Impactmakers: Is constructieve journalistiek de oplossing voor nieuwsmijding?
Ze staan nog aan het begin van hun carrière, maar denken al diep na over het vak. Tweedejaars studenten journalistiek van Fontys in Tilburg onderzoeken voor het vak 'de impactmakers' hun eigen positie in de journalistiek: ze lezen literatuur, spreken een expert of journalist en schrijven een persoonlijk essay over een dilemma dat hen bezighoudt. Uit de volledige lichting selecteerden docenten de zes sterkste essays, die Villamedia de komende weken publiceert. Deze week is het woord aan Meike Notenboom over constructieve journalistiek en nieuwsmijding.
Soms merk ik dat ik in het weekend bewust afstand neem: een pauze van de negatieve cirkel waarin ik de rest van de week zit. Zodra ik mijn nieuwsapp open en de heftige headlines zie, klik ik meteen weg. Wat als ik niet gedwongen werd als student het nieuws dagelijks te volgen? Dat die vraag überhaupt bij me opkomt als toekomstig journalist, geeft me genoeg reden om me zorgen te maken.
Toen ik begon aan de opleiding Journalistiek, merkte ik het meteen: jezelf ontwikkelen tot een betrouwbare journalist betekent het nieuws dagelijks volgen. Inmiddels is dat onderdeel van mijn routine geworden, al zit de overheersend negatieve toon van berichtgeving me soms niet lekker. Niet omdat er nooit positief nieuws verschijnt, maar omdat de nadruk vaak ligt op wat misgaat. Natuurlijk verdient nieuws, positief of negatief, de aandacht die het nodig heeft. Maar verhalen die óók nuance, vooruitgang of perspectief laten zien, zouden meer ruimte kunnen krijgen.
Steeds meer mensen haken af, mede door die nadruk op negativiteit. Kan de journalistiek daar beter op inspelen? Een mogelijke richting lijkt te liggen in de zogenoemde constructieve journalistiek. Maar is die vorm hét tovermiddel om mensen weer meer bij het nieuws te betrekken?
Nieuws met perspectief
Constructieve journalistiek klinkt voor mij in eerste instantie wat vaag, misschien omdat het een vrij nieuwe stroming is. In een artikel van het Bonn Institute lees ik dat het bedoeld is om het vertrouwen van het publiek in de media te herstellen, nuance te bieden en mensen actiever te betrekken bij het nieuws. Daarbij draait het niet om positieve verhalen, maar om een vollediger weergave van de werkelijkheid: laten zien wat er misgaat, maar óók welke pogingen tot verbetering er al zijn.
Ook McIntyre en Gyldensted schrijven dat constructieve journalistiek voortkomt uit de positieve psychologie: een manier van kijken die verdergaat dan het signaleren van problemen. Zij onderscheiden verschillende vormen, zoals solutions journalism en constructive news, maar het doel is hetzelfde: nieuws in een bredere context plaatsen.
Wat nieuwsmijding ons vertelt
Om beter te begrijpen waarom mensen afhaken, las ik een onderzoek over nieuwsmijding van Kiki de Bruin voor JournalismLab. Daaruit blijkt dat steeds meer mensen (tijdelijk) nieuws mijden. Niet altijd omdat ze geen interesse hebben, maar ook omdat de berichtgeving te negatief, te stressvol of te ver van hun eigen leefwereld voelt. Veel van die redenen hebben te maken met de manier waarop de verhalen worden gebracht. Als ik het zo bekijk, denk ik dat een vorm van journalistiek die niet alleen bij het probleem blijft hangen, maar ook laat zien hoe er aan oplossingen wordt gewerkt, het nieuws voor deze groepen toegankelijker kan maken. Maar hoe realistisch is dat eigenlijk in de snelheid van een redactie? Kan constructieve journalistiek daar überhaupt een plek in vinden?
