— donderdag 23 september 2010 10:43 | 16 reacties , praat mee

Ik vertel het niet meer op feestjes

Voor je het weet raak je verzeild in een discussie die alle kanten opvliegt: op een feestje of andere sociale bijeenkomst vertellen dat je journalist bent zorgt zelden voor verhoging van de feestvreugde. Voor eens en voor altijd neem ik me voor een ander beroep te verzinnen als de vraag weer wordt gesteld. Een beroep dat weinig emoties oproept. Want hoewel belastinginspecteurs, uitvaartverzorgers of makelaars ook te maken zullen hebben met meer dan normale belangstelling voor hun metier, lijkt de journalist – zeker de laatste jaren – mikpunt van maatschappelijke onvrede te zijn. ‘Jullie zouden eens in het UFO-dossier moeten duiken!’

Laatste wijziging: 30 september 2010, 17:16

Een uitnodiging van George, de kennis van een goede vriend: of je ook naar zijn feestje komt. Op een leuke locatie, vlakbij het strand. Er komen meer aardige – zij het vage – bekenden. De zon schijnt, het bier smaakt goed en voor je het weet zit je in een gezellig groepje vrijblijvend wat te praten over de laatste ontwikkelingen in de formatie. De politiek is nu eenmaal – naast het weer – een onderwerp waarover je makkelijk kunt praten in een gezelschap dat geen andere onderlinge binding heeft dan de jarige of jubilerende die het feest geeft.

En dan… heb je het ineens toch weer gedaan. ‘Ik ben journalist’, hoor je jezelf gedempt zeggen op de vraag van degene naast je wat je ‘in het dagelijks leven’ doet. ‘We hebben hier een journalist’, roept deze buurman ineens hardop. De aandacht voor de hapjes is verdwenen. Alle hoofden zijn op je gericht. Op sommige gezichten verschijnt een fanatieke of grimmige grijns. ‘Het is maar voor een vakblad hoor. Voor journalisten’, probeer je de schade nog te beperken. Maar het kwaad is al geschied.
Waarom, zo werd er gevraagd, lopen journalisten altijd achter dezelfde onderwerpen aan en moest iemand als Pim Fortuyn een podium krijgen om moslims te beledigen? ‘En nou niet aankomen met vrijheid van meningsuiting!’

Weet je wat ik vind’, zegt degene uit het groepje die zich net iets meer in het vak heeft verdiept, ‘dat journalisten nauwelijks wederhoor toepassen. Laatst stond er een hele pagina in de krant over Dirk Scheringa, terwijl hij zelf niet eens de kans kreeg om te reageren. Dat is toch schandalig. Wat zo’n man niet allemaal over zich heen krijgt.’

Voor je het weet donder je in de valkuil van de verdediging en leg je uit dat onderaan het verhaal staat dat hij niet mee wilde werken en hij dus blijkbaar wel benaderd is. Maar de meest ongenuanceerde van het gezelschap, valt je in de rede: ‘Als ik niet wil dat er over me wordt geschreven dan moet een journalist van goede huize komen als-ie het wel doet’, klinkt het dreigend.
Eigenlijk wist je al dat discussiëren over journalistiek met leken zelden leuk uitpakt. De Leugen Regeert was een goed programma, maar niet gezellig. En de recente discussie bij De Wereld Draait Door tussen ‘golddigger’ Pieter Storms en ‘rat’ Jort Kelder over onfatsoen in de journalistiek toonde weer eens aan dat discussie over het vak hoog kan oplopen. Niks voor een feestje dus.
Voor eens en voor altijd neem ik me voor een ander beroep te verzinnen als de vraag weer wordt gesteld. Een beroep dat weinig emoties oproept. Want hoewel belastinginspecteurs, uitvaartverzorgers of makelaars ook te maken zullen hebben met meer dan normale belangstelling voor hun metier, lijkt de journalist – zeker de laatste jaren – mikpunt van maatschappelijke onvrede te zijn. Noem brisante onderwerpen als de moord op Fortuyn, of die op Theo van Gogh, de kredietcrisis, de deconfiture van Sonja Bakker of de opkomst van Geert Wilders; de media heeft (ja, bijna altijd enkelvoud) het gedaan.

