Onderzoek onder journalisten

— donderdag 17 januari 2013, 13:30

Keimpe Koopmans 1925 - 2013

Keimpe Koopmans, of eigenlijk ´meneer Koopmans´ zoals wij, zijn journalisten, hem altijd noemden, was een autoriteit, in de goede zin van het woord. Hij was een autoriteit voor zijn lezers, voor de bestuurders van de stad en ook nationaal. Als vaste deelnemer aan het wekelijks Journalistenforum van de Tros Radio ventileerde hij zijn geharnaste opvattingen voor vele tienduizenden trouwe luisteraars. Vooral zijn discussie met de communist Wim Klinkenberg waren stevig en vermakelijk. Hij had overal een mening over, zijn feitenkennis was fenomenaal. Niemand kon het daarin van hem winnen.

Ook op zijn redactie was hij een autoriteit. In de jaren zestig en zeventig begonnen jonge journalisten juist tegen de autoriteiten op te staan. Dat heeft Keimpe geweten. Zijn gezag werd niet meer automatisch nagevolgd, er ontstonden redactieraden en redactiestatuten, maar Keimpe leerde daar verbazingwekkend goed mee om te gaan. Wat ik in hem geweldig bewonderd heb, is dat hij geen ja-knikkers om zich heen verzamelde, zoals ik later wel andere hoofdredacteuren heb zien doen. Zijn benoeming van mij tot chef van de stadsredactie was daarvan een voorbeeld. Hij wist wat voor onorthodox vlees hij in de kuip had, en nam dat risico weloverwogen en in zijn volle bewustzijn. Koopmans hield van tegenspraak, en uit al die discussies kwam veel creativiteit los.

En hij gaf zijn mensen ongelooflijk veel vrijheid. De AC/VD was misschien wel de eerste krant in Nederland die foto´s in de weekendbijlage heel veel ruimte gaf. Keimpe vond het goed dat Brand Overeem en ik wekelijks een pagina met portretten vulden, naast ons gewone dagelijkse journalistieke werk.

Hij was lid van de plaatselijke rotary, hetgeen zijn redactie eigenlijk niet vond kunnen. Maar hij heeft dat lidmaatschap nooit aangegrepen om dingen uit de krant te houden. Integendeel, hij kreeg veel tips uit die kringen en speelde ze door. En hij bleef naar buiten toe altijd achter zijn behoorlijk fanatieke redactie staan, ook als hij het niet helemaal eens was met onze aanpak. ´Arjeh, Arjeh,´verzuchtte hij regelmatig, ´je moet wat minder angehaucht zijn´. Ik heb nooit precies geweten wat dat woord betekent, heb het later ook nooit meer gehoord, maar ik begrijp heel goed wat hij bedoelde: doe toch een beetje rustiger, wat afstandelijker…..

Ik ben later zelf hoofdredacteur geworden, en heb met terugwerkende kracht waardering gekregen voor de manier waarop deze ouderwetse baas met de nieuwe generaties journalisten is omgegaan. Ik heb er in ieder geval veel van geleerd.

Hij was de onvermoeibare strijder voor het behoud van de zelfstandigheid van zijn krant, hij wilde niet onder het juk van Max Snijders van het Utrechts Nieuwsblad werken en slaagde erin bij de overname van beide kranten door Wegener, de toezegging te krijgen dat de AC zijn eigen persdienst mocht kiezen. Het UN was bij de GPD, dus ging de AC naar de Persunie. Hij was een geweldig strateeg, boerenslim. Dat zowel de GPD als de Persunie er niet meer zijn, en ook de AC en het UN niet meer, kon hij niet voorzien. Dat kon, in de tijd dat de AC/VD onder zijn leiding 40.000 abonnees had, niemand voorzien.

Hij was geen ´peoplemanager´, was niet erg geinteresseerd in het wel en wee van zijn mensen. Hij liet ook weinig los over zijn eigen privéleven. Maar toen hij een keer jubileerde (hij was geloof ik 40 jaar journalist) en een redactiedelegatie hem het cadeau overhandigde wat we van ingezameld geld hadden gekocht (een koffer), barstte hij in zijn ´vissenkom´ aan de Snouckaertlaan in huilen uit. Wij stonden er wat bedremmeld bij. Meneer Koopmans aan het janken, we wisten ons geen houding te geven. De reden van zijn plotselinge verdriet was, in zijn eigen woorden, de belabberde toestand van de wereld, en in het bijzonder van het Midden Oosten. Hij vreesde voor de toekomst van Israel, een van zijn grote liefdes…..


