anp banner november

— donderdag 1 augustus 2013, 08:28 | 0 reacties, praat mee

‘Lijkenpikkerij, speelt het door mijn hoofd’

© Berber van Beek

Margriet Marbus is de laatste journalist die de Curaçaose politicus Helmin Wiels interviewde. Drie dagen later werd hij doodgeschoten. Daarna kreeg ze een waar mediacircus over zich heen. De reacties waren ontluisterend, ‘gefeliciteerd’, zeiden collega’s bijvoorbeeld. Het waren weken waar ze nogal gemengde gevoelens aan overhield.

Terwijl de ­Arabische douaneman op Dubai Airport mijn paspoort controleert, trilt mijn telefoon. ‘Resident?’, vraagt de douaneman. ‘Yes.’ Wie kan dat nou zijn? Het is zondag op maandagnacht 6 mei, half drie ’s nachts. Mijn echtgenoot zit in het vliegtuig naar Peking en verder slaapt alles en iedereen. Bij de bagageband pak ik mijn telefoon. ‘Wiels doodgeschoten’. Huh?! Een grap? Ik kom net thuis van een interview met politicus Helmin Magno Wiels op Curaçao. Dood? Nee. Niet waar. Maar het is wel waar, weet ik als ik de afzender zie. Rob Brandt mijn oude vriend en zaakwaarnemer op Curaçao maakt zulke geintjes niet.

Ik bel hem. ‘Wat is er gebeurd?’ Aan de andere kant van de wereld hapt de gepensioneerde Antilliaan naar adem. ‘Ja, dushi’, klinkt het trillerig. ‘Dit soort dingen gebeuren nu op Curaçao. Die man stond een visje te kopen, en ‘bam’. Dood. Vijf kogels in zijn rug en in zijn hoofd.’ ‘Het is verschrikkelijk Margriet’, huilt Brandt’s vrouw op de achtergrond. ‘Maar wie doet zoiets?’, stotter ik. ‘En waarom? Waar?’ Oké, Wiels had vijanden. Maar iemand in zijn rug schieten? Zo beestachtig omleggen? ‘Marie Pampoen’, zegt Rob. ‘Een huurmoordenaar. Verder weten we niets. Ik bel als ik nieuws heb.’

Ik word niet goed. Marie Pampoen is hemelsbreed 200 meter vanaf het dure, beveiligde resort waar ik de politicus sprak. Hij voelde zich daar veilig, zei hij. Onzin, dacht ik. Er was op Curaçao toch nooit iets met een politicus gebeurd? Ik had meer het idee dat de entourage, de vintage port waarvan hij flink innam en de exquise kaart deze man van het volk, nogal aansprak. Ik voelde me lullig nu. Te snel geoordeeld. Ik dacht aan het onheilspellende groepje gangsta jongeren dat tegen hun wrakkige Toyota hing toen we donderdag het resort verlieten. Werd hij in de gaten gehouden? ‘Tot ziens mevrouw’, zei Wiels nog ten afscheid. ‘En pas goed op uzelf.’ ‘U ook mijnheer Wiels’, zei ik. ‘Tot van de zomer, met het jazzfestival.’

Ik lees de sms. En nog eens. En weer. Gadverdamme. Mijn maag knijpt samen. Zoals altijd met schokkend nieuws, komen de tranen door mijn maag. Maar niet hier, denk ik, in de aankomsthal van terminal 3. Het lukt niet. Ik loop naar het toilet en geef van alle afschuw over. De man die ik een paar dagen terug interviewde, is zojuist afgeslacht. Mijn hoofd zit vol ongeloof maar mijn maag onderkent de situatie absoluut. Ik moet naar huis, denk ik. Dat stuk moet weg. Nu. Maar mijn koffer met daarin mijn aantekeningen en voicerecorder komt maar niet.

Ik denk terug aan wat Wiels zei over een frauduleuze constructie dat het gokbedrijf van crimineel Robbie Dos Santos met telefoonmaatschappij UTS. Donderdag vertelde hij dat. Vrijdag maakte hij de zaak en het onderzoek bekend. Zondag wordt hij dood geschoten.

Marie Pampoen. De afgelopen week at ik drie keer op het rommelige strandje en interviewde er Enchi Enselmo, visser en eigenaar van het Sea Side Restaurant. Een klasgenoot van Wiels. Die kwam nog regelmatig langs, vertelde Enchi. Om te eten, vis te kopen, een praatje te maken. En uiteindelijk te worden doodgeschoten dus. Op de grond van zijn jeugd. Het laatste interview, denk ik ook. Met mij, een Nederlander. Daar had Wiels zelf wel van gebaald. Puur toeval, dat stuk met Wiels voor Esquire. Ik had de Curaçaoënaar al een poos op de korrel. Zoveel gekkigheid als je over hem hoorde, was al een verhaal op zich.

