Komt een Belg bij het AD …
Een klein half jaar geleden nam de Vlaamse Persgroep de kranten van het noodlijdende PCM over. De kwakkelende fusiekrant AD ging als eerste op de pijnbank. De formule werd aangescherpt, de organisatie aangepast en 124 redactionele banen geschrapt. Hoe gaat het nu verder?
Zeventien koppen schuiven aan. Het is woensdag, 10.15 uur en op de centrale redactie van het AD in Rotterdam wordt vergaderd over de krant van morgen. Nog niet zo lang geleden was dit een bijeenkomst van louter chefs. Nu zitten er verslaggevers.
De chefslaag werd er tussenuit geveegd om de organisatie transparanter te krijgen. Minder gevoelig voor ruis. Verslaggevers pitchen nu hun éigen verhaal. Victor Schildkamp heeft iets over een man die een goedgelijkende nep-flitspaal bedacht, die hardrijders in woonwijken op de rem doet trappen. ‘Oh dat van die Belg’, klinkt verveeld vanaf de andere kant van de tafel. Iets verderop roept Monica Beek opgewekt: ‘Is dat tegenwoordig niet een aanbeveling?’ Gegrinnik. ‘Iedereen is weer boven gekomen, kan weer ademen’, zegt nieuwsdienst-verslaggeefster Beek (32) later.
Twee weken geleden werd de laatste reorganisatie in de rij afgerond. Kordaat: ‘Nu gaan we weer verder.’ Opluchting heerst hier ter redactie. Opluchting dat de zoveelste herschikking voorbij is. En dat gevoel maakt al gauw plaats voor nieuwsgierigheid. Want wat staat er te gebeuren met de geteisterde krant onder de vleugels van de Vlaamse Persgroep en Christian van Thillo in het bijzonder. De man die zegt dat hij kranten kan verkopen. Verkondiger van een krantenevangelie dat bij het AD gewillig gehoor vindt, zo blijkt.
De komst van de Belgen bleef niet lang onopgemerkt. Allereerst moesten 124 arbeidsplaatsen geschrapt, waaronder tientallen leidinggevende functies: minder kapiteins op een schip. De Vlamingen voerden het in België befaamde in/uit systeem in. Knopen doorhakken is voortaan alleen nog maar voorbehouden aan de uit-chefs, gezeteld aan de centrale middentafel, die het nieuwsaanbod aangeleverd krijgen van de in-chefs.
Het strakke stramien met zijn vaste kaders en lengtes, door redacteuren vaak beschouwd als een knellend korset, wordt grotendeels losgelaten. De lay-out wordt – fasegewijs – aangepast en er is weer meer aandacht voor de regio en hard nieuws. Peter de Jonge, hoofdredacteur a.i sinds het vertrek van Jan Bonjer: ‘Wat we al waren hebben we nog scherper gedefinieerd. We zijn een nieuwskrant. En dat willen we dan ook van alle kanten uitstralen.’ Met de nadruk op krant. Alle randzaken daaromheen worden geschrapt. Het is over met content weggeven op internet, AD.tv en andere multimediale fratsen.
‘Vier jaar geleden werd gezegd: multimedia gaat het helemaal worden. Dat klonk toen logisch’, zegt Victor Schildkamp, sinds twee weken redacteur op de centrale nieuwsdienst. Voor de laatste reorganisatie zat hij nog als videoredacteur op de regioredactie in Den Haag. ‘Ik voelde me helemaal de multimedia-bink die alles kon. Het was geweldig, dat ‘pionieren’, vindt hij nog steeds.
Maar alle ballen tegelijk in de lucht houden bleek uiteindelijk een ware uitputtingsslag. ‘Op een gegeven moment waren we wel murw met z’n allen.’ Bovendien leverde het ook nog eens niets op. De Jonge: ‘Alle Nederlandse kranten zijn een beetje stukgelopen op het multimediale denken. De businessplannen waren nu niet zodanig dat je zegt: hier hebben we een goudader aangeboord. Wij gooiden bijvoorbeeld alle unieke regionale berichten maar op internet. Dat gaan we niet meer één op één doen, en al helemaal niet meer voordat het in de krant heeft gestaan.’
Hij pauzeert even en vervolgt: ‘Het is toch eigenlijk te gek voor woorden dat we jaar in jaar uit van onze abonnees vragen dat ze betalen om zo redacties overeind te kunnen houden, terwijl we het aan de andere kant zomaar weggeven.’
