Afstudeerprijs Villamedia 2019

— maandag 4 november 2019, 09:56 | 0 reacties, praat mee

Interviewers van Kunststof over de kunst van het interviewen

© Els Zweerink

Naast Kunststof-veteranen Jellie Brouwer en Frénk van der Linden zijn Gijs Groenteman, Antoinnette Scheulderman en Elisabeth van Nimwegen sinds deze zomer als presentator van het NTR-radioprogramma te horen. Ze volgden gedrieën Petra Possel op. Voor Villamedia gingen ze in gesprek over hun rol als interviewer.

‘Kunststof is het mooiste radioprogramma dat er bestaat’ (Kunststof-presentator Jellie Brouwer)
Antoinnette Scheulderman (AS): ‘Toen ik een jaar geleden zelf te gast was in Kunststof, vroeg Petra of ik niet eens iets op de radio zou willen doen. Dat leek me niets voor mij, ik heb helemaal geen radiostem. Toch stuurde de eindredacteur me een berichtje toen Petra weg ging: of we toch een keer konden praten. En dat heb ik gedaan omdat Kunststof mijn favoriete radioprogramma is – dat zeg ik niet omdat ik er nu bij zit. Ik woon in Rotterdam en zit daarom veel in de auto naar Hilversum of Amsterdam. Dan luister ik altijd een aflevering als podcast op de heenweg, en één op de terugweg.’
Gijs Groenteman (GG): ‘Ik ben ook een keer te gast geweest, maar blijkbaar is niemand op het lumineuze idee gekomen om mij te vragen. Daarom heb ik mezelf aangeboden toen Petra ermee ophield. Radio heeft echt mijn liefde. Ik vind mezelf ook veel beter op de radio dan in print.’
Elisabeth van Nimwegen (EvN): ‘Ik heb mezelf ook aangeboden. Want alles waar Kunststof over gaat heeft mijn oer-interesse. Ik kom oorspronkelijk uit de kunst- en cultuurhoek, ben zelf maker geweest, en ben daarom grenzeloos nieuwsgierig naar hoe het maakproces van anderen in elkaar steekt.’

‘Voorgesprekken zijn een hap lucht’ (Ischa Meijer)
GG: Voorgesprekken zouden voor Ischa inderdaad volstrekt onzinnig zijn geweest. Het ging hem om de confrontatie, om het moment. Martin Šimek, met wie ik veel heb gewerkt, was ook fel tegen voorgesprekken. Absoluut verboden. Het ging hem ook om wat er in de studio gebeurde.’
AS: ‘Negen van de tien keer denk ik: waarom steek ik zoveel tijd in voorgesprekken, er komt helemaal niks uit. En toch vind ik het de moeite waard. Achteraf zijn er altijd één of twee dingen waar ik toch iets aan had. Bij Kunststof hebben we de enorme luxe dat de voorgesprekken door de redactie worden gedaan – voor mijn geschreven interviews doe ik het altijd zelf. Daarna maak ik een plan, en ik heb altijd een vragenlijstje bij me. Niet om op te lezen, maar ik vind het wel fijn om iets onder mijn neus te hebben liggen. Ik heb van de redactie van Kunststof begrepen dat wij ons heel verschillend voorbereiden. Gijs gaat gewoon zitten, zonder iets.’
GG: ‘Ik begin blanco aan een gesprek. Ik lees me vooraf wel in of ga naar de voorstelling van mijn gast. Dan vorm ik een beeld van zo iemand in mijn hoofd en kom automatisch op punten die ik interessant vind. Dat concretiseer ik verder niet. Ik vind het leuk om het gesprek vervolgens gewoon te laten gebeuren.’
AS: ‘Dat lijkt me verschrikkelijk. Ik heb meer de behoefte om het allemaal een beetje te regisseren.’
GG: ‘Ik vind het verrukkelijk. Interviewen is voor mij ook een hele ontspannen bezigheid, ik zie er nooit tegenop. De Kunststof-redactie en ik moeten nog wel een beetje aan elkaar wennen. Ze weten niet goed hoe ze me moeten regisseren.’
EvN: ‘Ik maak wel altijd een gespreksopzet. Die laat ik los op het moment dat ik aan een interview begin. Want je kunt je nog zo goed voorbereiden, denken dat je het zus-of-zo gaat doen, maar de klok begint te tikken en it’s out of your hands. Dat vind ik zo gaaf aan een uur live radio maken. Het spel tussen controle en loslaten, ultiem in het moment proberen te zijn. Het is iedere keer weer voor de leeuwen en maar kijken waar het strandt.’
GG: ‘Het is ook niet zo dat de ene manier beter is dan de andere. Het hangt heel erg af van wat voor soort interviewer je bent. Neem Bibeb en Ischa. Bibeb ging drie dagen bij iemand langs. Ischa vond dat het er in anderhalf uur op moest staan. Twee grootheden die alle twee fantastische resultaten hebben behaald. Allebei op totaal verschillende manieren.’
AS: ‘Het gekke is dat ik mijn betere interviews op één of andere manier niet zo goed heb kunnen voorbereiden. Het interview dat ik had met Hella de Jonge bijvoorbeeld. Vooraf heb ik haar boek een beetje diagonaal doorgelezen; niets voor mij. Ik denk wel eens: dat zou ik wat vaker moeten doen.’

