— vrijdag 21 mei 2010 21:40 | 0 reacties , praat mee

Niet de media maar lezers zijn weg kwijt

De media krijgen ervan langs de laatste weken. De berichtgeving over de vliegtuigcrash in Tripoli, de verplatting van het nieuws, de grenzen van de privacy worden opnieuw verkend. Het is het onderwerp van een discussieavond dinsdag 24 mei. Naar de mening van de auteur zeggen de incidenten niet zozeer iets over de beroepsethiek van de media maar iets over onze kijk op de wereld.

Laatste wijziging: 21 mei 2010, 23:53

Ik wil hier niet de beslissing van De Telegraaf om foto’s en een gesprek met een minderjarig gewond jongetje te publiceren nog eens langs de meetlat leggen. Het had voor mij niet gehoeven, maar het incident is als fenomeen interessant. Daar zou de discussie over moeten gaan. Het gaat mij om het bredere rumoer wat klinkt over de media waarbinnen dit incident past.

De klacht aan het adres van de media, over de volle linie van krant tot televisie tot internet is dat zij verhypen, zoeken naar sensatie en de inhoud schuwen. Men verslaat niet objectief en beschaafd en men interpreteert dat niet helder in aanvullende analyses en opiniestukken. Nee, men maakt nieuws en zoekt dat wat het publiek graag hoort en dat aandacht, lezers en kijkers genereert en men schuwt daarbij niet de grenzen van de privacy.

Er is dus een klacht en de beklaagde zijn de media die er een degraderende beroepsethiek op nahouden en die niet meer leveren wat we gewend waren.

Ik zou de stelling willen poneren dat deze klacht onterecht is. Niet omdat de observaties van de klacht, namelijk dat er wat verandert, onjuist zijn. Het punt is dat de journalistieke beroepsgroep, niet willens en wetens in gebreke blijft. De media zijn te vergelijken met de bestuurder en inzittenden van een doorsnee auto die terecht is gekomen op een hobbelige en bochtige weg die daalt met een helling van 60% terwijl 10% normaal al veel is. Dat men dan uit de bocht vliegt ligt aan het ontwerp van de auto en aan de weg over dit krankzinnige terrein. Het ligt niet, of in elk geval niet alleen, aan de bestuurder.

De ongeschikte auto is ons mens- en wereldbeeld dat permanent aangepast moet worden aan nieuwe inzichten en veranderende omstandigheden. Een belangrijk element ervan is, in de Nederlandse situatie, het verdwijnen van de levensbeschouwelijke zuilen van katholieken, protestanten in alle soorten en maten, humanisten en andere groepen. Een proces dat in een stroomversnelling kwam in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Het hangt samen met het ontstaan van de postmoderne samenleving waarin er geen fundamenten meer gevonden kunnen worden in god, in een politiek systeem, in onszelf.

De ontzuiling heeft de media aan de ene kant bevrijd uit de beknelling van religieuze of politieke zuil. Een bloei van opiniebladen was het gevolg. Aan de andere kant heeft het de media beroofd van een uitgangspunt voor reflectie. Hetzelfde geldt voor het publiek. We moeten zelf nadenken nadat we dat honderden jaren systematisch hebben afgeleerd en het voor ons gedaan werd.

Dat gebrek aan training wreekt zich op het moment dat het wat minder gaat en de vertrouwde evidenties afbrokkelen. Bijvoorbeeld omdat de economie kwakkelt, omdat de politiek versplintert, omdat het energie- en grondstoffenvraagstuk ons consumentenparadijs bedreigt. We zoeken steun, we willen terugvallen op de vertrouwde media voor duiding. Maar die hebben wat anders aan hun hoofd, namelijk het onmogelijke terrein waarop ze zich bevinden in het ongeschikte voertuig. Vier ontwikkelingen maken het terrein levensgevaarlijk.

Het eerste is de toename van het volume aan nieuws. Dit is het gevolg van globalisering en van technische ontwikkelingen als digitale camera’s, mobiele telefoons en internet. Er komt aanzienlijk meer informatie op de media af. Het filteren, prioriteren en duiden is een enorme klus, die bovendien in seconden moet worden verricht. De live-uitzending moet door, de nieuwssite moet elke 5 minuten ververst!

Het tweede is dat de media als eerste geconfronteerd worden met afwijkende normenstelsels die niet genegeerd kunnen worden. Bijvoorbeeld, met een afnemende westerse dominantie is wat China doet of zegt een andere kijk op de wereld waar je je rekenschap van moet geven en niet langer iets dat alleen interessant is uit antropologisch oogpunt. Dat een arts in Tripoli een telefoon aan een jongen van 9 geeft is omdat hij zo trots is op deze telefoon, zijn ziekenhuis, zijn geslaagde rol als medisch deskundige. Dat hij meetelt. Libië wilde met de beelden van Ruben laten zien hoe modern haar ziekenhuizen waren uitgerust, de media in Nederland hadden heel andere intenties.

Het derde is dat, wederom, de technische ontwikkeling veel nieuwe kanalen creëert waarop verslaglegging en duiding aangeboden kan worden. Complicerend is dat die elk hun specifieke presentatie en stijl van schrijven vragen: een krantenartikel leest niet zomaar ook goed als internetpagina. Naast de krant en de tv, hebben we nu internet, of meer specifiek websites, blogs, rss, uitzendinggemist, twitter, social media en zoekmachines, die zorgen voor een eigen impact. In het nieuws van vandaag wordt niet meer de vis van morgen verpakt, maar foto’s en namen blijven tot in het oneindige met één druk op de knop oproepbaar, of het nu gaat om het interview uit De Telegraaf of de vakantiefoto’s van een gestorven soldaat in Afghanistan.

Het vierde is het verdienmodel. Adverteerders en abonnees zijn de belangrijkste inkomstenbron voor veel media, dat geldt in het bijzonder voor de kranten. Adverteerders vinden nieuwe wegen voor hun uitingen, consumenten verwachten meer en meer dat het nieuws gratis tot hen komt. De media die ervan afhankelijk zijn moeten dus zoeken naar nieuwe verdienmodellen.

Samenvattend, onzekere ontzuilde media moeten onder onzekere bedrijfseconomische omstandigheden op meer kanalen meer en moeilijker te duiden nieuws verslaan. Een onmogelijke opgave. Het is een wonder dat er überhaupt nog leesbare kranten worden volgeschreven en interessante actualiteitenprogramma’s worden gemaakt.

Als er dus een verwijt gemaakt kan worden aan een groep, dan is dat de groep van omstanders die naar de media kijken. Die omstanders horen de piepende banden niet en ruiken de verbrande remblokken niet. Ze denken alleen: wat doen die lui in dat autootje raar, waarom drukken ze hun gezichten tegen de ruiten? Waarom brengen ze niet wat we gewend zijn? Die omstanders dat zijn wij. Wij rijden ook op die helling van 60%. Tijd dus om dát in te zien voor we de boodschapper als schuldige aanwijzen, tijd ook om zelf een andere auto aan te schaffen.

Dr. Bas van Vlijmen is als gastonderzoeker verbonden aan het Instituut voor Macro Fysica. De hier gepresenteerde visie op de media is een deelresultaat van het project REBOOT waarover deze week het boek Erasmus en de vrij val in de techniek verschijnt bij uitgeverij 010.

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee