website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Nachten wakker liggen van ernstige verhalen

Frans Oremus — Geplaatst in onderzoek op Thursday 18 January 2018, 12:00

© Duco de Vries

Interview In de aanloop naar de bekendmaking van Villamedia's Journalist van het Jaar 2017 publiceren we elke donderdag een interview met een van de de genomineerden. Vandaag onderzoeks­journalisten Maud Effting en Willem Feenstra van de Volkskrant. Ze kijken terug op een heftig jaar, waarin zij spraken met tientallen slachtoffers van seksueel misbruik bij sportclubs en krijgsmacht. ‘Je merkt dat het je beïnvloedt in je hele zijn.’

Het begon allemaal eind 2016, toen de Engelse ex-profvoetballer Andy Woodward onthulde hoe hij door een jeugdtrainer was misbruikt. Na hem vertelden honderden anderen hun verhaal, en Maud Effting (46) en Willem Feenstra (30) vroegen zich af: waarom zou dat wel in Engeland gebeuren en niet in Nederland?

Ze schreven over het fenomeen en plaatsten een oproep, met naast een e-mailadres ook een telefoonnummer. Effting: ‘Wij dachten dat we vooral op e-mails moesten rekenen. Maar bijna iedereen belde. Heel aftastende gesprekken waarbij nog geen details werden gemeld. Ze wilden weten: aan wie ga ik mijn verhaal vertellen en kan ik diegene vertrouwen. Het vertrouwen is bij al deze slachtoffers ernstig aangetast. Daarom is het heel belangrijk al je afspraken na te komen, wat niet gemakkelijk is want we zijn door tientallen mensen benaderd.’

Feenstra: ‘We hebben dus ook heel veel mensen gesproken met wiens verhaal we niets hebben gedaan. Naar hen stel je je deels op als hulpverlener. Het contact met deze categorie slachtoffers overstijgt de gebruikelijke journalistieke mores. Veel van deze mensen hebben zelfmoordpogingen gedaan. We verwijzen daarom door naar hulpverleners waar we vertrouwen in hebben, zoals het Centrum Seksueel Geweld. Vanuit journalistiek opzicht en effectiviteit kozen we voor de verhalen die het beste te bewijzen zijn en waar we wederhoor op konden vragen.’

Effting: ‘Er was bijvoorbeeld een moeder die het verhaal van haar dochter wilde vertellen. Een hartverscheurend relaas over een zeer begaafd zwemstertje dat van haar 8ste tot haar 10de seksueel werd misbruikt door haar coach. De daden van die man hadden dat meisje verwoest. We hebben in de kamer gezeten met haar familie en we zagen van dichtbij hoe die man hen óók kapot had gemaakt. Toch hebben we uiteindelijk besloten dat verhaal niet te brengen, omdat er geen bewijs was. Haar moeder vond dat heel moeilijk. Dat was pijnlijk – ook voor ons.’

Voldoende bewijs hadden de twee wel in de zaak van Allan, een commando in opleiding die – vrij recent – in de Schaarsbergse kazerne stelselmatig slachtoffer was van vernedering, aanranding, mishandeling en bedrei­ging. Zijn verhaal werd bevestigd door twee andere soldaten die de mortiergroep eveneens psychisch beschadigd verlieten. Ook zij werden aangerand ten overstaan van een groep medesoldaten.

Effting: ‘We hebben meerdere gesprekken met Allan gevoerd. Door alles wat er was gebeurd, vond hij het ­lastig om mensen te vertrouwen. In het eerste gesprek kon hij bijna geen woord uitbrengen, zo getraumatiseerd was hij. Toch kwam dat vertrouwen er gaande­weg. We zijn met hem gaan lopen door de bossen. Daar vertelde hij ons met horten en stoten dat drie hogere ­militairen hem op een avond dwongen drugs te ­gebruiken, hem vasthielden en dat hij anaal werd verkracht. Ik herinner me dat we met hem op een bankje zaten, en hoe hij trillend dat verhaal vertelde. Het was bijna donker, het was koud en hij moest daar op dat bankje al die gebeurtenissen opnieuw beleven. Heel heftig.’

Feenstra: ‘Allan wist van het begin af aan heel zeker dat hij zijn verhaal wilde publiceren. Zijn situatie was totaal uitzichtloos. Defensie had zijn zaak in een diepe la gestopt. Hij zat compleet vast en was instabiel. Dat is hij nog steeds. Toch heeft het hem veel gebracht. Hij zat ziek thuis, en is officieel nog onderdeel van Defensie. Zijn salaris was teruggebracht naar 70 procent. Belachelijk; hij was ziek omdat medesoldaten hem zwaar hadden misbruikt. Na publicatie is zijn salaris terug­gebracht naar 100 procent. Belangrijk is ook dat Defensie nu de hand in eigen boezem steekt. Allans moeder – die hem als een leeuwin bijstond om het onrecht dat haar zoon was aangedaan aan de kaak te stellen – heeft een gesprek gehad met staatssecretaris Barbara Visser, en zijn medesoldaten ook. Hijzelf kan het nog niet aan. Het gaat gewoon te slecht.’

Botsten het journalistieke en het menselijk belang wel eens tijdens jullie onderzoek?
Feenstra: ‘Je bent verplicht slachtoffers heel goed de consequenties voor te houden over wat er gebeurt als je met naam en foto in de krant komt en wat de mogelijke gevolgen zijn voor je leven.’

Effting: ‘Bij het eerste Defensie-slachtoffer dat we interviewden – Ronald Vreeburg, die door vijf militairen in zijn kamer werd vastgebonden en misbruikt waar anderen bij waren – hebben we gezegd dat hij mocht ­beslissen over naam en foto. Daar heeft hij wel twee ­weken over na moeten denken, en toen besloot hij: ik wil het. Dat vond ik heel bijzonder. Je hoopt natuurlijk dat iemand de beslissing maakt die in journalistiek opzicht het interessantst is, maar tegelijkertijd wil je dat iemand er zelf achter staat.’

