— maandag 20 oktober 2014, 10:36 | 0 reacties, praat mee

‘Ik wil het zelf ondervinden’

© Hans Kluppel

René Schoemaker, journalist bij ICT-uitgever IDG, liet een NFC-chip injecteren in zijn hand. In het kader van een experiment waarin een jaar lang allerlei technologische toepassingen worden getest. ‘Ik ben vooral benieuwd naar de bedreigingen voor mijn privacy.’

Ben je gek geworden?’ Mijn vrouw kijkt me verbijsterd aan. Ik heb haar net verteld dat ik bij wijze van experiment een NFC-chip in mijn arm laat injecteren. ‘Juist jij?!’

Ze begrijpt er in eerste instantie niets van. Ja, ze ziet na enige uitleg waarom ik een jaar lang met een chip in mijn arm allerlei experimenten ga uitvoeren. Maar het gaat er wel moeilijk in. ‘Je ageert al jaren tegen schendingen van de privacy’, zegt ze, ‘en nu ga je er zelf aan meewerken.’ Ja, dat klopt. Ik wil dat zelf ondervinden. Ze zegt dat ze mijn redenering kan volgen. Ik zie dat ze het maar niks vindt.

De reactie van mijn vrouw blijkt achteraf gezien de blauwdruk voor de weken die daarop volgen. Ik ontmoet veel nieuwsgierigheid, soms wat bewondering, ook regelmatig wat afkeer. En daarnaast de onvermijdelijke eerste vraag: ‘Deed het erg pijn?’ Na tientallen keren die vraag beantwoorden, ga je dat wel voelen.

Meer verrassend en overweldigend was de enorme belangstelling van onze vakgenoten. Op de dag dat de chip in mijn hand zou worden geplaatst, heeft mijn telefoon niet stilgestaan. En alles kwam tegelijk, vanzelfsprekend. Rond 10.00 uur ’s morgens zijn alle redactievergaderingen wel afgelopen zo blijkt, en gaat het grote rondbellen beginnen. Allereerst RTL (EditieNL) en WNL voor televisie-opnamen, veel radioprogramma’s (landelijk, regio­naal en ook nog eens drie Belgische zenders), kranten en webpublicaties. Dat zou in afnemende mate nog dagenlang doorgaan.

Na de al eerder genoemde openingszin, of het pijn deed, was vaak ook de verdere inhoud van het gesprek met de collega’s dezelfde: waarom? Waarom zou je je als mens, maar zeker ook als journalist, onderwerpen aan een dergelijk experiment?

En ik leg uit. Dat ik al jaren schrijf over technologische ontwikkelingen en de impact daarvan op de maatschappij en het dagelijkse leven. Hoe de datahonger van – vooral – overheden groter en groter wordt, de manieren waarop data worden gekoppeld steeds slimmer worden en dat als data eenmaal ergens is opgeslagen, het altijd en door ‘iedereen’ kan worden (her)gebruikt om daar zijn of haar eigen dingetje mee te doen.

Maar dat begrijpen en erover schrijven valt in mijn ogen in het niet met het zelf meemaken. Toen ik de gelegenheid kreeg aangeboden mee te doen aan dit experiment van initiatiefnemer Ruben Horbach en de stichting Permanent Beta greep ik die kans direct. Samen met negen anderen zullen we een jaar lang met een chip in ons lichaam door het leven gaan, en anderen uitnodigen daarvoor toepassingen te bedenken en te ontwikkelen.

Ieder heeft in dat project zijn eigen motivatie. Er zijn kunstenaars bij betrokken die met nieuwe artistieke vormen aan de slag willen. Soft­ware­ontwikkelaars die de uitdaging zien in het bedenken van concepten waarvoor een chip in het lichaam noodzakelijk of het meest handig is. Handiger dan het gebruik van een OV-chipkaart of een telefoon.

