I.M. Lambiek Berends: ‘Een echte heer, die rust en natuurlijke autoriteit uitstraalde’
Op 22 december overleed journalist Lambiek Berends. In de vroege jaren 60 begonnen als leerling journalist bij de Maasbode in Rotterdam, werkte hij daarna in diverse functies voor de Volkskrant en Het Parool. Hij was van vele markten thuis. Hij kon geweldig schrijven, maar was ook een uitstekend eindredacteur, redactiechef en vertaler, schrijft zijn voormalig collega Peter Elenbaas.
Ik leerde Lambiek kennen in de late jaren 80 als collega bij Het Parool. Hij was chef van de zaterdagse bijlage PS, ik was net chef geworden van de fotoredactie. Waar journalisten er destijds wel eens wat morsig uit zagen en het er op de redactie soms luidruchtig aan toe kon gaan, was Lambiek uit ander hout gesneden.
Hij was diplomatiek, gesoigneerd, net gekleed met jasje en dasje. Een echte heer, die rust en natuurlijke autoriteit uitstraalde. Voor mij een oase op een roerige redactie waar ik me thuis voelde. Fotoredacteuren en fotografen moesten vaak hun plek in de krant bevechten, maar bij Lambiek aan tafel werd op basis van gelijkwaardigheid overlegd. Hij vond fotografie een volwassen journalistiek overdrachtsmedium.
We maakten in de jaren 90 samen de rubriek ‘Tijdopname’, een historische foto uit het Amsterdamse gemeentearchief samen met een actueel beeld, gefotografeerd uit precies hetzelfde standpunt. Dit inmiddels beproefde concept mondde uit in een succesvolle serie en werd later gebundeld in een aardig boekje.
De samenwerking met Lambiek beviel mij. Een samenwerking die letterlijk een vlucht nam toen we voor de krant ‘Amsterdam onbewolkt’ gingen maken, een serie luchtfoto’s van de stad. Ik wilde dat Lambiek de teksten erbij zou maken. Hij stemde toe mits hij ter inspiratie mee mocht vliegen. Zo reden we regelmatig naar Schiphol-Oost om plaats te nemen in een kleine Cessna. Ik rechtsvoor bij het klapraampje en Lambiek op de achterbank.

©Peter Elenbaas
‘Nanne trekt zijn vliegtuig weer aan’
Als de boomlange piloot Nanne zich beentje voor beentje in het kleine vliegtuigje wurmde, placht Lambiek te zeggen “Nanne trekt zijn vliegtuig weer aan”. Eenmaal in de lucht assisteerde hij door het klapraampje open te houden en zo te voorkomen dat het door de wind voortdurend op mijn hoofd zou klapperen. Als we weer geland waren hielp hij Nanne met het vastsjorren van de touwen, die het lichte vliegtuigje moesten behoeden voor wegwaaien.
Lambiek genoot van het vliegen boven Amsterdam. Het bood hem een nieuw perspectief van de stad. Je zag opeens de grote structuren. De mens kon je vanuit de lucht nauwelijks ontwaren. Om adrenaline kwijt te raken eindigden we na een vlucht meestal in het café, waar we de wereld nog eens vanuit ander perspectief onder de loep konden nemen. Voor het schrijven van de teksten bij de luchtfoto’s ging Lambiek wandelend door de betreffende buurten om daar de stad vanuit menselijk gezichtspunt te ervaren.
Dertien jaar lang, tijdens de zomermaanden, stonden mijn luchtfoto’s voorzien van zijn literaire bespiegelingen in de krant. De serie leidde tot zeven boeken ‘Amsterdam onbewolkt’ die werden uitgegeven door Bas Lubberhuizen.
De laatste jaren werd Lambiek steeds meer gehinderd door longemfyseem. Toen ik hem begin december opzocht voelde hij het einde naderen. “Ik ben aan mijn laatste traject bezig, mijn longen heb ik opgerookt”, zei hij. Het speet hem dat hij er nooit in was geslaagd om te stoppen met roken.
Een week later werd Lambiek opgenomen in een hospice waar hij kort voor kerst overleed. De uitvaart op 5 januari werd door veel oud-collega’s van Parool en Volkskrant bijgewoond.


Praat mee