— vrijdag 8 november 2013, 08:48 | 0 reacties, praat mee

“Ik vind het topsport wat wij doen”

© Truus van Gog

Manon Blaas is sinds mei eind­redacteur van Zembla. ze noemt zichzelf een streber en een control freak. blaas over de eredivisie van de onderzoeksjournalistiek.

Streber, control­ freak, workaholic. Manon Blaas (44), sinds eind mei eindredacteur van Zembla, zal het zelf direct beamen. Maar ook teamplayer, trouw, gevoelsmens, empathisch en eerlijk. Ze ziet niet graag de schijnwerpers op zichzelf gericht. Wel op Zembla en over het niet te onderschatten belang van onderzoeksjournalistiek.

Een interviewafspraak maken met Blaas is vanwege haar karakter­eigenschappen net iets lastiger dan anders. ‘Een interview is prima, maar geen vragen over privézaken.’ ‘Kan ik de vragen van te voren krijgen?’ ‘Ik wil zeggenschap over de foto bij het verhaal.’

Dat het toch vlot tot een gesprek komt, heeft dan ook weer met haar karakter te maken. Samen met collega Ton van der Ham heeft ze het boek ‘De verzuim­politie’ geschreven over misstanden bij commerciële verzuimbedrijven. Tegelijk is het een kijkje achter de schermen bij Zembla. Wie een boek uitbrengt, wil dat het verkocht en gelezen wordt en doet dus ook aan publiciteit, vindt ze. En dus een interview. Niet dat ze met tegenzin het gesprek aangaat. Ook hier is het weer, Blaas houdt niet van half werk.

Je bent sinds mei eindredacteur van Zembla. De Vara zocht eerst extern naar een opvolger voor je voorganger Kees Driehuis. Waarom ben je het toch geworden?
‘Ik wilde het helemaal niet. Sterker, ik was al enorm verrast toen Kees mij negen jaar geleden vroeg adjunct te worden. Die ambitie had ik helemaal niet. Ik hoef niet zo nodig “de baas te zijn”. Daarom vroeg hij mij ook denk ik. Tweede viool spelen bleek mij op het lijf geschreven. Kees heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Iedereen dacht dat ik zou inschuiven toen hij weg ging. Toch hebben we eerst iemand anders gezocht. Maar het is moeilijk een ervaren onderzoeksjournalist en manager tegelijk te vinden, die ook nog eens beschikbaar is. Dus is er weer een beroep op mij gedaan. Leiding accepteren van iemand die ik niet zie ziten, lijkt me niets. Bovendien, een redactie die mij graag ziet als eind­redacteur moet ik natuurlijk niet negeren. Uiteindelijk gaf dat voor mij ook de doorslag. Dat is de ene kant. De andere kant is, dat ik met Jos van Dongen een geweldige adjunct heb zodat ik ook zelf Zembla’s kan blijven maken. Want dat was wel een voorwaarde.

Ik krijg er veel voor terug, dat ik meer leiding geef en minder zelf maak. Ik zit niet alleen in mijn kantoortje, maar bemoei mij actief met wat de collega’s maken. Ik ga ook wel eens mee op een voorgesprek. De anonieme bronnen in de uitzending over de vleesfraude heb ik bijvoorbeeld ook allemaal zelf gesproken. Als eind­redacteur wil ik weten met wie we van doen hebben.’

‘Er lopen bij Zembla gelijktijdig zo’n zeven onderzoeken. Dat is pittig hoor. Ik lees over alle onderwerpen mee en wil de collega’s kunnen prikkelen. Ik bekijk de topjes van de ijsberg en soms duik ik er wat dieper in. Anders heb ik het niet in de hand en ik wil het wel een beetje in de hand hebben. Een beetje boel. Dat is omdat ik deze baan ervaar als een hele verantwoordelijke. Niet alleen als eindredacteur maar ook als maker. Het gaat niet over grassprietjes. Onze uitzendingen maken, als het goed is, veel los. Het gaat over zulke wezenlijke zaken, zulke grote bedrijven of kwetsbare mensen. Het moet allemaal kloppen. Want iedereen mag kritisch zijn over het programma, of ze het mooi opgebouwd vinden of zo. Maar ik wil niet de volgende dag te horen krijgen dat de helft niet klopte, want dat is zo schadelijk voor onze reputatie. Dat maakt de baan als eindredacteur intensief en spannend. En als het dan lukt, voelt dat bevredigend ook al heb ik het niet zelf gemaakt.’

