banner anp

— donderdag 18 februari 2016, 09:15 | 1 reactie, praat mee

Qatar is zo slecht nog niet, vindt Qatar

© Gio Lippens

Gio Lippens, voorzitter van de Nederlandse Sportpers (NSP), bezocht in Doha de vergadering van de nationale bonden van sportjournalisten. Doha, de hoofdstad van Qatar, waar onder meer het WK voetbal in de hitte van de woestijn moet worden afgewerkt. En persvrijheid laat staan eerlijke werkomstandigheden ver te zoeken zijn. Toch deden de gastheren er alles aan dat beeld bij te stellen. Met welke normen en waarden beoordeel je Qatar? Lippens doet verslag.

Ik zou hier een boom kunnen opzetten over de persvrijheid in Qatar, het steenrijke Golfstaatje dat zich tegenwoordig vooral profileert met het binnenhalen van de grootste sportevenementen ter wereld.

Dat doe ik niet, omdat er bij ons al veel gezegd en geschreven is over de moeizame wijze waarop journalisten in dat ambitieuze land hun werk moeten verrichten. Zo luidde Amnesty International vorig jaar de noodklok. Collega’s die de omstandigheden van buitenlandse arbeiders wilden onderzoeken, werden tegengewerkt, geïntimideerd en soms opgesloten. Punt gemaakt.

Des te opmerkelijker dat uitgerekend de wereldwijde organisatie van sportjournalisten, de Association Internationale de la Presse Sportive (AIPS), het jaarcongres hield in Doha, de hoofdstad van Qatar. Het Sherathon Hotel, vlakbij de mondaine Corniche, was het toneel van een driedaagse ontmoeting tussen de vertegenwoordigers van nationale bonden van sportjournalisten. Als vers benoemd voorzitter van de stichting Nederlandse Sport Pers (NSP) mocht ik meepraten over zaken die de mondiale sportjournalisten bezighouden. De persvrijheid in Qatar stond niet op de agenda.

Op het congres werd wel gesproken over het geringe aantal vrouwen in bestuursorganen binnen de sportjournalistiek. Een probleem waar serieus aan moet worden gewerkt. Ook was er een stevige discussie over ethiek. En dan niet alleen over de zuiverheid van het werken in een sportwereld waar het ene schandaal het andere opvolgt. AIPS-voorzitter Gianni Merlo keek dreigend de zaal in toen hij meldde dat hij geruchten had vernomen over gerommel binnen de wereldorganisatie van sportjournalisten. Bij verkiezingen voor bestuursfuncties zouden stemmen zijn gekocht, net als in de grote boze buitenwereld. Je moet het maar willen.

Over ethiek gesproken. Werden we in de watten gelegd door de organisatoren? Dat werden we. Een VIP-ontvangst op het vliegveld. Een vijfsterren hotel aan de azuurblauwe baai. Driemaal daags een gratis buffet om de vingers bij af te likken. Excursies naar gelikte sportcomplexen. Een gloednieuwe trainingsoutfit hing op de ochtend van de nationale sportdag aan de deurknop van de hotelkamer. Welkom in het paradijs, was de boodschap. Het gastheerschap kende geen grenzen.

Algemeen nut
Discussies waren er ook. ’s Avonds, tijdens het openingsbanket zat ik aan tafel met een collega uit Oman en enkele hotshots van de Qatarese televisie. Die hadden eerder op de avond een live-uitzending verzorgd van de opening van het AIPS-congres. Zonder zang en dans, maar mét toespraken van hoogwaardigheidsbekleders die trots waren op het binnenhalen van het congres en gloedvol verhaalden over alle sportieve projecten in het land. Hier, bij ons, zouden de kijkcijfers nauwelijks meetbaar zijn geweest. Daar paste het rechtstreekse verslag naadloos in het nationale tv-aanbod, waarin boodschappen van algemeen nut de boventoon voeren.

Wij, de journalisten uit het westen, moesten onze normen en waarden niet voortdurend op de lokale gebruiken plakken, zei de collega uit Oman, een jonge gentleman in een beige gewaad en voorzien van een stijlvol gekleurde hoofddoek. Hij ging met genoegen de discussie aan over persvrijheid, over het uitbuiten van de buitenlandse arbeiders die de prestigeprojecten bouwen, over de ongelooflijke rotvaart waarmee stadions en metrolijnen worden aangelegd. Hij wilde met alle plezier luisteren naar adviezen over hoe het allemaal anders zou moeten. Net als de Qatarezen aan tafel die met gespitste oren de discussie aanhoorden en af en toe bijval betuigden.

De boodschap van hun kant was: we proberen de problemen op te lossen, maar verwacht niet dat dit land snel een kopie wordt van de westerse maatschappij. Cultuurverschil, weet u? Van harte zal het dus zeker niet gaan. Meer openheid. Betere omstandigheden voor de 1,8 miljoen gastarbeiders die het land bevolken. Uit de gesprekken bleek dat het vooral uit pragmatisme zal zijn, wanneer er links en rechts iets verbetert. In Qatar willen ze alles fixen. Geld genoeg, als het moet.

