foj 2019

— vrijdag 23 januari 2015, 15:19 | 0 reacties, praat mee

ISIS voor dummies

Pro ISIS-demonstranten tijdens een protest in de Haagse Schilderswijk - © ANP

De gruweldaden van ISIS houden de wereld bezig – althans een deel ervan. Het hemd is nader dan de rok; journalisten belichten vooral datgene van ISIS dat ons in het Westen het meest raakt. Maar dat leidt tot een eenzijdig beeld en vooroordelen.

Buitenlandse strijders die naar Syrië gaan en terugkeren om aanslagen te plegen – dat is waarover het in de Nederlandse pers vooral gaat als we het over ISIS hebben. Die strijders zijn dan ook per definitie westerse strijders, die vooral uit Europa komen. Ze gaan naar Syrië om tegen de westerse beschaving en voor de islam te strijden.

Het betreft een fractie van het probleem dat ISIS heet, maar bepaalt wel de berichtgeving. Daardoor ontstaat een onvolledig beeld waarop mediagebruikers hun mening baseren. Waar dat toe leidt ondervond ik in een taxi. De chauffeur wilde niet alleen alle terugkeerders de toegang ontzeggen maar ook nieuwe Syriërs en eigenlijk alle islamitische vluchtelingen weren.

Voor hem kwam de dreiging van de islam uit Syrië, en dus ook van de vluchtelingen uit dat land. Maar vormen mensen die het geweld zijn ontvlucht inderdaad een gevaar? En kan je ISIS-leden wel over één kam scheren met andere moslims? Of zelfs met andere jihadisten – strijders van een heilige oorlog?

Even een paar feiten. Buitenlandse strijders maken vermoedelijk hooguit 8 procent uit van het totale aantal ISIS-strijders. Zo’n 16.000 strijders uit de hele wereld kwamen naar Syrië, van wie slechts zo’n 2000 uit het Westen – 1 procent van het totale aantal ISIS-strijders, dat ter plekke wordt geschat op 200.000.

Er zijn dus veel meer strijders uit de regio en de rest van de wereld betrokken bij de oorlog van ISIS dan uit het Westen. Op het slagveld sneuvelen Somali’s, Chinezen, Tsjetsjenen en Afghanen, maar meer nog mannen met een Arabische achtergrond. Syriërs en Irakezen die zich lokaal hebben aangesloten vormen de grootste groep, gevolgd door Marokkanen, Tunesiërs en Golf-Arabieren.

Wie zijn dan die buitenlandse strijders die in het Westen aanslagen plegen? Niet de Syriërs en Irakezen die zich recentelijk met risico voor lijf en leden naar het Westen hebben laten smokkelen. Het zijn vooral tweede of zelfs derde generatie migranten, die niet kunnen aarden in de westerse samenleving en een gemakkelijke prooi vormen voor ronselaars.

ISIS is in zoverre anders dan andere extreme moslimgroepen, dat ze haar leden niet meer laat gaan. Het is een sekte met een indoctrinatiemachine. Wie binnenkomt krijgt een uitgebreide hersenspoeling gebaseerd op de eigen knip-en-plak editie van de Koran en een gevechts- en militaire training in een van de 25 kampen.

Een groot deel van de mankracht gaat naar het ronselen en indoctri­neren van mensen. Daarvan zijn charismatische trainers een essentieel onderdeel, zoals we kunnen opmaken uit verhalen van de weinige mensen die de sekte wisten te ontvluchten. Soms omdat hun explosievenvest niet afging, of ze werden gepakt voor ze hun bomauto tot ontploffing konden brengen.

Zo iemand vertelde de BBC dat zijn Saoedische trainer zo ‘aardig en overtuigend’ was, dat hij ‘bereid was een zelfmoorddader te worden als hij dat vroeg’. De training richt zich ‘op je hart, niet op je hoofd, zodat je hart gepassioneerd raakt door hun woorden’.

