— woensdag 27 januari 2021 10:48 | 1 reactie , praat mee

‘Ik neem het journalisten niet kwalijk dat ze weinig belangstelling voor vrouwenvoetbal hadden’

‘Ik neem het journalisten niet kwalijk dat ze weinig belangstelling voor vrouwenvoetbal hadden’
© Duco de Vries

Is de emancipatie van het vrouwenvoetbal voltooid? Volgens bondscoach Sarina Wiegman zijn we aardig op weg, ook in de media. In het jaar dat het vrouwenvoetbal het 50-jarig jubileum viert, praat Wiegman over de rol van de (sport)journalistiek. Laatste wijziging: 28 januari 2021, 08:46

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Hans Vos. Ook lid worden?

Het eerste interview dat Sarina Wiegman (51) gaf, was aan een journalist van het Haagse huis-aan-huisblad De Posthoorn. De toen 17-jarige Wiegman werd geïnterviewd omdat ze voor het eerst geselecteerd was voor het nationale damesvoetbalteam. Meisjes die voetbalden waren exoten in de jaren 80, vertelt ze. ‘Toen ik als 6-jarige begon met voetbal, mochten meisjes niet eens bij een club spelen. Voetbal was voor jongens. Daarom liet ik mijn haar kort knippen, zodat ik niet opviel tussen de jongens.’

Wiegman was een meisje met een grote passie voor balsporten. Ze vond alles leuk, maar koos uiteindelijk voor voetbal, een liefde die nooit meer is overgegaan. Toen ze het interview aan De Posthoorn gaf, had ze haar haar weer lang laten groeien. ‘Dat gesprek ging helemaal niet over voetbal zelf, het ging erover hoe het was om als meisje te voetballen.’

Grote mevrouw
Ook in de jaren erna moest Wiegman in interviews vaak uitleggen waarom ze als vrouw de uitzondering op de regel was, zelfs toen ze al een international was. ‘Het ging er altijd over waarom ik als vrouw voor voetbal gekozen had. Terwijl het voor mezelf zo logisch als wat was dat ik voetbalde. De liefde voor voetbal zit heel diep, dus dan ging ik dat gewoon maar weer rustig uitleggen.’

Toen ze tussen 1989 en 1990 een jaar in de Amerikaanse staat North Carolina ging voetballen, viel het haar op dat de Amerikanen het vrouwenvoetbal op een heel andere manier benaderden. ‘Het was een populaire sport in Amerika en journalisten hadden veel respect voor de voetbalsters. Ik was er echt een grote mevrouw. De vragen die ik kreeg, waren totaal anders dan de vragen die De Posthoorn mij had gesteld. Ik werd er echt door geïnspireerd, ik dacht: ik wil ervoor zorgen dat er ook in Nederland op die manier naar vrouwenvoetbal wordt gekeken.’

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Jarenlang schoot het niet of nauwelijks op met de emancipatie van het vrouwenvoetbal. En ook de aandacht van de media hield niet over. Het ligt niet in de aard van Wiegman om dat de media ­kwalijk te nemen, al erkent ze wel dat journalisten de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal hadden kunnen versnellen als ze er meer belangstelling voor hadden getoond.

In 2009 zond de VPRO een documentaire uit waarvoor Wiegman een jaar lang werd gevolgd als trainer van ADO Den Haag. ‘Op televisie is vrouwenvoetbal zo goed als afwezig. Je kunt bijna niet anders concluderen dan dat sportjournalisten op televisie voetbal nog steeds niets voor meiden vinden, ook al is het de snelst groeiende sport van Nederland’, schreef toenmalig tv-recensent van de NRC Hans Beerekamp naar aanleiding van de documentaire. Wiegman, nu terugkijkend: ‘Natuurlijk hoopte ik dat het sneller de goede kant op zou gaan, maar zo was de cultuur gewoon niet in Nederland en de media waren simpelweg onderdeel van die cultuur. Overigens heb ik lang nagedacht of ik wel moest meewerken aan die documentaire, maar omdat Nederland toen voor het eerst naar een EK ging en we goed bezig waren het vrouwenvoetbal te professionaliseren, dacht ik: nu moet ik ook laten zien hoe serieus ik mijn sport neem. Hansje Quartel heeft die documentaire gemaakt en ik heb heel prettig met haar samengewerkt.’

Oranje Leeuwinnen
Wiegman benadert de zaken als een topsporter, nuchter en rationeel. Als je ergens geen controle op hebt, moet je er ook geen energie in steken, vindt de voetbalcoach die in december 2020 door wereldvoetbalbond FIFA voor de tweede keer tot de beste coach van de wereld werd uitgeroepen. Dat leidt alleen maar af van waar het werkelijk om gaat: de prestaties op het veld. ‘Als je wint, komt de aandacht vanzelf. Dat is een les die ik heb geleerd van een van m’n voorganger, Roger Reijners, en die ik als trainer de speelsters altijd heb voorgehouden: zorg dat je presteert, want dan wordt er naar je gekeken.’