De redeneringen zijn doodsimpel. Is het te heet om een WK voetbal af te werken? Dan bouwen we gewoon stadions met airco. Wordt er vanuit het buitenland geklaagd over de huisvesting van de bouwvakkers? Dan stampen we eenvoudig een aantal arbeiderssteden uit de grond, met voor 100.000 mensen een bed, een kantine, een moskee, een bioscoop, winkels en een cricketstadion. Vier man op een kamer van 24 vierkante meter, bedden met een gordijntje er omheen voor de privacy, per woonblok een gemeenschappelijke wasruimte. Alles kan worden geregeld, als jullie dat willen. Kom maar kijken hoe we dat doen.

Onzichtbare hand
Natuurlijk kregen we alleen de blinkende buitenkant te zien. Op de bouwlocatie van één van de aanstaande WK-stadions mochten we praten met de aanwezige werknemers. We konden vrijelijk rondkijken, maar wel binnen de afzettingen graag. Voor onze eigen veiligheid, uiteraard. Waarna we zelfs een rondleiding kregen in Labour City, één van de gloednieuwe woonsteden voor gastarbeiders.

Korte gesprekjes met de bewoners uit India, Pakistan en Nepal (“everything is okay here, thank you…”) en een vlugge blik in hun privédomein dat er toch iets minder opgepoetst uitzag dan ik had verwacht bij zo’n officiële tour. Maar ik maak me geen enkele illusie over de regisseur die met onzichtbare hand alle poppetjes keurig op de plaats had gezet en exact bepaalde wat wij, de internationale sportjournalisten, wel en niet mochten zien.

Nu zal dat volgend jaar niet veel anders zijn. In mei vergadert de AIPS dan in Zuid-Korea. Eerst in Seoul, daarna in Pyeongchang, de plek waar over twee jaar de Olympische Winterspelen worden gehouden. Ook daar zullen kosten noch moeite worden gespaard om het perfecte plaatje te showen aan de vertegenwoordigers van de mondiale sportjournalistiek.

Detail: een in Qatar gesteund voorstel van de Scandinavische afvaardiging om minder geld uit te geven aan dure congressen en voortaan eens per twee jaar bijeen te komen werd niet in stemming gebracht. De vele reacties uit de zaal maakten duidelijk dat er nogal wat landen zijn die hechten aan een jaarlijks uitstapje. Nederland en België behoren bij de afvaardigingen die vinden dat het wel wat minder mag.

Eind dit jaar ben ik weer in Qatar, tijdens het wereldkampioenschap wielrennen dat in de omgeving van Doha wordt gehouden. Verwacht geen al te opwindende wedstrijden, want daarvoor is het parcours niet geschikt. Geen berg te zien, geen heuvel zelfs. Wel veel rotondes en een lokale ronde tussen de hoogbouw van downtown Doha.

Dat betekent dat zelfs de wind nauwelijks een rol gaat spelen. De zestien miljoen dollar die als fee is betaald aan de internationale wielerfederatie, de UCI, heeft de doorslag gegeven in de keuze. Dat is ook een argument. En de faciliteiten voor coureurs en journalisten zullen in orde zijn, meer dan dat.

Over een dik half jaar zal er ook veel zijn bijgebouwd, op weg naar het omstreden WK voetbal in 2022. De boormachines zullen opnieuw kilometerslange gangen voor het metronetwerk hebben gegraven, in een tempo waarop ze in Amsterdam stikjaloers zijn. Er zullen ongetwijfeld weer doden en gewonden zijn gevallen bij de bouw van de voetbalpaleizen, maar mogelijk is er dan ook iets verbeterd aan de leefomstandigheden van de mensen die het vuile werk moeten opknappen.

Dat is mogelijk te danken aan de soms lastige bezoekers uit het westen die kritische vragen blijven stellen. En misschien ook wel aan de veelal in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië opgeleide Qatarese bovenlaag die – al is het maar uit koopmanschap – best bereid is om te luisteren en te discussiëren. Om hier en daar aanpassingen te plegen, hoe klein die dan ook mogen zijn. Hun lijfspreuk echoot in elk geval nog na: “If there is a problem, we’ll fix it.”

Laat dat het sprankje hoop zijn.

Bekijk meer van

NSP Gio Lippens

Praat mee

1 reactie

J.C. Roodenburg, 18 februari 2016, 14:53

Integer verhaal. Praat mij niet van ‘inpakken’ door uitgenodigde partijen. Al erg veel mee gemaakt in mijn carrière als financieel-economisch (onafhankelijk) journalist en zelfs grote kranten en tijdschriften deden daar vroeger aan mee. Het is maar wat je ermee doet!

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.