website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Portfolio-interview Wilco Versteeg: In de weten­schapper huist een gewelds­porno­graaf

Frits Baarda — Geplaatst op woensdag 10 april 2019, 11:00

Portfolio Zelf nooit een vlieg kwaad gedaan en toch geobsedeerd door geweld. Wilco Versteeg rent met zijn camera iedere zaterdag in Parijs achter gele hesjes aan. Waarom? ‘Dat is de million dollar question.’

De moordenaar heeft met een lenige sprong zijn positie op de vensterbank ingenomen. Het gebeurt aan het begin van een lang gesprek, dat zal uitmonden in een verkenningstocht naar de oorsprong van Wilco Versteegs fascinatie voor geweld. Zelf heeft hij in zijn leven mens noch vlieg kwaad gedaan, zegt hij. Poes Rufus is de enige geweldpleger in dit huis. ‘Een echte killer’, meldt Versteeg. ‘Iedere dag komt hij met dode muizen of vogels thuis.’ Poes verdraait haar kop, alsof ze het hoort. Twee uur lang blijft ze vanuit de hoogte observeren.

Wilco Versteeg (33) pendelt continu tussen Deventer, Nijmegen en Frankrijk. In Parijs, waar hij sinds 2011 woont, promoveerde hij met een proefschrift over oorlogsfotografie. Als fotograaf volgt hij al vanaf het begin de gewelddadige demonstraties van gele hesjes. Iedere zaterdag is hij erbij. Een paar maanden geleden is hij als docent begonnen aan de Radboud Universiteit van Nijmegen. Op het lesprogramma staat Amerikaanse literatuur. Tussendoor reist hij naar zijn ouderlijk huis in Deventer, waar zijn vader en moeder nog wonen. Vader leeft intussen in een wereld van hersenschimmen. Enige zoon Wilco zorgt dat beiden het goed hebben.

Het huis was ooit modern, maar de charme vertoont sleetse plekken. De jongenskamer van Wilco, waar we praten, is met het kind meegegroeid. De kleine ruimte valt nauwelijks te betreden. Een tot de nok gevulde boekenkast staat dwars in het kamertje; twee stoelen en een lage bank passen er net in. Onder het raam met uitzicht op een speelpleintje, stilt de wetenschapper zijn leeshonger, omringd door moeders kussens. Twee christelijke beelden kijken toe. Tegen de muur oorlogsfoto’s en een door Siegfried Woldhek getekend portret van Gerard Reve, de schrijver die hem aanzette tot lezen. ‘Tot mijn 16de las en schreef ik nooit’, bekent hij. ‘Ik voetbalde liever.’

De eerste boeken die hij las, gingen over oorlogen. Op zolder ligt nog een map met krantenknipsels uit zijn jeugd. Allemaal rampspoed in de vorm van auto-ongelukken, scheepsbranden en watersnoden. Jongetje Wilco holde achter vader aan, een verwoed zendamateur. Zodra ergens een sirene afging , stonden ze als eersten bij de onheilsplek. ‘Spectaculair, geweldig’, Wilco’s stem versnelt. ‘In mijn herinnering gebeurde het altijd onder het eten.’

Bijna dertig jaar later rent hij achter mensen met gele hesjes aan, nagejaagd door Parijse politie. Zijn camera richt hij op bebloede gezichten, gebroken ledematen, een grimas van pijn of genot. Relfotograaf is hij. En intellectueel. Hij probeert geweld te analyseren en te verklaren. Oorlogsfotografie is zijn wetenschappelijk domein.

Die ene vraag komt snel en verrast hem niet: waar komt zijn fascinatie vandaan, wat is de oorsprong. Versteeg heft lachend de handen: ‘Dat is de million dollar question. Daar denk ik veel over na. Alles wat ik schrijf gaat over geweld. De fascinatie die ik als kind had, uit zich nu in mijn fotografie. Waar is het begonnen? In mijn herinnering heb ik nooit geweld meegemaakt. Ik leefde in een vredig gezin, vredige straat en een vredige wijk. Als baby was ik heel rustig, zeggen mijn ouders. Een stil, verlegen jongetje. Ik heb nooit gevochten, ben nooit in elkaar geslagen. Mijn leven was geweldloos, maar ook gewoontjes, op het saaie af. Misschien wilde ik het openbreken met rumoer. Ik had er behoefte aan, niet als initiator, wel als waarnemer.’