Voor je het weet ben je twee uur verder, is de sfeer ernstig verkild en zijn alle clichés weer eens gepasseerd: dure cadeaus in ruil voor publiciteit, gezuip in Nieuwspoort, de onzin van primeurs, luiheid, aanschurken tegen de macht, en – vooral de laatste jaren – het veroorzaken van onnodige maatschappelijke onrust. ‘Journalisten hóeven toch niet over moorden te berichten’, kreeg ik eens op verwijtende toon te horen.
Wanneer de kritiek is uitgewoed wordt nogal een overgestapt op een ander repertoire: de feestganger kruipt zelf in de huid van de journalist en weet nog wel wat kwesties die veel urgenter zijn maar waarvoor journalisten te lui zijn zich erin te verdiepen. Het recht van TBS’ers op vrijheid, bauxietwinning in Suriname, het EKO-keurmerk, kartelvorming (in vele sectoren) en onderzoek naar de werkelijke toedracht rond Joran van der Sloot worden dan vaak genoemd.

Ooit heb ik twee uur op een feestje met iemand gediscussieerd over Unidentified Flying Objects (UFO’s), waarin diegene zich sinds enige tijd verdiepte, en waarbij volgens hem ‘aantoonbaar en bewezen’ was gebleken dat de Amerikaanse overheid, de industrie, de wetenschap én de politie eendrachtig samenwerkten om revolutionaire bevindingen op dit terrein in de doofpot te stoppen. ‘Dáár zouden journalisten zich eens in moeten verdiepen. Het staat allemaal op internet, maar journalisten zijn te lui om te zoeken. Ze bellen liever iemand die ze kunnen citeren. Dan hoeven ze de feiten niet te checken’, was hem – uit bittere ervaring wijs geworden – wel gebleken. De volgende dag werd ik via de mail bestookt met een waslijst aan linkjes die zijn gelijk zouden aantonen.

Grofweg zijn er drie kampen criticasters te onderscheiden, alle eigenlijk even irritant. Want naast de wereldverbeteraars en beroepszeikers bestaat ook de categorie dwepers. Als het woord journalist valt zien ze iemand voor zich die een slimme vraag stelt aan Mark Rutte en daarna wordt vervoerd – in limousine – naar de proeverij van een nieuw oesterras, georganiseerd door het Productschap Vis.
Iemand uit deze categorie geeft je per definitie gelijk in alles wat je beweert en voor je het weet schep je op over alle geneugten en achtergrondkennis die de journalistiek met zich meebrengen. Je vertelt niet dat het fenomeen persreis bestaat uit het doorlopen van een zouteloos programma – volgepropt met betweterige collega’s in bus of vliegtuig.
Of dat je heel weinig verdient.

Het zou ook niet uitmaken. Want een dweper blijft dwepen tot-ie door hardhandig inzicht met beide benen op de grond komt. Het gevaar is groot dat hij dan tot de eerste categorie –wereldverbeteraar – gaat behoren. En zoals de gestopte roker het fanatiekst anti wordt, is het gevaar groot dat de voormalig dweper zich ineens tot de meest ongenuanceerde criticaster ontpopt. Het feestje is hoe dan ook verpest.
Mij nuchtere overbuurman Maarten, een bèta die als leidinggevende werkt bij het internationale ingenieursbureau Tebodin, zette me laatst met beide benen op de grond tijdens een buurtfeestje. Op mijn uitleg dat ik voor Villamedia magazine schreef zei hij afwezig: ’Oh zo. Bij ons op het werk hebben we ook van dat soort blaadjes. Lees ik nooit.’ Enigszins verbouwereerd maar ook opgelucht bleef ik achter.

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

16 reacties

M, 23 september 2010, 11:15

Welk stuk over Dirk Scheringa was dat dan? Of heb je dat uit je duim zitten zuigen?

Arjan, 23 september 2010, 13:02

Vermakelijk om te lezen en herkenbaar. Gelukkig heb ik veel journalisten in m’n vriendenkring en familie dus op feestjes zijn we vaak in de meerderheid.

Wij zeiken voornamelijk over de feestgenoten werkzaam in het onderwijs.

M, 23 september 2010, 15:37

Het is je letterlijk zo verteld, maar je hebt het artikel zelf niet gelezen maar toch gezegd dat Scheringa niet wilde reageren? En nu is het ineens faction? Typisch voorbeeld van hoe de journalistiek werkt. Jullie verzinnen het waar je bij staat. Ik begrijp wel waarom DSB in de problemen is gekomen.

Nick Kivits, 23 september 2010, 16:07

Frans, je bent vergeten in je stukje te vermelden dat je zo nu en dan ook sommige mensen moet uitleggen wat een opiniestuk inhoudt. Getuige reactie nummer 4 ;-).

Jacqueline Wesselius, 23 september 2010, 17:25

Haha, arme Frans, mensen zoals op de feestjes die je noemt achtervolgen je (ons) ook hier - zie M., die er allemaal niks van begrepen heeft. Ach jongen, het is ons lot. Artsen, advocaten, politiemensen, ze zullen allemaal kunnen meepraten over dit soort ervaringen. Maar herkenbaar is het wel. En vervelend ook.

