— donderdag 15 september 2022, 13:17 | 0 reacties, praat mee

Repliek: Constructieve journalistiek ‘bijna dood’? It’s all over the place!

© Windesheim

Allard Berends heeft als hoofdredacteur/directeur van Omroep Flevoland de nodige vernieuwingen doorgevoerd. Hij loopt vaak voorop in technologische innovatie, zoals met de inzet van artificial intelligence in het journalistieke proces. Des te merkwaardiger is het dat hij wars lijkt van inhoudelijke vernieuwing van de journalistiek. Geïnterviewd door Boudewijn Geels voor Villamedia, noemt Berends de vernieuwende beweging van constructieve journalistiek (cojo) ‘bijna dood’. Om vervolgens enkele aannames te debiteren over ‘cojo’ die de plank volledig misslaan, ja deze zelfs in een kwaad daglicht stellen. Erik van Schaik, docent Journalistiek bij Hogeschool Windesheim, dient hem van repliek. Laatste wijziging: 16 september 2022, 09:43

Berends’ grootste misvatting over constructieve journalistiek is dat deze de traditionele journalistiek zou willen vervangen. Zo presenteerde Berends het althans eerder al, in 2018, in zijn essay voor Villamedia, waarin hij cojo en de ‘klassieke opvatting’ van journalistiek naast elkaar zet. Maar constructieve journalistiek is nooit bedoeld als een nieuwe of alternatieve vorm van journalistiek. Het is een add-on, een toevoeging van constructieve elementen van journalistiek aan de hoofdtaak van waarheidsvinding.

Constructieve journalistiek begint zelfs met die waarheidsvinding, waar het gaat om het zoeken naar meerdere perspectieven dan alleen het polariserende zwart-wit en, naast het beschrijven van negatieve ontwikkelingen, het signaleren van hoopvolle trends (mits aanwezig). Júist om recht te doen aan de werkelijkheid, die complex is en grijstinten kent. Constructieve journalisten baseren zich gewoon op de code van Bordeaux. Maar ze kijken verder en voegen er elementen aan toe.

Nadat de feiten zijn blootgelegd, ligt bij constructieve journalistiek de nadruk op het stellen van toekomstgerichte vragen. Het perspectief op de toekomst hoort immers bij het zo volledig mogelijk belichten van een verhaal. De tijd dat je een kwestie uitzocht en de resultaten over de schutting gooide naar je publiek en het daarbij liet, is echt voorbij. Dat publiek wil van jou weten hoe het verder gaat.

Het AD introduceerde onder hoofdredacteur Jan Bonjer al in 2005 een apart rubriekje bij zijn big reads, genaamd ‘Wat volgt’. Daaruit volgde het stellen van oplossingsgerichte vragen. De krant betrok niet alleen deskundigen maar ook lezers bij het zoeken naar uitwegen voor slachtoffers van de financiële crisis in 2008.

De BBC  ontwikkelde op basis van publieksonderzoek het ‘User needs model’ met zes behoeften, waaronder ‘give me perspective’, ‘inspire me’ en ‘educate me’. Zeker in tijden van crisis wil de burger handelingsperspectief, uitzicht, mogelijke oplossingen. Die zijn niet altijd te geven, maar je kunt er als journalist wel naar vragen. Nu misschien meer dan ooit.

In de nieuwsmedia is het onderhand gemeengoed; je hoeft het NOS Radio 1 Journaal maar aan te zetten of je hoort de presentator van dienst de vervolgvragen stellen: ‘Hoe gaat dit verder? Is hier ook een oplossing voor? Gaat dit werken?’ Kranten, tv-rubrieken en talkshows doen niet anders, it’s all over the place.

Toen Sarah Sylbing en Ester Gould bij PAUW kwamen vertellen over hun veelgeprezen documentaireserie Schuldig, stelde Jeroen Pauw niet alleen de vraag hoe het nu verder moest met de schuldenproblematiek, maar ook hoe je die verschulding kunt voorkomen. Allemaal niet de kerntaak van de journalist, maar wel belangrijke toevoegingen om het publiek bij het onderwerp te betrekken en nader te informeren. Wat weer noodzakelijk is voor die o zo belangrijke functie van de journalistiek om de democratie te dienen.

Berends maakte in 2018 een karikatuur van het ‘presenteren van oplossingen’ door cojo’s. In het interview met Geels is het van hetzelfde laken een pak: ‘…ik heb een hekel aan verhalen waarin de makers ervan pretenderen dat ze “de oplossing” voor iets hebben.’ Nee, dat is ook geen journalistiek. Het is niet de taak van de journalist om oplossingen aan te dragen. Maar bronnen zoeken en vragen naar oplossingen, of elders kijken hoe men een vergelijkbaar probleem te lijf gaat, kan wél een journalistieke rol zijn.  En die oplossingen dan niet klakkeloos overnemen, maar kritisch onderzoeken, opdat de burger zelf een oordeel kan vellen over nut en noodzaak.

Meer moet dat niet wezen, dan wordt het activisme. En het kan ook misgaan met de journalist die zich alleen maar richt op oplossingen. Dat moest eindredacteur Henk van der Aa toegeven (Van der Aa zei dat op de Grote Expertisedag Nieuwe Media op 19 juni 2018, EvS) toen Brandpunt+ vijf jaar geleden doorschoot in de focus op oplossingen en de problemen onderbelicht liet. Het publiek zag de relevantie niet meer.

Ronduit kwalijk is de suggestie van Berends dat ‘cojo’s’ graag een middenpositie zouden innemen ‘door te beweren dat wetenschappers en coronawappies beiden voor de helft gelijk hebben’. Wat een larie! Ook dit is een verdraaiing van waar constructieve journalistiek voor staat. Het gaat om focus op het midden in plaats van alleen maar op de tegenpolen in een kwestie. Gericht op – alweer – de best mogelijke en meest complete weergave van de werkelijkheid. Met als bijvangst: depolarisatie. En dan gaat het natuurlijk niet om de vraag of wetenschappers of leken ‘gelijk hebben’ – dat is een no-brainer. Nee, het gaat bij een kwestie als wel/niet vaccineren om de grote middengroep van twijfelaars en de journalistieke vraag waarom die groep twijfelt, en waarom een deel van de samenleving wetenschappelijk onderbouwd beleidsadvies wantrouwt. Dat is iets anders dan de waarheid in het midden zoeken.

CONGRES WINDESHEIM
Vragen over hoe media kunnen bijdragen aan depolarisatie in plaats van polarisatie komen aan de orde op het congres over de toekomst van de journalistiek  dat de opleiding Journalistiek van Windesheim op 6 en 7 oktober organiseert in Zwolle, ter gelegenheid van haar 40-jarig bestaan. Thema: zoeken naar verbinding en vertrouwen. Ik nodig Allard Berends van harte uit om op constructieve wijze mee te discussiëren.

Erik van Schaik is praktijkcoördinator aan de opleiding Journalistiek van de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Hij schrijft dit opiniestuk op persoonlijke titel als reactie op het in Villamedia gepubliceerde interview met Allard Berends, de hoofdredacteur van Omroep Flevoland. Van Schaik werkte van 2005 tot 2010 als chef algemene redactie bij het Algemeen Dagblad en was daarvoor buitenlandredacteur bij het Utrechts Nieuwsblad en de Amersfoortse Courant. Sinds. 2010 is Van Schaik werkzaam bij Windesheim.

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.