— vrijdag 8 november 2013, 08:43 | 0 reacties, praat mee

“Over bronnen sprak en spreek ik niet”

© Truus van Gog

Onthullingen in De Telegraaf in maart 2009 over het falen van de AIVD rond Irak leverden Jolande van der Graaf veel ellende op. Maandenlang liet de geheime dienst haar afluisteren en schaduwen. In de zomer van 2009 werd een gerechtelijk vooronderzoek geopend en vielen politie en justitie haar huis binnen. Haar verhaal.

Verontwaardigd maar vooral ontzettend kwaad was ik, toen politie en justitie op donderdag 18 juni 2009 mijn huis binnendenderden. Ik was gebombardeerd tot verdachte van het schenden van staatsgeheimen. Onder het mom dat de nationale veiligheid ernstig in gevaar was, haalden tien ‘staatsinbrekers’ mijn privédomein overhoop, op zoek naar aanwijzingen over bronnen. Ik stond machteloos.

Anderhalf uur voor de inval hadden buren gezien hoe onbekende auto’s posities innamen. Ik hoorde later dat mannen in donkere pakken en met mobieltjes zich toen in straten rondom verdekt probeerden op te stellen. Ze hadden mijn huis omsingeld, alsof ik als een Rambo met staatsgeheimen tussen de tanden op de vlucht zou slaan. Een buurman vond ’t allemaal zo verdacht, dat hij bijna de politie had gebeld…

Nietsvermoedend en onwetend van het feit dat de AIVD mij sinds de Irak-publicatie drie maanden eerder letterlijk als ‘target’ had aangemerkt en iedere stap die ik zette in kaart had gebracht, nam ik rond die tijd een douche. Ik had een normale werkdag gepland en wilde een verhaal over een moordzaak uitwerken.

Maar die dag zou niets gewoon verlopen. Ik stond me juist af te drogen, toen de deurbel ging. Snel schoot ik een joggingbroek en shirtje aan. Door het raampje in de voordeur gluurde een man brutaal naar binnen. Ik kon bijna ruiken dat hij een smeris was. We spraken door de brievenbus, ik vertikte het open te doen. ‘Rijksrecherche. U wordt verdacht van het in bezit hebben van staatsgeheime documenten’, snauwde hij. Met bonzend hart vroeg ik om papieren, een bevel tot binnentreding. Onmiddellijk verschenen een rechter-commissaris en de nors kijkende officier van justitie Evert Harderwijk voor het raam. ‘U kunt maar beter meewerken, anders wordt het vervelend’, was de boodschap. Mijn schrik sloeg om in woede. Wat was dit voor achterlijke vertoning?

Een telefoontje naar de krant en mijn advocaat werd toegestaan. Maar politie en justitie konden niet het fatsoen opbrengen om te wachten op mijn raadsman. Zodoende was er de eerste anderhalf uur van de doorzoeking geen enkele controle op de staatsovervallers. Terwijl de horde agenten de trap naar de bovenverdiepingen opstoof, werd ik vastgehouden in mijn woonkamer. Het maakte me razend dat ik niet kon zien wat ze boven in mijn werkkamer en slaapkamers uitspookten.

Ik mocht verder niemand spreken, mijn aldoor rinkelende gsm niet opnemen, niemand ontvangen, geen ondergoed en fatsoenlijke kleding aantrekken. Het werd me verboden familie te bellen om mijn zoontje uit school te halen. Ik werd gezien en behandeld als staatsgevaarlijke crimineel. ‘Dit lijkt wel een politiestaat’, schoot door me heen.

Ondertussen werd alles in huis geopend, bekeken, beklopt, bevoeld en hoorde ik voortdurend fotocamera’s flitsen. Van de kruipruimte tot de nok, de garage, de tuin; tien man sterk ging er zes uur lang tekeer. Een agent reed weg in mijn auto en keerde een half uur later terug. Om een peilzender te verwijderen? Ik wist het niet, maar vermoedde van alles. Al die uren kookte ik van woede, terwijl een vrouwelijke agent mij bewaakte en met argusogen opnam.

De bende overheidsovervallers mocht alleen zoeken naar staats­geheime documenten, maar kaapte uiteindelijk dozen vol aantekeningen, dossiers, een aantal laptops, mijn PC, USB-sticks, agenda’s, adressenbestanden, gsm’s en een TomTom mee.

Op de Telegraafredactie kwam ik die avond op verhaal. ‘Vermoedelijk staatsgeheimen aangetroffen bij Telegraaf-journalist’, tetterde overal rond. Niets was minder waar: er lag nog geen snipper aan geclassificeerde staatsdocumenten in mijn woning.