Bob Lagaaij, 23 september 2010, 18:55

Wat dacht je van andere vrienden, Frans?

J.C. Roodenburg, 23 september 2010, 19:19

Frans, je treft het wel slecht op je feestjes. Ik krijg wel heel veel te horen over de ‘populariteitstoeren’ die dagbladjournalisten (vooral AD en De T) en de presentatatoren van tv-media doen.
Wat ben ik blij dat ik tegenwoordig heel veel voor ouderenkranten (De Oud-Amsterdammer, De Oud-Hagenaar en De Oud-Utrechter) werk (vooral opiniestukken maak). Deze oudere lezers nemen journalisten nog serieus en voor wat zij waard zijn. Als zij kritiek hebben, verpakken zij dat in alleszins acceptabele woorden.

Marinus Jansen, 23 september 2010, 19:41

Frans, als je kans ziet in een stukje zoveel doelrijpe voorzetten in het eigen strafschopgebied te geven moet je niet verbaasd zijn als ze er achter elkaar worden ingekopt.

bert.a.kok@gmail.com, 23 september 2010, 22:39

Een toepasselijke quote van Jimmy Carter: “We’ve uncovered some embarrassing ancestors in the not-too-distant past. Some horse thieves, and some people killed on Saturday nights. One of my relatives, unfortunately, was even in the newspaper business”.

Ronald, 23 september 2010, 22:56

Goed, zal ik maar eens inhoudelijk antwoord geven dan?

“hoewel belastinginspecteurs, uitvaartverzorgers of makelaars ook te maken zullen hebben met meer dan normale belangstelling voor hun metier, lijkt de journalist – zeker de laatste jaren – mikpunt van maatschappelijke onvrede te zijn.”

Dat is vrij letterlijk van alle tijden hoor…Het is de taak van de journalist alles in de maatschappij bloot te leggen; De journalist moet er voor zorgen dat elke misstand in de samenleving met de billen bloot groot op de voorpagina beland. Aangezien het de menselijke natuur is om dingen verborgen te willen houden zullen er altijd mensen zijn de hun ‘onvrede’ zullen uiten aan de journalist. Bij gebrek aan de desbetreffende journalist spreken ze de dichtsbijzijnde journalist aan, namelijk…jou. Enigszins verbazingwekkend om te horen dat het een nieuw fenomeen zou zijn.

“Waarom, zo werd er gevraagd, lopen journalisten altijd achter dezelfde onderwerpen aan en moest iemand als Pim Fortuyn een podium krijgen om moslims te beledigen? ‘En nou niet aankomen met vrijheid van meningsuiting!’”

Het lijkt me dat je vriendenkring het niet zo hoog op heeft met vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting geld JUIST voor die mensen die het niet eens met jou zijn…anders bestaat het niet. Kristalhelder. Misschien moet je op zoek gaan naar vrienden met een beter besef van moraal. Je hoeft je in ieder geval zeker niet daarom te schamen. En ‘een platform geven aan’ word volgens mij wel erg ruim geinterpreteerd door je gezelschap: De hetze van bv de Volkskrant tegen Geert Wilders heeft ondertussen het niveau bereikt dat mensen hun abonnement opzeggen vanwege de vuile pennen. Het is eerder de haat van de redacteurs en verslaggevers vs een politicus die er voor zorgt dat zijn naam elke dag in de krant staat. (Ik ben geen fan btw, ik vind hem gewoon een rechtse flapdrol).

Sterker nog, ik zou zelf van geen enkele Nederlandse krant abonnee worden vanwege de uitgesproken gekleurde nieuwsgaring, zowel links als rechts door de bocht.

“Weet je wat ik vind’, zegt degene uit het groepje die zich net iets meer in het vak heeft verdiept,”
Hieruit klinkt pure minachting voor degene die jouw gezelschap opzoeken. Ik hoop dat het een fictief persoon is.

“Als ik niet wil dat er over me wordt geschreven dan moet een journalist van goede huize komen als-ie het wel doet’, klinkt het dreigend.”
Zie hierboven over het vak van journalisten….dit is van alle tijden. Een journalist is geen gezapig vak, niet 9-to-5, en een goeie journalist wordt altijd wel eens een keer bedreigd. Vraag maar aan journalisten in Irak, de VS, Italië, de Balkan, enzovoort enzovoort.
Als dit nieuw voor je is dan heb je kennelijk je vak niet goed genoeg gedaan want er is niemand boos op je geworden.

