Het papier voorbij, kijk voorbij het papier

Het papier voorbij, kijk voorbij het papier

Klaas Salverda — Geplaatst in Journalistiek op dinsdag 12 juli 2016, 07:56

Opinie Klaas Salverda schreef het boek Testament van de Pers. In 600 pagina’s belicht hij de teloorgang van de geschreven pers. Het boek verschijnt in september. Dit is een bewerkte versie van delen uit de inleiding, het hoofdstuk ‘De makers van het nieuws’ en de paragraaf Visie in het slothoofdstuk.

Ik zeg het met weinig vreugde: nog een paar jaar, misschien iets langer, en papieren kranten zijn curiositeiten. Los van onze beroepsgroep valt dit te betreuren, omdat het dágbladen waren die een eeuw lang aan minstens het halve land richting gaven.

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar tot voor kort snelde het nieuws ons vooruit. Journalisten zetten – tt maar vooral vt – het enigszins stil door er één keer in de 24 uur een krant van te maken. Als abonnee kon je het aldus bijeen vergaarde nieuws raadplegen en doordenken.

Nieuws is nu de hele dag door beschikbaar. Op alle mogelijke manieren. Net toen ik mij in dit onderwerp verdiepte, werden in de Amerikaanse staat Virginia verslaggeefster Allison Parker en cameraman Adam Ward doodgeschoten. Voor het oog van de kijkers in de uitzending terwijl ze buiten live een interview afnamen.

Dode bomen
Kranten hebben hun langste tijd gehad. Sommigen geven wat over is nog een jaar of tien. Dan is het gedaan met de ‘dode bomenmedia’. Voor wie hardnekkig het tegendeel wil blijven zien: ik wens u nog vele rollen papier toe.

Natuurlijk zullen er wel gedrukte dagbladen overblijven. Het zal heus nog wel even duren voordat het laatste krantenverslag geschreven is. Maar door hun dalende oplagen bereiken zij niet meer de letterlijk en figuurlijk kritische massa. Er blijven steeds minder echte lezers over.

Die ontwikkeling en het gelijktijdige enorme functieverlies zijn niet tegen te houden. De keerzijde – of noem het uitdaging dan wel noodzaak –  is dat de publieke gedachte- en meningsvorming andere wegen zal moeten vinden. Voor de samenleving is dat een belangrijker vraagstuk dan waar wij met elkaar in huize Villamedia naar zitten te kijken.

Ik hoef hier geen cijfers te noemen. In het verenigingsblad De Journalist bracht good old Jan van de Plasse die al nauwgezet in kaart toen bij de machtige dagbladuitgevers het geld nog tegen de plinten klotste. Nederland behoorde jarenlang tot de absolute wereldtop als het om krantenlezen ging.

De laatste jaren heeft de krantenwereld het ongekend zwaar. Voor tijdschriften geldt hetzelfde. Opinieweekbladen worden veelal in één adem genoemd met de woorden ‘bergafwaarts’ en ‘zieltogend’. Maar ze vormden decennia lang de journalistieke evenknie van de complete dagbladsector. Niet alleen door de kracht van hun toenmalige oplage, maar vooral vanwege hun grote betekenis voor de publieke meningsvorming in ons land. Totdat de zaterdagbijlagen van de kranten, met op de achterkant karrenvrachten advertenties, hun rol overnamen.
Tot zover de buitenkant.

Werkelijkheid
De eerste taak van de journalist is ‘werkelijkheidsbeschrijving’, aldus het voorwoord op ‘Luizen in de pels’, jubileumuitgave van de NVJ ter gelegenheid van haar eeuwfeest in 1984. Herman van Run zegt en schrijft het daar zo: ‘Het wezen van de journalistiek ligt in het vertellen wat er in de wereld aan de hand is. In de beschrijving wordt gestalte gegeven aan een tijd en nederig op de geschiedschrijving vooruitgelopen.’

Jan Blokker legde tijdens de feestrede van nog maar dertig jaar geleden uit waaróm de journalistiek zich toelegt op de bezigheid van het verzamelen en verspreiden van wetenswaardigheden uit de samenleving: ‘Ze doet dat ter wille van een publiek dat wat anders aan z’n kop heeft: dat te druk, te moe of te weinig geïnteresseerd is om het allemaal zelf uit te zoeken.’