Dan neemt hij afstand, en wordt filosofisch: ‘Als samenleving negeren wij geweld, terwijl het onderdeel is van de menselijke natuur. Het zit in ons allemaal. Wij leven in het Westen in relatieve vrede, al tachtig jaar, en denken dat dat normaal is. We zijn opgevoed in een Disney-achtige wereld. Als een kat een muis doodt, komt ons dat vreemd voor.’ Op de vensterbank schudt Rufus kort de oren.

Als wetenschapper is hij afstandelijk en bevragend. Wat is de functie van geweld in het menselijk leven? Maar hij kan ook een psycholoog zijn die naar zichzelf kijkt. Waarom moet hij van zichzelf naar gewelddadige demonstraties? ‘Ik dompel me onder in het geweld. De adrenaline doet iets met lichaam en geest. Dan wordt het – helaas – een verslaving.’ Zijn afstandelijkheid houdt de gekte van hem weg, het is zijn schild. Al onderzoekend cirkelt hij rond het antwoord, waarom, waarom? Telkens weer ontglipt hem het zicht op zichzelf.

Met zijn vriendin, een Spaanse hersenwetenschapper, en twee katten woont Versteeg aan de rand van Parijs. Halverwege de week bezoekt hij de Faceboek-groepen van gele hesjes. Waar en wanneer komen ze samen? Op vrijdagavond ondergaat hij stilzwijgend de spanning, ‘een geluidje in mijn hoofd, ergens ver weg’. Hij checkt de batterijen van zijn camera en legt kleren opzij, die gewend zijn aan traangas. De volgende ochtend om acht uur pakt hij de metro, op weg naar het centrum. Daar treffen de hesjes en de politie elkaar, als in een theater, met ongeschreven regels, die ook geschonden kunnen worden. Geweld in een dwingende choreografie. Optrekken, terugtrekken, optrekken, dezelfde liedjes, traangas, vuur, heel voorspelbaar. Maar hij moet er heen. De fotograaf, filosoof en wetenschapper kan niet anders. Het vuur lonkt en verleidt.

De demonstranten raken gewond, verliezen soms een hand of hun oog. ’s Nachts in bed ziet hij de bebloede gezichten weer voor zich. ‘Waarom in vredesnaam moet ik daar zijn?’, vraagt hij zich de volgende ochtend af. ‘Heb ik volgende keer mijn beide ogen nog?’ Versteeg draagt geen helm, naïef vindt hij ook zelf. Er zijn stenen rakelings langs zijn hoofd gevlogen. Zijn moeder kijkt vanuit Deventer via een livestream vaak mee: ‘Wilco, draag toch een helm!’. Tot nu toe ging op zijn schouder altijd een engeltje mee.

Hij doet het voor zichzelf, maar ook voor de foto’s. Hij plaatst ze op Faceboek en Instagram, en deelt ze met de Beeldunie in Nederland. Zijn beste foto’s, zegt hij, tonen ‘niet het bloed, maar juist het menselijke’. Het is een blik of een gebaar, het moment dat de mens zijn masker laat vallen. Het kan de agent zijn die zijn gezicht bedekt, terwijl hij iemand in elkaar aan het rossen is. ‘Zijn vrouw of kind mag hem zo niet zien’, zegt Versteeg terwijl hij in zijn stoel steeds verder naar voren komt. Het spektakel zit in het kleine, zoals op een schilderij van Delacroix.