Dat is één van de KERNPUNTEN waarom de burgers in het algemeen boos zijn op het volledige journaille: gebrek aan lef. Gebrek aan durf om iets te schrijven dat o jee, iemand boos zou maken zodat je niet meer uitgenodigd word op diens persconferentie/feestje/boekpresentatie.

Als journalist is het je ENIGE taak om de waarheid te vinden en die aan je publiek te tonen. De burger is de ENIGE waar je je best voor dient te doen, waar je rekenschap aan dient af te leggen. Doe je dat niet dan ben je een slechte journalist.

“Noem brisante onderwerpen als de moord op Fortuyn, of die op Theo van Gogh, de kredietcrisis, de deconfiture van Sonja Bakker of de opkomst van Geert Wilders; de media heeft (ja, bijna altijd enkelvoud) het gedaan.”

Geweldig gezegd, en heel indicatief voor waar je denkfouten liggen. Je voelt je de gebeten hond, en doet dat gevoel vervolgens af als een emotionele reactie van het publiek die nergens op gebaseerd is. Je eerste denkfout is dat je niet op zoek gaat naar waar bij het journalisme de fout ligt. Je tweede denkfout is om te denken dat al die onderwerpen op zichzelf net zo brisant zouden zijn als er niet zo gruwelijk gekleurd en politiek correct over was bericht.
Een simpel voorbeeld: De bankencrisis was al voorspeld door echte journalisten (in het buitenland) en door economen. De voornaamste oorzaken zijn deregulering en hebzucht aan de top. Koppen dienen te rollen. De burger voelt zich volledig verraden door de media. Die hoort immers luidkeels te roepen dat al die rijke bankiers een beroepsverbod dienen te krijgen en er in de banksector keihard ingegrepen dient te worden. Was dit alles ook echt gebeurd dan zou het onderwerp lang niet zo ‘brisant’ zijn geweest. De complete hypocriete en ronduit slijmerige opstelling van de media is één van de redenen dat je met de nek aangekeken wordt.

“het veroorzaken van onnodige maatschappelijke onrust. ‘Journalisten hóeven toch niet over moorden te berichten’, kreeg ik eens op verwijtende toon te horen.”
Heel indicatief voorbeeld. De maatschappelijke onrust wordt bv niet per se veroorzaakt door iemand die iemand anders vermoordt…wel als die vervolgens TBS krijgt, proefverlof krijgt, aan de haal gaat en weer iemand vermoordt. Je haalt dingen door de war. Het eerste is niet het falen van de overheid, het tweede wel. Hetzelfde met criminele/geweldadige marokkanen/antilianen. Het is niet eens het geweld an sich dat zo veel maatschappelijke onrust veroorzaakt, maar het feit dat het de politiek geen flikker lijkt te interesseren om het probleem op te lossen op de manier die de burger wil zien: namelijk EFFECTIEF. De maatschappelijke onrust wordt vervolgens versterkt door allerlei moraalridders die de burger een schuldgevoel proberen aan te praten omdat ie niet medelevend of verdraagzaam genoeg zou zijn. De burger weet donders goed dat dat niet een oplossing is, en ziet zich alleen maar door de media en de politiek als pispaaltje behandeld worden. Ik heb nog maar heel weinig journalisten gezien die serieus open de kant van de burger kiezen op dit punt.

“Ooit heb ik twee uur op een feestje met iemand gediscussieerd over Unidentified Flying Objects (UFO’s), ...etc etc”
Ach…het feit dat je niet eens een weerwoord probeert te geven maar kennelijk deze tekst zelf voldoende uitleg van je standpunt moet zijn, geeft aan dat je duidelijk taboes hebt. Onafhankelijk van de zin en onzin van UFO’s hoort een echte journalist geen taboes te hebben. Je geeft feitelijk doodleuk aan dat je al aan zelfcensuur doet. LOL.

“Grofweg zijn er drie kampen criticasters te onderscheiden, alle eigenlijk even irritant.”
Heel stereotypische opmerking. Hieruit kan elke oplettende lezer concluderen dat je absoluut niet geinteresseerd bent in kritiek, laat staan serieuze. Als je niet na gaat denken waar die kritiek vandaan komt zul je NOOIT er van kunnen leren.
Schoolvoorbeeld van een volslagen vastgeroeste geest. Ga maar eens weekje in de schuldhuplverlening/Anonieme Alcoholisten of zo werken. Les 1: Onderkennen dat je een probleem hebt. Les 2: Naar kritiek luisteren. Les 3: Van kritiek leren.

