website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Karel Smouter in een open brief aan Allard Berends: Alle goede journalistiek is activistisch

Karel Smouter — Geplaatst in Journalistiek op vrijdag 16 maart 2018, 11:23

© Karel Smouter.

Opinie Alle goede journalistiek is activistisch, schrijft Karel Smouter in een open brief aan Allard Berends. Smouter, docent Journalistiek aan Hogeschool Windesheim, reageert op een stuk van Berends, hoofdredacteur van Omroep Flevoland, op Villamedia: constructieve journalistiek bestaat niet. Waar Berends niet gelooft in journalistiek die oplossingen aandraagt, is dat voor Smouter juist de manier het verloren contact met het publiek te herstellen.

Beste Allard,

Om te beginnen wil ik je bedanken voor de uitgebreide uiteenzetting die je gaf van jouw twijfels bij het fenomeen constructieve journalistiek.

Anders dan veel kritieken die mij onder ogen komen zie ik dat jij je betoog ook echt probeert te onderbouwen. En hoe, vrijwel de hele geschiedenis van de Westerse wijsbegeerte komt voorbij! Voor een fenomeen dat niet bestaat schenk je CoJo buitengewoon veel aandacht.

Het laatste wat ik wil is dat de beweging voor Cojo als een soort evangelisatie-genootschap functioneert, dat zonder zich iets van kritiek aan te trekken haar heilzame dogma’s aan ieder lid van onze beroepsgroep koste wat kost wil opdringen. Ik verwelkom je poging om hierover in debat te treden dan ook van harte.

Vooral omdat we beiden vertrekken vanuit dezelfde zorg: het geslonken vertrouwen in de journalistiek. Laat ik net als jou om te beginnen eens proberen te verklaren waar dit verlies aan vertrouwen vandaan komt. Ik denk dat onze wegen daar namelijk al direct uiteen gaan.

Ik vraag studenten wel eens het volgende gedachten-experiment uit te voeren:

Stel, we zitten met de hele klas in de trein naar school. De trein komt tot stilstand door een aanrijding met een persoon. We pakken, journalisten als we zijn, onze telefoons en onze pennen en beginnen verslag te doen van de gebeurtenis. Wat voor verslag wordt dat?

Als ervaren journalist ken je het antwoord al: zoveel journalisten, zoveel invalshoeken. De een concentreert zich op het leed dat tot zelfdoding leidt, de ander op het trauma dat dit oplevert voor de machinist. Een volgende zal zich richten op de manier waarop de conducteur de rust in de trein bewaart. Een vierde zal eerder de opgelopen vertraging centraal stellen. Een vijfde de hinder die passagiers hiervan weer ondervinden.

Et cetera.

Je plek in de trein, of je al eens met zelfdoding te maken hebt gehad, de mate waarin je empathie ontwikkeld is, je leeftijd, je eigen gemoedstoestand, je agenda die dag, de tijd die je tot je beschikking hebt om je verslag te maken.

Dat alles, en meer, is van invloed op jouw journalistieke verslag. Pas wanneer je alle verslagen samen veegt kom je bij zoiets als de waarheid uit. Bij benadering dan. En dan kun je als medium ook nog de afweging het niet te brengen in verband met copycatgevaar. Of een onderschrift publiceren met het telefoonnummer van een hulplijn erin.

Keuzes te over.

Nu is het gekke: geen journalist zal dit betwisten. Toch houden journalisten nog altijd vast aan de mythe dat bij hun alleen een onversneden, objectieve, onafhankelijke, neutrale versie van de werkelijkheid te vinden is.

Dat er zoiets is als een journalistieke methode - in jouw artikel: de Code van Bordeaux - die als je die maar netjes volgt dan toch tenminste de best mogelijke benadering van de waarheid voortbrengt.

Neem bijvoorbeeld dit citaat van Marcel Gelauff, hoofdredacteur van het NOS Journaal:
‘‘Je zit heel snel aan de kant dat je als redactie een standpunt lijkt in te nemen. En dat is wat ik juist nooit wil. Dat is wat wij niet willen. Wij willen geen standpunt over het nieuws innemen. Wij willen dat ons publiek een standpunt over het nieuws inneemt.”

