— vrijdag 1 mei 2026 08:00 | 0 reacties , praat mee

Impactmakers: Objectiviteit bestaat niet, maar eerlijkheid wel

Impactmakers: Objectiviteit bestaat niet, maar eerlijkheid wel
© Rens Blokx

Ze staan nog aan het begin van hun carrière, maar denken al diep na over het vak. Tweedejaars studenten journalistiek van Fontys in Tilburg onderzoeken voor het vak 'de impactmakers' hun eigen positie in de journalistiek: ze lezen literatuur, spreken een expert of journalist en schrijven een persoonlijk essay over een dilemma dat hen bezighoudt. Uit de volledige lichting selecteerden docenten de zes sterkste essays, die Villamedia de komende weken publiceert. Deze week is het woord aan Rens Blokx over objectiviteit en eerlijkheid. Laatste wijziging: 1 mei 2026, 08:47

Als student journalistiek leerde ik al snel dat ik objectief moet zijn. Feiten boven meningen, afstand houden tot mijn onderwerp en vooral niet de activist uithangen. Toch merkte ik tijdens deze studie dat die grens niet altijd zo duidelijk is. Toen ik een podcast maakte over rellen rondom azc’s, voelde ik dat mijn waarden meespeelden: mensen in nood moeten opgevangen worden in ons land. Moet ik die waarden loskoppelen om een integere journalist te zijn? Of is dat streven naar objectiviteit een illusie?

Daarom stel ik de vraag: hoe ga ik als journalist om met mijn persoonlijke waarden en overtuigingen in relatie tot objectiviteit?

Objectiviteit is een ideaal, geen realiteit
Fréderike Geerdink stelt in haar boek ‘Alle journalistiek is activisme’ dat volledige objectiviteit niet bestaat: elke journalistieke keuze is waardegedreven. Denk aan de onderwerpen die je kiest en welke woordkeuze je gebruikt. Volgens haar is het eerlijker om dat te erkennen dan te doen alsof je boven het debat staat. Als ik ervoor kies om te schrijven over vluchtelingenopvang, maak ik een morele keuze: ik vind dat dit onderwerp aandacht verdient. Dat betekent niet dat ik maar één kant aan het woord laat, maar wel dat ik het belangrijk vind om dit onderwerp te agenderen. Daarbij maak ik een keuze in wat er belicht wordt. In plaats van te streven naar schijnbare neutraliteit, wil ik streven naar transparantie en dus uitleggen waarom ik schrijf wat ik schrijf en vanuit welke waarden ik dat doe.

De newsroom bepaalt vaak hoe zichtbaar waarden mogen zijn
In hun onderzoek naar #MeToo in Denemarken en Zweden laten Hartley en Askanius zien hoe verschillend journalisten omgaan met hun overtuigingen, afhankelijk van de cultuur op hun redactie. Objectiviteit blijkt dus niet alleen een persoonlijke keuze, maar ook een sociale norm.

In Nederland zie je iets soortgelijks. Een redactie als De Correspondent moedigt betrokken journalistiek aan: “Bij De Correspondent vinden we dat journalisten niet moeten doen alsof ze ‘neutraal’ of ‘onbevooroordeeld’ zijn. Wij denken dat het beter is om transparant te zijn over onze standpunten in plaats van te beweren dat we die niet hebben.” Terwijl een krant als NRC vasthoudt aan afstand en balans: “We stellen als redactie vragen en zoeken naar antwoorden, we kijken breed en graven diep, en we scheiden feiten van meningen. We streven naar evenwicht en nuance.” Objectiviteit is contextgebonden is. Ik moet dus niet alleen nadenken over mijn eigen waarden, maar ook over de waarden van de redactie waarvoor ik werk.

Kritische afstand begint bij zelfreflectie
René Moerland pleit in de NRC juist voor journalistiek met kritische afstand: betrokkenheid zonder activisme. Journalisten moeten vragen stellen, niet antwoorden geven. Hij stelt dat actiejournalistiek het blikveld vernauwt en dat de kracht van journalistiek juist ligt in het scheppen van ruimte voor debat. Ik herken dat in mijn eigen werk: wanneer ik een onderwerp behandel dat ik urgent vind, zoals migratie of ongelijkheid, loop ik het risico dat ik mijn vragen al heb beantwoord voordat ik ze stel. Toch zie ik Moerlands standpunt niet als een pleidooi voor afstandelijkheid, maar als een waarschuwing om te blijven reflecteren. Objectiviteit betekent voor mij niet “geen waarden hebben”, maar voortdurend mijn eigen aannames ondervragen. Dat is misschien de modernere vorm van objectiviteit.