Mijn Antilliaanse vrienden liepen met hem weg of haatten hem juist. Net zoals de Nederlanders op Curaçao, al was het merendeel anti want bang voor zijn boute ideeën. Makamba’s, zoals hij Hollanders noemde, moesten volgens Wiels in bodybags terug naar huis, griezelde een vriendin. Maar een directeur van een groot bedrijf vond Wiels juist een ‘goeie peer’, die de corruptie op het eiland aanpakte. Reden zat om hem bij Esquire’s Arno Kantelberg aan te bevelen. Kantelberg houdt wel van de wat extremere interview kandidaat. ‘Interviews moeten zijn om je rot te janken of om je dood te lachen’, vindt hij. Lachen, leek deze me wel en de chief ook. ‘Off you go, vrouwke’, zei hij op zijn gebruikelijke bezadigde toon. ‘En kijk een beetje uit.’

Een paar weken later zat ik daarom op Curaçao met Wiels bij Baoase Beach Resort, een nieuw Van der Valkconcept waar een stukje vlees veertig dollar kost. Het interview was als een pingpongwedstrijd: tik-tak, tik-tak, tik-tak. Korte, vinnige slagen en eindigend in een remise waar we allebei buiten adem van bijkwamen. ‘Snel’, zei Wiels toen ik vroeg hoe hij het vond. ‘En vermoeiend.’ Een behendige vent, die Wiels. Belezen ook. Daar hadden ze er op Curaçao, het land van eenoog, geen tweede van. Zo’n man, dacht ik, wachtte hier een grote toekomst.
‘Via Sjeikh Zayed Road naar Umm Suqeim 2, vandaag maar niet omrijden alstublieft’, vertel ik de taxichauffeur die mijn koffer inlaadt.

Verbazingwekkend hoe direct je van zulk nieuws wordt. De man knikt stug. Mijn telefoon trilt nu onophoudelijk. Sinds tien jaar heb ik een huis en een daklozenproject op Curaçao en mijn hele netwerk daar wist van het interview. Ik check de berichten. ‘Wiels dood! Heeft-ie jou wat verteld? Was-ie bang.’ ‘Voelde hij het aankomen? Wie is het denk jij?’ Ik zet het apparaat uit. Goddomme, weet ik veel? Mijn keel zit dicht en mijn maag knijpt weer samen. Ik denk aan Wiels kinderen maar ook aan mijn eigen vader, een crimineel die onder schimmige omstandigheden overleed. Sectie liet ik maar niet plegen. Deels omdat ik het wel welletjes vond met alle shit die zijn handel en wandel al voor me had betekend. Maar ook omdat ik geen haat wilde voelen tegenover een eventuele moordenaar. Vijf kogels. Wiels’ kinderen. God, wat vreselijk. Het laat me niet los, dreunt maar door mijn hoofd. Ik voel me ranzig. Besmeurd. Schuldig.

Eenmaal thuis houdt mijn maag het niet tot de WC. De bougainville voor de deur moet het letterlijk bezuren. Het lucht op maar slapen lukt niet. Ook niet na twee Advil PM. Met de laptop in bed schrijf ik het interview uit. Dan is het morgen, sta ik op, kleed mijn kinderen aan, breng ze door de chaotische Dubaiaanse ochtendspits naar school. Wat achteraf een slecht idee blijkt, moe en slap als ik ben. Weer thuis log ik in op Face­book. Ahmed Marcouch is online. ‘Heb je voor mij de nummers van politieke redacties?’ Meteen komt er een lijst. Maar eerst Kantel­berg bellen. ‘Natuurlijk moet dat stuk er nu uit’, vindt hij. ‘Maar dan moet een krant ook de onkosten nemen.’ Even later spreek ik met Karel Berkhout van NRC af dat ik het stuk twee uur later aanlever. En morgen een portret.

NRC pakt die middag flink uit. Dan komen de telefoontjes. RTL Nieuws, Radio 1, andere nieuwszenders, kranten maar ook de BBC en CNN. Wiels is wereldnieuws. Mijn nummer gaat razend snel rond. Steeds vertel ik hetzelfde. ‘ja, hij voelde zich bedreigd. Ja, we zaten daarom in een afgeschermd resort, ja, hij vertelde over UTS en Dos Santos.’ Ik klik Facebook open. ‘Gefeliciteerd! Een stuk in NRC!’ Felicitaties? Met een interview met een dode? Ja, Het regent zelfs felicitaties. Goed bedoeld natuurlijk. Maar ergens ben je natuurlijk niet goed wijs als je iemand feliciteert met een stuk na zo’n drama. Hallo! Zijn we ook nog mensen? Ik voel me ondertussen nog steeds klote. Al die aandacht maakt het er niet beter op. Oké, het is goed dat er wordt gepubliceerd. En toch: lijkenpikkerij, speelt het door mijn hoofd.

’s Avonds google ik de Amigoe, de grootste Antilliaanse krant. Ik bel. De hoofdredacteur is op vakantie, zegt de receptioniste. De redactie dan maar? Met redacteur Elodie Heloise spreek ik af dat het eerste NRC-stuk ook naar hen komt. Kosteloos, voor deze keer maar eens.

Bekijk meer van

Persoonlijk

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.