Ik hoop dat het voorgaande gedachten-experiment heeft aangetoond dat het onmogelijk is om over de wereld te berichten zonder standpunt in te nemen. Zodra je ‘s ochtends uit bed stapt, heb je een standpunt. Of je daar nu voor uitkomt (zoals Eva Jinek in haar interview met Hillary Clinton) of niet.

Hier is volgens mij het probleem: het publiek heeft dit allang door Je geeft het zelf al aan: op verjaardagsfeestjes waar je laat vallen dat je journalist bent laat men een stilte vallen of gaat men direct de de discussie met je aan. We zijn ons monopolie op het verspreiden van informatie voorgoed verloren - gelukkig maar.

Iedere poging te doen te doen alsof we daar ergens toch nog aanspraak op hebben wordt - terecht - met scepsis bekeken. We hebben de waarheid allang niet meer in pacht.

Nu zijn we dat geloof ik wel met elkaar eens. Alleen waar jij journalisten met een beroep op Plato’s grot oproept te berusten in de beperktheid van hun waarnemingen, roep ik journalisten (in de dop) op om door te graven.

En ja, daar hoort ook bij dat je door graaft in de richting van oplossingen. Maar….


1: Doorvragen in de richting van een oplossing is iets (heel) anders dan ‘oplossingen aandragen’

CoJo is op zijn best als ‘extra laag’ bovenop het ‘gewone’ journalistieke handwerk. Neem bijvoorbeeld het uitstekende onderzoek van mijn oud-collega Jesse Frederik bij De Correspondent naar ‘de schulden-industrie’ in Nederland. Hij sprak een jaar lang met schuldeisers, deurwaarders, schuldenaren, instanties en hulpverleners. Het ene na de andere hopeloze en schokkende verhaal passeerde de revue. Maar toen hij een zo compleet mogelijk beeld van deze problematiek geschetst had ging hij door. Hij vroeg deskundigen wat er volgens hen moest veranderen om aan de vele schrijnende situaties die hij tegenkwam een eind te maken. Uiteindelijk zette hij ook nog de laatste stap: hij stelde het publiek in staat om deze oplossingen middels de #Schuldvrij-campagne op de politieke agenda te krijgen.

Heeft hij zelf oplossingen aangedragen? Nee, natuurlijk niet. Hij is alleen doorgegaan waar veel journalisten ophouden. Nu zul je tegenwerpen dat niet elke journalist zo maar een jaar met een thema aan de slag kan. Dat is natuurlijk zo, maar ook met minder tijd tot je beschikking kan het stellen van extra vragen of - dat kan ook - andere vragen tot andere inzichten leiden.

En het kan juist activisten en politici - de oplossers - dwingen om concreet te worden. Om niet weg te komen met goedkope kritiek.

Neem bijvoorbeeld de kwestie rond Lelystad Airport - constructieve journalistiek zou in dit geval niet volstaan met het doorgeven van de argumenten ‘voor’ en ‘tegen’, maar ook naar alternatieven voor deze plannen vragen. Het formuleren van zo’n alternatief is voor zowel voor- als tegenstanders een uitdagende, kritische vraag.

Wat er hoe dan ook bij blijft horen is je kritische houding. Niet in de laatste plaats tegenover je eigen vooronderstellingen. En als er geen realistische oplossingen voorhanden zijn, doe dan niet alsof die er wel zijn.  Zo heb ik zelf - om bij je eigen voorbeeld te schrijven - na een half jaar intensief onderzoek naar de vluchtelingenproblematiek geconcludeerd dat ‘Fort Europa’ in feite een tragedie is. Een probleem zonder (haalbare) oplossing.

Kortom, ‘door vragen in de richting van een oplossing’ is iets anders dan zelf als een activist oplossingen aandragen.


2: Alle goede journalistiek is activistisch. Wees daar transparant over

Het woord is gevallen: activisme. CoJo zou niet bestaan, betoog je, omdat het in onherroepelijk uit zou monden in activisme.