Uiteindelijk gaat het niet om neutraliteit, maar om integriteit
Michael Blanding stelt in het Amerikaanse Nieman Reports dat de grens tussen journalistiek en activisme steeds vager wordt. Vooral jonge journalisten vinden dat het eerlijker is om hun waarden zichtbaar te maken dan te doen alsof die er niet zijn. Hij betoogt dat objectiviteit niet betekent dat je neutraal bent, maar dat je verantwoordelijk omgaat met de waarheid.

Dat idee verschuift de focus van afstand naar verantwoordelijkheid: journalistiek is niet het weglaten van overtuiging, maar het zorgvuldig omgaan met feiten, bronnen en macht. Het essay ‘The First Question for Journalism’ stelt iets vergelijkbaars: journalistiek moet niet alleen waar zijn, maar ook rechtvaardig, eerlijk en inclusief. In deze visie kan ik me vinden. Ik hoef mijn overtuigingen niet te verbergen, zolang ik maar open en eerlijk ben over mijn motieven en kritisch blijf op mezelf. Echte objectiviteit is misschien onmogelijk, maar moral clarity – het duidelijk mogen benoemen wat moreel juist of onrechtvaardig is – is, zolang het berust op feiten en eerlijkheid, haalbaar.

In gesprek met Chard van den Berg (Vrij Nederland)
Om te onderzoeken hoe journalisten in de praktijk omgaan met persoonlijke waarden en objectiviteit, sprak ik met Chard van den Berg, journalist bij Vrij Nederland. Hoewel hij zichzelf nog jong noemt in het vak, heeft hij een duidelijke visie op de rol van waarden in de journalistiek.

Van den Berg zegt dat je het streven naar volledige objectiviteit als journalist moet laten varen. Hij benadrukt dat iedere journalist vertrekt vanuit persoonlijke interesses en overtuigingen. In zijn geval zijn dat thema’s als racisme en uitsluiting, onderwerpen die volgens hem te vaak oppervlakkig of sensationeel worden behandeld. Daarmee illustreert hij precies wat Fréderike Geerdink stelt: dat keuzes in journalistiek altijd waardegedreven zijn.

Interessant is dat Van den Berg het onderscheid tussen journalistiek en activisme bewust relativeert. Hij geeft aan dat journalistiek altijd een vorm van activisme is, omdat je de lezer beïnvloedt, zodra je een onderwerp aandacht geeft.

Zijn kijk op generaties in de journalistiek biedt ook context. Volgens hem houden oudere journalisten sterker vast aan het idee van objectiviteit, terwijl jongere generaties door sociale media gewend zijn aan meer zichtbare standpunten.

Een treffend moment in het gesprek kwam toen we spraken over mijn eigen worsteling met objectiviteit. Toen ik uitlegde dat ik soms bang ben partijdig te lijken, vroeg hij: “Maar waarom wil je geen kant kiezen?” Die vraag bleef hangen en vormde voor mij de bevestiging van de kern van mijn zoektocht: objectiviteit is geen afwezigheid van waarden, maar een voortdurend gesprek met jezelf, met je bronnen en met je publiek.

Eerlijkheid en objectiviteit
Fréderike Geerdink heeft er dus gelijk in dat alle journalistiek een vorm van activisme is. Dat ik vind dat vluchtelingen geholpen moeten worden, is geen bedreiging voor mijn werk.
Ik geloof dat het een vorm van activisme is waarbij het er niet om gaat gelijk te krijgen, maar om te begrijpen en bewust en verantwoord te agenderen wat aandacht verdient. Daarom is mijn conclusie: objectiviteit is niet het loslaten van persoonlijke waarden, maar er bewust en verantwoord mee omgaan.

Bekijk meer van

Impactmakers
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee