website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

In een imperfecte wereld is de journalistiek per definitie ook imperfect

Dolf Rogmans — Geplaatst op donderdag 14 juni 2018, 14:19

© Flip Franssen | Hollandse Hoogte

Opinie Is de journalistiek fundamenteel stuk of slechts blijvend imperfect? Dolf Rogmans onderzoekt de analyse van Joris Luyendijk dat de journalistiek in zijn eigen voet schiet door steeds maar weer problemen bloot te leggen die de politiek vervolgens niet oplost en het publiek teleurgesteld achter laat.

Journalisten hebben op zijn minst één gemeenschappelijke eigenschap. Ze willen de wereld een beetje beter maken. Het verklaart bijvoorbeeld waarom journalisten vaak niet door geld worden gedreven. Het verklaart ook waarom als het doel niet (meteen) wordt bereikt, frustratie op de loer ligt.

Zo vertelde de gelauwerde Britse journalist Nick Davies mij onlangs dat hij niet alleen met pensioen is vanwege zijn leeftijd. ‘Ik heb het gevoel dat ik niet langer met woorden de wereld kan verbeteren. Dat was anders toen ik veertig jaar geleden begon.’ Bij journalisten die terugkeren van het front hoor je het ook wel. ‘Waarom is Syrië niet elke dag de opening van de krant? Hoe kunnen jullie je hier druk maken over de hoogte van de bijstandsuitkeringen terwijl op een paar uren vliegen een gruwelijke oorlog woedt’.

De associatie kwam bij mij op toen ik recent Joris Luyendijk twee keer hoorde praten over de stand van de journalistiek; op het journalistieke festival in Perugia (Italië) en op het Grote Media Theater in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Ook las ik een interview met hem in de Vara-gids en zijn stuk op de website van De Correspondent. Luyendijk komt daarbij over als een oorlogsverslaggever die net één conflict te veel heeft beschreven. Alleen is zijn steen des aanstoots niet een oorlog, maar het uitblijven van maatregelen om een volgende financiële crisis te voorkomen. Luyendijk is zowel in woord als geschrift teleurgesteld dat ondanks zijn kraakheldere stukken en baanbrekende boek de financiële wereld nog niet tot de orde is geroepen. Sterker nog, het wordt alleen maar erger. En zijn collega’s gaan door met het schrijven van triviale stukken die het publiek in slaap sussen in plaats van duidelijk maken hoe de wereld echt in elkaar steekt.

En dus gooit Luyendijk de handdoek ik de ring: de journalistiek is fundamenteel stuk, concludeerde hij in Italië en een echte oplossing is ver weg. In zijn latere stukken nuanceerde hij dat iets, maar de kern blijft overeind.

Volgens Luyendijk schiet de onderzoeksjournalistiek zichzelf in de voet. Doel is de wereld een stukje beter te maken. Journalisten kaarten problemen aan en de politiek lost het op. Alleen de politiek pakt haar rol niet meer waardoor het publiek teleurgesteld is geraakt. Eerst in politici en inmiddels ook in journalisten. Hoe meer we blootleggen, hoe meer de teleurstelling groeit. Waarom zou je steeds over problemen willen lezen als er toch niets verandert?

In Italië leverde Luyendijk er ook een soort van oplossing bij. Om politici harder dan nu aan te pakken dienen de politieke redacties te worden hervormd. Niet langer dienen die achter Haagse incidentjes aan te lopen, maar moeten ze samen met onderzoeksjournalisten politici net zo lang confronteren met het probleem en hun ontwijkgedrag totdat die bijdraaien. Misschien dat dan de negatieve spiraal van wantrouwen doorbroken kan worden.

Nu is de gedachte dat de onderzoeksjournalistiek in haar eigen voet schiet een interessante. Het kan een bijdrage leveren aan de discussie of, en waarom het vertrouwen in de journalistiek daalt. Want als iets het gesprek over het dalende vertrouwen in de journalistiek kenmerkt, is het het gebrek aan goede informatie. We weten er heel weinig van en oordelen heel snel. Luyendijk zoomt in op de relatie journalistiek-politiek, maar had net zo goed het eroderen van het verdienmodel kunnen kiezen, of het mede daardoor verslechteren van de arbeidsomstandigheden, of het internationaal toenemende geweld tegen journalisten of het lastige onderscheid tussen nepnieuws en betrouwbaar nieuws. Ook over die effecten op het vertrouwen in de journalistiek weten we weinig tot niets.