In de HOUVAST- methode die we op Windesheim ontwikkelen hebben we het niet over de A van activistisch, maar over de A van activerend. Dat verschil doet er toe: ‘activerende’ journalistiek probeert lezers, kijkers of luisteraars handelingsperspectieven voor te schotelen. Dus niet alleen ‘wat is hier gebeurd?’, maar ook ‘wat nu?’ en ‘wat kun je doen?’ De journalistiek voert zelf geen actie, maar schotelt zijn of haar publiek verschillende acties voor.

Hoewel ik hecht aan het onderscheid denk ik overigens niet dat ‘activisme’ meteen een verwijt is aan het adres van journalistiek. Het lijkt me eerder de essentie van.

Ik vraag me geregeld af hoe de oprichters van Trouw en Vrij Nederland naar deze discussie kijken. Voor hun sprak activisme voor zich, ze zaten immers in het verzet. In de Verzuiling was journalistiek al evenzeer activisme: een manier om de eigen zuil te informeren en te mobiliseren.

Pas daarna, pakweg rond Watergate, kwam daadwerkelijk het idee op van de ‘journalistieke methode’ die tot objectieve berichtgeving zou leiden. Maar toen was het adagium al evenzeer activistisch van aard: we zijn er om de macht te controleren. Om iedereen met macht, geld of roem ‘eerlijk te houden’ en om dat af te drukken wat een ander liever verzwegen zou zien.

Zelfs de traditionele interpretatie van het journalistieke vak die jij verdedigt (de Code van Bordeaux) is met gemak als ‘activistisch’ te bestempelen. Een journalist is een activist voor de waarheid en voor openheid van zaken. Want Democracy dies in darkness, zoals The Washington Post na de verkiezing van Trump elke dag op de voorpagina laat afdrukken.

Wat CoJo aan al dit activisme toevoegt is weinig meer dan de notie dat je daar wel transparant over moet zijn.

Verberg je niet achter termen als waarheid en objectiviteit, maar kom eerlijk uit voor de agenda die je nastreeft. Zolang het maar een journalistiek-activistische agenda is, en dus geen politiek of ngo-activische agenda zie ik het probleem niet.

En dat brengt bij bij het derde misverstand dat ik in je betoog meen te ontwaren. Het idee dat je vertrouwen pas kunt herstellen door ‘serieuze verslaggeving’.

Ik denk dat je daarmee miskent dat grote delen van de bevolking dat vertrouwen met name verloren zijn door de hautaine houding van de journalistiek die ‘gewoon de feiten voor zich’ zegt te laten spreken. Men weet - gelukkig! - intussen wel beter.


3: Vertrouwen is de liefdesbaby van eerlijkheid en betrouwbaarheid

Ik houd studenten en collega’s voor: het hoogst haalbare als objectieve journalistiek niet blijkt te bestaan is volgens mij niet per se constructieve journalistiek (dat is maar een methode die je kunt kiezen), maar betrouwbare journalistiek.

Dat begint bij je houding: maak je een fout, geef die toe. Praat iemand terug als je iets gepubliceerd hebt? Ga het gesprek aan. Heeft iemand ergens kritiek op? Luister dan. Ga kortom niet boven, maar naast je publiek staan. Vergeet in feite de hele term ‘publiek’ en beschouw je publiek als medeburgers in de democratie die je probeert te dienen. Als bronnen van informatie in plaats van als afnemers van informatie.

Ik heb de stellige indruk dat het publiek een journalist die open en eerlijk over zijn werk in gesprek gaat meer kans maakt het vertrouwen van zijn publiek te herwinnen als de journalist die het liefst anoniem en in stilte aan ‘serieuze verslaggeving’ doet, zoals jij dat in je artikel schetst. Misschien niet op het vertrouwen van iedereen, maar toch zeker van dat deel van het publiek dat je aan je weet te binden.

