— maandag 25 augustus 2014, 10:44 | 0 reacties, praat mee

‘Ik vrees dat mijn soort uitstervend is’

© René Clement

Van alle kranten, bladen, radio- en tv-programma’s waar VS-correspondent Mars van Grunsven de afgelopen tien jaar voor gewerkt heeft, zijn er meer omgevallen dan er nog in leven zijn. Hij zag zijn inkomsten uit journalistiek werk steeds verder dalen. ‘In de loop van 2012 zag ik bevestigd wat ik eigenlijk al langer wist: er zat geen groei meer in mijn correspondentschap.’

Het ziet er niet goed uit voor De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad, tenminste, als mijn nu bijna tienjarige carrière als VS-correspondent enige indicatie geeft van de overlevingskansen van mediaorganisaties. Wie mij inhuurt, loopt immers groot risico opgedoekt te worden of in sterk afgeslankte vorm verder te moeten modderen – om vaak later alsnog te verdwijnen. De Pers, FEM Business en de GPD: ze zijn alle niet meer, zoals ook radioprogramma BNR Laat en tv-programma Studio Max Live uit de lucht zijn.

Van alle kranten, bladen en radio- en tv-programma’s waarvoor ik de afgelopen tien jaar gewerkt heb, zijn er meer omgevallen dan er nog in leven zijn. Tegen dalende oplages, kijkcijfers en advertentie-inkomsten bleek niet langer op te boksen.
In al die jaren zag ik ook mijn eigen inkomsten uit journalistiek werk dalen. Wrang was dat zeker. Daar sta je dan, een veertiger in de bloei van zijn professionele leven, ervarener en beter dan ooit – ‘Graag wilden we u vragen een artikel te schrijven over (…), alleen kunnen we u helaas niet meer bieden dan (…).’ Of: ‘Hee Mars, goed nieuws! We gaan volgend seizoen verder. Wel is het budget voortaan anders opgebouwd…’

Niet dat ik voor de poen correspondent ben geworden (ooit, na het afronden van mijn rechtenstudie, waren er sowieso lucratievere beroepskeuzes voorhanden dan de journalistiek). Mijn besluit om me als correspondent in New York te vestigen is terug te voeren tot een bruiloft in Amsterdam, op 31 januari 2014, waar ik de New Yorkse Rachael Cole ontmoette –  mijn latere vrouw en de moeder van onze inmiddels 3-jarige zoon, Alex. Wat volgde was een druk en kostbaar op-en-neer gevlieg tussen New York en Amsterdam, waarbij Rachael, een illustratrice en art director, voorzichtig speelde met het idee zich in Amsterdam te vestigen, terwijl ik, minder voorzichtig, steeds meer aanstuurde op een komst naar New York, een stad die bij elk bezoek meer als een vanzelfsprekend thuis was begonnen te voelen – in een land dat ik dankzij mijn abonnement op The New Yorker al aardig dacht te kennen.

Begin 2005 arriveerde ik met wat kleding en een laptop in Brooklyn, alwaar ik met Rachael een appartement betrok. Mijn baan als eindredacteur bij het inmiddels opgeheven MultiMagazines, uitgever van onder meer Nautique en Rails, had ik opgezegd. Voortaan bestond mijn professionele zekerheid uit mondelinge toezeggingen van de hoofdredacteuren van Blvd, Carp, Nautique, Rails en Values – inderdaad, op Nautique na allemaal verdwenen – dat ik voor ze zou kunnen schrijven. Mocht het moeilijk zijn om daarvan te leven, wat niet ondenkbaar was, dan had ik als back-up altijd nog contacten bij enkele reclamebureaus. Ik geloof dat ik nog geen twee maanden in de VS woonde toen ik me, tussen het manisch sturen van verhaalsuggesties aan hoofdredacteuren door, zette aan de eindredactie van de nieuwe Vlekkengids van Biotex.

Zo ploeterde ik die eerste maanden voort, in wat anderszins een prachtige tijd was: nieuwe liefde, nieuwe vrienden, nieuwe stad, nieuw land en in zekere zin zelfs nieuwe gezondheid – want na een week op de stoep roken bij tien graden vorst, was ik voorgoed gestopt met roken.

In professioneel opzicht volgde een ommekeer toen ik me in de herfst van 2005 aansloot bij European Media, een collectief van Duitse, Franse, Zwitserse en Nederlandse journalisten. Behalve een kantoor in hartje Manhattan deelden we verhaalideeën, research en interviewaanvragen. Het leidde ertoe dat ik stukken begon te krijgen in onder meer HP De Tijd, Nieuwe Revu, de weekendbijlage van het FD en de kunstpagina’s van NRC. Ik werd, kortom, enigszins bekend. Niet veel later volgden vaste correspondentschappen bij FEM Business en De Pers, en een regelmatige radioklus bij het programma BNR Laat. Zo kon ik omstreeks 2007 concluderen: verdomd, het is gelukt – ik heb me definitief gevestigd als VS-correspondent met een volle orderportefeuille.

