— woensdag 2 juni 2010, 15:00

In Memoriam Gerda Huberts (1918 –2010)

Levenswerk van een knipseldame

Haar visitekaartje bevat niet veel meer dan de tekst ‘Firmante G. Huberts’. Bescheiden, met enige distantie, maar wel correct. Het is typerend voor Gerda Huberts, eerst ‘knipseldame’, later directeur-eigenaar van het knipselarchief Haagsch Persbureau – Matla-Agenda. Ze overleed op woensdag 26 mei, op 91-jarige leeftijd.

‘Matla’ was decennia lang een begrip op redacties van kranten, tijdschriften en omroepen in Nederland. De Haagse journalist Jean Hubert Matla richtte in 1927 zijn ‘persbureau’ op. In feite was het een documentatiedienst; Matla verzamelde en archiveerde knipsels uit binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften. Tegen betaling konden journalisten die raadplegen. Ook gaf Matla een maandelijkse agenda uit: een overzicht van aanstaande jubilea, historische gebeurtenissen, verjaardagen van notabelen. Voor geabonneerde redacties een rijke bron voor gerecycled nieuws en curieuze achtergrondverhalen.

Dit monnikenwerk deed Matla niet alleen. Hij nam er medewerkers voor in dienst, vooral vrouwen. Gerda Huberts was een van de eersten. Al in februari 1939 werd ze aangenomen. Ze was toen 20 jaar oud. Overigens schreef haar moeder haar sollicitatiebrief, omdat ze haar eigen handschrift te lelijk vond. ‘Keukenmeidenpookje’ noemde Huberts het zelf in een interview eind 2008. Een curriculum vitae vermeldt ‘HBS-diploma’ en een vorige betrekking als ‘kantoorbediende en machineschrijver’ bij een Haagse vrachtfirma. Matla nam haar aan voor tien gulden per maand.

Het bleek de baan van haar leven. Pas toen het knipselarchief in 1995 de deuren sloot, moest ook Gerda Huberts het bedrijfspand aan de Haagse Riouwstraat verlaten. In de 68 jaar daarvoor was ze opgeklommen van typiste via knipseldame tot directeur. Die laatste functie deelde ze overigens met Wil Kortekaas, een andere trouwe medewerkster van Matla. Bij gebrek aan erfgenamen liet hij zijn archief na zijn dood in 1968 na aan Huberts en Kortekaas.

Op redacties kwamen de twee bekend te staan als de ‘Dames Matla’.

Huberts bewaakte de erfenis als haar eigen kind. De secuurheid waarmee de oude Matla zijn knipsels archiveerde zette zij ongewijzigd voort. Zelfs zijn onvolprezen volzinnen in de agenda – bedoeld om het journalisten niet te veel naar de zin te maken – nam ze over. Een overnamebod van het toenmalige Sijthoff-concern wees ze resoluut van de hand. Computers kwamen er niet in.

In een toespraakje ter ere van haar 40-jarig jubileum in 1979 prijst collega Kortekaas haar gedrevenheid: ‘Vooral de onfeilbaarheid van de agenda gaat je steeds ter harte.’ Waarop het personeel in een levenslied haar ‘ijver’ bezingt.

Voor die ijver werd Huberts beloond. Letterlijk, met een lintje in 1979. Voor de zeer koningsgezinde Huberts kwam dat als een complete verrassing. Maar ook in de media kon het archief rekenen op warme belangstelling; bij ieder jubileum werden er steevast stukken aan gewijd, vaak met lovende koppen: Het geheugen van de pers. Het bureau dat alles weet. Twee juffrouwen die alles weten.

Zelf vond Huberts het allemaal wat overdreven. Nog in 2008 kon ze zich erover verbazen. ‘We wisten niet alles, we konden alles opzoeken!’, zei ze toen. ‘Het geheugen van de Nederlandse pers. Ja, dat waren we wel een beetje. We stelden onszelf niet zo in de hoogte, hoor. Het was allemaal erg leuk.’ 

Uiteindelijk werd het knipselbureau ingehaald door de tijd. En de dames ook. Kranten namen de agenda niet meer af, legden eigen documentatie aan en digitaliseerden snel. En de dames werden te oud om nog op ladders in bakjes te zoeken. Huberts keek met vrees uit naar het moment dat het bureau er niet meer zou zijn. In 1992 verzuchtte ze tegen De Stem: ‘Ik zou het zó vreselijk vinden om op te houden. Dan gaat zoveel voor me verloren. Als ik zelf mijn archief niet meer heb… ik zou niet eens meer iets kunnen opzoeken.’

Toch viel in 1995 het doek – Huberts was toen 77. Tot op hoge leeftijd bleef ze geïnteresseerd in nieuws en las de krant. Ze betreurde dat het archief was verdwenen. ‘Ik vind het verschrikkelijk waar het allemaal gebleven is, ik weet het domweg niet’, zei ze twee jaar geleden.

Dat de knipsels nog bewaard zijn gebleven als onderdeel van Wegener’s informatiedienst, WIC, kon ze zich niet meer herinneren. Alzheimer wistte de laatste jaren steeds grotere stukken geheugen uit. Tot ze haar laatste laatje vorige week definitief sloot.