Constructief in het tempo van het nieuws
Om te toetsen, spreek ik met Gijs Van Iwaarden. Hij liep zijn eindstage bij de constructieve nieuwsredactie van NU.nl. Volgens hem hoeft die aanpak helemaal niet te botsen met snelheid, zolang journalisten begrijpen wat de bedoeling ervan is. “We zijn geen onderzoekers die zelf oplossingen moeten verzinnen,” zegt hij, “maar we kunnen wel laten zien wat er al gebeurt én wat er mogelijk is.”
Tijdens zijn stage schreef hij bijvoorbeeld over paddenladders: een simpele uitvinding waardoor padden uit straatputten kunnen ontsnappen. Een duidelijk voorbeeld van constructief nieuws, al vroeg ik me meteen af: ben je als journalist dan wel kritisch genoeg bij dit soort verhalen? En ligt het dan niet té dicht tegen ‘positief nieuws’ aan?
Op die vraag reageerde Van Iwaarden stellig: nee. Het gaat niet om minder kritisch zijn, maar om vanuit een andere invalshoek te leren kijken. “We laten zien wat de mogelijkheden zijn door te kijken naar wat er al bestaat en wat er eventueel mogelijk zou kunnen zijn,” legt hij uit. Constructieve journalistiek is volgens hem dan ook een aanvulling, geen vervanging.
Zijn voorbeeld laat me in ieder geval zien dat deze manier van werken wél mogelijk is binnen het dagelijkse nieuws. Of het bredere perspectief er ook voor zorgt dat minder mensen het nieuws mijden, blijft voor ons nog de vraag. En terwijl ik hierover nadenk, komt er nog iets anders bij me op: hoe ver mag je als journalist eigenlijk gaan, voordat je het risico loopt een andere rol aan te nemen?
Tot hoe ver gaat de verantwoordelijkheid van de journalist?
Die twijfel lees ik ook terug in de journalistieke discussie over deze vorm. In een opiniestuk uit 2016 waarschuwt Jan van Groesen op de Mediamonitor dat de constructieve journalist “het gevaar loopt om meer een therapeut of dominee te worden dan een onafhankelijke verslaggever.” Volgens van Groesen is het niet de taak van de journalist om het publiek gerust te stellen, maar om te informeren en aan het denken te zetten.
Die kritiek begrijp ik wel; ik geloof niet dat het de taak is van de journalist om mensen gerust te stellen. Toch denk ik dat Van Groesen het doel van constructieve journalistiek te beperkt ziet. Het gaat niet om troost bieden, maar om meer context geven: daarmee breng je juist vollediger nieuws.
Journalist Ralf Bodelier noemt dat in een opiniestuk voor NRC Handelsblad als “een noodzakelijke aanvulling op de onderzoeksjournalistiek.” Volgens hem is het zelfs onvolledig om vooruitgang níét te benoemen. “Is positief nieuws niet óók nieuws?”, schrijft hij. Mijn antwoord is ja: het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Als journalist wil ik niet alleen laten zien wat misgaat, maar ook welke pogingen al worden gedaan om het beter te maken. Dat maakt je niet minder kritisch, maar juist scherper, omdat je alle kanten van een verhaal laat zien.
Van nieuwsbeeld naar blikjes
Het zette me aan het denken over mijn eigen manier van werken. In mijn recente productie over de zogenoemde ‘statiegeldrapers’ keek ik niet alleen naar het probleem van zwerfafval, maar juist naar de mensen erachter: waarom ze die blikjes verzamelen, welke vooroordelen er spelen én welke dromen of motivaties ze zelf hebben. Door die lichte en zwaardere kanten naast elkaar te zetten, werd het verhaal vanzelf completer. Valt dat ook onder constructieve journalistiek? Misschien wel, al was dat niet direct mijn doel.
Na wat ik gelezen en gehoord heb, kan ik niet zeggen dat constructieve journalistiek hét antwoord is op nieuwsmijding. Maar ik geloof wel dat deze manier van kijken mensen die afhaken door de constante nadruk op negativiteit weer dichter bij het nieuws kan brengen, mij in ieder geval wél. Dat betekent niet minder slecht nieuws, maar vollediger nieuws. En misschien maakt dat het volgen van het nieuws weer iets minder vermoeiend: ook voor mij, als toekomstig journalist.


Praat mee