Dat heb je niet alleen in je werk, de controle willen hebben?
‘Ik zorg voor zover mogelijk dat ik weet waar ik aan toe ben. Ik laat de lijntjes ook wel eens vieren. Anders heb je geen leuk leven. Maar ik vind het prettig, dat ik controleer wat kan en wat ik kan bekijken van te voren, dat doe ik ook. Ik wil het allemaal heel goed doen. Niet alleen voor mijzelf maar ook voor een ander. Met name voor mijn programma. Ik werk in dienst van het programma en de Vara. En ik houd niet van aandacht die op mijn persoon is gericht. Mijn werk neem ik overal mee naar toe. Ik heb geloof ik niet zoals andere mensen knoppen die ik aan en uit kan zetten. Journalistiek is toch een way of life. Ik volg alles. Tegenwoordig met die afschuwelijke smartphones en tablets. Ik vind het ook ontzettend gaaf om te doen. Ook al is de druk soms wel groot. Vooral als de belangen groot zijn. Ik heb niet echt stress, wel spanning. Momenten dat je heel alert en gefocust moet zijn. Ik ga dan harder werken. Om het vol te houden sport ik veel en leef ik gezond. Ik vind het ook net topsport wat wij doen. Het voelt als spelen in de eredivisie. Kwaliteit leveren. Altijd. Dat is ook de reden waarom hier alleen ervaren onderzoeksjournalisten werken. We hebben bijvoorbeeld ook geen stagiairs. Ik zou ze nog geen telefoongesprek durven laten voeren.’

Je blijft naast eindredacteur ook maker. Is dat wijs?
‘Ik doe één uitzending per jaar. Het is heel intensief en ik wil niet dat iets anders er onder lijdt, maar ik wil het blijven doen. Ook voor de redactie. Ik blijf met mijn poten in het bluswater staan. Je hebt afstand nodig om eindredacteur te kunnen zijn, maar ik denk dat ik die heb. Als ik met mijn eigen programma bezig ben, is Jos van Dongen de eindredacteur. Eerlijk gezegd heb ik bij de laatste aflevering van de Verzuimpolitie mijn eigen vlees gekeurd, maar dat dossier loopt al twee jaar en het was voor Jos geen doen die periode te begeleiden. Op het moment dat ik te maken heb met producties van collega’s ben ik advocaat van de duivel. Ik ken de valkuilen en heb snel door als mijn collega’s het onderzoek nog niet helemaal sluitend hebben. Ze hopen dan op keepersgeluk, zo van ‘misschien heb ik het volgende week wel rond’. Daar prik ik vaak doorheen. Ik ben een enorme streber. Dat is ook mijn achilleshiel. Ik ben nog veel harder voor mezelf dan voor de collega’s.’

De kritiek op Zembla is, dat het soms te tendentieus is en op zoek naar effect.
‘Die kritiek raakt mij. Wij zijn maanden aan het onderzoeken en kijken naar de feiten. Wij verzamelen informatie en we houden dat bij verschillende bronnen tegen het licht en dan vertellen allerlei mensen in ons programma hoe het zit. Dat heb je gecheckt en nog eens gecheckt en dan is het zo. En als je dat dan heel hard presenteert, dan ervaren mensen dat wel eens als “dat vindt Zembla”. Maar ik vind niks. Ja, ik vind wel wat, maar dat doet er niet toe. Wat wij onderzoeken dat doet er toe. Wij doen aan waarheidsvinding, de macht controleren. En dan kan ik het wel enerzijds anderzijds presenteren, maar dat slaat nergens op als je weet hoe het zit.

Maar kritiek neem ik altijd ter harte. Ook als ik het er niet mee eens ben. De laatste tijd laten wij wel verslaggevers meer in beeld en vertellen we hoe we onderzoek doen. Daarmee willen we laten zien, dat wij niets beweren, maar dat we de feiten boven water willen brengen. Bij Zembla willen we weten hoe het zit.’

Waarom doet Zembla niet mee aan Publeaks, de gezamenlijke website waar anoniem gelekt kan worden?
‘Wij zijn helemaal niet gevraagd. Wat ik vreemd vind. En als ik benaderd was, weet ik niet wat ik gedaan had. Het probleem dat Publeaks signaleert, veilig en anoniem lekken, speelt bij ons niet. Mensen weten ons heel goed te vinden. Als ze de klok willen luiden weten ze heel goed waar ze terecht kunnen en willen. En ik vind digitaal en veiligheid sowieso een lastig onderwerp. Alles wordt gehackt.

Verder heb ik geen behoefte aan anonieme tips. Bij Zembla gooi ik die bijna altijd weg. Ik wil weten wie waarom ons wat vertelt. En een anonieme tip checken is ook lastig. Wij beschermen natuurlijk wel onze bronnen. En ook actief. Wij denken na hoe we mensen in de uitzending brengen. Wel onderschrijf ik de analyse van de initiatiefnemers, dat de journalistiek de macht moet controleren. Maar zonder te willen snoeven, dat is dus precies wat wij hier doen.’

Gaat Zembla ook de weg op van crowdsourcing, het publiek betrekken bij het onderzoek?
‘Dat denk ik niet. Ik zou niet weten hoe dat moet. Je zou wel het publiek kunnen vragen zaken te melden die ze zijn opgevallen. Maar als wij het brengen, dan moet het kloppen. En dan moet ik de bevindingen van het publiek toch controleren. Dat lijkt me veel te veel werk. Plus dat wij niet in alle gevallen bekend maken dat we met een zaak bezig zijn. Zembla is een journalistiek programma waarbij we onze eigen research doen.’

Bekijk meer van

Dossiers
platform makers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.