Schildkamp: ‘We probeerden er maar op los. En dan komen er ineens een paar Belgen die zeggen: we gaan weer lekker ouderwets een krant maken.’ Grijnzend: ‘Het heeft wel iets romantisch.’ In Rotterdam merk je als buitenstaander niets van de inkrimping van de redactie. Geen lege bureaus van vertrokken collega’s. Na de omslag twee weken geleden werd de vloer meteen opnieuw ingedeeld. Het is zelfs wat drukker dan voorheen. De nieuwsdienst is uitgebreid en de eindredacties die eerst op locatie opereerden zijn nu allemaal bij elkaar gevoegd op de centrale redactie.
Ton Terpstra (55), eindredacteur voor de regio Utrecht en Amersfoort stuurde twee weken geleden de laatste pagina’s nog door vanuit een verlaten kantoorpand in Houten. Hier is de werkplek, ook ’s avonds, veel dynamischer. Ja, hij (36 dienstjaren) heeft serieus nagedacht over de vertrekregeling. Natuurlijk. ‘Maar die Belgen zijn buitengewoon zeker van hun zaak. Ze zeggen dat ze kranten kunnen verkopen, dat wil ik wel eens meemaken.’ Dat hij daarvoor iedere dag tweeënhalf tot de trein is veroordeeld, is een tegenvaller die hij op de koop toe neemt.
Bruisen
Volgens De Jonge begint het weer te bruisen op de werkvloer. ‘We hebben ons in Nederland te lang de put in gepraat, onszelf gemarginaliseerd. Dan heb ik het over alle kranten. Dit soort nieuws was voor internet, dat soort nieuws was voor televisie, het volgende toch meer voor een huis-aan-huisblad. En toen stelde Christian van Thillo de vraag: “Maar wat ben je dan eigenlijk zelf nog? Wees fier op uw krant!” Dat bewustzijn is hier weer teruggekeerd.’
Misschien is dat wel de belangrijkste verandering die is ingezet: het geloof dat de krant er toe doet. Een flink verschil met het AD van voor de reorganisatie, toen de prik er behoorlijk af was. Uit een verhaal in De Journalist (DJ nr. 13, 31.07.09) bleek dat de Vlaamse afgevaardigden Jaak Smeets (directeur-uitgever van De Persgroep) en Hans Deridder (adjunct Het Laatste Nieuws) bij hun komst een in zichzelf gekeerde en getraumatiseerde redactie aantroffen. Meer mensen meldden zich voor de vrijwillige vertrekregeling dan de 124 arbeidsplaatsen die geschrapt moesten worden.
Smeets zit vandaag op zijn post bij het AD, achteraf, in een kantoor met glazen wand naast de marketingafdeling. Hij speelt zichzelf liever niet in de kijker. Ook niet voor het vakblad. Zijn invloed, en ook die van Deridder die heen-enweer pendelt tussen regioredacties, is echter groot, vertelt De Jonge. ‘Als het gaat om het erin hameren van de manier waarop er gewerkt moet worden. Elke keer als ze zien dat we iets te veel vervallen in onze oude gewoonte –veel eromheen praten zonder concreet te worden– zetten ze ons meteen op scherp.’
Dat zijn redactie ten tijde van hun komst getraumatiseerd zou zijn, spreekt hij echter tegen: ‘Dat vind ik nogal zwaar aangezet. Nee, ik ben ook niet geschrokken dat er meer mensen weg wilden dan was voorzien. Er was een riant sociaal plan. En het scheelde een hele hoop moeilijke en pijnlijke gesprekken, laten we dat ook even vaststellen.’
Dat een deel van de vertrekkers via een ZZP-constructie in de vertrekregeling voor de krant blijven freelancen, tekent volgens De Jonge het gevoel van loyaliteit dat er, ook bij de vertrekkers, nog steeds is naar de krant. Die ZZP’ers kan De Jonge goed gebruiken, want de gaten die in de bezetting zijn geslagen moeten grotendeels worden opgevangen door freelancers. Aan de bijlages op zaterdag komt bijna geen vaste redacteur meer te pas, en de regionale sportredacties tellen in totaal nog maar zes redacteuren – een fikse afname.
