Hoe een gecremeerde kroket inzet werd van de vrijheid van meningsuiting. Hoe ver mogen we gaan met kwetsen?
Is de vrijheid van meningsuiting ingeperkt met het vonnis dat Yvonne Coldeweijer Rachel Hazes geen gecremeerde kroket meer mag noemen? Hoe ver mogen journalisten en columnisten gaan met het kwetsen van personen? Mark Koster maakt een rondgang.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?
Meindert Fennema is nog steeds gepikeerd dat de Volkskrant een rede van islamcriticus Ayaan Hirshi Ali onjuist vertaalde en daarmee het debat over ‘de vrijheid van beledigen’ vervuilde. De emeritus hoogleraar politieke theorie neemt een hap lucht. ‘Ayaan sprak in 2006 in Berlijn over the right to offend, maar wat maakte de Volkskrant ervan? Ayaan zou het recht om te beledigen verdedigen. Neen, “offend” betekent niet beledigen (insult), maar kwetsen. Dat is iets heel anders. Beledigen is mogelijk strafbaar, maar kwetsen niet’, zegt Fennema.
De professor is een gepassioneerde verdediger van het vrije woord. De GroenLinkser, die zelf ooit in een smaadzaak verzeild raakte, neemt het al jaren op voor de met de dood bedreigde en al achttien jaar beveiligde Geert Wilders, in politiek opzicht zijn opponent. ‘Wilders wordt schandelijk behandeld. Die man is feitelijk ter dood veroordeeld’, zegt hij.
De kwestie over de grenzen van het kwetsen zijn opnieuw actueel nu een kortgedingrechter besliste dat Yvonne Coldeweijer, Rachel Hazes niet meer mag typeren als een ‘gecremeerde kroket’. De rechter meent dat Coldeweijer zich met die kwalificatie ‘onnodig grievend’ zou hebben uitgelaten, een kwalificatie die overeenkomt met de overtreding van artikel 137c van het wetboek van strafrecht. De rechter vonniste dat Coldeweijer een maximale boete van € 50.000,00 zou kunnen krijgen mocht ze de term in het openbaar gebruiken.
De kwestie leidt tot discussie over de grenzen van kwetsen. Journalisten, hoogleraren en advocaten bestuderen het vonnis en sommigen zien een ‘gevaarlijk’ precedent in het vonnis. Hoewel Hazes heeft aangegeven niet te zullen optreden als Coldeweijer de term toch gebruikt, is dat niet voor iedereen voldoende.
Frits van Exter, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, had gehoopt ‘dat er in hoger beroep een andere uitspraak komt’. ‘Maar weet niet of dat doorgaat gelet op de verklaring van Hazes’, zegt hij. Coldeweijer heeft aangegeven niet in beroep te gaan om de rechterlijke macht niet te belasten met deze media-bagatel.
Rob Goossens, mediajournalist (RTL Boulevard en Veronica Superguide), meent dat de zaak niet moet worden weggelachen. ’In feite bevestigt dit het feodale systeem waarbij de rijken een bonnetje kunnen halen bij de rechter. Je zou zelfs kunnen beweren dat het cruciaal is om alsnog in hoger beroep te gaan om de grenzen van de vrijheid van meningsuiting te bevechten, omdat deze in mijn ogen milde belediging nu jurisprudentie wordt’, zegt hij.
Goossens vermoedt dat de persoon Coldeweijer meespeelde in het oordeel van de rechter. ‘Als het om Arnon Grunberg of Gerard Reve was gegaan was de kreet ‘gecremeerde kroket’ een artistieke uiting geweest die bescherming had verdiend om zich tegen de woede van het tv-plebs te weren. Maar als het Coldeweijer is dan mag ze een beetje haar gang gaan, maar niet teveel. Als Yvonne voor het hekje staat, staat ze bij wijze van spreken al met 0-8 achter’, zegt hij.
Goossens vreest dat boze sterren nu de aanvechting krijgen om bij de minste kritiek naar de rechtbank te rennen. Hij kent advocaten die sterren opstoken om een zaak te starten. Hij wil geen namen noemen. ‘Een kort geding is een relatieve goedkope vorm van procederen.’
In de BLVD Podcast, die Goossen voor RTL Boulevard maakt, noemt hij ook iemand die het vonnis zou kunnen aangrijpen om journalisten aan te pakken. ‘Ik moest meteen denken aan Connie Breukhoven. Die heeft veel geld en lange tenen. Ik dacht: er gaat gewoon weer eens een keer een moment komen dat je daar per ongeluk op staat en die denkt dan van: nou, als gecremeerde kroket niet mag, dan mag uitgedroogde zeem ook niet of weet ik veel wat voor term.’
Allon Kijl, de advocaat van Coldeweijer, is minder somber over de mogelijke inperking van de vrijheid van meningsuiting: ‘Ik denk dat het effect van deze case vrij gering is. Elke casus moet je op zijn eigen merites beoordelen.’
Je hebt het recht om te beledigen. Je hebt niet het recht om niet beledigd te worden. Maar waar ligt die grens?
