foj 2019

— zaterdag 18 oktober 2014, 09:00 | 0 reacties, praat mee

Minder feminisme in Opzij

© TRIK

Irene de Bel is sinds deze zomer hoofdredacteur van Opzij. Het feministisch maandblad dat in één decennium de oplage bijna zag halveren. Ze kiest voor een nieuwe aanpak: Feminisme in Opzij? Kan wel een tandje minder.

‘Bakfietstijger’, kopte de Volkskrant na haar aanstelling als hoofdredacteur van Opzij. In het gesprek dat Irene de Bel (37) had met de Volkskrantverslaggever was inderdaad aan bod gekomen dat ze getrouwd is en moeder van twee kinderen, die ze wel eens op de bakfiets door Amsterdam vervoert. Net als het feit dat ze hoofdredacteur was van New Science, en is opgeleid als civiel ingenieur. Maar daar had niemand het meer over. De rapen waren gaar in hardcore feministische hoek.

Bakfietsmoeder! Dat is toch allesbehalve geëmancipeerd! ‘Het werkte als een rode lap op een stier’, zegt De Bel een paar werken later. ‘Ik vond het opvallend hoeveel vooroordelen er meteen op me werden geplakt. Het stuk was een beetje sterk aangezet, alsof ik met een bakfiets door de stad fietsen het belangrijkste aan mezelf vind, dat is absoluut niet zo. Maar aan de andere kant: er is toch ook helemaal niks mis mee? De reacties die ik kreeg! Dat vind ik zorgelijk hoor. Juist feministen zouden elkaar moeten steunen, en niet moeten neersabelen.’

Wilde je met die typering wel iets aangeven? Dat je een breuk voor staat ten opzichte van je voorgangers?
‘In die zin dat ik twee kinderen heb. Een meisje van 2 en een jongen van 4. Mijn twee voorgangers – Cisca Dresselhuys en Margriet van der Linden – hebben allebei geen kinderen. Driekwart van de lezers van Opzij heeft ze wel, waarvan 40 procent nog thuis woont. Nu wil ik niet zeggen dat Opzij daar per se vol over zou moeten staan, maar het is wel een hele complicerende factor in het emancipatievraagstuk. Als je geen kinderen hebt, kun je zonder problemen allebei fulltime werken. Op het moment dat er kinderen bij komen, is dat een stuk ingewikkelder. Daarom vind ik het een relevant verschil dat ik moeder ben. Dat merk ik ook aan de reacties. Lezers vinden het prettig en herkenbaar.’

Dus als ik je zou vragen of je meer van de lijn van Cisca Dresselhuys bent, of van die van Margriet van der Linden, dan ben je het allebei niet.
‘Nee, ik ben van een nieuwe lijn. Van een nieuwe generatie. Ik ben ook een stuk jonger, ik weet niet beter dan dat ik gelijke kansen heb als mannen. Dat is voor mij een vanzelfsprekendheid. Het is normaal dat ik fulltime werk en dat mijn man dat ook doet. In mijn omgeving is het nooit een discussie geweest of ik wel of niet zou gaan studeren. Ik denk dat veel meer vrouwen van mijn leeftijd dat logisch vinden. Dat is in één generatie enorm veranderd.’

Margriet van der Linden zei in een van haar afscheidsinterviews: ‘intern vond men dat het wel een tandje minder kon met het feminisme.’ Zij was het daar niet mee eens. Jij wel?
‘Ik heb inmiddels een andere “intern” dan zij had toen ze weg ging, dus ik weet niet hoe dat zat. Maar het is wel zo dat ík vind dat er wat minder de nadruk op moet liggen. Er werd voor mij iets te vaak de nadruk gelegd op de verschillen tussen mannen en vrouwen. De hele tijd dat contrast opzoeken vond ik als lezer storend. In de tijd dat Opzij werd opgericht was het natuurlijk hartstikke hard nodig om stampij te maken, zeker in Den Haag. Ze moesten de barricades op. Maar inmiddels is het juridisch voor vrouwen eigenlijk best wel goed geregeld.

Het feminisme blijft natuurlijk belangrijk, dat hoort in het DNA van Opzij. Maar niet de hele tijd zo in your face; ik vind dat het er meer als een basisgegeven in moet zitten. We moeten het als een vanzelfsprekendheid beschouwen dat vrouwen gelijk zijn. Waar die gelijkheid er niet is, kaarten we dat aan. Waar het geen probleem meer is, zoeken we ook geen problemen.’

