website over journalistiek

Hoe Journa journalisten in het licht zet

Stef Gallé — Geplaatst in Innovatie op vrijdag 21 juli 2017, 08:32

Als je tien jaar geleden aan iemand vroeg om de namen van een paar journalisten op te noemen, dan was dat voor veel mensen nogal een opgave. Tegenwoordig is dat anders. Steeds meer namen van journalisten zijn op zichzelf staande merken geworden door de invloed van social media. Met onze journalistieke startup Journa spelen wij in op deze trend, schrijft Stef Gallé, directeur van Journa. Het platform begint langzaam aan op stoom te komen.

We zagen steeds meer mooie voorbeelden van hoe journalisten succesvol een merk voor zichzelf aan het opbouwen waren, los van de media waar ze voor werken. Deze trend greep onze aandacht omdat we geloven dat journalisten ook aan zichzelf moeten denken in een veranderend medialandschap. Het bouwen van een persoonlijk merk is een manier voor journalisten om zich minder afhankelijk van media te maken, want zichtbare journalisten met een eigen publiek staan sterker ten opzichte van hun werkgevers. Daarbij denken wij dat dit bij uitstek iets is waar wij als internet-ondernemers journalisten bij zouden kunnen helpen.

Het vooronderzoek: journalisten en hun websites

‘Als journalisten het opbouwen van een persoonlijk merk belangrijk vinden, hoe staat het dan met hun persoonlijke websites?’, vroegen wij ons af. Om dat te onderzoeken hebben we de websites van 200 journalisten onder de loep genomen. In onze steekproef zagen wij dat slechts 33% een website heeft. Slechts 13% van de journalisten had een portfolio op hun website die enigszins up-to-date was. Uit de aanvullende interviews met 25 journalisten bleek dat het belang van het bouwen van een merk zeker werd gezien. Het is absoluut niet iets dat de afgelopen jaren alleen maar wordt geroepen; veel journalisten zijn hier actief mee bezig.

We hoorden echter van veel journalisten dat het optuigen en bijhouden van een website als iets werd ervaren dat afleidt van waar ze liever hun energie aan besteden: het publiceren van goede verhalen. En hoewel de conclusies uit ons eigen onderzoek niet op een zuiver wetenschappelijke methode berust, bleek na enige desk research dat wetenschappelijk onderzoek van Holton en Mlyneux uit 2015 tot soortgelijke bevinding komt. Ze concluderen dat veel journalisten het onderhouden en uitbreiden van hun professionele identiteit op het web als een opgave zien die afleidt van de kern van hun vak.

Een aanzienlijk deel van de journalisten komt dus niet toe aan het bouwen en onderhouden van een goede website, terwijl ze hier wel baat bij zouden hebben. Hier kunnen wij als internetondernemers iets mee. Voor het maken van een goede website heb je technische kennis nodig, oog voor design en vooral tijd om het up-to-date te houden, zodat het eruitziet als een plek waar regelmatig iets interessants te vinden is. Dit kost tijd en energie, daar kun je niet omheen. Of toch wel?

Het eerste prototype van Journa: even schrikken
Zo kwamen we op het idee om het web af te speuren naar publicaties van journalisten om hier vervolgens automatisch mooie portfolio sites van te maken: Journa was geboren. We besloten om een prototype te maken waarin we alle publicaties in grote kranten van de afgelopen drie jaar indexeerden, om vervolgens van die enorme berg links naar artikelen portfoliowebsites te maken van de schrijvers van die artikelen. Zo’n portfolio site bestond uit een pagina met een lijst links naar alle artikelen van een auteur en wat statistieken over wanneer deze persoon wat heeft gepubliceerd.

Dat lukte beter dan we hadden verwacht. We hadden al snel ruim 8 duizend portfolio’s gemaakt. In sommige gevallen kwamen er zelfs goed gevulde portfolio sites uit rollen, die een beter overzicht van hun werk gaven dan hun eigen website.