Nu klinkt de stelling van Luyendijk op het eerste gehoor plausibel, maar wat vormt zijn bewijsvoering? In Italië en later in Amsterdam bleek Luyendijk verrassend genoeg zelf niet de beste pleitbezorger voor zijn stelling. Dat komt omdat hij de behandeling door collega-journalisten van zijn eigen boek als bewijs aanvoert. Daarmee wordt hij eerder een wat mopperende journalist op leeftijd dan een antropoloog op dreef. Luyendijk begrijpt niet dat zijn onthullende boek over de financiële crisis wel door 300.000 mensen is gekocht en gelezen maar niet door de politieke journalistiek indringend is voorgelegd aan de politiek. Waarmee de kans op een volgende financiële crisis nog steeds groot is, terwijl Luyendijk ons toch gewaarschuwd heeft en de oplossing ook nog eens heeft aangedragen.

In een debat tijdens het Media Theater vroeg Alexander Klöpping of het misschien aan de marketing van het verhaal had gelegen. Hadden de juiste mensen het wel gelezen in plaats van heel veel mensen? Een vraagstuk waar hij als baas van Blendle inmiddels wel wat van af weet. Dat leek Luyendijk niet. Je moest toch wel onder een steen geleefd hebben om de inhoud van zijn boek gemist te hebben.

Waarom ben je dan niet naar ons toegekomen?, vroeg chef politieke redactie van de Volkskrant, Raoul du Pré hem. Dat vond Luyendijk een makkelijke manier om het probleem terug te schuiven. Dat gold ook voor de vraag van Du Pré waarom Luyendijk niet zelf naar de politici was gegaan. Dat vindt hij zijn rol niet. Bovendien woont hij in Londen en dat gaat dus zomaar niet.

Het klonk allemaal niet heel sterk. Luyendijk werd wat kriegel en zei dat we het niet begrepen. Het ging niet om hem, maar om het grotere beeld. ‘Alles moet gepersonaliseerd worden, daar ben ik inmiddels aan gewend. Het gaat niet om mij, het gaat om een dynamiek die langzaam in de journalistiek is geslopen en zijn uitwerking heeft op de democratie’, zei hij daarover later in de Vara-gids. Daar heeft hij natuurlijk wel een punt. Maar hij begon zelf over dat boek.

Oké. Het grotere verhaal. Daar gaat het om. Op de website van De Correspondent maakt hij het nog iets groter. Het gaat niet alleen om de relatie tussen de Haagse journalisten en politici, maar ook om de berichtgeving in en over de EU. In Europa speelt namelijk ook nog eens dat de afstand tussen de politiek enerzijds en het publiek en de journalistiek anderzijds veel groter is. Wat niet bijdraagt aan een wisselwerking tussen journalistiek en politiek om problemen op te lossen en dus leidt tot een afkalving van het vertrouwen in zowel politiek als journalistiek.

Op zich opnieuw een interessante gedachte, maar ook hier komt Luyendijk niet veel verder dan dat. Hij doet nog wel de wat losse suggestie dat we misschien naar de Arabische media moeten kijken. Doordat die één taalgebied bedienen, is er sprake van een publieke sfeer die het hele spectrum bestrijkt, compleet met pan-Arabische nieuwssites, kranten, radiostations en satellietzenders, analyseert hij. En met zo weinig democratie dat er geen enkele rol is voor journalisten om problemen voor te leggen aan de politiek die ze vervolgens oplost, is mijn eerste gedachte. Pan-Europese media versus pan-Europese besluitvorming is op zichzelf een idee, alleen heeft dat zijn waarde in een democratische omgeving nog niet bewezen.

Maar goed, Luyendijk beweert ook nergens dat hij de wijsheid in pacht heeft. Zoals het een antropoloog betaamt, onderzoekt hij en scherpt hij zijn mening tijdens het debat. Wel hoopt hij er in het najaar een beetje uit te zijn, want dan beginnen de try-outs voor zijn theater­colleges over dit onderwerp.

