Nomaden journalisten
Twee jaar nu trekken freelance journalist Andrea Dijkstra en fotograaf Jeroen van Loon door Afrika. Wonend in hun Land Rover Defender maken ze verhalen. ‘Dat die reis zo lang zou gaan duren, was voor ons ook een verrassing.’
Journalistenstellen die nooit eerder intensief met elkaar hebben samengewerkt, raden we met klem af iets vergelijkbaar te doen. Want 24 uur per dag op elkaars lip zitten, kamperen in de stromende regen (in Afrika regent het vaker dan je denkt) en dan ook nog onder stressvolle omstandigheden samen reportages maken, kan voor een relatie misschien iets teveel van het goede zijn. En zelfs een Land Rover Defender is dan opeens erg klein… Wij kunnen na twee jaar echter haast niet meer voorstellen iets anders te doen.
Eerder maakten we ook al geregeld samen reportages, in Afghanistan, Brazilië en Tanzania. Maar door de dure vliegtickets, die zelden nog worden vergoed, speelden we vaak enkel quitte en moesten in Nederland dubbel zo hard aan de bak om ons banksaldo weer op een redelijk peil te krijgen. Vastbesloten toch buitenlandverhalen te willen maken en ons tegelijk in een bepaalde regio te specialiseren, kwamen we op het idee per auto een lange werkreis door Afrika te maken. Onze auto met tent maakt ons veel flexibeler. Eenvoudig kunnen we naar een afgelegen gebied en daar op het laatste moment een nachtje blijven slapen. En lopen we tegen een nieuw onderwerp aan, dan kunnen we gemakkelijk kiezen ergens langer te blijven.
Back to basic. Zo kun je onze huidige levensstijl wel omschrijven: dagelijks koken op een tweepits campingstel, zelf ons drinkwater filteren en zoveel mogelijk in onze daktent slapen; op campings, bij mensen in de achtertuin of simpelweg in de bush. Wat ons soms in ietwat bizarre situaties brengt. Zo landde er in de woestijn in Israël om 6.00 uur ’s ochtends naast onze tent een helikoper die ons gebood zo snel mogelijk te vertrekken omdat het leger ging oefenen met bombarderen. In Ethiopië stonden twee Oromo-krijgers met Kalasjnikovs erop ons te beschermen tegen de hyena’s en sliepen lepeltje-lepeltje onder onze tent en in Beiroet wekten twee militairen ons die vroegen of we dakloos waren.
Het verwerven van opdrachten blijkt een grote uitdaging. Niet alleen zijn de budgetten voor buitenlandreportages bij veel media gereduceerd en ging een aanzienlijk deel van onze opdrachtgevers afgelopen jaren failliet of fuseerde, het lukt ons ook nog altijd matig om bij kranten binnen te komen. Met de afname van het aantal in vaste dienst zijnde correspondenten hadden we de ijdele hoop dat de krantenmarkt wat vrijer zou worden, helemaal in een continent met 54 landen en relatief gezien weinig Nederlandse collega’s. Maar helaas krijgen wij van veel krantenredacties nog altijd het antwoord dat ze alleen met hun vaste (freelance) correspondent werken. Hoe interessant, origineel en uit wat voor verafgelegen oord ons verhaalidee ook is…
Door breder, creatiever en soms meer in bepaalde niches te denken, lukt het ons echter steeds beter te publiceren (o.a. in OneWorld, het Vlaamse MO Magazine, vrouwenbladen als GDL (de opvolger van Goedele Magazine), RED Magazine, Flair, in kranten als het Algemeen Dagblad en het Nederlands Dagblad en bij Radio 1). Een kleine mijlpaal daarbij was een reportage in Vrij Nederland over de Nederlandse VN-politietrainers in Zuid-Soedan waar Pauw en Witteman ons zelfs voor uitnodigden. Helaas legden we het ‘net’ af tegen de beëdiging van ons nieuwe kabinet en de Amerikaanse presidentsverkiezingen.
