website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Özcan Akyol onderzoekt de mediakloof: ‘Het is ook gewoon een kwestie van dedain’

Linda Nab — Geplaatst op maandag 18 maart 2019, 11:40

© TRIK

Interview Een missie wil hij het niet noemen, maar vooruit, Özcan Akyol heeft wel een boodschap voor de journalistiek. Doe iets aan de mediakloof. Stap eens uit je Hilversumse bubbel. Morgenavond wordt de tweede aflevering van zijn drieluik 'Eus in Medialand' uitgezonden op NPO2.

Het was november 2017 toen Özcan Akyol (34), kortweg Eus, met een groeiende irritatie naar De Wereld Draait Door zat te kijken. Aan tafel zaten Georgina Verbaan en Anousha Nzume van de foto-campagne Zwarte Piet is Racisme. Ze mochten er vertellen waarom zij vinden dat Zwarte Piet in zijn huidige hoedanigheid moet worden afgeschaft. Akyol pakte zijn telefoon erbij en zocht de actiegroep op. ‘Er bleken dertig, veertig hipsters uit Amsterdam achter te zitten. Allemaal C-garnituur qua bekendheid’, zegt hij snedig. ‘En zij gingen de rest van Nederland wel eens even vertellen dat het hele sinterklaasfeest anders moest worden ingericht. Ik zat me echt kapot te ergeren. Ik dacht: jullie denken goed bezig te zijn aan die talkshowtafel, maar dit is helemaal niet een sentiment dat leeft in het land. Ik weet zeker dat 80 tot 90 procent van de mensen helemaal geen zin heeft om die Zwarte Piet te veranderen.’

Het is maar één van de vele voorbeelden die Akyol op kan lepelen van wat hij als een gapende mediakloof is gaan beschouwen. Dus toen de NTR Akyol vroeg of hij na wilde denken over een programmareeks over de media, had hij wel wat ideetjes.

Voor Eus in Medialand ben je de mediakloof gaan onderzoeken. En dat heeft geleid tot een flink staaltje mediakritiek. We treden niet genoeg uit onze Hilversumse bubbel.
‘Voor de eerste aflevering ging ik onder meer naar Zeeland. Een voormalig raadslid in Terneuzen liet mij daar de bouw van een enorme zeesluis zien. Een prestigieus project dat Frankrijk, België en Nederland met elkaar moet gaan verbinden en waar miljarden in omgaan. Maar de sluis was nog nooit op het NOS Journaal geweest. Wel zagen de Zeeuwen elke week op het journaal dat de Noord/Zuidlijn weer was vertraagd. Terwijl dat in hun ogen gewoon een lokaal metrolijntje is.
Zeeuwen voelen zich, kortom, over het hoofd gezien. En als er al eens een cameraploeg komt, worden ze neergezet als gekken die in wollen truien lopen en geen Wifi hebben. En ze worden ondertiteld, terwijl ze gewoon ABN spreken. Ik kan ze goed verstaan hoor. Ik denk jij ook.’

Heeft wat je tegenkwam je nog verrast?
‘Als we de mediakloof willen verklaren, gooien we het vaak op geografie. Zeeland, zeggen we dan, dat is gewoon te ver. Maar waar ik achter kwam, is dat de oorzaak in sommige gevallen ook sociaal economisch van aard is. Ik bezocht een piratenfestijn in de kop van Overijssel. Piratenfestivals zijn in het oosten en noorden heel populair. Artiesten als Jannes en Grad Damen hebben duizenden fans en scoren hits waar ze riant van kunnen leven. Maar ze komen nooit op tv of op de radio. Ja, misschien een keer voor een lolletje, maar het zit niet in de muzikale voorkeur van de smaakbepalers van Hilversum.
Op dat festijn kwam ik toevallig Jan Keizer van BZN tegen en vroeg hem waar dat nou toch aan ligt. Hij zei ronduit: “Ze kijken op ons neer. Het heeft niks te maken met afstand. Want in Amsterdam wordt er in de onderklasse ook naar piratenmuziek geluisterd.”

