Afstudeerprijs Villamedia 2019

— donderdag 13 augustus 2015, 14:12 | 1 reactie, praat mee

‘Iedere krant moet een club worden’

© TRIK

Erik van Gruijthuijsen ‘zweeft’ als directeur journalistiek bij De Persgroep als het ware tussen de hoofdredacteuren door. Zijn opdracht is om de kranten, sites en apps journalistiek beter te maken en mee te denken over hoe de producten commercieel succesvoller kunnen worden. ‘Journalisten moeten meer denken als ondernemers.’

Meteen bij aankomst verontschuldigt Erik van Gruijthuijsen (55) zichzelf. Met uitzondering van een papieren kampioensschaal van PSV (‘Die hing eerst op het raam, dat werd me hier in Rotterdam niet in dank afgenomen’) is het kantoor van de directeur journalistiek van de AD/Regiogroep maar kaal. Tijd om zijn stekje in te richten heeft hij nog niet gehad. Dat staat zijn agenda niet toe. Alleen al in de week waarin het interview plaatsvindt pendelt Van Gruijthuijsen op maandag naar Dordrecht en Rotterdam, op dinsdag naar Amsterdam en Utrecht, op woensdag naar Enschede en Apeldoorn, op donderdag naar Rotterdam en op vrijdag naar Vlissingen en Etten-Leur. Het gros van de tijd wandelt hij over de redacties van het AD en de regionale kranten van De Persgroep, waaronder de zeven voormalige Wegener-titels die eerder dit jaar van eigenaar wisselden. De kern van zo’n bezoek: kijken waar de krant beter kan.

‘Ah, lekker’, zullen ze op de redacties van de regionale kranten denken. Daar komt iemand van bovenaf ons vertellen hoe we het moeten doen.
‘Je moet je bij zo’n bezoek niet teveel voorstellen. Ik plan twee uur in met de hoofdredacteur en nog een uur waarin ik een beetje kan rondlopen op de redactie. Als er dan dingen zijn die me onlangs zijn opgevallen aan de krant, dan maak ik even een praatje met degene om wie het gaat en vraag ik: goh, waarom heb je dit zus of zo gedaan? Ik krijg nooit het gevoel dat redacteuren of chefs dat vervelend vinden. Journalisten vinden het leuk om inhoudelijke gesprekken te voeren over hun werk en over de krant. Dat laten ze ook merken. Maar misschien gedragen ze zich wel anders tegenover mij omdat ik nu eenmaal de baas ben.’

Dus je loopt niet scheldend en tierend over de redactie als er eens iets verkeerd is gegaan?
‘Vloeken doe ik niet meer zoveel. Als je ouder wordt gaat de heftigheid waarmee je dingen zegt er vanaf. Als ik een fout zie staan, ga ik ook niet gelijk mailen: “Verdomme jongens, waarom is dit gebeurd?”. Dat kost veel te veel energie. Zeker als je iedere dag alle kranten bekijkt – ook tijdens je vakantie. In iedere krant gaan er dagelijks minstens vijf dingen radicaal fout, zoals een verkeerde kop of een verkeerde foto; echt dingen die fundamenteel verkeerd gekozen zijn. Dat sla ik op, zodat ik er bij een redactiebezoek over kan beginnen. Ik kijk naar concepten en naar hoe de krant zich ontwikkelt. En naar hoe we de krant beter kunnen maken. Dat mag je bemoeizucht noemen als je dat graag wilt.’

Hoe moeilijk is het om alleen met de grote lijnen bezig te zijn. Je staat bekend als control freak?
‘Ik heb graag dingen tot achter de komma geregeld, maar alleen op hoofdlijnen. Wij als directie maken de kranten niet, dat doen de hoofdredacteuren. Dat wil overigens niet zeggen dat ik me helemaal niet met de inhoud bemoei. Vorige week had ik een discussie bij het Eindhovens Dagblad over een analyse waarin een wethouder met de grond gelijk werd gemaakt. Die analyse bevatte een keiharde mening, maar hij werd gebracht als opening. Hoofdredacteur John van den Oetelaar was het uiteindelijk met me eens, maar die discussies kunnen heel hevig worden en we kunnen ook écht kwaad op elkaar zijn. Maar we weten dat we onderweg zijn met de krant en dat we de goede kant op gaan.’

Hoe belangrijk is het maken van goede afspraken?
‘Ik ben een man die mensen aan hun afspraken houdt. Als iemand wat belooft, dan moet hij het doen. Ik ben zelf, durf ik zonder aarzeling te zeggen, trouw aan mensen. Dat verwacht ik ook van anderen. Neem je verantwoordelijkheid. Ook op het laagste niveau. Creativiteit gedijt bij discipline.’

Toch zijn er mensen – voormalige én huidige werknemers – die we voorafgaand aan dit interview gebeld hebben, die zeggen: ‘Je maakt met Erik een afspraak tot de deur’.
Geschrokken: ‘En wat gebeurt er na de deur?’

Ze verwijten je dat je afspraken niet nakomt of dat je wordt teruggefloten door Persgroep-directeur Jaak Smeets. Ze vragen zich af wat je werkelijk te vertellen hebt.
‘Ik kan ze geruststellen: véél. Ik ben eind­verant­woorde­lijk voor de lijn die de kranten volgen. Ik herken dat beeld dan ook niet. Ik werk intensief samen met Smeets en Bart Verkade (zakelijk directeur van De Persgroep, red.), maar we weten van elkaar precies wat wel en niet kan. Het is wel zo dat ik me bewust niet verdiep in hun verantwoordelijkheden. Dat doe ik omdat ik geen foute toezeggingen wil doen. Ik haat het als je met mensen alleen afspraken kunt maken tot de deur. Ik kom ze na. Maar als dit de ervaring is die sommige mensen met mij hebben, dan gaat er ergens iets mis. Ik sla het op.’

Je stelde zojuist dat de kranten van de AD/Regiogroep de goede kant opgaan. Er is de laatste maanden nogal wat gebeurd bij de voormalige Wegener-kranten.
‘We zitten nog volop in een transformatie. Wegener had kranten die erg feitelijk en zakelijk en daardoor saai waren. Het was mij allemaal te chagrijnig. We schreven het liefst over problemen. Iedereen kent de kritiek op onze beroepsgroep: journalisten zijn zure zeikerds. Dat straalden de kranten ook uit. De Wegener-kranten moesten menselijker en dynamischer worden. En dikker. Voorafgaand aan de overname door De Persgroep waren we met de hoofdredacties al begonnen met het ontketenen van die revolutie. Die plannen zijn in een stroomversnelling geraakt door de overname. We zijn een emotionelere krant geworden. Bij iedere gebeurtenis vragen we ons af: wat betekent dit voor de gewone mens? Dat is wat het AD ook doet, en met succes. Overigens gaan we dit najaar met AD aan de slag, ook daar kan nog veel aan worden verbeterd.’

Al voor de overname door De Persgroep wilde je de Wegener-kranten meer als het AD maken. Vind je het vreemd dat er mensen zijn die denken…
‘...dat ik op voorhand wist dat De Persgroep de kranten wilde kopen? Ik begrijp heel goed dat mensen dat in een reflex roepen. Ook omdat ik al zolang een goede relatie heb met Frits Campagne (CEO van De Persgroep Nederland en Van Gruijthuijsens voormalig adjunct bij Het Parool, red.) en omdat ik van CEO bij het ANP uitgever bij Wegener werd. Maar het is ondenkbaar dat er vanuit De Persgroep iemand vooruit gestuurd wordt om iets te doen bij een bedrijf dat in handen is van een Brits beursfonds. De Persgroep heeft twee keer eerder geprobeerd Wegener over te nemen en dat ging niet door. Alsof ik de blinde gok zou nemen om in opdracht van De Persgroep naar Wegener te gaan. Dat is echt onzin.’

Inmiddels ben je directeur journalistiek. Die titel wringt nogal. In een interview in het boek ‘De Hoofdredacteur’ zeg je: bij een krant zou het heel lastig zijn om de functies van directeur en hoofdredacteur te combineren.
‘Het kan ook eigenlijk niet. We hebben erg geworsteld met het vinden van de juiste naam bij een functie als deze. In de kern speel ik vooral uitgever, maar tegelijkertijd ben ik niet verantwoordelijk voor marketing en sales. Dus kan ik geen uitgever heten. We wilden de functie ook niet “algemeen hoofdredacteur” noemen, want dan doe je de hoofdredacteuren echt tekort.’

Die hoofdredacteuren, zijn zij eigenlijk niet meer ‘chef regio’ nu jij er zo boven zweeft en je ook met de kranten zelf bemoeit?
‘Ik zweef er niet boven, maar ertussen. Je moet de hoofdredacteuren niet zien als een soort filiaalchefs. Zij zijn en bepalen de smoel van de krant. De voorpagina, de eerste spread, de dominante sportpagina’s en de regio­nale katernen worden allemaal door hen bepaald. Dat zijn de pagina’s die de krant zijn uitstraling geven.’

Staat er nog wel genoeg regio in de voormalig Wegener-kranten? Het gros van de inhoud komt nu uit Rotterdam en is overal hetzelfde. Terwijl de lezer in Breda toch wezenlijk anders is dan die in Enschede.
‘Na de overname zijn er 35 mensen van Wegener, vooral van De Persdienst, naar de centrale redactie gekomen. Zij voelen als geen ander aan wat er belangrijk is in de regio. En wie goed kijkt ziet dat we nog nooit zoveel verhalen uit “de provincie” – let op mijn handen, ik maak aanhalingstekens – hebben gehad. PSV-verslaggever Rik Elfrink is misschien wel de meest gevolgde betaald voetbal twitteraar van Nederland en staat nu elke dag in AD Sportwereld. Zijn bereik is enorm toegenomen. Er zijn hier dagelijks twee mensen de hele dag aan het bellen om te kijken wat er vanuit de regio in het landelijke katern kan worden gezet. We hebben nu zelfs mensen op de redactie die zeggen dat er maar weinig Randstad in de krant staat. De andere, meer verdedigende kant is: de kranten werden voorheen ook grotendeels in Nijmegen door De Persdienst gemaakt. Dus er is eigenlijk weinig verschil met nu.’

Sinds je betrokken was bij de verzelfstandiging van Het Parool in 2003 ben je gefascineerd door het spanningsveld tussen journalistiek en zaken doen. Wat is daar zo spannend aan?
‘Ik heb hier maar één opdracht: onze kranten, sites en apps journalistiek beter maken en meedenken over hoe we commercieel succesvoller kunnen worden. Dat is niet per se iets dat journalisten typeert, maar die combinatie gaat het vak wel steeds meer beheersen. Journalisten moeten meer denken als ondernemers. Wil je overleven, dan moet je dat spanningsveld opzoeken. Dat zit hem niet alleen in dingen als branded content. Bij De Gelderlander organiseert redacteur Rob Jaspers bijvoorbeeld boottochten over de Waal, waar hij deelnemers van alles over de stad vertelt. Inmiddels hebben er al zo’n 20.000 lezers aan meegedaan. Die mensen vergeten niet dat dat van De Gelderlander is. We moeten op zoek gaan naar nieuwe manieren om geld te verdienen en om de lezer aan ons merk te binden. Iedere krant moet een club worden. Dat idee willen we verder uitbouwen.’

Andere toekomstplannen hebben vooral betrekking op digitaal vlak. Jij staat binnen De Persgroep aan de voorhoede daarvan. Hoe goed kun je een digitale revolutie aanjagen als je zelf niet eens op social media te vinden bent?
‘Het aanjagen van je bezoek via sociale media is inmiddels een vak op zich geworden. Dat is een vak waarvan ik weet dat ik het op hoofdlijnen begrijp, maar niet tot op het niveau waarop ik het maken van een krant begrijp. Dat zijn de momenten waarop je vooral meepraat over wát je probeert te promoten. Welke artikelen wil je onder de aandacht brengen? Welke rubrieken? Want dat weet ik wel. Ik hoef niet te weten hoe je dat technisch doet om te weten wat we inhoudelijk moeten aanjagen. Maar persoonlijk heb ik er gewoon geen behoefte aan.’

Alle pogingen ten spijt, dat digitaliseren is Wegener nooit gelukt bij zijn regionale kranten. Waarom gaat het nu wel lukken?
‘Het woord “mislukking” is inderdaad wel op zijn plaats. We hebben het geluk dat AD.nl als een speer gaat en dat er heel veel talent op de centrale redactie zit. Het is geen geheim dat we ons geld op dit moment nog niet online verdienen, maar daar moeten we wel naartoe. Onze inkomsten uit lezers stijgen niet, die uit advertenties evenmin. De transformatie naar digitaal geld verdienen is op dit moment onze grootste worsteling, en niet alleen de onze. We zijn nu vooral bezig met tijd kopen. We hebben ervoor gekozen eerst de kranten te verbeteren om het verlies aan abonnees tot staan te brengen. We hopen dat dat genoeg tijd en middelen oplevert om een manier te vinden om digitaal geld te verdienen. Tegelijkertijd willen we niet te ver voorop lopen. Persgroep topman Christian van Thillo heeft eens gezegd: “Alles in de wereld van het internet is virtueel, behalve de verliezen”. Met dat in het achterhoofd opereren we. We zullen geen dingen gaan doen waarbij we het risico lopen een goede pers te krijgen, maar slechte cijfers. Ik ben liever een fast follower dan een first mover.’