Blijft er dan nog genoeg over om Opzij voor te blijven maken?
‘Natuurlijk! Er is nog veel te veel ongelijkheid en dus een hoop werk aan de winkel. Er is nog steeds sprake van een salariskloof tussen mannen en vrouwen. Dat gaan we aanpakken. En neem het interview dat we afgelopen maand hadden met Margreet Spijker, die door RTL is ontslagen toen ze 50 werd. We weten allemaal dat we misschien wel tot ons 70ste moeten doorwerken en we gaan hypotheken aan op basis van twee inkomens. Als er dan die laatste twintig jaar een inkomen wegvalt, heb je niet alleen als vrouw een probleem; dan heb je als hele maatschappij een probleem. Het is belangrijk dat Opzij die problematiek laat zien. Omdat het belangrijk is dat de hele maatschappij scherp wordt op ongelijkheid en de problemen die het met zich meebrengt. Dat heeft een iets subtielere vorm van strijd nodig. Heel hard schreeuwen dat de dingen fout zitten, daar bereik je niet zoveel meer mee. Opzij moet meer helpen om tot een oplossing te komen dan alleen maar constateren dat iets nog scheef zit.’

Het wordt nog een flinke klus om een slinger te geven aan het imago van Opzij. Hoe ga jij dat doen?
‘Dat heeft tijd nodig. Van oudsher hangt er een imago aan Opzij van het belerende vingertje. Het zit er een stuk minder in dan vroeger, maar waar het er nog in zit, moet het eruit. Dat betekent niet dat alles maar positief moet zijn. We hebben nu ook een artikel over seksueel geweld, dat is een enorm serieus probleem. We zullen dat soort zaken blijven aankaarten, maar daarbij ook proberen om op een positieve manier een verandering te bewerkstelligen.’

Bij de Weekbladpers maakte Opzij verlies. Veen Media nam het begin dit jaar over. Hoe gaat het nu?
‘Bij de verkoop is er flink gesneden in de kosten. De redactie is veel kleiner dan bij de Weekbladpers. We zijn nu met z’n vieren. Voorheen waren er ongeveer tien mensen in vaste dienst. Bij Veen heeft Opzij ook een lagere overhead, want we zijn een veel kleinere organisatie. Dat zorgt ervoor dat Opzij nu geen verlies meer maakt. Maar we moeten wel groeien om in omzet echt rendabel te zijn. Veen heeft Opzij overgenomen omdat ze in de titel geloven. Omdat we denken dat er meer in zit.
We zijn nu bezig met het bedenken van een nieuwe uitgeefformule voor het hele merk. Hoe we dat op de verschillende kanalen het beste kunnen uitventen. Nu komt bijna alle omzet nog uit papier, en dat is niet meer van deze tijd. Ik denk dat er voor Opzij heel veel kansen liggen op het gebied van live events en online. We hebben daar nu een klein beetje energie ingestopt en we merken dat het zich meteen uitbetaalt.

In november organiseren we bijvoorbeeld een bijeenkomst met Lena Dunham (feministe, bedenker, producer en actrice van de hitserie Girls, red.). Het was in no time uitverkocht en er wil zoveel pers komen dat we de plekken tot in het laatste hoekje hebben weggegeven. Veel oudere lezers zullen helemaal niet weten wie ze is, maar ze is echt een rolmodel voor de jongere generatie. We kregen zoveel enthousiaste reacties, groupiegedrag bijna.’

Een opsteker op zich, want het was toch jarenlang niet cool om jezelf feminist te noemen.
‘Dat lijkt te veranderen. In Hollywood en Engeland speelt het heel erg. Veel grote sterren spreken zich er momenteel over uit. Emma Watson, Beyoncé, Lena Dunham. En waarom het is? Ik durf het niet te zeggen. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar misschien heeft het iets te maken met problemen rond seksualiteit, die de laatste tijd steeds verder doorslaan. Die kant van het verhaal is ineens weer heel actueel voor de jongste generatie. Waar leg je je grenzen, en hoe bewaak je die? Deze maand hebben we bijvoorbeeld een stuk van iemand die werd verkracht, en daarna werd geconfronteerd met foto’s daarvan die op social media verschenen. Vervolgens werd ze uitgemaakt voor slet in plaats van dat mensen medelijden met haar hadden. Bizar. Blijkbaar zijn we een generatie vergeten bepaalde seksuele normen en waarden bij te brengen.’