Het mooiste voorbeeld daarvan is het Europees kampioenschap van 2017. Onder leiding van Wiegman pakten de ‘Oranje Leeuwinnen’, zoals het Nederlands damesteam inmiddels was omgedoopt, de titel in eigen land. Die winst heeft het vrouwenvoetbal een enorme boost gegeven. Dacht Wiegman bij die hausse aan media-aandacht nooit: waar waren jullie drie, vijf of tien jaar geleden? ‘Nee’, zegt ze stellig. ‘Zo zit ik gewoon niet in elkaar. Toen ik zelf nog voetbalde, presteerde Nederland stukken minder goed. Ik was toen niet bekend en ik werd ook niet gezien, zo werkt het gewoon.’

Het heeft misschien ook te maken met het conservatisme van de voetballerij – en in het kielzog daarvan de voetbaljournalistiek. Het is een beeld dat Wiegman herkent, al is dat volgens haar aardig aan het veranderen. ‘In Zeist heerst nu echt een open cultuur, de technische afdelingen van de mannen en de vrouwen zitten gewoon bij elkaar. We delen kennis en zijn heel open naar elkaar.’

Daarnaast wil Wiegman credits geven aan de sportjournalisten die het vrouwenvoetbal ook ver vóór 2017 al volgden, want die zijn er echt wel. Journalisten als Willem Vissers (de Volkskrant), Iwan van Duren (Voetbal International), Fred Buddenberg (Trouw), Annemarie Postma (onder meer Het Parool). ‘Dat zijn journalisten die het vrouwenvoetbal al vele jaren serieus nemen. Als zij kritiek hebben, dan heb ik daar helemaal geen probleem mee.’

Opportunisme
Over het algemeen heeft Wiegman goede ervaringen met sportjournalisten, zegt ze. Waar ze soms niet goed tegen kan, is hun opportunisme. ‘Het is de roze wolk of de diepe put, veel zit er niet tussen. Ik herinner me een oefentoernooi in Portugal, vlak voor het WK in 2019 (waar Oranje tweede werd, red.). We presteerden niet goed in Portugal. Niet zo gek, het was een oefentoernooi en dan wil je zaken uitproberen. Maar dan is het meteen helemaal niets volgens sommige verslaggevers. Lastig, want die negatieve toon heeft toch z’n uitwerking op het team. Terwijl je met een positieve vibe naar het WK wil gaan. Toen we niet lang daarna met 3-0 wonnen van Australië, waren we meteen favoriet voor de wereldtitel.’

Wat Wiegman teleurstellend vindt zijn de makkelijke meningen in de voetbalpraatprogramma’s. ‘Ik kijk ze zelf bijna nooit, maar soms hoor je iets en kijk ik het terug. Dan denk ik: als je de moeite had genomen een training te bekijken, dan zou je deze mening nooit gehad hebben. Er zijn best veel van die meningen, wat dat betreft zou de sportjournalistiek het eigen nest schoner kunnen houden.’

Is de emancipatie van het vrouwenvoetbal nu voltooid? Om in voetbaltermen te spreken: toen Wiegman in de jaren 80 haar eerste interview aan De Posthoorn gaf, stonden de vrouwen met 3-0 achter. Inmiddels is het 3-2, vindt ze. ‘De opleiding van voetbalsters kan nog beter en zo zijn er meer zaken die verbetering behoeven. Wat de media betreft is het belangrijk dat ESPN (voorheen Eredivisie Live en FOX Sports, red.) en de NOS steeds meer wedstrijden uit de eredivisie voor vrouwen uitzenden. Maar al met al ben ik ontzettend blij met de positie die vrouwenvoetbal nu heeft. Jonge meiden lopen met een shirt met ­Martens of Miedema op hun rug en het is heel vanzelfsprekend dat ze ook profvoetballer kunnen worden.’

Wat haarzelf betreft was het dubbel­interview dat ze eind 2019 samen met Ronald Koeman aan VI gaf een mijlpaal. ‘Tien jaar geleden zou het ondenkbaar zijn geweest dat de bondscoaches van de mannen en de vrouwen samen een interview zouden hebben gegeven. Dat zegt wel iets over de waardering en erkenning die het vrouwenvoetbal nu krijgt.’

De lessen voor de pers van Sarina Wiegman

• Probeer ook oog te hebben voor opkomende sporten, zoals het vrouwenvoetbal lange tijd was.
• Wees minder opportunistisch en probeer wat meer bij beide benen op de grond te staan.
• Waag je niet aan makkelijke meningen, maar probeer je echt te verdiepen in een voetbalteam zodat je ook een genuanceerde mening kunt geven.

Mediagebruik

Sarina Wiegman laat zich vooral inspireren door te lezen over en te kijken naar andere sporters en coaches. ‘Ik lees de vakbladen voor trainers. Biografieën van coaches vind ik ook leuk. En documentaires over sport zoals ‘The Last Dance’ over basketballer Michael Jordan op Netflix. Je ziet daarin mooi dat je als team ook gewoon keihard tegen elkaar moet kunnen zijn.’

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

1 reactie

Griselda Visser Molemans, 28 januari 2021, 15:18

Goed interview. Eén detail: ‘The Last Dance’ is een propagandavehikel dat co-geproduceerd is door Jump 23, de productiemaatschappij van Michael Jordan. Vrijwel alle geinterviewde spelers, onder wie Scottie Pippen, hebben openlijk afstand genomen van de ‘documentaireserie’.