Toen hij op verzoek van Wegener naar Apeldoorn vertrok om de Nieuwe Apeldoornse Courant te leiden, kreeg hij in Amersfoort geen groots afscheid, dat wilde hij ook niet. Hij was wars van persoonsverheerlijking. Ik was er ook verbaasd over dat hij zijn koninklijke onderscheiding geaccepteerd heeft. Hij had die volkomen verdiend, daar niet van, maar ik had verwacht dat hij deze zou weigeren.

Na zijn pensionering en mijn hoofdredactionele benoemingen nodigde ik hem regelmatig uit voor lunches in het Berghotel. Ik wilde nog steeds graag zijn mening over van alles en nog wat horen, vooral over de krant natuurlijk. Die mening werd steeds negatiever. De laatste jaren las hij de krant niet meer. Hij voelde zich beledigd dat hij er voor moest gaan betalen, en hij vond er niets meer aan. Overigens wordt hiermee nog een andere eigenschap van KLK, zoals hij zijn commentaren ondertekende, aan het licht gebracht: zijn enorme zuinigheid, en dan druk ik me nog vriendelijk uit. Toen wij uiteindelijk toch met het UN fuseerden, konden wij, Amersfoorters, onze ogen niet geloven van wat er allemaal in Utrecht mogelijk was….

De laatste jaren straalde Keimpe eenzaamheid uit. De dood van zijn vrouw heeft van deze ooit zo autoritaie baas een kwetsbare man gemaakt, die plotseling ook over zichzelf en over zijn verzetsverleden begon te praten. En over zijn liefdevolle dochter en schoonzoon, en over zijn kleinkinderen. Hij was apetrots op zijn kleinkinderen, en hij miste het contact met één van hen enorm.

Eigenlijk is Keimpe een soort vader voor me geweest. Ik had mijn eigen vader op jonge leeftijd verloren, en in Keimpe vond ik de man tegen wie ik me moest afzetten om volwassen te worden. En wiens respect ik wilde winnen. En in zijn laatste kwetsbare jaren vond ik het mooi om ook hem een beetje tot steun te kunnen zijn.

Arjeh Kalmann

Keimpe Koopmans, of eigenlijk ´meneer Koopmans´ zoals wij, zijn journalisten, hem altijd noemden, was een autoriteit, in de goede zin van het woord. Hij was een autoriteit voor zijn lezers, voor de bestuurders van de stad en ook nationaal. Als vaste deelnemer aan het wekelijks Journalistenforum van de Tros Radio ventileerde hij zijn geharnaste opvattingen voor vele tienduizenden trouwe luisteraars. Vooral zijn discussie met de communist Wim Klinkenberg waren stevig en vermakelijk. Hij had overal een mening over, zijn feitenkennis was fenomenaal. Niemand kon het daarin van hem winnen.

Ook op zijn redactie was hij een autoriteit. In de jaren zestig en zeventig begonnen jonge journalisten juist tegen de autoriteiten op te staan. Dat heeft Keimpe geweten. Zijn gezag werd niet meer automatisch nagevolgd, er ontstonden redactieraden en redactiestatuten, maar Keimpe leerde daar verbazingwekkend goed mee om te gaan. Wat ik in hem geweldig bewonderd heb, is dat hij geen ja-knikkers om zich heen verzamelde, zoals ik later wel andere hoofdredacteuren heb zien doen. Zijn benoeming van mij tot chef van de stadsredactie was daarvan een voorbeeld. Hij wist wat voor onorthodox vlees hij in de kuip had, en nam dat risico weloverwogen en in zijn volle bewustzijn. Koopmans hield van tegenspraak, en uit al die discussies kwam veel creativiteit los.

En hij gaf zijn mensen ongelooflijk veel vrijheid. De AC/VD was misschien wel de eerste krant in Nederland die foto´s in de weekendbijlage heel veel ruimte gaf. Keimpe vond het goed dat Brand Overeem en ik wekelijks een pagina met portretten vulden, naast ons gewone dagelijkse journalistieke werk.