Volgens Egbert Dommering, emeritus-hoogleraar informatierecht, is in de ‘gecremeerde kroket-zaak’ de vrijheid van meningsuiting helemaal geen inzet. ‘Het heeft er niks mee te maken. Die mevrouw heeft een beledigende kreet, ‘gecremeerde kroket’, zonder enige grond publiekelijk gebruikt voor een geldinzamelingsactie om verweer te voeren in de tegen haar aangespannen zaak. Dat is in de meeste publieke commentaren op het vonnis over het hoofd gezien. Het ging bovendien om uit de lucht gegrepen roddel, zoals de rechter in zijn vonnis heeft vastgesteld. Je kunt op straat ook niet zomaar iemand beledigen.’ Dommering meent dat journalisten of columnisten zich in hun teksten grotere vrijheden kunnen permitteren dan privépersonen, maar dat er wel een feitelijke grondslag moet zijn voor hun beweringen.
Maar waar ligt die grens? Advocaat Kijl: ‘We kijken naar twee grondrechten die botsen. Mevrouw Hazes voelde kennelijk zelf ook wel aan dat het knelde dat de uitingsvrijheid voor het journaille werd ingeperkt, omdat zij zich in haar levenssfeer aangetast voelde. Je mag je niet ‘onnodig grievend’ uiten, maar wanneer is het onnodig? Je hebt het recht om te beledigen. Je hebt niet het recht om niet beledigd te worden. Maar waar ligt die grens? Ik zou zeggen. Tot je wordt teruggefloten kun je alles zeggen.’
Toch liggen er al vonnissen waarin journalisten zijn teruggefloten. In februari 2011 maakten wijlen misdaadjournalist Peter R. de Vries en zijn echtgenote Jacqueline bezwaar tegen een blog die op de Privé pagina van De Telegraaf was gepubliceerd. In de column werd gerefereerd aan de open relatie die De Vries met zijn vrouw onderhield en waarin werd gesteld dat mevrouw De Vries zich zou aanbieden op de digitale snelweg. ’Je hoeft maar even te googelen of je ziet zijn naakte echtgenote in alles etalerende standjes op internet, waar ze zegt voor alles “in” te zijn en zij tegelijkertijd suggereert minstens tien jaar jonger te zijn’, aldus het blog. Een uitlating die ‘onnodig grievend’ was, vond de rechter. De rechter meende dat de gewraakte publicatie weliswaar kon worden gelezen als een satirisch bedoelde column, maar dat het de auteur niet het recht gaf een ‘niet publiek figuur op de korrel’ te nemen. Daarmee was de zaak Jacqueline De Vries een voorloper van de zaak Hazes, hoewel de weduwe Hazes - in tegenstelling tot de weduwe De Vries - wel een bekend persoon is.
In 2012 zagen een aantal juristen in dat er een mogelijke inperking van de vrijheidsuiting kon optreden. Wouter Hins, Marga Groothuis en Chris Wiersma, drie rechtsgeleerden, sprake naar aanleiding van het vonnis van een ‘chilling’ effect’ dat kan uitgaan ‘op anderen die van hun vrijheid van meningsuiting gebruik willen maken’. Maar, ze stelden ook: ‘Van een ongebreidelde vrijheid van meningsuiting kan ook een chilling effect uitgaan, zodanig dat personen zich in hun doen en laten niet meer vrij voelen te handelen zoals zij wensen omdat zij moeten vrezen dat hun doen en laten zonder voldoende grond onder een vergrootglas kan worden gelegd’, aldus het trio.
En zeker bij het beledigen van groepen personen zijn er eerder stopsignalen. De beruchtste zaak is de kwestie van de groepsbelediging van Marokkanen door Wilders in het bekende ‘minder, minder, minder-proces’. Wilders werd uiteindelijk door de Hoge Raad veroordeeld voor zijn opmerkingen (artikel 137 c van het wetboek van strafrecht).
Theo van Gogh beledigde aan de lopende band mensen, wat leidde tot rechtszaken. Van de meeste rechtszaken werd hij vrijgesproken. Eén keer, in 1991, niet. Toen veroordeelde de Hoge Raad hem tot het betalen van een geldboete van duizend gulden. In een column sprak Van Gogh over ‘copulerende gele sterren in de gaskamer’ en ‘de lucht van caramel’ die hij rook. ‘Vandaag verbranden ze alleen suikerzieke joden.’ De Hoge Raad vond het ‘begrijpelijk dat leden van de joodse gemeenschap en anderen zich aan de inhoud van deze passages hebben geërgerd’.
De veroordeling hinderde Van Gogh niet om te blijven kwetsen. In 2004 werd hij vermoord door een doorgedraaide moslimextremist, omdat die zich stoorde aan zijn beledigende woorden en geen behoefte had zijn ongenoegen via een rechter uit te vechten
Vrije woord strijder Fennema ontsnapte zelf ooit aan vervolging wegens smaad. De hoogleraar had in radioshow Dr. Kelder en Co beweerd dat drie Bloemendaalse gemeenteraadsleden de burgemeester van het dorp in zijn kamer hadden opgesloten zonder hun namen te noemen. Een van de leden, Rob Slewe, spande daarop een zaak aan tegen het ex-GroenLinks raadslid omdat hij zich in de omschrijving herkende. Fennema werd vrijgesproken. ‘Volkomen terecht’, zegt hij nu. ‘Ik was de enige die zich uit durfde te spreken tegen de Trumpiaanse toestanden in het dorp. De rest was bang.’


Praat mee