foj 2019

— zaterdag 28 januari 2012, 11:34 | 4 reacties, praat mee

Journalist moet ook het hart raken

Het journalistieke ambacht is gefundeerd op rationaliteit. Althans: dat dacht Kees Schaepman altijd. De feiten, de feiten en niets dan de feiten – daar zou het om moeten draaien in kwaliteitsmedia. ‘En toch: naarmate ik langer dit beroep uitoefen, groeit mijn twijfel over de effectiviteit van die rationele aanpak.’

Dat begon eigenlijk al met het eerste artikel dat ik, begin jaren zeventig, schreef voor De Groene. Het was een onderzoekje naar het Nederlandse vreemdelingenbeleid. Ik ontving daarop, in het pre-e-mailtijdperk,  twee brieven. Daarin werd mijn pleidooi om asielzoekers hard aan te pakken luid toegejuicht. Leuk, zulke instemmende reacties, maar zo’n betoog had ik nooit gehouden. Lezers lezen wat ze willen lezen, ook als het er niet staat. Ook luisteraars en kijkers schaven feiten tot die bij hun mening passen, of stellen anders brengers van ongewenst nieuws aan de kaak als verkrachters van de door hen gewenste werkelijkheid.

Voor Vrij Nederland schreef ik in de vorige eeuw een artikel over de uitwassen van de menselijke liefde voor honden. Als voorbeeld noemde ik de anti-blafband, een vernuftige elektronische halsband die de drager bij iedere ‘woef’ een stevige stroomstoot door de kop joeg – dat zou hun viervoetige vriend wel leren zijn bek te houden! In mijn loopbaan heb ik nooit meer reacties op een publicatie ontvangen dan toen. Allemaal van mensen die vroegen waar ze zo’n band konden bestellen. Er was wel een boodschap overgekomen, maar niet de mijne.

Later, als eindredacteur van het radioprogramma De Ochtenden in het tijdperk na Fortuyn, werd ik verslaafd aan de mailtjes die binnenkwamen. Steeds opnieuw sloeg bij mij de verbazing toe, niet over de ontremde woede-uitingen die toen eigentijds waren, maar over de wonderlijke dingen die mensen horen zonder dat ze gezegd zijn. En over de complotten die steevast achter zelfbedachte feiten (‘Het is toch een bekend gegeven dat Nederland niets doet zonder de VS te raadplegen’) werden vermoed.

Sinds kort val ik tijdelijk in als eindredacteur van het televisieprogramma Buitenhof. De afgelopen twee weken heb ik de mails die ik van kijkers ontving in stapeltjes onderverdeeld. Die summiere steekproef bevestigt mijn vermoedens. De kleinste stapel mails op mijn bureau is afkomstig van de kleine maar onvermijdelijke groep inzendingen die kant nog wal raakt. Het zijn reacties van rijmelaars en miskende visionairen (‘Ik stuur u hierbij een gedicht dat ik eerder ook al aan Pauw en Witteman stuurde’) en ongebreidelde scheldkanonnades van fanatici (‘Het zionisme is de meest misdadige en zieke theorie ooit, dat jij dat niet inziet geeft aan waar jullie pro-zionisten voor staan, sukkel’). De bescheiden stapel daarnaast bevat serieuze aanvullingen en kritiek.

En tenslotte de bulk van de reacties, afkomstig van reageerders die uitzendingen gebruiken als gratis manege voor eigen stokpaarden. Ongehinderd door intellectuele twijfel leggen zij de vinger op zere plekken waar de redactie om voor hen onbegrijpelijke redenen blind voor is (‘De crux van de zaak is…’), veroordelen zij bij voorbaat vermeende tegenstanders (‘Dit is weer koren op de molen van het leger pseudo-intellectuelen waar Nederland zo mee is gezegend’) en deinzen zij niet terug voor keiharde maatregelen, vooral tegen columnisten (‘Geef uw medewerker als kerstgeschenk een enkele reis Pjongjang’ ). Ik zie voor me dat zij met de laptop op schoot voor het scherm zitten, wachtend op het sleutelwoord dat hen in staat stelt hun salvo te kunnen lossen, onafhankelijk van de context .

Opvallend veel mails zijn geformuleerd op orkaansterkte. Er zullen door de redactie wel vuige opzetjes zijn afgesproken met gasten! Bovendien zijn wij journalisten te laf, te dom en te lui om de goede vragen te stellen. De linkse kerk leidt digitaal nog altijd een bloeiend bestaan. En een nieuwe maar opvallend vaak voorkomende variant: journalisten vormen een gevaar voor de vrijheid van meningsuiting! We stellen, om eens wat te noemen, nooit de vragen die de schrijver zelf zou stellen. Persbreidel!

Ik las net het boek ‘The Political Brain’ van de Amerikaanse psychiater en neuroloog Drew Webster (Public Affairs, 2007). Hij analyseert de tragiek van de Democraten in de jaren voor Obama: al hadden zij gelijk, zij kregen het niet. De reden? De democraten benaderden hun kiezers als emotieloze, logisch redenerende en verstandige burgers. Het is alsof hij over mijn vak schrijft. De belangrijkste les die ik heb geleerd uit reacties is dat serieuze journalisten, zoals ik er zelf een wil zijn, hun consumenten ook te vaak benaderen als rationele beschouwers. Mensen die ongehinderd door vooroordelen en emoties hun oordeel vormen. Die ideale informatieconsument bestaat niet.