Laten we elkaar dus geen mietje noemen; het is ook gewoon een kwestie van dedain. De mensen die in Hilversum en Amsterdam de media vormgeven zijn allemaal hoog opgeleid, een beetje linksig, stemmen op dezelfde partijen en kijken dezelfde Netflix-series. We kijken naar zo’n piratenfestijn en denken: wat zijn dit voor figuren? Oké, ze zijn een beetje primitief in hoe ze feesten. Komt er een camera langs, dan gaat er een broek omlaag. Dat heb ik ook gezien. Maar het gaat erom dat deze mensen ook deel uitmaken van onze samenleving. En het zijn er geen honderd, of honderdvijftig, het gaat om honderdduizenden mensen. En die mogen op de een of andere manier niet bestaan in het hele mainstream gebeuren. Hoe pluriform de NPO ook wil zijn, en hoe goed talkshows als DWDD, Pauw en Jinek ook in elkaar steken.’

Hoe erg is het eigenlijk, dat we niet alles horen over zeesluizen en piratenfestijnen?
‘Ik denk dat groepen die te lang obstructie hebben gevoeld zich uiteindelijk gaan neerleggen bij het feit dat de mainstream media ze niet willen. En dan gaan ze zich op een andere manier verenigen. Ze beginnen hun eigen kanalen op social media, of vinden bereik via internettelevisie of eigen podcasts. Bekende Nederlanders worden inmiddels gekweekt op YouTube en Instagram. Ze hebben geen podium op televisie of in de krant, maar beïnvloeden wel het wereldbeeld van de vaak duizenden volgers die ze hebben. De onvermijdelijke consequentie voor de oude media is dat ze de boot missen en die groepen kwijt raken.’

De ‘gewone man’ lijkt een rode draad te vormen in je werk. Je schrijft over ze in je columns in het AD, bezoekt ze voor ‘Eus in Medialand’ en je nieuwe AD-videoreeks ‘Brieven met Eus’, waarin je op zoek gaat naar de mensen achter de ingezonden brieven die de krant plaatst. Wat spreekt je daar zo in aan?
‘”Echte mensen”, om ze maar even zo te noemen, zijn ongepolijst. Niet berekenend. Ze denken niet na over hoe ze overkomen als ze iets zeggen, of wat de gevolgen ervan kunnen zijn. Ze spreken gewoon uit hun hart, in plaats van alleen maar met hun verstand. Mensen die heel vaak in de media opduiken – in de krant of aan de talkshowtafel – hebben vaak het idee dat ze iemand anders moeten zijn zodra er een cameralampje gaat branden of een recorder loopt.’

Misschien komt het ook door zijn eigen achtergrond, zal hij wat later zeggen, als hij een kop thee heeft gezet in zijn herenhuis in hartje Deventer, de provinciestad waar hij is geboren en getogen. ‘Ik kom niet uit een hoger opgeleid gezin, zoals de meeste journalisten. Mijn ouders waren Turkse gastarbeiders.’ Hij knikt naar de andere kant van het plein waarop zijn woonkamer uitkijkt. ‘Daar, achter die kerk ben ik opgegroeid. In een arbeidershuisje, als onderdeel van de sociale onderklasse. Veel lager was er eigenlijk niet. Bij ons thuis was het spannend of er elke avond eten was. Dat heeft bepaald hoe ik naar de wereld kijk.’
Akyol mag graag zeggen dat hij zich ‘uit het milieu heeft geschreven’ – zijn eerste twee romans baseerde hij op zijn getroebleerde jeugd en moeizame band met zijn vader. Drang om aan het landschap van zijn jonge jaren te ontsnappen, heeft hij echter nooit gevoeld. Eenmaal pakte hij de verhuisdozen in voor een kort intermezzo in Amsterdam. Samen met zijn vriendin, journalist Anna van den Breemer, waagde hij het erop. ‘Zij had daar al een baan bij de Volkskrant. Maar ik kon er niet aarden. De rolkoffertjes, de bootjes, het geluid, de viezige huizen, het vluchtige leven. Binnen een jaar waren we weer weg.’ Hij is nu eenmaal een provinciaal, zegt hij schouderophalend. ‘Dat helpt me ook in mijn werk als journalist. Overal waar ik kom, zien mensen dat ik het snap. Ik ben geen paradijsvogel die even komt kijken en dan weer vertrekt.’