De Jonge: ‘We hebben een aantal ingrepen gedaan die heel diep zijn. Maar de vraag is: moet je voor amateur-voetbalwedstrijden nog steeds HBO-opgeleide journalisten inzetten, of kun je dat ook af met freelancers die een goed stuk kunnen schrijven? Wij denken het laatste. Wat niet weg neemt dat we voor alle grote dingen nog steeds hoogopgeleide, professionele journalisten in dienst hebben.’
Met deze constructie meent De Jonge, net als zijn voorganger Bonjer, dat met 124 man minder, nog steeds dezelfde krant kan worden gemaakt. ‘We maken een even goede krant, hopelijk zelfs een betere krant dan we deden. En hoe zwaar en ellendig het ook is dat je van 124 mensen afscheid moet nemen: er staat nu wel een organisatie waarbij je het gevoel hebt dat je financieel niet constant op de rand van de afgrond balanceert.’
Desalniettemin worden op de nieuwsdienst in Rotterdam individuele collega’s en een hoop dossierkennis gemist. Schildkamp: ‘Ieder telefoonnummer dat ik nu intik, is nieuw voor me.’ Maar de werkdruk is gelijk gebleven. In de regio is dat een ander verhaal. Daar verdween 40 procent van de vaste redacteuren, terwijl er meer tekst moet komen. De gaten moeten worden opgevuld met een compleet nieuw netwerk aan freelancers tot op buurtniveau.
Voor week twee betekent dat voor de vaste regioverslaggevers vooralsnog doorpezen, hard doorpezen. Henk Ruijl is sinds de omslag regiochef in Den Haag en daarmee verantwoordelijk voor vier AD-edities. Lokaal is de omvang van de krant van drie naar vijf pagina’s gegaan. ‘Dat is zwaar, gewoon zwaar’, zegt hij zonder omhaal. De afgelopen twee weken heeft hij aan een stuk gesprekken gevoerd met een twintigtal freelancers, maar het nieuwe model moet zich nog behoorlijk uitkristalliseren. ‘Ik merk wel, aan de start van week drie, dat we al iets meer gewend zijn aan de nieuwe functies, nieuwe indelingen. Ik heb goede hoop dat we over een maand in ieder geval weer normale dagen maken. Nu zit de gemiddelde collega hier van negen uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds.’
‘Ik zal niet zeggen dat het makkelijker is geworden’, zegt De Jonge. ‘We vragen veel van ze, en er moet echt hard gewerkt worden; er wórdt ook hard gewerkt. Ik heb bewondering voor hoe de operatie is verlopen en hoe mensen zich volledig inzetten voor de krant.’ Het lijkt al wel wat te lonen: Ruijl krijgt in Westland, waar hij woont al reacties als: ‘Ik heb mijn oude krantje weer terug’.
‘Bovendien’, zegt hij ‘is het voor iemand die al twintig jaar voor de Haagsche Courant in al zijn gedaantes heeft werkt, en niet anders kent dan dalende oplagecijfers, een verademing om met een Van Thillo om tafel te zitten die zegt: “We gaan een krant maken. Al het andere is bijzaak.” Ik weet niet of hij gelijk heeft, maar het is de waarheid van dit moment. En die bevalt me wel.’
Journalistiek beest
Wie wordt de eerste man bij het AD? In de wandelgangen gonst het van de namen. HP/DeTijd wijdde er zelfs een sequel aan: in ‘De mannen van het AD.’ Kwamen onder andere Robert van Brandwijk (Metro), Bart Brouwers (Sp!ts), Pieter Klein (RTL) voorbij. En de meest hardnekkige van alle geruchten: Erik van Gruijthuijsen (ANP). Wat de hoofdredacteur van het ANP ook heel hardnekkig blijft ontkennen. Op de redactie van het AD is de nieuwe hoofdredacteur, wie het ook moge zijn, eigenlijk helemaal geen hot issue. Redacteuren halen hun schouders op als er naar wordt gevraagd.
‘Allemaal even fout’, zegt hoofdredacteur a.i. Peter de Jonge desgevraagd over de namen die rondzingen. Momenteel wordt een commissie gevormd die een zoektocht naar de opvolger van Jan Bonjer zal starten. Volgens De Jonge moet het in ieder geval een journalistiek beest zijn, en iemand die alles heeft met de formule van het AD. In de loop van november/ december moet duidelijk worden wie deze schoen past. Tot die tijd neemt De Jonge de taken van Bonjer waar. Over zijn eigen ambities zegt hij: ‘Als ze me zoeken, weten ze waar ze me kunnen vinden.’


Praat mee