Parool-journalist Raounak Khaddari over haar liefde voor de krant
‘Mijn uitdaging van gister is mijn standaard van vandaag’, prijkt er op de website van Raounak Khaddari (27). De Parool-journalist zit inderdaad niet graag stil. Sinds begin dit jaar is ze, naast journalist bij ‘haar krant’, wekelijks te horen op NPO Radio 1. Een gesprek over kansen pakken, de liefde voor Het Parool en racistische drek.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?
Als de Volkskrant haar vandaag een baan zou aanbieden, dan zou Raounak Khaddari ‘nee’ zeggen. Dat heeft niets met de Volkskrant an sich te maken (de krant plofte al voor haar geboorte bij haar ouders op de mat), ook andere kranten en omroepen zouden achter het net vissen. Zo groot is de liefde voor Het Parool, de plek waar Khaddari drie jaar geleden binnenwandelde voor een korte zomerstage. ‘Daarna ben ik gewoon nooit meer weggegaan.’
Wat trekt je zo aan in Het Parool?
‘Ik hou van het kleinschalige. En die focus op Amsterdam vind ik fijn. Het is een heel persoonlijke krant, met tegelijkertijd ook veel hard nieuws. Tijdens mijn studie las ik de zaterdagbijlage PS van de Week al van kaft tot kaft.’
En op een gegeven moment dacht je: daar wil ik werken?
‘Toen ik bij Het Parool solliciteerde, freelancete ik al voor LINDAnieuws (het huidige LINDA.nl, red.), maar daar had ik voor mijn gevoel mijn plafond bereikt. Ik heb op een dag gewoon toenmalig Parool-hoofdredacteur Ronald Ockhuysen gemaild met de vraag of ik stage mocht komen lopen. Zo had ik dat bij LINDA ook gedaan: niet wachten op een vacature, maar gewoon mailen dat je ergens wilt werken. Ik had toch niets te verliezen.’
Op je 14e liep je al een snuffelstage bij NOS Headlines. Dat klinkt alsof de interesse in de journalistiek er altijd al was.
‘Ik heb van jongs af aan de behoefte gehad om iets te maken. En ik vond het ook interessant om andermans verhalen te lezen. Ik las ook de Kidsweek en 7Days, omdat ik graag wilde weten hoe andere kinderen iets deden. Ik denk dat het daarmee is aangewakkerd: kan ik zulke verhalen zelf ook niet maken?’
Tijdens je verlengde stage bij Het Parool had je al snel een voorpagina te pakken. Had je het gevoel dat je toen ‘binnen’ was?
‘Dat was met een verhaal over het teruglopende aantal studenten bij de studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. De reacties van collega’s waren heel leuk, maar ik weet niet of ik toen “binnen” was. Ik meet succes zelf ook niet af aan hoeveel voorpagina’s iemand haalt. We werken samen aan de krant en willen dat die zo goed mogelijk is. Ik ben heel ambitieus, maar als mijn verhaal van de voorpagina valt omdat een collega nieuws heeft dat waardevoller is, dan be my guest. Ik wil vooral verhalen maken waar ik trots op ben.’
Die kans krijg Khaddari bij Het Parool. Daags na het gesprek met Villamedia maakt ze bekend dat ze een nieuwe serie krijgt: ‘Nieuwe Lichting’. Daarin onderzoekt ze wat twintigers en dertigers in de stad bezighoudt. Ze brengt in kaart waar haar generatiegenoten tegenaan lopen, maar kijkt ook waar dat vandaan komt en hoe mensen daarmee omgaan. Sociaalgeograaf Hedy D’Ancona plaatst de verhalen in historisch perspectief.
‘Toen ik bij Het Parool begon, mocht ik meteen zelf op zoek naar verhalen. Dat was één groot feest en dat is het nog steeds. Al zijn er ook verhalen waar ik minder trots op ben. Op de ochtend waarop advocaat Derk Wiersum werd vermoord, in september 2019, had ik ochtenddienst. Terwijl mijn collega’s verhalen maakten over de moord, tikte ik een stuk over de baard van de koning… Maar ook dat hoort erbij. De ene dag werk je aan je eigen serie en de andere dag heb je avonddienst en ben je de krant aan het finetunen voordat hij naar de drukker gaat. Die afwisseling vind ik leuk.’
Sinds januari presenteer je op vrijdagen het radioprogramma Gaan! op NPO Radio 1.