Toch ben je zelf ook onmiskenbaar onderdeel geworden van die culturele elite.
‘Dat maakt het voor sommige mensen ingewikkeld. Maar dat betekent ook dat er heel eendimensionaal naar die culturele elite wordt gekeken. Alsof je dat alleen kan zijn als je opgeslokt bent door het grote monster dat we de grachtengordel noemen. Terwijl ja, ik zit daar inderdaad vaak. En dan heb je bepaalde kennissen. Maar ik ben ook altijd weer blij als ik eruit ben. Mijn radioprogramma “Onze man in Deventer”, dat onlangs de prijs won voor beste nachtelijke programma, maak ik ook gewoon hier op deze bank. Er werd mij gevraagd of ik een radioprogramma wilde maken. Ik zei: “Oké, maar niet in Hilversum.” Ik ben graag een buitenbeentje. Dat zit in mijn karakter.’

In ‘Eus in Medialand’ wordt je op een gegeven moment spottend ‘de gekozen Turk’  genoemd.
‘Bij de multiculturele radiozender MART in de Bijlmer sprak ik met programmamaker Guilly Kosters. Hij was vroeger een bekende journalist bij de VPRO, een van de weinige zwarte mensen die toen een podium kreeg. “De gekozen Surinamer”, zegt hij zelf. Ook wel: de huisallochtoon of “the chosen one”. En nu ben ik “de gekozen Turk”, volgens hem. Wat zoveel betekent dat je alleen gebeld wordt omdat er een kleurtje in de uitzending moet zitten.’

Heb je je daadwerkelijk wel eens zo gevoeld?
In het begin van mijn carrière wel. Ik kreeg aanvragen waarvan ik dacht: wat heb ik met dit onderwerp? Waarom moet ik hierbij zitten? Ik vond die verzoeken misplaatst, want voor mijn gevoel ben ik in staat om redelijk na te denken, en heeft dat niks te maken met de achtergrond die ik heb. Het duurde even – een jaar of vier, tot ik me had bewezen als schrijver, columnist, tv-maker, radiomaker – voor mensen niet meer naar mijn kleur keken, maar naar wat ik kon leveren.
Ik geloof dus wel dat “de gekozen Turk” ooit een realiteit is geweest, maar ik denk ook dat we er inmiddels van zijn genezen. Als ik nu word uitgenodigd om over voetbal te praten bij FOX Sports, dan is dat niet omdat ze er belang bij hebben om een excuus-Turk op te voeren. Het is een commerciële partij met betalende klanten; die wil gewoon goede televisie. Maar je moet wel altijd blijven nadenken: wat doe ik hier, op deze plek?’

Dat geldt voor iedereen die in de Hilversumse kaartenbak zit.
Dat klopt. Laatst nog, werd ik gevraagd of ik in een talkshow wilde komen praten over de ondergang van Twan Huys en RTL Late Night. Ik vroeg: “Wat maakt mij eigenlijk een autoriteit op het gebied van Twan Huys?” Zei de redacteur: “Je bent zelf programmamaker en je schrijft veel over media.” Maar dat maakt mij nog niet een autoriteit. Dan moet je iemand hebben die ook dagelijks met een programma bezig is en niet, zoals ik, het er een beetje bij doet. Ik ben in essentie een schrijver. Voor je het weet zit je ineens met Peter R. de Vries te duiden waarom een talkshow is mislukt. Ik probeer in die zin wel mijn eigen geloofwaardigheid te bewaken.’

Voor sommige mensen die je bezoekt voor de AD-serie ‘Brieven met Eus’ is je achtergrond nog wel steeds een thema, viel me op. Een gepensioneerde huisarts ontvangt je in zijn statige jaren dertig woning en zegt: ‘Vinden Turkse mensen wel mooi zeker? Zo’n huis.’ Of brievenschrijver Toon uit Brabant, die ervan uitgaat dat alle Turkse mensen koffie drinken en hun vrouwen onderdrukken. Wat vind je daarvan?
‘Je kan denken: we laten ze maar, ze zijn nu eenmaal zo en je verandert ze niet meer. Maar je kan ook de dialoog opzoeken en uitleggen dat het allemaal wat anders in elkaar steekt. Door met ze in gesprek te gaan, kan ik laten zien dat vooroordelen die bij heel veel mensen leven – want Toon uit Brabant is echt niet de enige die zo denkt – gewoon verkeerd zijn. En dat praten helpt. Ik wil niet zeggen dat ik met een missie op pad ga. Helemaal niet. En elke aflevering verschilt ook weer van de ander. Maar het is wel goed om sommige zaken, hoe kort ook – de filmpjes duren vijf minuten – een beetje uit te diepen. Ik heb niet de illusie dat ik iedereen hiermee ga bereiken, maar het is, in alle bescheidenheid, wel een groot succes. Op het moment dat zo’n video meer dan 100.000 keer wordt bekeken, gaan misschien meer mensen nadenken over hun eigen vooroordelen.’