Anders dan een schilderij, dat kunst is, is een journalistieke foto een weergave van rellen, gezien door de ogen van een fotograaf. Welke zin heeft het om foto’s te maken van geweld, op straat, op slagvelden, als agressie nooit stopt? Versteeg veert op: ‘Hier raak je de kern van de journalistiek, ook van de fotojournalistiek. Velen denken dat foto’s oorlogen kunnen beïnvloeden of stoppen. Totale onzin. Kijk naar het Vietnamese napalm-meisje, het is een mythe. Oorlogen zijn in aantal niet afgenomen. Foto’s hebben wel invloed, maar vooral als propagandamiddel, gebruikt door NGO’s of IS. Een foto kan een oorlog beginnen, helaas niet beëindigen. Moeten we dan niet meer naar oorlogen gaan? Ja, alleen al voor later onderzoek. Op basis van historische foto’s en verslagen kunnen historici leren conflicten te begrijpen. Maar belangrijker: de fotograaf heeft tegenover de burger de plicht om te informeren over wat er in de wereld gebeurt. De burger heeft de plicht om zich te informeren.’
Uit de kast naast hem pakt hij een fotoboekje. Het heet ‘War Porn’ en is gemaakt door de fotograaf Christoph Bangert. Afzichtelijke beelden trekken voorbij. Niemand wilde ze publiceren, daarom deed hij het zelf. ‘Hij ziet het als een plicht tegenover de mensen op de foto, en tegenover de geschiedenis’, legt Versteeg uit. ‘Ja, ik ben het ook: een geweldspornograaf en een voyeur. Ik voel me niet een fotojournalist. Maar ook geen hobby­fotograaf. Ik ben een schrijver, misschien een onderwijzer. Ik reflecteer met mijn foto’s op culturele problemen.’

De fascinatie zit diep in hem en gaat verder dan geweld. Verval, schoonheid, de schoonheid van verval, houden hem bezig. Hij leest veel, zoals de Oostenrijkse auteur Stephan Zweig, die het uiteenvallen van Europa beschreef. Voor Versteeg bevindt het continent zich nu op een scharnierpunt: ‘Gaan we ten onder of is Europa zich aan het heruitvinden?’

Geweld en verval vindt hij ook dichter bij huis, ze gaan er gepaard met liefde. In het hoofd van zijn vader woedt een oorlog. Alle herinneringen worden afgebroken, en daarmee alles wat hem overeind hield. Een ‘mammakindje’ zal hij altijd blijven – met zijn moeder deelt hij ook zijn intellectuele verlangens – maar sinds het begin van de slopende ziekte toont zijn vader ongeremd zijn zachte, menselijke kant. ‘Ik ben dichter bij hem gekomen’, zegt hij zacht. ‘Hij toont zich als mens. Ik ben hem en zijn verval gaan fotograferen.’ Op de gang klinken gestommel en verwarde zinnen. Wilco staat op en wijst zijn vader de weg naar beneden.

Zijn moeder zit boven. Ze leest er veel en speelt soms piano. Haar enige zoon wil misschien eens naar een ‘normale’ oorlog, zegt hij. ‘Geen IS-achtig conflict, te gruwelijk, maar eerder naar de rafelrand van Europa, de Oekraïne of de Baltische staten. Ik moet haar erop voorbereiden.’

Aan twee uur praten komt een einde. Vertellen is relatief nieuw voor hem. Een tante zei laatst dat hij als jongen zelden iets zei. ‘Mijn overtuiging is dat je niet moet praten als je niets te zeggen hebt. Als kind had ik niets te vertellen, nu wel. Ik was destijds een observator. Ik zag en hoorde alles wat iedereen zei. Nog steeds. Het is verwondering die me drijft. “Het is al mooi zoals het is”, zei Gerard Reve al. Ik hoef niet boos te worden op de werkelijkheid, het is gewoon zo.’

De poes geeuwt na al die lange minuten van de honger. Ze springt van de vensterbank en kijkt of buiten nog iets te eten valt.

Wilco Versteeg (1986, Deventer) doceert Amerikaanse visuele cultuur en literatuur aan Radboud Universiteit Nijmegen. Als fotograaf is hij verbonden aan De Beeldunie.
-Opleidingen: Radboud Universiteit Nijmegen, filosofie en religiewetenschap (2012-2013), onderzoeksmaster letterkunde en literatuurwetenschap (2010-2012), bachelor American Studies (2007-2010). Promotie oorlogsjournalistiek aan Université Paris Diderot (2011).
-Opdracht­gevers: schrijft en/of fotografeert voor HP/De Tijd, Aperture, Katholiek Nieuwsblad, Rekto: Verso en Extra.
-Prijzen: Wilco Versteeg was een van de tien genomineerden voor de publieksprijs Zilveren Camera 2018.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.