Hopelijk komt hij dan iets verder dan zijn uitspraak in de Vara-gids dat het probleem is dat er geen oplossing is. Dat is namelijk nog helemaal geen probleem, omdat het probleem nog niet eens helder is. Het is dan ook nog veel te vroeg voor oplossingen. Ook lijkt het erop dat Luyendijk de lat voor de journalistiek wel erg hoog legt. In een imperfecte wereld moeten journalisten de wereld niet alleen verbeteren, maar zelfs van alle problemen verlossen, zo lijkt hij te betogen. Dat is om twee redenen onzin. Allereerst is in een imperfecte wereld de journalistiek per definitie ook imperfect. Wen eraan en kijk elke dag wat er beter kan, in plaats van te hopen op een oplossing. Ten tweede, mocht de perfecte wereld van Luyendijk aanbreken, dan hebben we geen journalisten meer nodig om onderzoek te doen. Alles loopt immers op rolletjes.

Valt er ook nog iets inhoudelijks te zeggen over de kloof tussen publiek en politiek die Luyendijk ziet en de rol van de journalistiek? Jawel hoor. Ik zou graag aandacht vragen voor het verhaal van psycholoog Marcel Veenman tijdens het Grote Media Theater in Amsterdam. Luyendijk zal hem wellicht herinneren. Hij zat in de zaal toen de psycholoog en directeur van het instituut van metacognitie onderzoek in Leiden sprak.

Veenman gebruikt het gedachtegoed van Daniel ­Kahne­man opgetekend in het boek ‘Thinking fast and slow’ om zijn punt te maken. Kahneman beschrijft daarin de machinerie van ons denken. Twee systemen beïnvloeden de manier waarop we denken en beslissen. Systeem 1 is snel, intuïtief en emotioneel. Systeem 2 traag, weloverwogen en logisch-rationeel.
Boodschappen doe je ‘Thinking fast’ en een huis kopen het liefst ‘Thinking slow’. Als je snel denkt zie je weinig nuance, als je langzaam denkt meer.

Veenman liet dat los op onze nieuwsconsumptie. Korte, eendimensionale nieuwsberichten interpreteren we al snel denkend. Omdat dan de nuance in ons denken verloren gaat, zien we slecht het verschil tussen wat wel en niet klopt. Tussen nepnieuws en echt nieuws. Terwijl als we daar de tijd voor zouden nemen, we dat waarschijnlijk veel beter door zouden hebben. Doordat we met ons snelle denkvermogen nieuws consumeren, organiseren we de teleurstelling. Ons brein werkt zo dat als we maar vaak genoeg teleurgesteld raken, we niets meer geloven. Ook niet het nieuws dat wel waar is.

Wat Veenman betreft is daarmee een bodem gelegd voor het verklaren van het wantrouwen in de journalistiek. Het is het logische gevolg van hoe ons brein werkt en wordt bediend door de nieuwsindustrie. Wie weet helpt zijn concept bij het begrijpen van het probleem dat ­Luyendijk ziet. Misschien zijn niet de onderzoeks­journalistiek en de politieke redacties de oorzaak van alle ellende, maar ligt die bij het snacken van het nieuws.

De oplossing ligt vervolgens voor de hand, zegt Veenman. Journalisten dienen vooral nieuwsberichten met context te maken die een beroep doen op het langzame denken. En dat brengt ons vanzelf terug bij de nuance en het vertrouwen. Het vergt een andere journalistieke aanpak. Geen snacks meer voor als je toch geen honger hebt, maar een wat meer gebalanceerde en gezonde voeding.

Luyendijk zou misschien iets meer van Kahne­mans ­Systeem 2 gebruik moeten maken voordat hij de journalistiek fundamenteel stuk verklaart.

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. tr0mp, 18 juni 2018, 16:39

    Laat het maar aan wc eend over om te zeggen dat wc eend wel degelijk de beste oplossing biedt ook al zegt een collega bij wc eend dat de wc eend stuk is.

    Of zoals iemand anders (anekdotisch bewijs stelt ook niks voor natuurlijk) beweerde: je moet de diagnose nooit aan de patient over laten…

    Ik heb aan een monteur in een autogarage eens gevraagd hoe hij tegen het Kahnemans Systeem 2 aan kijkt en hij zij dat je niet moet denken dat je met 1 schroevendraaier een hele auto kunt afstellen.

    Wat een warrig onderzoek dit… Bevestigt de titel nu de conclusie en is de journalistiek dusdanig imperfect dat deze “stuk” is?

    Valt er ook nog iets inhoudelijks te zeggen over de kloof tussen publiek en politiek die de auteur in deze niet ziet en de rol van de journalistiek? Jawel hoor. Maar niet hier en niet nu…

OnlyHuman