘In 2008 heb ik verschillende keren gevraagd aan journalisten of ze wel wisten wat zich afspeelde. Ze hadden er geen belangstelling voor. Gezien de omvang van de epidemie had de pers een veel grotere rol kunnen spelen. Pas in 2009, toen de zaak goed uit de hand was gelopen, werd het een onderwerp. Hoe dat komt? Het was in Brabant en dat is niet interessant voor de grote media. Als dit in Amsterdam was gebeurd, was de wereld te klein geweest.’

Afgelopen jaar kwam Coutinho zelf onder vuur te liggen nadat huisarts Hans van der Linde hem belangenverstrengeling verweet. ‘Ik heb toen de rechter om een oordeel gevraagd. Zo lang die zaak liep, heb ik er in niets over willen zeggen. Joop Bouma van Trouw zat er als een terriër bovenop. Prima, dacht ik, maar je hebt wel de verkeerde te pakken. Het onderwerp is hartstikke belangrijk, er is belangenverstrengeling in de gezondheidszorg, dus uitstekend als de pers dat aan de kaak stelt. Maar doe het dan wel zorgvuldig en ga achter de juiste mensen aan.’

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.