In een interview met De Nieuwe Reporter in 2009 stel je dat er in de toekomst alleen nog plek is voor twee landelijke kranten. Vind je dat nog steeds?
‘Twee jaar geleden zei een collega van een Zweeds persbureau tegen me: “Kranten hebben nog maar tien jaar te leven. Laten we er twintig van maken.” We voeren een slag om de tijd van de nieuwsconsument. Die haalt zijn nieuws allang niet meer alleen uit de krant, maar ook van zijn smartphone, tablet of laptop. Daar concurreren we mee met een ding waar je handen vies van worden en dat je van de deurmat moet rapen, maar wat wel veel elementen heeft die je kunnen verrassen. Dat verrassen is de kracht van de krant. Als je op internet zit, ben je vooral op zoek naar dingen die je interesseren, de krant laat je nieuwe dingen zien. Als landelijke kranten op termijn willen overleven, dan moeten ze op zoek gaan naar een niche, naar hún doelgroep. Regionale kranten hebben een grotere overlevingskans omdat ze per definitie een niche bedienen.’

Is het niet al te laat voor redding? Toen je nog hoofdredacteur bij het ANP was verweet je de kranten dat ze teveel stil stonden.
‘Dat vind ik nog steeds. Kranten hebben decennia stil­gestaan. Sinds een paar jaar gaat het beter. Er is de laatste tijd echt heel veel gebeurd in de krantenwereld. Je weet niet wat je ziet als je de PZC vergelijkt met die van vijf jaar geleden. En hetzelfde geldt voor de Volkskrant en De Telegraaf. Het zijn onwaarschijnlijk andere media geworden. Dat is alleen maar ten positieve. Maar we zijn nog niet klaar. Er zijn nog een hele hoop dingen die beter moeten én kunnen. Ook bij onze kranten.’

Tijd voor redding, dus. Net zoals Het Parool begin deze eeuw mede dankzij jouw inspanningen gered werd. Sindsdien word je gezien als ‘de kroonprins van krantenland’. Je naam werd vaak genoemd als er ergens een nieuwe hoofdredacteur werd gezocht.
‘Dat heb ik altijd vervelend gevonden. Dat het lukte om Het Parool te verzelfstandigen en een succes te maken, wil niet zeggen dat het overal kan. Het waren ook de omstandigheden die ervoor zorgden dat het lukte. Een kunstje herhalen is moeilijk, een kunstje succesvol herhalen is nog veel moeilijker. Ik ben de laatste jaren voor veel functies benaderd, maar bleef altijd zitten waar ik zat omdat ik het naar mijn zin had op de plek waar ik zat en iets af wilde ronden. Ik ben liever bezig met de klus die er ligt dan met nadenken over mogelijke andere. Ik heb nog nóóit nagedacht over toekomstplannen. Dat geldt nu ook. Ik denk alleen maar aan wat we nu aan het doen zijn. Dit. Moet. Slagen. Dat is het enige waar ik in geïnteresseerd ben.’

Erik van Gruijthuijsen (1960) begon zijn loopbaan in 1984 bij De Gelderlander. In 1988 maakte hij de overstap naar Het Parool, waar hij in 2000 hoofdredacteur werd. In 2003 sleepte hij de stadskrant samen met zijn adjunct (en huidige baas) Frits Campagne weg voor de poorten van de hel, nadat uitgever PCM besloot de titel op te heffen. Het Parool werd overgenomen door De Persgroep. In 2007 werd Van Gruijthuijsen hoofdredacteur bij het ANP. In 2011 verruilde hij die functie voor die van CEO. Drie jaar later verkaste hij naar Wegener, waar hij als uitgever de leiding had over de zuidelijke Wegener-kranten. Nadat de zeven regionale kranten werden overgenomen door De Persgroep werd Van Gruijthuijsen benoemd tot directeur journalistiek.

Praat mee

1 reactie

J.C. Roodenburg, 13 augustus 2015, 15:50

Een van ‘zijn’ producten is het AD Rotterdams Dagblad. Het stuit mij tegen de borst dat het een van de belangrijkste zaken - de haven - in de regio Rotterdam zo slecht covert. Lees daarover op: http://www.vandaagenmorgen.nl/opinie/5646-a15-kan-aanzwellende-stroom-containers-aan.html.
Misschien moet Erik van Gruijthuijsen daar ook maar eens op de redactie gaan rondlopen. Mooi dat hij Het Parool voor de poorten van de hel heeft weggesleept. Had hij al veel eerder kunnen doen met Het Vrije Volk. Toen was hij waarschijnlijk nog te jong.
Want toen al ging de mare bij ons dat Het Parool misschien de laatste krant was die bij Perscombinatie (en vooral haar aandeelhouder) zou overleven. Ondanks grotere verliezen dan bij HVV…  Hij kan het niet meer vragen aan wijlen Jan van Ginkel.

 

VVOJ banner congres

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.