Ik begin blanco aan een gesprek. Ik vind het leuk om het gewoon te laten gebeuren

‘Je moet een geïnterviewde eerst even in een wattenmandje leggen.’ (Oud-Kunststof presentator Petra Possel)
AS: ‘Dat vind ik altijd een beetje slap. Vroeger gebeurde het vaak in geschreven interviews dat de rotvragen aan het einde werden gesteld, maar wel aan het begin van het stuk werden gezet. Mijn regel is altijd geweest: dan moet je ze ook in het begin stellen. Ik vind dat ook wel lekker; iedereen is gelijk wakker als je begint met een paar prikkelende vragen.’
GG: ‘In interviews over kunst vind ik dat heel lastig. Mijn moeder (Hanneke Groenteman, red.) heeft veel kunst­interviews gedaan en kreeg altijd de kritiek dat ze te bewonderend was. Maar het is ook daadwerkelijk moeilijk om in een interview kritisch te zijn op een kunstwerk. Iemand heeft toch met zijn hele ziel en zaligheid – of het nu goed gelukt is of niet – iets op de wereld gezet. Moet je die daar dan recht in zijn gezicht op veroordelen?’
EvN: ‘Je bent ook niet de recensent. Maar mijn valkuil is dat ik te lang te aardig wil zijn. Ik vind het fijn als een gast op zijn gemak is, en dan wil ik het in het begin nog wel eens te gezellig hebben, te sociaal wenselijk. Ik denk ook: jeetje, wij krijgen allemaal betaald – de regisseur, de radiotechnicus, ik. En een gast komt hier, heeft de bereidheid zich open te stellen, ik vraag het hemd van zijn lijf en geef eigenlijk vrij weinig terug.’
AS: ‘Dat is niet waar. Ze doen niet alleen jou een plezier; ze komen altijd omdat ze iets te verkopen hebben. Een nieuw boek, een nieuwe plaat… Gijs interviewde laatst Oek de Jong over zijn nieuwe boek. Ik zat te luisteren en dacht: verdomme dat boek moet ik hebben. Ik ben nog net niet gelijk naar de Donner gereden, want die was dicht.’
GG: ‘Mensen vinden het vaak ook gewoon leuk om geïnterviewd te worden. Het streelt hun ego.’
EvN: ‘Het is en-en. Ik wil een goed interview en zij willen misschien een boek verkopen. Maar toch voel ik op dat moment ook heel sterk dat iemand bij mij te gast is, en dat ik goed voor mijn gasten wil zorgen.’
GG: ‘En Antoinnette wil ze gewoon – pats! –  een kopje kleiner maken, haha.’
AS: ‘Nee, zo is het niet. Ik ben het met Elisabeth eens dat je een soort gastvrouw bent. Maar tegelijkertijd ben je de gastvrouw van iemand die ook een belang heeft. Ik denk daar wat zakelijker over.’