We besloten een aantal van de auteurs een linkje naar hun automatisch gegenereerde profiel te sturen om te vragen wat ze ervan vonden. Dat bleek even schrikken. Doordat we de journalisten, die we overigens niet kenden, van te weinig context hadden voorzien schrok een aantal van hen zich rot. Wat wil deze partij met mijn artikelen? En waarom hebben zij een overzicht van mijn werk gemaakt? Er brak zelfs een verhitte discussie los op een Facebookgroep over onze intenties. Wij konden de discussie zelf niet volgen en uitleggen waar we mee bezig waren, omdat het een besloten groep van journalisten betrof. En naast een aantal positieve reacties kwam er ook een aantal boze mailtjes binnen. Dat was voor ons even schrikken, maar we begrepen de reacties goed.

Uiteindelijk hebben we iedereen die vragen had benaderd. We hebben hele leuke en zeer nuttige gesprekken met hen gehad. We hebben er goed contact aan overgehouden met diverse journalisten, de NVJ en De Coöperatie. Zij voorzien ons nu nog steeds van feedback en advies.

Een nieuwe versie live: 18 duizend auteurs geïndexeerd
Begin juli hebben we een nieuwe versie van het platform gelanceerd. Journa is nu in feite een zoekmachine in het werk van journalisten. We hebben momenteel de publicaties van ruim 18 duizend auteurs geïndexeerd, vergelijkbaar met de manier waarop Google webpagina’s indexeert. Wij tonen nooit de volledige content, maar slechts een ‘preview’ van de artikelen. We verwijzen altijd naar de bron waar het artikel en de plek waar het gelezen of aangeschaft kan worden.

Journalisten kunnen op Journa met één klik een publieke portfoliosite met hun werk van de afgelopen jaren optuigen, die ook nog eens automatisch up-to-date wordt gehouden. Iedereen kan een journalist volgen via zijn Journaprofiel en ontvangt dan automatisch een seintje zodra hij of zij iets nieuws publiceert. Op die manier kunnen een journalisten volgers verzamelen die op de hoogte worden gebracht als ze nieuw werk publiceren. Ongeacht in welk medium het werk is gepubliceerd staat het dezelfde dag nog een link op hun portfolio en zijn hun volgers op de hoogte. Steeds meer journalisten maken een profiel aan en de reacties zijn erg positief. Hier {link} en hier {link} zijn een paar mooie voorbeelden van profielen te zien.

Het punt op de horizon: LinkedIn voor journalisten
Uiteindelijk willen we LinkedIn voor de journalistiek worden. LinkedIn biedt iedereen een zeer waardevolle dienst gratis aan. Ze maken mijn zakelijke identiteit zichtbaar en vindbaar en ik houd mijn zakelijke netwerk zonder gedoe bij. Het bedrijf verdient geld via betaalde diensten aan bedrijven, recruiters, en organisaties die zichzelf onder de aandacht willen brengen. Het belang van de profieleigenaren staat voorop, of in de woorden van LinkedIn-CEO Jeff Weiner: ‘Members first’. Zonder hen is LinkedIn niks waard, dus ze zorgen er goed voor dat hun leden niet onnodig lastig worden gevallen.

Wij hebben een soortgelijk model voor ogen, maar dan uitsluitend voor journalisten. Ons doel is om journalisten te helpen zichtbaar en vindbaar te zijn op het web, zonder dat het ten koste gaat van de tijd die ze aan hun vak kunnen besteden. Ze kunnen gratis een profiel aanmaken dat zichzelf up-to-date houdt en door volgers te verzamelen bouwen ze een netwerk op dat altijd op de hoogte is van hun werk. Daarnaast bieden we een betaalde dienst aan media, redacties, communicatie-afdelingen van bedrijven en onderzoekers die slimmer willen zoeken in de data in ons platform. Momenteel doen we een betaalde pilot waar al meer dan 20 organisaties aan meedoen, waaronder Google Nederland, Randstad en De Algemene Rekenkamer.

Het belang van de journalisten staat voorop, of in de stijl van Jeff Weiner ‘Journalists first’. Als het ons lukt om hen een waardevolle dienst te bieden, dan helpen we uiteindelijke ook media, redacties, communicatiemensen, onderzoekers en iedereen die geïnteresseerd is in journalisten en journalistiek. In de toekomst willen we ook een betaalde dienst aan journalisten bieden waarmee ze hun profiel meer onder de aandacht willen brengen als ze op zoek zijn naar opdrachten.

Stef Gallé is directeur van Journa en partner bij Startup Studio Nescio.