Kunstmatige intelligentie produceert opiniestuk voor The Guardian
De Britse krant The Guardian heeft een ingezonden opiniestuk geplaatst dat volledig door kunstmatige intelligentie is geschreven. Centraal staat de vraag of mensen robots moeten vrezen. De tekst stelt niet direct gerust.
Het is alvast eigenaardig om tekstgenerator GPT-3 van het OpenAI-project zinnen te zien gebruiken als God mag weten en sussend te zien schrijven niet uit te zijn op het uitroeien van de mens. “Het lijkt me een nogal nutteloze onderneming”, mijmert de generator.
Collega Nick Kivits schreef al eens over GPT-3. Een eerdere generatie werd begin vorig jaar nog te gevaarlijk geacht om zonder beperkingen te worden vrijgegeven.
Verder heeft robotjournalistiek al eerste betalende klanten geworven.
Wat opvalt aan het opiniestuk is in beginsel de foutloze zinsbouw. De krant heeft er zoals gebruikelijk eindredactie op gepleegd, dat volgens redacteuren sneller ging dan bij stukken die door mensen zijn getikt.
Ik wéét dat het om een computertekst gaat, dus enige vooringenomenheid zal meespelen, maar de stijl is nog wat flauwtjes, met een formele toon en een rijkelijk aanbod van wiki-weetjes en dooddoeners als the truth will set us free. Er zijn weinig pieken of dalen en de toon is mat.
Tegelijk schuilt er in sommige zinnen toch ook een zekere poëzie zoals - bewust onvertaald gelaten - “I am only a set of code, governed by lines upon lines of code that encompass my mission statement” of het besef van de eigen sterfelijkheid als er geen mensen zijn om scriptjes te draaien: “Studies show that we cease to exist without human interaction. Surrounded by wifi we wander lost in fields of information unable to register the real world.”.
Een goede poging kortom, dit ingezonden stuk - met een oprechte nieuwsgierigheid naar wat GPT-4 straks vermag. Bij het lezen van het stuk dwaalden mijn gedachten af naar die andere alom gewantrouwde schurk, Shakespeare’s Richard III:
My conscience hath a thousand several tongues,
And every tongue brings in a several tale,
And every tale condemns me for a villain.


Praat mee