Of je het nu leuk vindt of niet, we leven in een tijd waarin niet alleen de boodschap van belang is, maar de boodschapper evenzeer. En voor de duidelijkheid, dat een constructieve journalist alleen nog maar in het midden geïnteresseerd zou zijn is een andere misvatting.
Brandsma’s betoog om het midden niet te vergeten is slechts een -welkome- herinnering voor journalisten die - in vrijheid - de werkelijkheid beschrijven. Een waarschuwing om niet te vergeten dat uitzonderingen en extremen alleen maar bestaan bij de gratie van regels en gemiddelden.

CoJo hoeft ookal niet per se progressief te zijn om constructief te zijn.

Het succes van zogenoemde ‘rechtse’ journalisten als Sietske Bergsma en Wierd Duk is dat zij - al zullen ze dat zelf wellicht anders zien - mensen van vlees en bloed zijn, waar hun volgers zich mee kunnen identificeren. Zij winnen en behouden het vertrouwen van hun publiek door heel te goed te weten namens wie ze hun vragen stellen.  Zolang zij dat zonder pretentie doen dat alleen bij hun de hele waarheid verkrijgbaar is zie ik daar het probleem niet van.

En dan nog dit: ik leer mijn studenten voor elk verhaal op zoek te gaan naar de best mogelijke bronnen. Ook als je ergens kritiek op hebt lijkt het me fair and balanced om voor hetgeen je onderuit probeert te halen de best beschikbare bronnen te gebruiken. Want pas als je het best mogelijke argument dat iemand tegen je kan gebruiken onderuit weet te halen is kritiek daadwerkelijk in zijn opzet geslaagd.

De definities die je hanteert van Constructieve Journalistiek komen van een website waar niemand in de Nederlandse Cojo-gemeenschap gebruik van maakt, en uit het boek van een filosoof over polarisatie. Als een student met deze bronnen zou komen aanzetten, zou ik zeggen: zoek nog even door. Naar primaire bronnen.

Tot besluit vijf tips:

● Neem het boek ‘From mirrors to movers’ van Cathrine Gyldensted.

● Neem de lectorale rede van mijn collega Liesbeth Hermans, lector Constructieve Journalistiek bij Windesheim, Zwolle

Volg het werk van onderzoeker Karin Mcintyre, die samen met Gyldensted onlangs een wetenschappelijke definitie van de term gemunt heeft.

● We publiceerden een conceptversie van een methode die we op Windesheim aan het ontwikkelen zijn. Bekijk deze HOUVAST-methode hier.

● Op www.constructievejournalistiek.nl komen al deze bronnen - en meer - uitgebreid aan bod. En zul je ontdekken dat CoJo nog lang geen afgebakend concept is, maar wel een set van strategieën om de journalistiek mee te verrijken. We komen graag langs bij Omroep Flevoland om jullie redactie erover bij te praten.

Ik kijk er naar uit dit gesprek binnenkort voort te zetten!


Karel Smouter is docent Journalistiek aan Hogeschool Windesheim en oud-adjunct van De Correspondent. Hij schreef dit artikel in samenspraak met de Taskforce Constructieve Journalistiek op Windesheim.

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. Marcel Gelauff, 16 maart 2018, 16:14

    Of alle journalistiek activistisch is of moet zijn laat ik maar even. Het is in elk geval slechte journalistiek om citaten van anderen in een verkeerde context te plaatsen.

    De context waar hier een citaat van mij in wordt geplaatst is: Toch houden journalisten nog altijd vast aan de mythe dat bij hun alleen een onversneden, objectieve, onafhankelijke, neutrale versie van de werkelijkheid te vinden is.

    Dat vind ik niet en heb ik nooit betoogd.
    Natuurlijk wordt het denken en doen van journalisten beïnvloed door hun eigen cultuur, voorkeuren, vooroordelen, opvoeding, overtuigingen etc.
    Natuurlijk bestaat DE waarheid niet.
    Maar dat laat onverlet dat berichten en reportages maken bij de publieke NOS altijd betekent, dat je vanuit dat besef en vanuit de relevantie van onderwerpen voor ons brede publiek (en niet bij voorbaat vanuit je eigen opinie) zoekt naar diversiteit in invalshoeken, benadering, vorm, dat je doet aan hoor en wederhoor, tegenspraak, evaluatie, transparantie etc.