Feenstra: ‘Om reacties uit te lokken is publiceren met naam en foto de beste manier. Vreeburg had onze verhalen over misbruik in sport gelezen en dacht: oké, maar dit gebeurt ook bij Defensie – en misschien nog wel meer – en ik wil dat dit naar buiten komt. Te beginnen met mijn zaak, want ik wil ook dat dit gevolgen krijgt. En dat heeft het gehad. Na 35 jaar proberen wordt zijn zaak nu eindelijk wel onderzocht. Er zijn meerdere onderzoeken bij Defensie gestart, en anderen – onder wie Allan – besloten naar aanleiding van zijn interview ook hun verhaal te vertellen.’

Wat doet dit werk eigenlijk met jullie zelf?
Feenstra: ‘Het was een heftig jaar. Vaak, na een gesprek – meestal ’s avonds thuis bij een slachtoffer van misbruik – hadden we het in de auto terug erover in termen van: pfff, jezus wat verschrikkelijk wat we hebben gehoord. Vaak heeft iemand dan urenlang in tranen zijn levensverhaal aan je verteld. Dat raakt ons gewoon. Elke keer weer. Je ligt er daarna een paar nachten van wakker. Dat is normaal. Maar met de zaak Schaarsbergen bleef de kwestie maanden in ons hoofd zitten – zolang waren we bezig met allerlei gesprekken en eindeloos checken. Dat gevoel moet dan wel weggaan als je klaar bent en gepubliceerd hebt. Als het daarna nog in je hoofd zit is dat een signaal dat je aan de bel moet trekken.

We hadden een tijdje geleden iemand op de redactie van een psychotraumacentrum, naar aanleiding van MeToo, waarbij een aantal journalisten die nog nooit slachtoffers te woord hadden gestaan ineens met dit soort materie te maken kregen. Er werd gewezen op het gevaar van het veelvuldig omgaan met slachtoffers: je kunt als journalist zelf PTSS oplopen als je veel ernstige verhalen hoort.

Een deskundige vroeg Maud en mij tijdens deze bijeenkomst naar een aantal ervaringen en we hadden allebei in no time tranen in onze ogen; dat gaf wel aan dat het ons enorm raakt. Wij schrijven al sinds 2013 dit soort verhalen. Dit jaar heel intensief en je merkt dat het je beïnvloedt in je hele zijn.’

Effting: ‘Ik moest tijdens die bijeenkomst ook denken aan een geval van een paar jaar geleden dat heel erg binnen kwam omdat het op mijn situatie leek: een moeder met twee kinderen die slachtoffer werd van een familiedrama waarbij de vader de kinderen ombracht en daarna zelfmoord pleegde. Dat raakte me enorm omdat die jongetjes dezelfde leeftijd hadden als mijn kinderen en dan ga je je voorstellen hoe dat is. Dat komt onherroepelijk heel hard binnen.’

Feenstra: ‘Dit is misschien geen diplomatieke mening maar ik vind dat de journalistiek – en dat heb ik hier bij de Volkskrant ook gezegd – hier amateuristisch mee omgaat. Wij voeren nu al jarenlang dit soort gesprekken en nooit is ons voorgesteld om daar eens een gesprek over te voeren, al mag je natuurlijk van de journalist zelf ook enig initiatief verwachten. Onze hoofdredactie toont zich overigens begripvol. Het is geen onwil. Het besef komt nu pas. Maar kijk, we hebben ook journalisten in oorlogsgebieden werken die veel meemaken. Er zijn recent wel dingen verbeterd, maar het gaat veel te langzaam wat mij betreft. En dan heb ik het nog over een grote organisatie – de Volkskrant is onderdeel van de Persgroep – maar er zijn veel ZZP’ers in oorlogsgebied. Wie belt die mensen of wie debrieft ze? Ik vind het zorgwekkend dat daar weinig aandacht voor is. Voor mensen die dit soort verhalen maken zou binnen een redactie standaard aandacht moeten zijn; variërend van een periodiek mailtje met de vraag hoe het gaat tot het faciliteren van professionele hulp.’


Wat maakt jullie een goed duo?

Effting:‘Je móet dit als duo doen; om elkaar scherp te houden, geen tunnelvisie te krijgen en gefocust te blijven op hoe je het beste je verhaal vertelt. We hebben soms felle discussies, en samen wel eens met stemverheffing in een werkhokje gezeten om te praten over passages waar ik heel erg aan hechtte en die er volgens hem uit moesten. Die discussies komen het verhaal altijd ten goede. En Willem is strategisch heel goed, weet precies waar hij moet zijn en wie hij op welk moment moet benaderen.

Feenstra: ‘Maud is sowieso iemand aan wie je je verhaal graag wilt vertellen. Je weet meteen dat ze nooit je vertrouwen zal beschadigen. Als je met haar afspraken maakt, dat weet je: zo gaat het gebeuren. Dat is voor kwetsbare mensen heel belangrijk.’

Op de website van de Volkskrant staat een overzicht van de verhalen waarvoor Maud Effting en Willem Feenstra genomineerd zijn voor de titel Journalist van het Jaar.

Lees ook de interviews met de andere genomineerden

Jantina Russchen, Maaike Wind en Miriam Haije van Het Verdwenen Groningen (Dagblad van het Noorden): ‘Achter elke gesloopte gevel zit een verhaal’

Kim van Keken en Eric Smit van Follow the Money: De radicaal onafhankelijke journalistiek van FTM

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Smart octo banner