“Je vertelt niet dat het fenomeen persreis bestaat uit het doorlopen van een zouteloos programma – volgepropt met betweterige collega’s in bus of vliegtuig.”
Wel..dat IS de consequentie van het op de kosten van je onderwerp mee willen reizen met alles wat hij/zij doet. Critici hebben volkomen gelijk als ze dan zeggen dat je je op onjournalistieke wijze laat leiden door je onderwerp. Je kan ook zelf onafhankelijk reizen en zelf onafhankelijk onderzoeken. Maar ja, dat is moeilijker he?

“Of dat je heel weinig verdient.”
Pretentieus, suggestief, meelijwekkend.
Pretentieus omdat je duidelijk vindt dat je meer moet verdienen terwijl ik net aangetoond heb dat je helemaal niet zo’n beste journalist bent.
Suggestief omdat je van jezelf vindt dat je weinig verdient, maar vervolgens niet aangeeft hoeveel je verdient, zodat de gemiddelde politieagent/verpleger/vuilnisman ook echt kan zeggen of je veel of weinig verdient.
En meelijwekkend omdat, nou ja, je jezelf wel erg zielig vindt.

Oplossing: Zoek ander werk. Je bent duidelijk niet tevreden met je huidige werk, bent er ook niet goed in, en zal er ook niet beter in worden. Ik heb geen idee wat je talenten zijn verder…en je vriendengroepje is vermoed ik niet eerlijk genoeg om je daar echt op te wijzen.

“Het gevaar is groot dat hij dan tot de eerste categorie –wereldverbeteraar – gaat behoren.”
Geweldig..dat is de raison-d’etre van journalistiek.

Marleen, 23 september 2010, 23:05

He wat een verdriet toch, wel eens als persvoorlichter op een feestje met journalisten geweest? Turns the beat around. Of als iets vaags als communicatieadviseur. Face it, journalistiek en communicatie is als voetbal: 16 miljoen coaches.

Carien Overdijk, 24 september 2010, 15:53

Het ‘flamen’ is ook journalisten onderling niet vreemd, blijkt uit een aantal venijnige reacties hierboven.
Ik vond deze column leuk geschreven en erg herkenbaar (al doen mijn vrienden niet zo flauw). De aansporing om kartels te ontmaskeren heb ik ook vaak gehad, en daarnaast is mij een scala aan ‘primeurs’ toevertrouwd, omgeven met veel geheimzinnigheid. Insinuaties genoeg, maar als je om bronnen of andere verificatiemogelijkheden vraagt, geven mensen vaak niet thuis (‘ik moet mijn contacten beschermen’).
Ook ergerlijk: de mensen die zeggen dat onderzoeksjournalistiek hetzelfde is als wetenschapsjournalistiek: ‘klakkeloos opschrijven wat iemand je op je mouw speldt.’
Veel respect krijgt onze beroepsgroep niet, maar toegegeven, er zit ook rijp en groen tussen en er worden meer fouten gemaakt dan door artsen (en die maken er al teveel).
En verder: wij zijn die boodschappers waar nou eenmaal op geschoten wordt.

Truusje van Tol, 24 september 2010, 21:52

Wat zijn we toch zielig en beklagenswaardig. Waren we maar boekhouder geworden bij de firma Kneupkens (in lampekamppen).
Kom op zeg! De journalistiek is het leukste vak dat er bestaat. En wie beroepshalve ‘tegels licht’ en anderen voortdurend de vraag stelt: is dat nou wel zo?, moet zelf ook maar tegen een stootje kunnen in plaats van het slachtoffer uit te hangen.

Ziezo.

daan stet, 1 oktober 2010, 07:45

Eigenlijk is het nog simpeler… Je hoeft niet eens discussies aan te gaan toch, als je daar geen zin in hebt? Je bent op een feestje, even geen werk nu…

Saskia, 1 oktober 2010, 15:18

Jadieda, andere beroepen die zich niet lenen voor feestjesgesprekken:
-dokter “Oh? Ik heb de laatste tijd zo’n jeuk aan mijn”
-jurist “Oh? Ik heb thuis een wasmachine die lek is en de…”
-agent “moet je geen boeven vangen?”
-filosoof “Oh, wat dóe je dan?”
-bakker “kun je niet voor mij een…”


moraal: Je kan maar beter blij zijn dat je al een baan hebt, nu de eerste uitegverij surceance aanvraagt en de PO 200 mln bezuinigt. Of weg blijven bij zulke feestjes…

Martinus Smitsmm, 30 november 2013, 19:12

Beste Frans,

Als vervangend beroep op feestjes zou ik bankier voor willen stellen, en dan met verve de bonusregeling verdedigen, heb je de avond van je leven !