Hij was niet geronseld om te sterven, of om naar het paradijs te gaan. Voor de meeste mannen (en een paar vrouwen) die in het net van ISIS vallen, trekt het avontuur en de belofte te vechten voor een goede zaak. Of ze willen meewerken aan het maken van de video’s en het andere propagandamateriaal van ISIS. Of ze komen voor de broederschap, waarin iedereen gelijk is, anders dan in de maatschappij die hen marginaliseert of discrimineert.

Tijdens het indoctrinatieproces ontdekken ze dat ze vast zitten. Een spijtoptant vertelde dat zijn directe baas hem waarschuwde: ‘Als je tegen ons bent, zullen we je doden. Als je met ons bent, werk je met mij. Je geeft je aan me over en gehoorzaamt me, je bent altijd in mijn macht.’

Zo af en toe laat ISIS zien dat dit menens is door eigen strijders te executeren. Zoals de Koerden die weigerden tegen hun broeders te vechten in Kobane, en de buitenlandse strijders die eind vorig jaar Syrië probeerden te verlaten omdat de werkelijkheid ter plekke niet strookte met beloften van de ronselaar. Dat doet ISIS niet zomaar, na ze maanden te hebben getraind. Dat moet voorkomen dat intern verzet ontstaat.

Na de training blijft er heel geregeld contact met de ‘minder’. Dat is nodig om de gerekruteerde geen kans te geven toe te geven aan zijn twijfel. Want die heeft vrijwel iedereen, maar wordt in bedwang gehouden door de angst het bij het verkeerde eind te hebben of gedood te worden. Dat contact is ook noodzakelijk om ISIS-leden aan te zetten tot aanslagen.

Uit andere groepen kan je vertrekken als je ontevreden bent, maar ISIS houdt haar leden aan een lijntje. Dat is een belangrijk gegeven bij de berichtgeving over de behandeling van terugkeerders, omdat het doorsnijden van die band van groot belang is voor de veiligheid.

Aan de executies in de eigen ISIS-gelederen wordt in het Westen weinig aandacht besteed, en dat geldt ook voor die van sjiitische strijders, Yezidi’s, lokale journalisten en burgers. Dat is anders als westerlingen betrokken zijn, waardoor de indruk ontstaat dat die vaker het slachtoffer zijn, terwijl het omgekeerd is.

Onderbelicht is ook het feit dat inwoners van steden waar ISIS heerst onder een bezetting leven. Dat ze zich niet durven te verzetten vanwege de executies die geregeld worden uitgevoerd om kritiek en tegenstand te bestraffen. Dat ze zelfs hun kinderen niet kunnen beschermen, die op school worden geïndoctrineerd om de nieuwe generatie voor ISIS te vormen.

De rol die ISIS toebedeelt aan kinderen zet de organisatie apart van de rest. Kinderen zijn veel makkelijker te indoctrineren dan volwassenen. Ze vechten vooraan aan het front, of laten zich met een explosieven­gordel om naar het paradijs sturen. Dat is misschien wel het gevaarlijkste aspect van ISIS, maar krijgt nauwelijks aandacht.

Belangrijk is ook om het geromantiseerde concept van de jihad onder de loep te nemen. Wie bepaalt wat een heilige oorlog is; de leiding van ISIS? Dan telt mee dat de organisatie veel criminelen telt; de gevangenis is een belangrijke wervingslocatie.

Met de islam heeft dat allemaal niet veel van doen. Jongeren die goed onderlegd zijn in het geloof, voelen zich dan ook niet tot ISIS aangetrokken. Die doorzien dat alleen die passages van de Koran zijn geselecteerd die de strijd en het moorden rechtvaardigen.

Het is een belangrijk element dat moslimgeleerden de daden van ISIS in strijd achten met de islam. Dat de meeste moslims zich niet herkennen in de gewelddadige islam van ISIS. Dat zelfs voor andere moslimgroepen ISIS te ver gaat. En dat veel moslims vinden dat ISIS hun religie ontvoerd heeft.