Pelle Matla

 

 

Levenswerk van een knipseldame

Haar visitekaartje bevat niet veel meer dan de tekst ‘Firmante G. Huberts’. Bescheiden, met enige distantie, maar wel correct. Het is typerend voor Gerda Huberts, eerst ‘knipseldame’, later directeur-eigenaar van het knipselarchief Haagsch Persbureau – Matla-Agenda. Ze overleed op woensdag 26 mei, op 91-jarige leeftijd.

‘Matla’ was decennia lang een begrip op redacties van kranten, tijdschriften en omroepen in Nederland. De Haagse journalist Jean Hubert Matla richtte in 1927 zijn ‘persbureau’ op. In feite was het een documentatiedienst; Matla verzamelde en archiveerde knipsels uit binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften. Tegen betaling konden journalisten die raadplegen. Ook gaf Matla een maandelijkse agenda uit: een overzicht van aanstaande jubilea, historische gebeurtenissen, verjaardagen van notabelen. Voor geabonneerde redacties een rijke bron voor gerecycled nieuws en curieuze achtergrondverhalen.

Dit monnikenwerk deed Matla niet alleen. Hij nam er medewerkers voor in dienst, vooral vrouwen. Gerda Huberts was een van de eersten. Al in februari 1939 werd ze aangenomen. Ze was toen 20 jaar oud. Overigens schreef haar moeder haar sollicitatiebrief, omdat ze haar eigen handschrift te lelijk vond. ‘Keukenmeidenpookje’ noemde Huberts het zelf in een interview eind 2008. Een curriculum vitae vermeldt ‘HBS-diploma’ en een vorige betrekking als ‘kantoorbediende en machineschrijver’ bij een Haagse vrachtfirma. Matla nam haar aan voor tien gulden per maand.

Het bleek de baan van haar leven. Pas toen het knipselarchief in 1995 de deuren sloot, moest ook Gerda Huberts het bedrijfspand aan de Haagse Riouwstraat verlaten. In de 68 jaar daarvoor was ze opgeklommen van typiste via knipseldame tot directeur. Die laatste functie deelde ze overigens met Wil Kortekaas, een andere trouwe medewerkster van Matla. Bij gebrek aan erfgenamen liet hij zijn archief na zijn dood in 1968 na aan Huberts en Kortekaas.

Op redacties kwamen de twee bekend te staan als de ‘Dames Matla’.

Huberts bewaakte de erfenis als haar eigen kind. De secuurheid waarmee de oude Matla zijn knipsels archiveerde zette zij ongewijzigd voort. Zelfs zijn onvolprezen volzinnen in de agenda – bedoeld om het journalisten niet te veel naar de zin te maken – nam ze over. Een overnamebod van het toenmalige Sijthoff-concern wees ze resoluut van de hand. Computers kwamen er niet in.

In een toespraakje ter ere van haar 40-jarig jubileum in 1979 prijst collega Kortekaas haar gedrevenheid: ‘Vooral de onfeilbaarheid van de agenda gaat je steeds ter harte.’ Waarop het personeel in een levenslied haar ‘ijver’ bezingt.

Voor die ijver werd Huberts beloond. Letterlijk, met een lintje in 1979. Voor de zeer koningsgezinde Huberts kwam dat als een complete verrassing. Maar ook in de media kon het archief rekenen op warme belangstelling; bij ieder jubileum werden er steevast stukken aan gewijd, vaak met lovende koppen: Het geheugen van de pers. Het bureau dat alles weet. Twee juffrouwen die alles weten.

Zelf vond Huberts het allemaal wat overdreven. Nog in 2008 kon ze zich erover verbazen. ‘We wisten niet alles, we konden alles opzoeken!’, zei ze toen. ‘Het geheugen van de Nederlandse pers. Ja, dat waren we wel een beetje. We stelden onszelf niet zo in de hoogte, hoor. Het was allemaal erg leuk.’ 

Uiteindelijk werd het knipselbureau ingehaald door de tijd. En de dames ook. Kranten namen de agenda niet meer af, legden eigen documentatie aan en digitaliseerden snel. En de dames werden te oud om nog op ladders in bakjes te zoeken. Huberts keek met vrees uit naar het moment dat het bureau er niet meer zou zijn. In 1992 verzuchtte ze tegen De Stem: ‘Ik zou het zó vreselijk vinden om op te houden. Dan gaat zoveel voor me verloren. Als ik zelf mijn archief niet meer heb… ik zou niet eens meer iets kunnen opzoeken.’

Toch viel in 1995 het doek – Huberts was toen 77. Tot op hoge leeftijd bleef ze geïnteresseerd in nieuws en las de krant. Ze betreurde dat het archief was verdwenen. ‘Ik vind het verschrikkelijk waar het allemaal gebleven is, ik weet het domweg niet’, zei ze twee jaar geleden.

Dat de knipsels nog bewaard zijn gebleven als onderdeel van Wegener’s informatiedienst, WIC, kon ze zich niet meer herinneren. Alzheimer wistte de laatste jaren steeds grotere stukken geheugen uit. Tot ze haar laatste laatje vorige week definitief sloot.

Pelle Matla

 

 

Bekijk meer van

Carrière

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.