Het idee van onze eigen IT-afdeling van uitgever IDG, het bieden van toegang tot ons pand en het kunnen inloggen op computers via de chip, klinkt leuk, maar dat is niet wat ik zoek. Op zich heb je daar niet direct een chip voor nodig die in je lichaam zit; ook nu krijg ik toegang tot ons kantoor (via een chipkaart) en kan ik inloggen op computers, met een account plus wachtwoord. Het gebruik van een lichaams-chip levert dus geen directe en noodzakelijke voordelen op.

Waar het mij persoonlijk om gaat zijn juist de eventuele nadelen van die technologische mogelijkheden. Daarin moest ik overigens nogal wat misverstanden uit de weg ruimen, ook bij sommigen van onze collega’s. Een NFC-chip is een redelijk domme chip. Het zendt geen signaal uit, maar de data die erop staat moet worden ‘uitgelezen’ door een apparaat, zoals bijvoorbeeld de bekende paaltjes van de NS op stations. Het bereik ervan is met de huidige techniek maximaal 10 centimeter, maar zou eventueel iets kunnen worden versterkt of verzwakt. Het via GPS volgen van een persoon is dus niet mogelijk.

Maar er zijn genoeg toepassingen voor te bedenken waarbij je je vraagtekens kan zetten. Naar aanleiding van de publiciteit rond mijn persoon kwamen de gesprekken op de meest onvermoede plaatsen los. Zo ook op het schoolplein, waar zoals bekend moeders elkaar in afwachting van de kinderen sociaal bijpraten. Andere moeders zagen wel handige functies van de chip, zo leerde mijn vrouw. Onder meer het chippen van de kinderen leek hun een uitkomst, zodat mocht het jonge spul onverhoeds verdwalen hun naam en adresgegevens konden worden uitgelezen. Net als honden en katten, dus. Ik laat het aan een ieder om zich daarover een oordeel te formuleren, maar aan of in mijn kinderen geen chip.

Binnen het gemeentehuis van Heerhugowaard, de plaats waar ik woon en waar ik tevens gemeenteraadslid ben, werd er met een serieuze ondertoon gegrapt dat het plaatsen van je identiteit op zo’n chip handig zou zijn: je kan dan immers nooit meer je ID-kaart of paspoort vergeten en zo voldoe je tevens aan de identificatieplicht. Je krijgt er haast koude rillingen van.

Want, die periode van massa-publiciteit heeft er ook toe geleid dat bedrijven die gespecialiseerd zijn in ICT-beveiliging mij hebben benaderd met mogelijke proefprojecten die aantonen hoe gevaarlijk een dergelijke chip kan zijn – voor jezelf en voor anderen. Ten eerste zou een vreemde bepaalde informatie op de chip kunnen zetten, of juist eraf halen. De beveiliging van dergelijke chips wordt nog nauwelijks serieus genomen. Alle chips in de OV-chipkaart in de afgelopen tien jaar zijn al meerdere malen gehackt.

Een van die testcases waarvoor ik ben benaderd en die ik ook ga uitvoeren, is het kunnen besmetten van andermans smartphones met malware. Simpelweg door ze vast te houden. Daar zitten nog wel wat haken en ogen aan en de details kan ik verder nog niet prijsgeven, maar interessant wordt het. Want zo kan je een dergelijke chip immers als wapen gebruiken, de privacy van anderen schenden door op een onverdachte manier smartphones te besmetten met afluistersoftware. Een interessant gegeven.

Van al die cases ga ik regelmatig verslag doen via een van onze websites, Computerworld.nl. Ik werk voor IDG, een grote internationale uitgever van technologiebladen en -websites en Computerworld is een van die internationale titels waarvan we ook een Nederlandse uitgave hebben. En uiteindelijk na een jaar, hoop ik een beter beeld te hebben van de daadwerkelijke impact van technologie op het dagelijkse leven. Met alle voordelen maar zeker en vooral alle nadelen.

René Schoemaker (Den Haag, 1964) is journalist bij IDG, een uitgever van technologievakbladen en- sites. Hij schrijft vooral over technologie in combinatie met economie, politiek en wetgeving.

cop 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.