De talrijke mailtjes, sms’jes, kaart-jes en bossen bloemen van familie, vrienden en collega’s waren overweldigend. Snel werd duidelijk dat justitie het strafrechtelijk onder­zoek doorzette. De wetenschap dat me bij bewezenverklaring zes tot vijftien jaar gevangenisstraf boven het hoofd hing, was weinig geruststellend. Ik had geen idee hoe dit ging uitpakken.

Mijn toen 10-jarige zoon eiste uitleg want al zijn speelgoed lag er anders bij. ‘Mama heeft een stukje geschreven waar de politie boos op is. Dus zijn ze even komen kijken’, zei ik maar. Daar begreep hij niets van. ‘De politie is toch goed? Moet je nu ook naar de gevangenis, mam?’

Ik was die dagen het liefst op pad, thuis voelde niet veilig meer. Als ik met mijn toenmalige partner over ‘de zaak’ sprak, reden we de polders in of gingen naar het strand. Ik wilde weidsheid; kunnen zien of iemand in de buurt was. Mobieltjes bleven thuis. Van alles moest geregeld worden; ook oppas voor mijn zoon, mocht ik worden opgepakt. Het vormde een zware belasting voor mijn familie. In de kofferbak van mijn auto lag maandenlang een ingepakte weekendtas met notitieblokje. Had ik iets om in te schrijven als ik de cel zou indraaien.

Dat scheelde overigens weinig. Justitie riep me op voor verhoor, wat ik faliekant bleef weigeren. Schreeuwend van frustratie kondigde zaaksofficier Harderwijk meermalen telefonisch bij mijn advocaat aan me op te laten pakken. ‘Laat maar komen’, zei ik. Ik was er klaar voor.

Toen de dossierstukken binnenkwamen, rolde ik van de ene in de andere verbazing. Al vanaf de dag van de Irak-publicatie bleek ik te zijn afgeluisterd, gevolgd, gefotografeerd, uitgepeild. Tot diep in de nacht hadden geheim agenten soms rond het huis gehangen om te observeren hoe laat het licht in de slaapkamer uitging. Niet alleen over de twee publicaties, ook over andere werkzaamheden en mijn gedragingen bleek naar hartenlust informatie te zijn verzameld.

Nog altijd vraag ik me af wat onvermeld bleef in die dossiers. Werd mijn internetverkeer van buitenaf bekeken? Waarom zat de voordeur ergens in april dat jaar half in het slot, leken spullen toen anders te staan? Waren op dat moment microfoons geplaatst die bij de doorzoeking weer werden weggehaald?

Ik probeerde in kaart te brengen wat precies was meegeroofd. Informatie over bronnen, mijn dossiers, aantekeningen, het was allemaal in handen van de overheid. Welke gevolgen heeft dat op termijn, vroeg ik me af. Hoeveel bronnen drogen op? Hoeveel verhalen ga ik missen? Een aantal contacten haakte meteen af, sommigen voorgoed. Hun vertrouwen in de journalistiek raakte onherstelbaar beschadigd.

Een maand nadien deed officier van justitie Harderwijk er tijdens een beklagprocedure tegen de inbeslagname nog een schepje bovenop met een rechtstreekse, persoonlijke aanval. ‘Van der Graaf ging actief op zoek naar een informant binnen de inlichtingendienst om staatsgeheimen te verkrijgen. Ze runde de AIVD-medewerkster’, brieste hij. Verbijsterend vond ik dat.

Met de NVJ en het Genootschap van Hoofdredacteuren voerde onze krant de ene na de andere procedure, steeds met glansrijk succes. Anderhalve maand na de inval verbood de rechter het de AIVD om mijn telefoons nog langer te tappen. Niet dat ik de illusie heb dat dit nu niet meer gebeurt. Over bronnen sprak en spreek ik niet. Nooit. Eind januari 2010 seponeerde het OM mijn strafzaak maar dan zo, dat ik een strafblad hou. De uitspraak van de Ombudsman dat ik als journalist gewoon mijn werk deed en een behoorlijk sepot behoor te krijgen, legde Ivo Opstelten vorig jaar simpelweg naast zich neer.

Wat rest is een uitspraak door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die er hopelijk gaat komen. Mijn werkwijze heb ik nooit gewijzigd. Maar mijn kijk op dit land is voor altijd veranderd.

Bekijk meer van

Persoonlijk Dossiers
platform makers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.