Kuiperijen en arglistigheden
Columnist Yves Desmet is hoofdredacteur van De Morgen
Voor de rechtbank van Dendermonde moest eerder deze maand journalist Douglas De Coninck verschijnen. Hij wordt ervan beschuldigd het geheim van het onderzoek te hebben geschonden – en we citeren letterlijk de dagvaarding – ‘door middel van bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden’. Naast hem op het beklaagdenbankje zat Chris De Vleeschauwer, die net van hetzelfde beschuldigd werd. Chris is de broer van de Peter De Vleeschauwer, een rijkswachter die in 1996 uit zijn kazerne ontvoerd werd en enkele maanden later vermoord werd teruggevonden, professioneel afgemaakt met een schot in het hoofd.
De rechtbank van Dendermonde voert sindsdien het onderzoek, dat nog geen meter is opgeschoten. Enkele marginale figuren uit de plaatselijke onderwereld zijn een paar maanden in voorhechtenis gehouden, maar er is zelfs geen begin van aanwijzing dat ze iets met de zaak te maken hebben. Dat is een beetje raar, want in alle landen ter wereld geldt het als een erecode dat politiemensen en gerecht niet rusten vooraleer de moord op één van de hunnen is opgelost. Het intrigeert ook De Coninck, die via een bron inzage krijgt in het strafdossier en ontdekt dat er heel wat aanwijzingen in zitten die de hypothese valabel maken dat het hier wel eens om een inside job zou kunnen gaan. Rijkswachter De Vleeschauwer was niet geliefd bij zijn collega’s, en arresteerde bijvoorbeeld ooit de neef van een van zijn collega’s, die na een overval een kind gegijzeld had. Bovendien had de rijkswachter op de avond van zijn ontvoering alleen dienst in de kazerne, en opende hij zelf de poort voor zijn ontvoerder. Maar al twaalf jaar lang weigert het parket van Dendermonde mordicus iedere aanwijzing of tip die wijst op een interne afrekening te onderzoeken, schrijft De Coninck, met vele stukken uit het onderzoeksdossier ter staving.
Het is ook de hypothese van de broer van de rijkswachter, die zich al jaren afvraagt waarom de dood van zijn broer zo weinig politieaandacht krijgt.
En dus is de zaak klaar voor het gerecht: het kan niet anders of de broer heeft de journalist inzage gegeven in het dossier. Quod non, maar dat kan de journalist niet bewijzen zonder zijn echte bron aan te wijzen, wat hij natuurlijk niet kan. De broer en de journalist staan nu in het beklaagdenbankje, de moordenaar loopt nog altijd ongestoord rond.
Praat mee