Toen De Bel werd aangesteld als hoofdredacteur van Opzij, stond ze zelf niet bekend als een uitgesproken feminist. Toch is het een thema dat al haar hele leven zo nu en dan de kop op steekt. De Bel groeide op in een vrouwenhuis. Met haar twee zussen en haar moeder, die van haar vader scheidde toen De Bel nog klein was. Haar moeder groeide op in een tijd dat studie en werk voor vrouwen niet vanzelfsprekend waren. Ze peperde haar drie dochters dan ook in hoe belangrijk het was om financieel onafhankelijk te zijn en stimuleerde ze om iets te doen wat ze leuk vonden, waar ze goed in waren en waar ze geld mee konden verdienen. ‘Zelf is ze altijd financieel afhankelijk geweest. Dat vond ze zwaar. Wij zagen zelf ook hoe vervelend het was om niet je eigen boontjes te kunnen doppen. Dat je je hele leven niet volwaardig volwassen bent, eigenlijk. Zij heeft ons meegegeven dat we dat te allen tijde moesten voorkomen.’

Haar moeder leerde haar en haar twee zussen ook dat meisjes niet onderdoen voor jongens. De Bel herinnert zich een voorval uit haar lagere schooltijd, waar een gymleraar iets had gezegd als: meisjes kunnen niet gymmen. Haar moeder was de volgende dag woedend verhaal gaan halen op school. ‘Zoiets werd bij ons thuis echt niet gepikt. Sindsdien zei de gymleraar als hij me zag: “Oh jij, met die feministische moeder.”’

Toen De Bel op de middelbare school een echte bèta bleek, maar twijfelde of een studie in Delft wel de juiste keuze was – dat is toch veel te moeilijk, dat kan ik toch helemaal niet – was het haar moeder die zei: als jij het niet kan, wie dan wel? Dus vertrok De Bel van haar vrouwenhuishouden naar het mannenbolwerk in Delft, waar ze het huis deelde met dertien mannen en de WC volgeplakt was met pornoplaatjes, voor een studie civiele techniek.

Hoe kom je als ingenieur in de journalistiek terecht?
‘Na mijn afstuderen heb ik een tijdje bij een ingenieursbureau gewerkt. Maar dat vond ik echt een dra-ma. De sector beviel me niet, het was allemaal zo traag en politiek en het ging helemaal niet over de inhoud. Eerst meende ik nog dat het aan de baan lag. Maar tijdens mijn derde gesprek bij een veel groter bureau dacht ik: maar dan zit ik straks nog steeds grondwatermodellen te programmeren. Ik geloof dat ik daar toch ook niet gelukkig van word. Ik moest iets heel anders gaan doen. Na een paar maanden was ik eruit: als ik helemaal opnieuw zou beginnen, wilde ik journalist of wiskundeleraar worden. Een week later stond mijn eerste stukje in de universiteitskrant Delta en was ik officieel journalist. Mijn moeder moest er even aan wennen. De journalistiek, kun je daar wel van leven, was het eerste wat ze vroeg.’

Sinds dat eerste stukje is het snel gegaan. Via onder meer DAG, Cobouw en Het Parool, werd je drie jaar geleden al hoofdredacteur van NWT Magazine, dat nu New Scientist heet.
‘Ja. Bij Het Parool had ik eigenlijk wel wat langer willen blijven, want we hadden hele mooie plannen voor een nieuwe site. Maar toen De Persgroep kwam gingen eerst Trouw, de Volkskrant en het AD over op hun systeem. Alle ICT’ers waren daar nodig, dus was er geen ontwikkelcapaciteit meer voor Het Parool. Tegen de tijd dat het allemaal klaar was, voegden ze alle webredacties samen en verhuisden die naar Rotterdam. Dat druiste zo in tegen alle plannen die ik had. Ik wilde een Amsterdamse site maken, en ik vond dat dat niet kon vanuit Rotterdam. Bovendien kon ik het praktisch niet regelen om daar op gekke tijdstippen te werken. Dan had ik nooit op tijd bij de crèche kunnen staan. Dus toen ben ik weg gegaan. Naar NWT Magazine van Veen Media.’