Hij was lid van de plaatselijke rotary, hetgeen zijn redactie eigenlijk niet vond kunnen. Maar hij heeft dat lidmaatschap nooit aangegrepen om dingen uit de krant te houden. Integendeel, hij kreeg veel tips uit die kringen en speelde ze door. En hij bleef naar buiten toe altijd achter zijn behoorlijk fanatieke redactie staan, ook als hij het niet helemaal eens was met onze aanpak. ´Arjeh, Arjeh,´verzuchtte hij regelmatig, ´je moet wat minder angehaucht zijn´. Ik heb nooit precies geweten wat dat woord betekent, heb het later ook nooit meer gehoord, maar ik begrijp heel goed wat hij bedoelde: doe toch een beetje rustiger, wat afstandelijker…..

Ik ben later zelf hoofdredacteur geworden, en heb met terugwerkende kracht waardering gekregen voor de manier waarop deze ouderwetse baas met de nieuwe generaties journalisten is omgegaan. Ik heb er in ieder geval veel van geleerd.

Hij was de onvermoeibare strijder voor het behoud van de zelfstandigheid van zijn krant, hij wilde niet onder het juk van Max Snijders van het Utrechts Nieuwsblad werken en slaagde erin bij de overname van beide kranten door Wegener, de toezegging te krijgen dat de AC zijn eigen persdienst mocht kiezen. Het UN was bij de GPD, dus ging de AC naar de Persunie. Hij was een geweldig strateeg, boerenslim. Dat zowel de GPD als de Persunie er niet meer zijn, en ook de AC en het UN niet meer, kon hij niet voorzien. Dat kon, in de tijd dat de AC/VD onder zijn leiding 40.000 abonnees had, niemand voorzien.

Hij was geen ´peoplemanager´, was niet erg geinteresseerd in het wel en wee van zijn mensen. Hij liet ook weinig los over zijn eigen privéleven. Maar toen hij een keer jubileerde (hij was geloof ik 40 jaar journalist) en een redactiedelegatie hem het cadeau overhandigde wat we van ingezameld geld hadden gekocht (een koffer), barstte hij in zijn ´vissenkom´ aan de Snouckaertlaan in huilen uit. Wij stonden er wat bedremmeld bij. Meneer Koopmans aan het janken, we wisten ons geen houding te geven. De reden van zijn plotselinge verdriet was, in zijn eigen woorden, de belabberde toestand van de wereld, en in het bijzonder van het Midden Oosten. Hij vreesde voor de toekomst van Israel, een van zijn grote liefdes…..


Toen hij op verzoek van Wegener naar Apeldoorn vertrok om de Nieuwe Apeldoornse Courant te leiden, kreeg hij in Amersfoort geen groots afscheid, dat wilde hij ook niet. Hij was wars van persoonsverheerlijking. Ik was er ook verbaasd over dat hij zijn koninklijke onderscheiding geaccepteerd heeft. Hij had die volkomen verdiend, daar niet van, maar ik had verwacht dat hij deze zou weigeren.

Na zijn pensionering en mijn hoofdredactionele benoemingen nodigde ik hem regelmatig uit voor lunches in het Berghotel. Ik wilde nog steeds graag zijn mening over van alles en nog wat horen, vooral over de krant natuurlijk. Die mening werd steeds negatiever. De laatste jaren las hij de krant niet meer. Hij voelde zich beledigd dat hij er voor moest gaan betalen, en hij vond er niets meer aan. Overigens wordt hiermee nog een andere eigenschap van KLK, zoals hij zijn commentaren ondertekende, aan het licht gebracht: zijn enorme zuinigheid, en dan druk ik me nog vriendelijk uit. Toen wij uiteindelijk toch met het UN fuseerden, konden wij, Amersfoorters, onze ogen niet geloven van wat er allemaal in Utrecht mogelijk was….

De laatste jaren straalde Keimpe eenzaamheid uit. De dood van zijn vrouw heeft van deze ooit zo autoritaie baas een kwetsbare man gemaakt, die plotseling ook over zichzelf en over zijn verzetsverleden begon te praten. En over zijn liefdevolle dochter en schoonzoon, en over zijn kleinkinderen. Hij was apetrots op zijn kleinkinderen, en hij miste het contact met één van hen enorm.

Eigenlijk is Keimpe een soort vader voor me geweest. Ik had mijn eigen vader op jonge leeftijd verloren, en in Keimpe vond ik de man tegen wie ik me moest afzetten om volwassen te worden. En wiens respect ik wilde winnen. En in zijn laatste kwetsbare jaren vond ik het mooi om ook hem een beetje tot steun te kunnen zijn.

Arjeh Kalmann

Bekijk meer van

Carrière
banner storytelling

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.