Ook werken we vaker voor vakbladen, bijvoorbeeld Zuivelzicht, en schrijven we voor buitenlandse tijdschriften. Zo hebben we een verhaal over Mini-rijders in Kenia gepubliceerd in een Brits tijdschrift en verkochten een reportage over David Kinjah – de Keniaanse trainer van de destijds 12-jarige Chris Froome (2e in de vorige Tour de France) – aan negen wielerbladen wereldwijd, onder meer in Engeland, Amerika, Brazilië en Azië. En sinds kort hebben we een eigen digitaal kanaal en app bij De Nieuwe Pers waar mensen zich voor 1,79 euro per maand of 16,99 euro per jaar op kunnen abonneren. Hoewel dit nog geen gouden bergen oplevert, geloven we in de toekomst van dit nieuwe model waarbij lezers een abonnement op een afzonderlijke journalist kunnen nemen.
Op ons campingtafeltje passen precies twee laptops. Daar urenlang in de brandende hitte op werken, blijkt echter niet altijd goed voor ons humeur. Zeker niet als een meute joelende backpackers om ons heen hangt.
Nu twee jaar op pad, dromen we dan ook verlangend over een kantoor met bureau, elektriciteit en goed werkend internet. Hoewel we met een zonnepaneel, twee accu’s en een 220 volt omvormer de laptops even van stroom kunnen voorzien, is dit niet onuitputtelijk. En foto’s versturen over Afrikaans internet blijkt vaak een urenlange bezigheid. Helemaal als de redactie twee weken later ze niet meer kan vinden en vraagt of we ze ‘even’ opnieuw kunnen sturen. In Zuid-Soedan branden we twee filmpjes uiteindelijk maar op een DVD en sturen het per DHL naar Nederland.
Zuid-Soedan blijkt sowieso op elk gebied een uitdaging. In het land ligt slechts één geasfalteerde weg, omdat er nog nauwelijks iets wordt geproduceerd, wordt alles – van bananen tot tandpasta en van kippen tot koelkasten – vanuit Kenia en Oeganda over land geïmporteerd, en veilig is het er nog allerminst. Lange tijd twijfelen we dan ook of we met onze eigen Land Rover, vol apparatuur, naar Zuid-Soedan zullen gaan, benauwd dat rebellen het een mooie buit kunnen vinden. Een kennis bij de VN raadt ons echter aan juist wel met de auto te komen, omdat het vervoer in het piepjonge land door brandstofschaarste peperduur is en hotelkamers onder de 100 dollar nauwelijks zijn te krijgen. Hoewel veel journalisten hierdoor maar korte tijd in Zuid-Soedan verblijven, kamperen wij gratis op compounds van kerken, NGO’s en een krant, en maken er maar liefst tien weken verschillende reportages. In de Libische hoofdstad Tripoli, waar kamers ook prijzig blijken en door onveiligheid kamperen niet mogelijk is, slapen we zelfs elf dagen in onze auto op een parkeerplaats van een groot hotel. De rebellen willen na enkele dagen alleen wel even binnen in onze auto kijken, omdat ze ons ervan verdenken van de FBI of Mossad te zijn.
Als onze Land Rover er midden in Ethiopië op 2000 meter hoogte plots mee kapt, geen enkele lokale monteur het euvel kan verhelpen, voor 1200 euro de auto op een gammele truck naar Addis Abeba moet worden gebracht en de bodem van onze bankrekening iets te snel wordt bereikt, wensen we voor het eerst deze reis dat we thuis waren. En als we in maart terugrijden naar Kenia om er de presidentsverkiezingen te verslaan, maar enkele dagen voor de stembusgang Jeroen zijn enkel breekt, zien we het ook even niet meer zitten. Hoe gapend diep de dieptepunten, zo hoog echter ook de hoogtepunten. En Jeroen blijkt hinkelend ook een prima fotograaf.
Inmiddels in Rwanda zijn we druk bezig met de voorbereidingen voor Oost-Congo, wederom een plek die erg spannend wordt om met onze eigen auto naartoe te gaan. Vervolgens staan Zimbabwe en Mozambique op de planning en na Zuid-Afrika is het onze droom om via de westkant terug richting het noorden te reizen.
Deze reis zien we inmiddels echt als voorbereiding op een correspondentschap vanuit Afrika. En wat is een betere voorbereiding hierop dan al in het gros van de Afrikaanse landen reportages te hebben gemaakt en contacten te hebben opgedaan. En iets dat we deze twee jaar hebben geleerd is de extreme diversiteit tussen al die Afrikaanse landen en hoe je ze eigenlijk pas kunt doorgronden, als je er écht bent geweest.


Praat mee