"Journalistieke" kortingen: wel of niet?
Een Nederlandse correspondent in Duitsland zal herhaaldelijk zich herhaaldelijk in de arm moeten knijpen. De perskaart van de Duitse collega's is een kortingsbon op vrijwel alles. Zo komen Sony-producten standaard 25% goedkoper, kun je vliegen voor half geld en kost glijmiddel 15% minder. Ook Nederlandse journalisten kunnen een Duitse perskaart aanvragen. Eric Brassem (sinds 2004 Trouw-correspondent in Berlijn) schrijft over het dilemma dat al die kortingen veroorzaakt: waar blijft de journalistieke onafhankelijkheid? Brassem: Mijn voorganger in Berlijn, Gerbert van Loenen, vindt dat je nooit aan kortingen moet beginnen. Zíjn voorganger, Co Welgraven, pakte alleen kortingen op artikelen die hij declareerde: "Nooit als ik er zelf voordeel bij had." Dat is de juiste houding, vindt adjunct-hoofdredacteur Wim Jansen van Trouw. Verder ziet hij speelruimte. "Zo lang begunstigingen generiek zijn, en de journalist zich ervan bewust is dat iedereen hem probeert te beïnvloeden, kan er niet zo gek veel fout gaan." Het mag dus van de baas. Maar toch. Je moet de schijn vermijden, vind ik. Al was het maar voor de eer van de beroepsgroep. Anderzijds moet je ook niet roomser zijn dan de paus. Kortom: ik twijfel. En bij twijfel haal ik niet in, maar vlieg ik. Privé voor het volle pond, voor de krant gereduceerd." Lees het hele artikel bij Duitslandweb


Praat mee
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.