Mijn valkuil is dat ik te lang te aardig wil zijn. Ik vind het fijn als een gast op zijn gemak is, en dan wil ik het in het begin nog wel eens te gezellig hebben, te sociaal wenselijk

‘Aan het eind van de rit wist je meer van (Theo) Van Goghs gast, dan de persoon in kwestie vooraf van zichzelf wist. En dat is toch het criterium voor een goed interview.’ (Trouw-journalist Joost van Velzen over Theo van Gogh)
GG: ‘Ik ben van de school dat je gaat zitten en kijken hoever je met z’n tweeën kan komen. Mijn ultieme streven is eigenlijk altijd dat er ergens één moment komt waarop je denkt: oh ja, zo zit het leven ook een beetje in elkaar. Want als iemand alleen maar aan de oppervlakte blijft en zijn standaard anekdotes afdraait…’
AS: ‘Dat kun je snel doorbreken toch? Zeker in mijn geschreven interviews zeg ik gewoon: “Dit verhaal heb je al dertig keer verteld, nu een ander voorbeeld.”’
GG: ‘Maar tegelijkertijd vind ik dat ook het gevaar van te goede voorbereiding Antoinnette. Soms kunnen ook de anekdotes die al dertig keer verteld zijn, leiden naar nieuw terrein. Je naar een punt brengen waar alle andere interviewers voor jou niet zijn gekomen.’
AS: ‘Ik ben het met je eens dat je er vanuit moet gaan dat een lezer niet dezelfde voorkennis heeft als jij. En toch vind ik dat je er dan een andere invalshoek moet kiezen. Als ik de knipselmap lees denk ik vaak: hebben die andere interviewers geen ego, dat ze weer precies hetzelfde opschrijven als iedereen daarvoor? Daar heb ik moeite mee. Dat vind ik gewoon lui.’
EvN: ‘Voor mij is een interview goed als het een echt gesprek wordt. Dat er een oprechte dynamiek ontstaat in het hier en nu, die niet voorbedacht is, en niet herkauwd.’
GG: ‘Waarom begin je dan toch met dat lijstje?’
EvN: ‘Om op terug te kunnen vallen. Het één sluit het ander toch niet uit? Je kan van tevoren bedenken waar je het over wilt hebben, en als het gesprek de hele andere kant op gaat altijd nog denken: fuck het lijstje.’
GG: ‘Er wordt ook vaak gezegd dat een goede interviewer nieuwsgierig moet zijn, maar dat vind ik een overschatte eigenschap. Je moet je nieuwsgierigheid juist heel beperkt inzetten. Ik hoorde laatst iemand zeggen dat Beau van Erven Dorens niet nieuwsgierig is. Volgens mij is hij juist té nieuwsgierig. Hij zit veel te open aan die talkshowtafel, wil het over alles hebben met zijn gast. Je moet veel nuffiger en arroganter zijn dan dat en zeggen: ik ben nieuwsgierig naar een heel klein beetje, en de hele rest interesseert me niet.’
AS: ‘Dat kan ik nog niet zo goed. Mijn interviews zijn daardoor vaak generieke portretten,  terwijl het eigenlijk leuker is om echt de diepte in te gaan over één onderwerp.’
GG: ‘Ik vind dat jij wel duidelijk bent in je onderwerp­keuze. Je lijdt helemaal niet aan de Beau-ziekte.’
AS: ‘Toch is het voor mij nog steeds elke keer een worsteling om het aan te durven niet compleet te zijn.’

‘Het moeilijkste is als ik bij Kunststof zit en binnen drie seconden ruik dat de geïnterviewde wantrouwend is.’ (Frénk van der Linden)
GG: ‘Wauw, wat heeft die Frénk een goede neus, he.’
AS: ‘Ik denk wel eens binnen drie seconden: dit is geen spannende prater.’
EvN: ‘Of deze heeft er geen zin in.’
AS: ‘Ik vind het wel prettig als ik een beetje spanning voel met iemand die ik interview. Ik houd wel van een beetje ongemak. Het levert me vaak betere interviews op. Zulke gasten heb ik bij Kunststof nog niet gehad. Elisabeth wel, die had laatst Robert Oey (de man van Femke Halsema, die vóór de rel over het verboden vuurwapen dat hij in de ambtswoning had laten liggen bij Kunststof zat om te praten over zijn documentaire The Good ­Terrorist, red.) en dat schuurde als een gek.’
EvN: ‘Ik voelde dat hij tijdens het gesprek dingen zei die niet correspondeerden met wat hij echt vindt en voelt. Eerst dacht ik nog: oké, misschien is het de onwennigheid van het begin, maar op een gegeven moment werd het randje irritant. Dat heb ik toen ook benoemd: waarom doe je zo ingewikkeld? Dat zijn de momenten dat ik weet dat ik goed bezig ben. Momenten waarop ik iets voel – spanning, irritatie, bewondering, verliefdheid – daarnaar luister en het meteen – bam – inbreng. Dat ik durf te accepteren dat het gaat schuren, ongemakkelijk wordt of niet het gesprek is waar ik op had gehoopt. Soms lukt dat. Soms voel je het ook verkeerd. Maar bij Oey was het heel duidelijk.’