Bij NWT kreeg je eenzelfde uitdaging voor je kiezen als nu bij Opzij: het imago oppoetsen. Hoe heb je dat gedaan?
‘NWT Magazine bestond al sinds 1931 – het heette daarvoor Natuur en Techniek – en had net als Opzij het imago van de oude stempel te zijn. Het had ook een verouderde lezersgroep. Wel een hele trouwe, veel mensen hadden al veertig, vijftig jaar een abonnement, maar het was wel een groep die aan het uitsterven was. En ieder­een verhaspelde de naam, niemand wist waar NWT – Natuur, Wetenschap en Techniek, voor stond. Toen Veen Media vanuit Engeland de vraag kreeg om een Nederlandse variant van New Scientist op de markt te brengen, hebben we ervoor gekozen om NWT daarin te laten overgaan. De formule heb ik zelf helemaal mogen uitdenken. De Engelse New Scientist is een weekblad dat erg op het nieuws zit, wij wilden er een maandblad van maken. Dat vergt toch een andere aanpak. De helft van de artikelen wordt overgenomen uit de Engelse versie, aangevuld met Nederlandse en Belgische cijfers en wetenschappers. De andere helft schrijft de redactie zelf. En we hebben er ook frisse vormgeving bij laten maken. Heel spannend. We moesten verjongen, maar je wilt je oudere lezers ook niet kwijtraken.’

Is dat gelukt?
‘Zeker. De naam sloeg meten veel beter aan bij nieuwe, jonge lezers. We dachten dat we van de oude lezers een deel zouden kwijtraken die dat te ver vonden gaan, maar dat is niet gebeurd. Er moet nog steeds een hoop gebeuren. We wilden de overgang niet ineens zo groot maken dat lezers zouden weglopen. De volgende stap kan nu wel weer gezet worden. Maar dat gaat mijn opvolger Jim Jansen doen. Hij heeft bij Folia veel ervaring opgedaan in het uitbouwen van een merk – want dat is waar bladenmaken tegenwoordig om gaat. Daar heb ik veel vertrouwen in.’

Bij New Scientist kon je als hoofdredacteur redelijk in de luwte werken. Bij Opzij is de hoofdredacteur een boegbeeld. Hoe bevalt dat?
‘Ik vond het belangrijk dat Opzij een moeder als hoofdredacteur zou krijgen. Een rolmodel. Dat ik dat zelf ben, is even wennen. Hordes journalisten komen ineens binnen op mijn privé-nummer, met de gekste vragen. Hoe ik het WK voetbal dacht te gaan kijken, bijvoorbeeld. En ik vind het schrikken als ik met de kindjes kom aangefietst en er loopt net iemand zijn hond uit te laten die zegt: hee, zag ik jou gisteravond niet bij De Wereld Draait Door? Ben jij niet die vrouw van Opzij? Ik hou namelijk helemaal niet zo van in de belangstelling staan. Ik ben meer van achter de schermen. Als we vroeger musicals deden op school ging ik ook altijd lekker de orkestbak in of decors bouwen. Ik was absoluut niet iemand die voor de hoofdrol ging.’

Toch ben je nu wel voor de hoofdrol gegaan.
‘Ja, ik heb het toch gedaan. Er zijn duizend smoezen te verzinnen waarom je het niet zou doen. En waarom je niet bij De Wereld Draait Door zou gaan zitten. Die terughoudendheid herken ik allemaal. Maar ik vind het belangrijk dat er meer vrouwen in de media verschijnen. Daarom moet ik me eroverheen zetten en het gewoon doen.’

Irene de Bel (37) is sinds afgelopen zomer hoofdredacteur van Opzij. Tot oktober was ze ook nog hoofdredacteur van New Scientist (beide Veen Media). Eerder werkte ze bij onder meer bij de gratis krant DAG, Cobouw en was ze chef internet bij Het Parool. De Bel studeerde civiele techniek in Delft en werkte een tijdje voor een ingenieursbureau voordat ze de overstap maakte naar de journalistiek. Haar eerste baan als journalist was bij universiteitskrant Delta. De Bel woont met haar man en twee kinderen in Amsterdam.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.