Maar het is nooit goed. Ondanks die goedgevulde portefeuille van die dagen, zag ik me nog altijd gedwongen om er regelmatig commerciële klussen bij te doen – eindredactie, PR-ondersteuning van bedrijven, dat soort dingen. Het leven in New York is duur, zeker als je ook regelmatig familie in Nederland, Maryland en North Carolina wilt bezoeken.

Tegelijkertijd begon er geleidelijk enige discrepantie op te treden tussen mijn eigen belangstelling en die van de redacties waarvoor ik werkte. Hoe beter ik de VS leerde kennen, hoe meer de liefde voor het land bekoelde. Zeker, waar ik ook kwam – van New Orleans tot Detroit, van Alabama tot California – waren de mensen vriendelijk, spraakzaam en behulpzaam. En het land zelf werd er niet minder mooi om. Maar het sociale onrecht, de ongelijkheid, de bedrieglijkheid en leegte van de ‘Amerikaanse Droom’ en de politieke onwil om ook maar iets aan dat alles te doen, begonnen me tegen te staan. Dit was het soort onderwerpen dat ik wilde uitdiepen. Ik berichtte echter hoofdzakelijk over het bedrijfsleven en de ‘mainstream’ actualiteit.

Ik dacht: als ik zo hard moet werken om rond te komen, laat ik er dan in ieder geval alles aan doen om het werk intellectueel bevredigend te maken. Dus belde ik in de zomer van 2009 Xandra Schutte, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, een blad dat ik al sinds mijn studententijd las. Van Schutte kreeg ik de ruimte om over sociale kwesties, politieke ideeën en cultuur te schrijven. Ik was 41 toen m’n eerste stuk in De Groene verscheen, maar trots als een beginnende twintiger.

Mijn werk voor De Groene leidde tot meer goede dingen dan eer en bevrediging. In de zomer van 2010 bood de Amsterdamse studente Nina Polak aan om stage bij me te lopen. Dankzij de briljante Nina, tegenwoordig een gepubliceerd romancier en regelmatig schrijvend in De Groene en De Correspondent, schoot mijn productiviteit omhoog. Het viel op. Toen Freek Staps na vijf jaar NRC-correspondentschap in New York terugkeerde naar Nederland, en de krant geen vervanger voor hem stuurde, kon ik op regelmatige basis in NRC gaan schrijven. Voortaan was het model: vroeg opstaan voor een nieuwsstuk in de krant, dan met hulp van stagiaires aan langere stukken voor De Groene en NRC werken. Het was de enige periode waarin ik zonder nevenactiviteiten goed van mijn correspondentschap kon leven, ook omdat ik mijn verhalen vaak aan Vlaamse publicaties als Knack, Trends en De Morgen doorverkocht.

De geboorte van Alex, in de zomer van 2011, maakte een einde aan die productiviteit, simpelweg omdat ik geen tijd meer had om 50 tot 60 uur per week aan stukken te werken. Toen in de loop van 2012 duidelijk werd dat NRC niet bereid of in staat was me een vast correspondentschap te bieden, zag ik bevestigd wat ik eigenlijk al langer wist: er zat geen groei meer in mijn correspondentschap. Het zij zo. Voorlopig heb ik voor De Groene stukken over de Yes Men en een beschouwing over Amerikaans liberalisme in de pen; in NRC Boeken verschijnt binnenkort mijn recensie van het nieuwe boek van Naomi Klein. Fijn en intellectueel bevredigend werk. Voor het overige gaat mijn tijd op aan het vaderschap, commerciële klussen en het uitvogelen van wat hierna komt.

Wel vrees ik dat mijn soort uitstervende is. Ik heb de afgelopen tien jaar Nederlandse journalisten zien komen en gaan. Daarbij valt een tweetal dingen op: het groepje Nederlandse correspondenten in New York wordt steeds kleiner en de nieuwelingen zijn bijna zonder uitzondering vaste correspondenten (hoewel veelal freelance) voor een krant of tv-station. Een vogel met niet meer dan wat vage toezeggingen van blaadjes in de knapzak, heb ik al lang niet meer zien landen.

Mars van Grunsven (1968) is sinds begin 2005 correspondent in New York. Tegenwoordig publiceert hij voornamelijk in De Groene Amsterdammer, doorgaans over sociale kwesties, de politiek en cultuur. In de loop der jaren verscheen zijn werk in onder meer De Pers, FEM Business en NRC Handelsblad, buiten Nederland in onder meer Knack en The Daily Beast. In het afgelopen tv-seizoen was hij regelmatig te zien in Studio Max Live. Mars woont met zijn vrouw, Rachael, en zijn zoon, Alex, in Brooklyn.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.