Het is bijna koddig, en in deze tijd jaloersmakend, om te lezen dat schrijvende journalisten naast de belangrijke informerende taak die zij hadden, toch ook nog wel advertenties wilden zien. ‘Journalisten stellen prijs op advertenties in hun blad’, noteerde reclamevakblad Adformatie onderdanig na een steekproef onder NVJ-leden in 1987.

Stug doortikken
Vakmatig gezien was kranten volschrijven duidelijk een kwestie van stug doortikken. Ik en mijn collega’s waren bekwaam in het afscheiden van grote hoeveelheden tekst. Die werd ook nog eens gekenmerkt door lange zinnen, het invlechten van heel veel feiten en een zorgvuldig, zij het plechtstatig taalgebruik. De d’s en t’s klopten meestal. Al was dat misschien ook te danken aan de correctoren die toen nog in dienst waren.

Vandaag de dag komen er beduidend minder titels uit dan vroeger en rollen er steeds minder exemplaren van de pers. Met de overgang naar tabloidformaat beloofden dagbladen dikker te worden. Uitzonderingen daargelaten is het tegendeel het geval. Dat heeft allereerst te maken met de terugloop van het advertentieaanbod. Daarnaast zijn redactionele artikelen tegenwoordig aanzienlijk korter en heel anders – meer vragenderwijs – opgezet.

Met de komst van andere informatiedragers is de dagelijkse stortvloed aan informatie overigens zeker niet minder geworden. Sommigen doen dat heel slim doordat zij het beste uit het verleden eigentijds weten te kopiëren: om mensen de weg te wijzen heeft het besturingsprogramma Windows met icoontjes en al de beeldcultuur van de kerk van weleer overgenomen. [noot 1]

Journalistieke trends
Terugbladerend en met dank aan de collega’s zie ik tien structurele of juist tijdsgebonden trends in de vakmatige omgang met ‘nieuws’. Het zijn deels ook journalistieke waarden. Vanwege de toegestane lengte voor dit artikel volsta ik hier met ze te benoemen:
1. Blunders zijn van alle tijden
2. Het vak vereist nauwkeurigheid en verantwoordelijkheidsgevoel
3. Informatie is overal, er is geen schaarste meer
4. Vraaggesprekken zijn meer en meer entertainment
5. Het maatschappelijk aanzien van journalisten is veranderd
6. De rangorde van media wijzigt
7. Beelden winnen het van woorden
8. Mag het wat vrolijker?
9. Steeds meer egodocumenten
10. PR groeit en drukt op het nieuws

Journalisten zijn steeds minder de professionele intermediair tussen de drager van de boodschap en het publiek. Ze maken het nieuws niet meer, maar ordenen en vernieuwen het. Dat moet het aantrekkelijker maken om te consumeren.

Sommigen van hen leggen zich toe op het duiden van het nieuws. Informatie is ook steeds meer infotainment. Het mag vooral niet vervelen. Moderne ‘informatiemakelaars’ stellen zichzelf graag op de voorgrond. Als onderwerp en bron van het eigen verhaal maar ook om zichzelf als ‘merk’ in de kijker te spelen.

Maatschappelijke gevolgen
Dat de papierrollen en knijpertjes verse kranten tot stilstand komen en de rol van de journalist-berichtenbrenger verandert is één. De maatschappelijke betekenis en gevolgen zijn veel groter. We denken dat we elk jaar een paar procent lezers verliezen. Maar feitelijk zijn we allang het grote publiek kwijt.

Was wäre ich ohne dich
Freund Publikum?
All’mein Gedanken Selbstgespräch
All’mein Empfinden stumm. [noot 2]

We beleven – vrij naar Dolf Rogmans – in deze tijd de vermoedelijk laatste grote revolutie in papieren krantenland. De tijd dat trouwe abonnees zich door ‘hun’ krant deel van een groter geheel voelden, is voor het overgrote deel voorbij. Dat heeft gevolgen voor de publieke gedachte- en meningsvorming want die zal andere wegen (moeten) vinden.

Sociale media vormen niet echt een alternatief. Ze zijn eerder een illustratie van de chaos en fungeren daardoor nauwelijks als richtingaanwijzers. We twitteren en roeptoeteren de hele dag door – en dat ook nog eens door elkaar heen. Zo wordt de samenleving er niet overzichtelijker op. Zij fragmenteert steeds meer en verder. Mensen individualiseren en gaan ogenschijnlijk zelfverzekerd hun eigen gang. Maar we missen dikwijls doel en richting, laat staan dat we zin en samenhang zien.