Een zender die er niet in slaagt het hart van zijn ontvangers te raken, dringt nooit tot het hoofd door. En heeft dus per definitie gefaald, hoe feilloos de research, de selectie en de presentatie ook is. In die zin hebben reageerders – net als kiezers – altijd gelijk. Daarom krijgen reageerders, zelfs reaguurders, altijd antwoord van mij. Tot mijn verrassing leidt dat in de verreweg de meeste gevallen tot nieuwe e-mails, niet langer op orkaansterkte, maar bedeesd en verontschuldigend (‘ Toegegeven, mijn mail was erg impulsief, toen ik het na vijf minuten overlas, was het al verstuurd’ ).

De rijmelaars en visionairen tonen zich verrast en dankbaar over het feit dat zij überhaubt antwoord krijgen, dat lijkt bij redacties niet gebruikelijk te zijn. En heel, heel vaak staat in die mails het zinnetje: ‘Wat ik eigenlijk wilde zeggen is:….’. Gevolgd door een zinvolle opmerking die in de eerste mail goed gecamoufleerd was. Zo ontstaat pas na die tweede mail de basis voor een zindelijk debat.

Kees Schaepman

 

 

 

Bekijk meer van

vvoj 2019

Praat mee

4 reacties

Lydia Zeijlemaker, 19 januari 2012, 16:32

Interessant artikel. Het doet mij denken aan een filmpje van Simon Sinek (TED talks), een marketinggoeroe die uitlegt hoe je mensen raakt om ze over te halen tot belangrijke beslissingen. Is ook een goed verhaal en niet alleen toepasbaar op marketing.

Renzo, 19 januari 2012, 23:35

geinig… ja, ik kom er nu ook achter en schreef er dit over (reacties op mijn boek): http://liefdesmarkt.nl/?p=594
het is ook niet zo raar, meneer Schaepman. Mensen zoeken bevestiging of willen zich afzetten. Wij mensen zijn helemaal niet goed in nadenken - al denken we allemaal van wel. ach.

J.C. Roodenburg, 20 januari 2012, 13:21

Heel aardig en treffend opgeschreven, Cees. Ik heb soortgelijke ervaringen. Zelfs bij de ouderenkranten waarvoor ik regelmatig wat doe. Je hebt ‘reageerders’ en ‘reaguurders’. Het laatste woord zegt het al: je hoeft ze niet serieus te nemen.
Ik ben wel benieuwd hoeveel tijd je hebt gestoken in de ‘research’ en het schrijven van dit artikel. Dit naar aanleiding van een reactie - van nota bene een Quote-journalist - op een opinie van mij over de freelance-tarieven elders op deze site.

a v ammelrooy, 24 januari 2012, 00:18

Wat mensen met feitelijk nieuws e.d. doen, is heel verschillend. Vroeger waren er vrouwen die brieven aan presentatoren van het NOS-journaal schreven over hoe ze zich uitkleedden en masturbeerden terwijl een voorganger van P. Freriks het droge nieuws voorlas. Anderen wilden vooral weten of het witte haar van Frits Thors echt was.
Uit een nieuws item over wervelstormen kan iemand een idee voor een nieuw soort stofzuiger halen.
De discussie die nog steeds gevoerd moet worden, zou moeten gaan over “ons” beeld van de kiezer/burger: iemand die individueel, rationeel na alle voors en tegens te hebben afgewogen een besluit neemt, een keuze maakt.
Dat liberale beeld uit de 19e eeuw blijkt vals, een ooit nuttige illusie (voor de groei van de media o.a. en de ontwikkeling van parlementaire enquetes).
Het gaat niet om het hart, het gaat om de groep waartoe iemand zich blijkbaar rekent.
De huidige stijl van reageren op iets, is weer een ander verhaal. NL wordt steeds grover, hufteriger, paranoider etc. - vermoed ik ook dankzij internet. Overigens ben ik voor stevig taalgebruik in de politiek. Niet dat wollige gedoe.
En fantastisch dat je de tijd neemt om al die mensen een respons te sturen. Dan voelen ze zich blijkbaar opeens sserieus genomen en worden dan vanzelf ook serieuzer en beleefder.
Verder denk ik: gewoon zo objectief mogelijk blijven als journalist, zodat iedereen uit een nieuwsbericht, artikel, documentaire, kan halen wat hij/zij interessant vindt en niet alleen de al of niet verborgen boodschap.
Helaas kunnen we er niet meer vanuitgaan dat grote maatschappijen van miljoenen mensen dezelfde opvattingen delen over wat het leven beter maakt. De bijdrage van de media daaraan is zeer omstreden en wordt toch door velen beschreven als als “Unbildung”, hersenspoeling, anti-beschaving, een systeem van debiele superstars met debiele fans, etc etc beschreven.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.