Tekst gaat door onder de video


Toen je jaren geleden te gast was in ‘24 uur met…’ zei je dat als je genoeg geld had, je op een berg in Frankrijk zou gaan wonen, om maar niets meer met mensen te maken te hebben. Niet omdat je een hekel hebt aan mensen, maar wel aan ‘hoe ze zich gedragen’. Nu zoek je de dialoog juist op. Hoe zijn die twee uitersten verenigbaar?

‘Het klinkt misschien gek, maar ik ben in het dagelijks leven best wel mensenschuw. Ik ben verlegen, en onzeker. Wat dat betreft heb ik het verkeerde vak uitgekozen. Ik heb ook helemaal geen sociaal leven. Ik ben of aan het werk, of ik ben thuis met mijn kinderen en mijn vriendin. Als de kans zich voordoet, vertrek ik naar die berg. Uiteindelijk droom ik nog steeds van een teruggetrokken leven.
Alleen: tot die tijd moet je hard werken. Iedereen weet dat het schrijven van boeken geen vetpot is. Ik heb het geluk dat ik ook andere dingen kan. Dan kan je op een bergtop de grote romanticus en getroebleerde schrijver gaan uithangen, of je kan iets doen met je andere talenten. Het zou veel te pretentieus zijn als ik zou zeggen dat ik de wereld daarmee mooier en beter probeer te maken, maar als ik dan toch bezig ben, probeer ik wel mijn steentje bij te dragen.’

Twee jaar geleden werd je bedreigd naar aanleiding van je serie over Turkije: ‘de Neven van Eus’. Is het inmiddels rustiger?
‘Ik heb toen inderdaad veel last gehad van bedreigingen uit de Turks-conservatieve hoek, maar het loopt altijd uit de hand hoor. Ik heb nog wel erger meegemaakt. Elke keer als ik een scherpe column schrijf, onlangs nog over Joram van Klaveren, de ex-PVV’er die zich heeft bekeerd tot de islam – levert dat vijf, zes dagen aan bedreigingen op. Daar moet de politie dan aan te pas komen. Er worden aangiftes gedaan. Gelukkig zijn ze hier bij de recherche heel betrokken en houden ze het allemaal goed in de gaten.
Maar ik heb gemerkt dat je er verder heel weinig tegen kunt doen. In sommige kringen heerst nu eenmaal de gedachte dat journalisten vogelvrij zijn. Ik heb daar elke dag mee te maken. Ik kan je zo wel wat berichten uit mijn inbox laten zien, dat is niet normaal. Maar je went er ook aan.’

Je denkt niet: even gas terug, we gaan de berg op?
‘Nee, ik zit in een goede flow. Er komen allemaal nieuwe dingen aan. Ik laat me niet tegenhouden door een paar hersenloze barbaren, van die toetsenbordhelden, die menen van alles te moeten roepen, en mij te moeten bedreigen. Dus nee, ik zou geen knip voor de neus waard zijn als ik censuur zou plegen op mijn eigen werk. Dat gaan we niet doen.’

De berg zal nog even moeten wachten, kortom.

 

Özcan Akyol (Deventer, 1984) debuteerde na een moeilijke jeugd, waarin hij in de criminaliteit belandde, als schrijver met de schelmenroman ‘EUS’. Naast zijn literaire werk is hij als journalist actief als columnist voor het AD en al zijn regionale titels, Helden en de VARAgids. Voor de NTR maakte hij de series ‘De neven van Eus’ en ‘Eus in Medialand’. Komend seizoen zal hij voor het eerst te zien zijn als presentator van ‘Sterren op het Doek’ (MAX). Op de radio presenteert hij het interviewprogramma ‘Onze man in Deventer ‘(BNNVARA). Online startte in februari de videoserie ‘Brieven met Eus’, waarvoor hij op bezoek gaat bij de mensen achter de ingezonden brieven in het AD.

Het drieluik Eus in Medialand wordt uitgezonden op dinsdagavond om 21.05 op NPO2.
De eerste aflevering terugkijken kan via NPO Start:
Aflevering 1: Niet op de kaart

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. J.C. Roodenburg, 19 maart 2019, 15:01

    Prima interview van Linda met de juiste vragen.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.