De gevolgen blijven niet uit. Je voelt de verwarring. Je merkt dat veel burgers bang en bezorgd zijn. We zijn de draad kwijt. En we zitten vol vragen. Hoe komt het met m’n werk? En de vluchtelingenstromen?  De aanslagen? Al die spanningen ver weg en dichtbij?

Stenen als rustplaatsen
‘Eigenlijk is er aan niets anders behoefte dan aan grote, platte stenen in de rivier van de tijd met zijn daverende stroomversnellingen. Stenen als rustplaatsen bij het oversteken’, schreef communicatiewetenschapper en hoogleraar PR Anne van der Meiden in 1975. [noot 3]

Ik deel zijn waarneming (omdat) die over de tijden heen gaat. Aan het eind van het Testament van de Pers geef ik kort aan waar naar mijn bescheiden mening de oplossing schuilt voor de grote spanningen in het maatschappelijk discours.

De drie monotheïstische wereldreligies hebben veel gemeenschappelijk. Onder andere de eeuwenoude Tien Geboden. Die bieden richting en ruimte voor fatsoenlijk onderling verkeer. In hedendaags Nederlands onder meer: je moet een ander niet doodmaken, blijf met je poten van andermans spullen af en zie niet in elke vrouw die (on-)bedekt over straat loopt een gewillige prooi.
In het ‘huidige uur van de wereld’ hebben de wereldgodsdiensten een heel bijzondere verantwoordelijkheid voor de wereldvrede. [noot 4] Maar zingeving – en daarmee richting – komt niet per definitie uit geloof of alleen uit godsdienst voort. Zo kent de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in al haar ogenschijnlijke eenvoud ongekende diepgang.

Direct na de oorlog werd het Handvest van de Verenigde Naties vastgesteld ‘om komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog’ en ‘opnieuw ons vertrouwen te bevestigen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de menselijke persoon, in gelijke rechten voor mannen en vrouwen, en voor grote en kleine naties’. Datzelfde geldt voor ras, taal en godsdienst.
Even tijdloos als actueel heeft het niets aan zeggingskracht ingeboet.

Standpunt
Als collega, krantenlezer of twitteraar hebt u misschien andere stenen in de rivier van de tijd voor ogen. Of misschien wilt u een steen verleggen die het water anders doet stromen. Ik nodig u uit uw standpunt, dat is de plaats waar u staat, vast te stellen en misschien wel bij te stellen. Uw eigen plek te (leren) zien. Door u met delen van het boek dat ik na 1 miljoen pagina’s, 13.000 artikelen en dankzij het werk van ruim 600 collega’s in 1.000 fragmenten schreef, te identificeren of juist tegen af te zetten.

De kernvraag is evenwel: Wie neemt bij het afscheid van de dode-bomen-media de rol van richtingaanwijzer over?
Want we zijn ons houvast kwijt.

= = =

Dit is een bewerkte versie van delen uit de inleiding, het hoofdstuk ‘De makers van het nieuws’ en de paragraaf Visie in het slothoofdstuk uit: Testament van de Pers. Academische Uitgeverij Eburon, Delft. 600 pagina’s, prijs € 34.90.Verschijnt 1 september.

testamentvandepers.nl

= = =

Noten:

[1]
Rengenier Rittersma, De geest vergruist, in: Trouw 18 december 1999.

[2]
Dr. H.J. Prakke, De samenspraak in onze samenleving, 1957.

[3]
Stroomversnelling toch wèl-varen, 1975.

[4]
Hans Küng, Mondiale verantwoordelijkheid, Aanzetten voor een verbindende ethiek, 1992.

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. J.C. Roodenburg, 14 juli 2016, 16:33

    En prima analyse van Dolf Rogmans over de tijden die niet meer terugkeren. Vooral het feit dat blunders van alle tijden zijn, spreekt mij aan. Op sociale media zijn er tegenwoordig niet anders dan vele blunders. Professionele journalistiek vereist ‘nauwkeurigheid en verantwoordelijkheidsgevoel’. Goed om in gedachten te houden. Want verschil moet er en blijven zijn!