Het wordt allemaal nog duidelijker, als je ISIS vergelijkt met een christelijke groep als het Verzetsleger van de Heer in Oeganda. Het zijn allebei uitwassen, die het geloof misbruiken om via geweld macht en geld te vergaren. Zoals de meeste christenen het Verzetsleger verafschuwen, geldt dat ook voor veel moslims.

Van Judit Neurink verscheen recent ‘De oorlog van ISIS’ (Uitgeverij Conserve, ISBN 9789054293781, € 14,99)

ISIS of IS?
ISIS is de organisatie (Islamitische staat in Irak en Syrië) die in juni in Mosoel de islamitische staat (IS) uitriep; een staat die door vrijwel niemand is erkend. Terwijl de westerse pers jarenlang vasthield aan de naam Birma omdat het regime dat die naam veranderde in Myanmar niet werd erkend, is ze klakkeloos meegegaan in de naamswisseling van ISIS in IS. En erkent daarmee in feite de islamitische staat. Angelsaksische media hebben dat ingezien: de BBC spreekt over ‘the so-called Islamic State’, terwijl anderen het over ISIS of ISIL hebben. Ook de Arabische vertaling van ISIS, Daesh, doet hier opgeld.

Duiven­melkers gedood
Propaganda, een belangrijk instrument van ISIS, wordt ook door haar tegenstanders niet geschuwd. Niet alle berichten over ISIS zijn betrouwbaar. Zoals dat over de gedwongen besnijdenis van alle vrouwen in ISIS-gebieden. Onzin, en niet alleen omdat het niet past in de ISIS-ideologie. Kijk naar de aantallen, naar het feit dat artsen massaal uit de ISIS-regio’s zijn vertrokken. Of het bericht dat ISIS eigen strijders met Ebola en aids zou hebben besmet. Aids is een seksueel overdraagbare ziekte; in een land waar vrije seks niet bestaat. Ebola komt voor in een paar Afrikaanse landen; komen strijders daar wel vandaan? En dan de berichten dat ISIS alle duivenmelkers en vogelaars zou executeren, net als tieners die voetbal keken. Er is niets in de Koran dat zich tegen vogels richt, en als iedereen die van voetbal houdt zou moeten worden geëxecuteerd houdt ISIS geen aanhang meer over.

Salafisten
ISIS is een salafistische organisatie. Salafisten zijn een minderheidsgroep binnen de islam; ongeveer 1 procent van alle moslims wenst terug te keren naar de begindagen van de profeet. Binnen die groep zijn moslims die kiezen voor een gewelddadige jihad (heilige oorlog), opnieuw een minderheid. En daarbinnen vormt ISIS een groep op zich omdat voor haar geweld zowel doel als middel is. Kortom: niet iedere moslim met een baard in een te korte broek of jurk die aangeeft salafist te zijn, is een gewelddadige jihadi die aanslagen wil plegen in het Westen.

Al Qaida of ISIS
ISIS komt voort uit Al-Qaida, maar is niet langer onderdeel van dit netwerk. Er zijn overeenkomsten, maar ook verschillen. Beide werken met indoctrinatie, maar ISIS gaat daarin veel verder dan Al-Qaida, waar vertrek nog mogelijk is. Beide gebruiken van de Koran alleen wat ze goed uitkomt, maar ISIS praat executies van en moord op geloofsgenoten (soennieten) ook goed. Doordat in ISIS ex-militairen en –bestuurders van de Iraakse dictator Saddam Hoessein een grote rol spelen, is angst een strategie. Ook zijn Saddams doelen te herkennen: bijvoorbeeld de Arabisatie van gebieden en de herovering van de macht in Bagdad, verhuld als de vestiging van een islamitische staat.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.