Het is mijn streven om in elk geval één verhaal per jaar af te leveren dat ik met goed fatsoen durf in te sturen voor een Tegel

‘Elk verhaal moet een meesterwerk worden. Daar werd ik geheel door opgeslokt’ (Carolina Lo Galbo)
GG: ‘Geen last van. Ik ben totaal geen perfectionist.’
EvN: ‘Soms rijd ik naar huis en denk ik: shit, hier had ik door moeten vragen, daar was het niet goed. Maar ik blijf er niet lang in hangen. Ik werk super geconcentreerd, en als het voorbij is dan is het wat het is.’
GG: ‘You win some you lose some.’
EvN: ‘Precies.’
AS: ‘Nou, mijn hele avond is verziekt hoor. Vroeger moest ik er gewoon van spugen als ik een slecht interview had gedaan. Ik was er letterlijk ziek van. Nu niet meer – dat zou na bijna twintig jaar een beetje treurig zijn. Maar ik kan er nog steeds een rotavond van hebben.’
EvN: ‘Het is niet dat ik er helemaal niet meer aan denk. Ik luister alles terug en ben zelf mijn scherpste recensent. Maar ik kan op een gegeven moment wel denken: op naar de volgende. Ik ben er ook niet mee bezig of het een meesterwerk is geweest of niet.’
AS: ‘Meesterwerk is een groot woord, zo zou ik het ook nooit noemen. Maar ik wil geen grijze muis zijn. Ik wil dat wat ik maak, en waar ik ongeveer zeven dagen per week mee bezig ben, opvalt. Het is mijn streven om in elk geval één verhaal per jaar af te leveren dat ik met goed fatsoen durf in te sturen voor een Tegel. Een verhaal dat goed genoeg is naar mijn maatstaven, daar gaat het me om.’
GG: ‘Dat je zelf tevreden bent. Dat is al heel wat.’

Het interviewprogramma Kunststof (NTR) wordt afwisselend gepresenteerd door Frénk van der Linden, Jellie Brouwer, Antoinnette Scheulderman, Gijs Groenteman en Elisabeth van Nimwegen. Maandag t/m donderdag van 19.30 – 20.30 uur op NPO Radio1 en als podcast te beluisteren via www.radio1.nl/kunststof

Elisabeth van Nimwegen presenteert naast Kunststof het televisieprogramma De Kennis van Nu. Voordat ze haar carrière in de journalistiek begon, studeerde ze af aan de toneelacademie Maastricht en was ze werkzaam in de theaterwereld. In 2013 debuteerde ze ook als schrijver met de novelle ‘De smaak van ijzer’.

Gijs Groenteman presenteert naast Kunststof ook wekelijks de podcast Met Groenteman in de Kast in de archiefkast van de Volkskrant. Daarnaast maakt hij sinds 2016 De Grote Harry Bannink podcast, waarvoor hij mensen interviewt die met de Nederlandse componist werkten. Groenteman schreef boeken over oa Willem Ruis en Ischa Meijer.

Antoinnette Scheulderman werkt als interviewer voor onder meer Volkskrant magazine, LINDA. en Kunststof. In 2010 won ze de Luis voor het beste interview, en in 2016 werd ze genomineerd voor een Tegel voor haar interview met Robert Moszkowicz. Vorig jaar verscheen haar derde boek: ‘Dan neem je toch gewoon een nieuwe’, over rouw­verwerking na de dood van een dier.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.