‘Dat is eigenlijk per toeval ontstaan. Ik was een paar keer te gast bij De Nieuws BV en Dit is de Zaterdag en toen zagen mensen uit het radiowereldje dat me dat wel goed afging. Iemand vroeg: “Zal ik je voorstellen aan de radiomanager?” Zo ging het balletje rollen. Toen er een plek vrijkwam bij Gaan! vroeg BNNVARA of ik interesse had. De hoofdredactie van Het Parool vond het prima, zolang het niet botste met mijn werk voor de krant. Op vrijdagen zit ik van 03.00 tot 06.00 uur in de radiostudio. Daarna slaap ik een paar uurtjes en ga ik door naar Het Parool. Zolang dat één dag in de week is, is dat goed vol te houden.’
In mei verving je ook een paar weken Sinan Can bij zijn radioprogramma Sinans Atlas. Als je maar één ding mocht doen, radio of Het Parool, wat zou je kiezen?
‘De krant. Dat is het belangrijkste. Ik vind schrijven als bezigheid leuker, ook los van de krant. Het is bedachtzamer en je hebt meer ruimte. Ook om fouten te maken. En schrijven is ook minder vergankelijk.’
Bij je eerste Gaan!-uitzending had je mot met Carmen, een luisteraar, die vertelde dat ze geen enkele moslim vertrouwde. Je repliek: ‘Wat een warm welkom. Carmen wilde het hebben over de journalistiek, maar bleek gewoon een racist te zijn.’
‘Dat vond ik heel zwak van haar. Ze belde in en vertelde de redacteur dat ze het over het onderwerp van de uitzending wilde hebben zodat ze door de voorselectie zou komen. Vervolgens ging ze me in de uitzending zelf aanvallen op mijn Marokkaanse afkomst. Als iemand zoiets doms zegt, hoef ik dat niet te pikken. Dat ze ophing, zegt wel iets over hoeveel argumenten ze had. Nul.’
Je krijgt vaker racistische bagger over je heen. De ene keer noemt iemand je hoer, de andere keer heeft Het Parool ‘je aangenomen om witte voetjes te halen bij de diversiteitspolitie’. Je deelt die berichten vaak op sociale media. Waarom?
‘Omdat ik het belangrijk vind dat anderen zien dat dit racisme aan de orde van de dag is. En als ik heel eerlijk ben: de meeste berichten deel ik eigenlijk niét. Het zijn er zó veel dat het te veel tijd en energie zou kosten. Als je het op sociale media deelt, krijg je niet alleen heel veel positieve reacties die je wil beantwoorden, maar ook nog meer ellende. Eens in de zoveel tijd wil ik wel laten zien dat het er nog is. En dat het nog steeds erg is.’
Wat doen die haatberichten met je?
‘De eerste keer denk je dat het een incident is, de tweede keer denk je dat het komt doordat je stuk veel losmaakt. Maar toen ik een artikel schreef over onvruchtbare mannen, en te horen kreeg dat ik zelf een onvruchtbare man moest trouwen zodat ik me niet kan voortplanten, wist ik ineens: het maakt niet uit waar ik over schrijf, ik krijg die haatberichten toch wel. Het gaat ze niet om mijn werk, maar om mijn afkomst en om wie ik ben. Dat heb ik wel moeten leren.’
Hoe heb je dat geleerd?
‘De hoofdredactie van Het Parool heeft me na de eerste haatberichten gekoppeld aan een coach. Bij die gesprekken heb ik geleerd dat ik het uiteindelijk toch nooit voor iedereen goed kan doen. Dus dan moet ik me er ook vooral niet te druk om maken. Dat geeft me een enorme rust. Ik vind het nog steeds niet chill om zulke berichten te krijgen. Maar als je ze toch al verwacht, komt de klap minder hard aan. Maar ik ga natuurlijk niet stoppen met mijn werk omdat ik anderen niet zin.’
Raounak Khaddari (1994) werd geboren in Amsterdam en groeide op in Almere. Ze studeerde algemene sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en werkte onder meer freelance voor Blendle en LINDAnieuws. Sinds juli 2018 werkt ze voor Het Parool. Daarnaast presenteert ze op vrijdagen het vroege ochtendprogramma Gaan! op NPO Radio 1 en is ze jurylid bij Stichting De Zilveren Camera.


Praat mee